GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.348.519/01 arrest van 8 juli 2025 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna aan te duiden als [appellant] , advocaat: mr. P.J.A. van de Laar te Eindhoven, tegen Vereniging Woongaardpark, gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als Vereniging Woongaardpark, advocaat: mr. T.B.M. Kersten te 's-Hertogenbosch, op het bij exploot van dagvaarding van 19 november 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 25 oktober 2024, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [appellant] als gedaagde en Vereniging Woongaardpark als eiseres. [Persoon B] , handelend onder de naam [bedrijf] (hierna: [Persoon B] ), was eveneens gedaagde in het kort geding. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/408369/KG ZA 24-513) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties; de memorie van antwoord met producties; de bij H3-formulier van 8 mei 2025 namens [appellant] toegezonden producties 1 t/m 8, die bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding zijn gebracht; de bij H3-formulier van 9 mei 2025 namens Vereniging Woongaardpark toegezonden producties 7 t/m 20, die bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding zijn gebracht; de mondelinge behandeling van 27 mei 2025, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling De feiten 3.
- In rov. 2.1 tot en met 2.26 van het vonnis waarvan beroep heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. Deze feiten zijn niet betwist en vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt. Het hof zal die feiten hierna weergeven, vernummerd tot rov. 3.2.1 tot en met 3.2.26 met dien verstande dat de voorzieningenrechter per abuis heeft opgenomen dat [appellant] de rol van penningmeester vervulde. Dit is niet correct. Hij was secretaris. 3.2.
- Vereniging Woongaardpark is een vereniging die op 5 mei 2022 is opgericht en als statutair doel heeft, kort gezegd, het doen ontwikkelen van woningbouwproject Woongaard- park in [vestigingsplaats] . Het betreft een Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) waarbij de toekomstige bewoners gezamenlijk opdrachtgever zijn voor hun eigen nieuwbouwproject. 3.2.
- Op 27 juni 2023 heeft de [gemeente] de bouw van 53 woningen in het kader van het woningbouwproject goedgekeurd. 3.2.
- [persoon A] (hierna te noemen: [persoon A] ) is bij de oprichting van Vereniging Woongaardpark aangewezen als voorzitter van het bestuur. 3.2.
- Op 4 februari 2024 heeft Vereniging Woongaardpark een managementovereenkomst gesloten met [Persoon B] . Uit hoofde van die overeenkomst is aan [Persoon B] de opdracht verstrekt om met ingang van die datum het functionele voorzitterschap over Vereniging Woongaardpark te voeren. [Persoon B] werd daarmee interim voorzitter. De managementovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd. [Persoon B] is geen lid (geweest) van Vereniging Woongaardpark en is ook nooit formeel benoemd tot bestuurder. 3.2.
- Tot eind maart 2024 was [persoon A] formeel het enige bestuurslid van Vereniging Woongaardpark. 3.2.
- In de maanden daarna is het bestuur uitgebreid met onder meer [appellant] en mevrouw [persoon A] (geen familie van voorzitter [persoon A] ). [appellant] vervulde de rol van secretaris. In tegenstelling tot [Persoon B] is [appellant] wel lid van Vereniging Woongaardpark. 3.2.
- In de voorbereidingsfase zijn onder voorzitterschap van [persoon A] door Vereniging Woongaardpark kosten gemaakt. Deze worden aangeduid als “de historische kosten”. Het gaat om onder meer plankosten, architectkosten, juridische kosten, vergaderkosten en door leden voorgeschoten kosten voor dienstverlening. De bedoeling is om die kosten uiteindelijk evenredig te verdelen over de leden door deze te verwerken in de VON prijs van de woning. 3.2.
- Op 27 mei 2024 is in een Teams-bijeenkomst waarbij onder meer [persoon A] en [Persoon B] aanwezig waren, gesproken over de historische kosten. 3.2.
- Tussen [persoon A] enerzijds en [Persoon B] en [appellant] anderzijds is discussie ontstaan over onder meer de historische kosten. [Persoon B] en [appellant] beschuldigen [persoon A] ervan dat hij tracht zichzelf te verrijken ten koste van de leden van Vereniging Woongaardpark. 3.2.
- Bij e-mail van 9 juli 2024 heeft [appellant] aan het bestuur van Vereniging Woongaardpark bericht dat hij zijn functie als secretaris per direct neerlegt omdat hij de financiële belangen van [persoon A] tegenover de leden van Vereniging Woongaardpark niet kan verantwoorden en [persoon A] blijft aandringen op de nakoming van financiële afspraken uit het verleden die niet zijn terug te vinden. 3.2.
- Op 18 juli 2024 heeft [Persoon B] , optredend als voorzitter, een algemene ledenvergadering (ALV) van Vereniging Woongaardpark bijeengeroepen. Tijdens de bijeenkomst heeft [Persoon B] de aanwezige leden voorgehouden dat er door toedoen van [persoon A] nog aanzienlijke kosten van derden zouden zijn te verwachten die voor rekening zouden komen van de leden. 3.2.
- [Persoon B] heeft vervolgens ook zelfstandig, zonder toestemming van het bestuur, contact opgenomen met partijen waarmee Vereniging Woongaardpark een geschil heeft. 3.2.
- Bij e-mail van 27 juli 2024 heeft [persoon A] namens Vereniging Woongaardpark het mandaat aan [Persoon B] per direct ingetrokken en de managementovereenkomst met hem opgezegd. 3.2.
- Op 27 juli 2024 heeft [appellant] aan de leden van Vereniging Woongaardpark bericht dat hij per direct zijn functie van secretaris neerlegt en dat hij zijn werkzaamheden op een nette manier zal overdragen, inclusief alle relevante documenten om de continuïteit van het secretariaat te waarborgen. 3.2.
- Later heeft [appellant] aangegeven bereid te zijn de documenten aan een nieuwe secretaris over te dragen indien hem decharge wordt verleend. 3.2.
- Op 28 juli 2024 heeft [Persoon B] een e-mail gestuurd aan de leden van Vereniging Woongaardpark. Daarin geeft [Persoon B] aan dat hij zich niet neerlegt bij de opzegging van de managementovereenkomst door [persoon A] , omdat niet hij, maar Vereniging Woongaardpark daartoe bevoegd zou zijn. In de e-mail wordt [persoon A] beticht van onbetamelijk gedrag als voorzitter van Vereniging Woongaardpark. Er wordt gewezen op een belangenverstrengeling doordat [persoon A] contracten zou zijn aangegaan die voor hemzelf financieel gewin opleveren maar mogelijk leiden tot extra kosten voor de leden. [persoon A] zou weigeren daarover openheid van zaken te geven. [Persoon B] geeft aan dat [persoon A] daarmee in strijd met de statuten handelt. [Persoon B] stelt daarom voor om [persoon A] tijdelijk te schorsen als bestuurder en voorzitter om een onafhankelijk onderzoek te kunnen laten doen. Daarnaast stelt [Persoon B] dat hij en [appellant] het onjuist vinden dat [persoon A] definitief uit haar functie van bestuurder wordt gezet. Volgens [Persoon B] dient er een ALV te worden bijeengeroepen om nieuwe bestuursleden te benoemen en de positie van de voorzitter ter discussie te stellen. 3.2.
- Op 11 augustus 2024 zijn door [appellant] oproepingsbrieven gestuurd voor een ALV op 28 augustus
- 3.2.
- [persoon A] heeft zich op voorhand verzet tegen de vergadering omdat geen sprake zou zijn van een rechtsgeldige oproeping. Op zijn initiatief zijn de leden uitgenodigd voor een ALV op 29 augustus
- 3.2.
- In reactie daarop hebben [Persoon B] en [appellant] aan de leden van Vereniging Woongaardpark bericht dat de ALV wel rechtsgeldig is en dat deze gewoon door zal gaan waarbij onder meer het functioneren van [persoon A] als voorzitter op de agenda zal staan. 3.2.
- Bij brief van mr. Kersten van 23 augustus 2024 is [appellant] gesommeerd om als gewezen bestuurder te verstrekken: - een ledenlijst; - alle bankgegevens van Vereniging Woongaardpark; - alle informatie om toegang te krijgen tot de website en e-mailadressen van Vereniging Woongaardpark; - aan kopie van de administratie van [appellant] zoals die door [appellant] is gevoerd; - een schriftelijke bevestiging dat [appellant] iedere actie ten nadele van Vereniging Woongaardpark zal staken; - een daartoe strekkende verklaring ondertekend te retourneren. 3.2.
- Op 28 augustus 2024 heeft de vergadering plaatsgevonden, waarbij [Persoon B] is opgetreden als voorzitter. Op de vergadering is besloten tot schorsing van [persoon A] als bestuurder van Vereniging Woongaardpark. [persoon A] was zelf niet aanwezig op de vergadering wegens ziekte. De door hem gevolmachtigde jurist mr. Manders is niet toegelaten tot de vergadering. 3.2.
- Op 28 augustus 2024 hebben de juridisch adviseurs van Vereniging Woongaardpark aan de leden aangekondigd dat zij op de ALV van 29 augustus 2024 de onrust willen wegnemen en (bestuurs)leden die bewust tegenstrijdig handelen met het doel van de vereniging ter verantwoording zullen roepen. Tijdens de vergadering zal de invulling van de vrijkomende bestuursfuncties aan de orde komen. Het bestuur zou volgens de brief op dat moment bestaan uit [persoon A] als voorzitter en [Persoon C] als penningmeester. Vermeld wordt dat [Persoon B] sinds 27 juli 2024 niet meer bevoegd is om Vereniging Woongaardpark te vertegenwoordigen. Daarnaast zal een voortzetting van de Bijzondere Leden Vergadering (BLV) van 27 juni 2024 worden gehouden over de kwestie [persoon A] . 3.2.
- Op 29 augustus 2024 zijn de aangekondigde ALV en BLV voor die dag geannuleerd. 3.2.
- Bij e-mail van 4 september 2024 heeft mr. Kersten aan [Persoon B] bericht dat de bijeenkomst op 28 augustus 2024 geen ALV was en dat geen rechtsgeldige besluiten zijn genomen. Daarbij is [Persoon B] gesommeerd om zich niet meer als voorzitter van Vereniging Woongaardpark voor te doen. 3.2.
- [persoon A] is inmiddels teruggetreden als voorzitter van het bestuur van Vereniging Woongaardpark en heeft drie nieuwe bestuursleden benoemd die zich na een oproep voor die functie hadden aangemeld. 3.2.
- Op 2 oktober 2024 heeft op initiatief van [Persoon B] en [appellant] een ALV plaatsgevonden. De procedure bij de voorzieningenrechter 3.3.
- In eerste aanleg vorderde Vereniging Woongaardpark - samengevat - om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis: A. [Persoon B] te bevelen zich niet meer als voorzitter ad interim, adviseur of welke andere rol dan ook namens Vereniging Woongaardpark uit te geven en zich per direct te onthouden van het verspreiden van desinformatie over Vereniging Woongaardpark en het verrichtten van handelingen ten nadele van Vereniging Woongaardpark en te bepalen dat [Persoon B] geen direct of indirect contact meer mag hebben met (oud-)leden, bestuursleden, adviseurs, betrokken aannemers en de gemeente en hem te verbieden uitvoering te geven aan besluiten die zijn genomen op een vergadering van 28 augustus 2024 op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag of gedeelte daarvan; B. [appellant] te bevelen zich niet meer als (voormalig) secretaris, adviseur of welke andere rol dan ook namens Vereniging Woongaardpark uit te geven en zich per direct te onthouden van het verspreiden van desinformatie over Vereniging Woongaardpark en het verrichten van handelingen ten nadele van Vereniging Woongaardpark en te bepalen dat [appellant] geen direct of indirect contact meer mag hebben met (oud-)leden, bestuursleden, adviseurs, betrokken aannemers en de gemeente en hem te verbieden uitvoering te geven aan besluiten die zijn genomen op een vergadering van 28 augustus 2024 op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag of gedeelte daarvan; C. [appellant] te bevelen om aan Vereniging Woongaardpark te verstrekken een goed leesbare versie van de actuele lijst van leden (met NAW gegevens) van Vereniging Woongaardpark, alle bankgegevens (bankafschriften, bankpas en rekeningnummer(s)) van Vereniging Woongaardpark, alle benodigde informatie om toegang te krijgen tot de website en e-mailboxen van Vereniging Woongaardpark en het beheer daarvan en een afschrift / kopie van de administratie van Vereniging Woongaardpark zoals die door [appellant] tot en met 14 augustus 2024 is gevoerd op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag of gedeelte daarvan; D. te verbieden dat [Persoon B] , [appellant] (of derden) uitvoering geven aan de beslissingen op de vergaderingen van 28 augustus 2024 of 2 oktober 2024, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag of gedeelte daarvan; E. [Persoon B] en [appellant] te veroordelen om op straffe van een dwangsom € 10.000,- per dag binnen 12 uur na het uitspreken van dit vonnis aan de leden van Vereniging Woongaardpark een e-mail toe te sturen met de volgende inhoud: " [-] [Persoon B] en [appellant] hebben zich in elk geval na 27 juli 2024 ten onrechte als voorzitter ad interim en secretaris van de CPO uitgegeven, onjuiste informatie met betrekking tot de historische kosten vertrekt en het ertoe geleid dat op de ALV van 28 augustus 2024 ten onrechte beslissingen zijn genomen op basis van bewust verstrekte onjuiste informatie.” F. Subsidiair een voorziening die de voorzieningenrechter in goede justitie geraden en passend acht; G. [Persoon B] en [appellant] te veroordelen in de proceskosten. 3.3.
- Vereniging Woongaardpark legt daaraan, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende ten grondslag. Vereniging Woongaardpark heeft er belang bij dat het [Persoon B] en [appellant] wordt verboden zich nog uit te geven als bevoegd vertegenwoordigers van Vereniging Woongaardpark. [Persoon B] en [appellant] doen zich ten onrechte voor als zodanig en maken zich schuldig aan het verspreiden van desinformatie over de handelwijze en intenties van [persoon A] als bestuurder van Vereniging Woongaardpark en ook de juridische adviseurs en advocaat die hem bijstaan. Dat zorgt voor verwarring bij de leden over wie bestuurder is van Vereniging Woongaardpark en op welke informatie zij kunnen afgaan. Daarnaast heeft Vereniging Woongaardpark recht en belang bij afgifte van de actuele ledenlijst, bankgegevens, toegangscodes tot website en mailboxen en de overige administratie. 3.3.
- [appellant] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 3.3.
- Bij het uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis waarvan beroep heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant:
- verstek verleend tegen [Persoon B] ;
- [Persoon B] verboden om zich uit te geven als interim-voorzitter, adviseur of welke andere rol dan ook namens Vereniging Woongaardpark en [Persoon B] veroordeeld om zich per direct te onthouden van het verspreiden van ongefundeerde informatie over Vereniging Woongaardpark en [Persoon B] verboden om uitvoering te geven aan besluiten die zijn genomen op de vergadering van 28 augustus 2024;
- [Persoon B] veroordeeld om aan Vereniging Woongaardpark een dwangsom te betalen van € 1.000,- voor iedere keer dat hij niet aan de in
- uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,- is bereikt;
- [appellant] verboden om zich uit te geven als (voormalig) secretaris, adviseur of welke andere rol dan ook namens Vereniging Woongaardpark anders dan lid van de vereniging en [appellant] veroordeeld om zich per direct te onthouden van het verspreiden van ongefundeerde informatie over Vereniging Woongaardpark en [appellant] verboden om uitvoering te geven aan besluiten die zijn genomen op de vergadering van 28 augustus 2024;
- [appellant] veroordeeld om aan Vereniging Woongaardpark een dwangsom te betalen van € 1.000,- voor iedere keer dat hij niet aan de in
- uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,- is bereikt;
- [appellant] veroordeeld om binnen drie werkdagen aan Vereniging Woongaardpark te verstrekken een goed leesbare versie van de lijst van leden van Vereniging Woongaardpark (met NAW gegevens) die is geactualiseerd tot het moment dat [appellant] is uitgeschreven als secretaris van Vereniging Woongaardpark in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en om aan Vereniging Woongaardpark te verstrekken de bankafschriften en bankrekeningnummers van Vereniging Woongaardpark over de periode dat [appellant] secretaris is geweest van Vereniging Woongaardpark;
- [appellant] veroordeeld om aan Vereniging Woongaardpark een dwangsom te betalen van € 500,- voor iedere keer dat hij niet aan de in
- uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,- is bereikt;
- [Persoon B] en [appellant] veroordeeld om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis aan de leden van Vereniging Woongaardpark een e-mail te zenden met de volgend inhoud: " [Persoon B] heeft zich in elk geval na 27 juli 2024 ten onrechte als voorzitter ad interim van Vereniging Woongaardpark uitgegeven en hij heeft samen met [appellant] onjuiste informatie verstrekt met betrekking tot de historische kosten.";
- [Persoon B] en [appellant] veroordeeld om aan Vereniging Woongaardpark een dwangsom te betalen van € 1.000,- voor iedere dag dat zij niet aan de in
- uitgesproken hoofdveroordeling voldoen, tot een maximum van € 25.000,- is bereikt;
- [Persoon B] en [appellant] veroordeeld in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente. Het meer of anders gevorderde heeft de voorzieningenrechter afgewezen. De procedure in hoger beroep 3.
- [Persoon B] heeft geen hoger beroep ingesteld van het bestreden vonnis en is zodoende geen partij in deze procedure, zodat het vonnis in hoger beroep niet aan de orde is voor zover het de veroordelingen betreft die alleen zien op [Persoon B] . 3.
- [appellant] heeft in hoger beroep acht grieven aangevoerd en voorzien van een toelichting. [appellant] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen met veroordeling van Vereniging Woongaardpark in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep. 3.
- Vereniging Woongaardpark heeft de grieven bestreden en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van [appellant] in hoger beroep met veroordeling van [appellant] in de proceskosten in hoger beroep te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.
- Met grief 1 betoogt [appellant] dat geen sprake is van voldoende spoedeisend belang van Vereniging Woongaardpark bij de gevraagde voorzieningen. Ter toelichting voert [appellant] aan dat hij zich na 27 juli 2024 niet heeft uitgegeven als secretaris van Vereniging Woongaardpark en dat hij ten onrechte over een kam geschoren wordt met [Persoon B] . 3.
- Naar het oordeel van het hof bestaat het in eerste aanleg aangenomen spoedeisend belang van Vereniging Woongaardpark bij haar gewijzigde vorderingen ook (nog) in hoger beroep, nu dat besloten ligt in de aard van de door Vereniging Woongaardpark ingestelde vorderingen. Of het gevorderde als voorlopige voorziening voor toewijzing in aanmerking komt zal hierna worden beoordeeld. 3.
- Voor zover Vereniging Woongaardpark bij memorie van antwoord aanvoert dat [appellant] geen belang heeft bij het door hem ingestelde hoger beroep – nu hij naar eigen zeggen voldaan heeft aan de veroordelingen – verwerpt het hof dit betoog, nu alleen al de aan [appellant] opgelegde dwangsommen voldoende belang opleveren om een rechtsmiddel tegen het vonnis aan te wenden. 3.
- Het hof ziet aanleiding om grieven 2 tot en met 7 gezamenlijk te behandelen. In de kern komen deze grieven erop neer dat [appellant] zich niet heeft uitgegeven als secretaris of bestuurder van Vereniging Woongaardpark na 27 juli
- Wel heeft hij zich kritisch opgesteld over de historische kosten, maar dat deed hij als privé persoon c.q. lid van Vereniging Woongaardpark, aldus [appellant] . Verder beschikte [persoon A] volgens [appellant] al over een actuele ledenadministratie, zodat afgifte daarvan door [appellant] niet nodig is. Daar komt bij dat [appellant] niet de beschikking heeft of heeft gehad over een bankpas of over bankafschriften van Vereniging Woongaardpark. Tevens is [appellant] niet samen opgetrokken met [Persoon B] . De voorzieningenrechter heeft aldus ten onrechte veroordelingen jegens hem uitgesproken, aldus nog steeds [appellant] . 3.
- Het hof stelt het volgende voorop. Tussen partijen staat vast dat [appellant] van 29 maart 2024 tot 27 juli 2024 werkzaam was als secretaris in het bestuur van Vereniging Woongaardpark. Bij zijn aantreden als secretaris kreeg [appellant] de beschikking over de ledenlijst van Vereniging Woongaardpark. Als secretaris van het bestuur was [appellant] onder meer verantwoordelijk voor het bijhouden van de ledenadministratie van Vereniging Woongaardpark. Er bestaat tussen partijen geen discussie over de uittreding door [appellant] als bestuurslid per 27 juli 2024 (zoals aangekondigd in de e-mailberichten van [appellant] aan het bestuur en de leden van respectievelijk 9 en 27 juli 2024). Gelet op deze uittreding door [appellant] als secretaris van het bestuur van de vereniging Woongaardpark was [appellant] naar het oordeel van het hof vervolgens gehouden om zo spoedig mogelijk zorg te dragen voor overdracht van de ledenadministratie aan de opvolgend secretaris en bij gebreke daarvan aan de overige leden van het bestuur van Vereniging Woongaardpark. 3.
- [appellant] heeft na zijn uittreding aanvankelijk geweigerd om de actuele ledenlijst te verstrekken ondanks herhaalde verzoeken van de voorzitter daartoe en hij heeft aan afgifte bepaalde voorwaarden gesteld. Zo heeft [appellant] in een e-mailbericht van 29 augustus 2024 aan de leden aangegeven dat hij de ledenlijst zal inleveren als er een democratisch gekozen bestuur komt en hem ‘discharge wordt verleend’. Het hof is van oordeel dat [appellant] aan de afgifte van de ledenlijst niet deze voorwaarden had mogen stellen. Van hem had verwacht mogen worden dat hij de door hem bijgewerkte ledenlijst na uittreding als secretaris direct, althans op het eerste verzoek had afgegeven. Ook de omstandigheid dat [persoon A] naar [appellant] stelt reeds de beschikking had over een ledenlijst, maakt dit niet anders aangezien het geen afbreuk doet aan de op [appellant] rustende verplichting om de door hem bijgewerkte ledenlijst over te dragen. Het hof is van oordeel dat [appellant] op juiste gronden als voorlopige voorziening is veroordeeld om de lijst, geactualiseerd tot de datum dat [appellant] is uitgeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel als secretaris van Vereniging Woongaardpark, te verstrekken. Ook acht het hof passend om aan deze veroordeling een dwangsom te koppelen, zij het dat het hof een (eenmalige) dwangsom van € 500,- daarbij voldoende acht mede gelet op het feit dat [appellant] een natuurlijk persoon betreft. 3.
- Voor wat betreft de vordering van Vereniging Woongaardpark om als voorlopige voorziening [appellant] te veroordelen tot afgifte van de bankpas en bankafschriften, acht het hof doorslaggevend dat voorshands niet is komen vast te staan dat [appellant] beschikte over de bankpas en / of bankafschriften. [appellant] was geen penningmeester maar secretaris van het bestuur van Vereniging Woongaardpark en de vereniging heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit afgeleid kan worden dat [appellant] op enig moment tijdens zijn bestuursperiode de beschikking heeft gehad over de bankpas en / of de bankafschriften van de vereniging. De vordering die daarop ziet zal het hof aldus afwijzen. Dit betekent dat grief 3 aldus deels slaagt en deels faalt. 3.
- [appellant] voert verder aan dat hij onder rechtsoverweging 5.4 van het bestreden vonnis ten onrechte is verboden om zich uit te geven als (voormalig) secretaris, adviseur of welke andere rol dan ook namens Vereniging Woongaardpark anders dan lid van de vereniging en ten onrechte is veroordeeld om zich per direct te onthouden van het verspreiden van ongefundeerde informatie over Vereniging Woongaardpark en ook ten onrechte is verboden om uitvoering te geven aan besluiten die zijn genomen op de vergadering van 28 augustus
- Ter toelichting voert [appellant] aan dat hij zich na 27 juli 2024 niet heeft uitgegeven (als secretaris) namens Vereniging Woongaardpark, maar louter als persoon en als ex-secretaris heeft geacteerd. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Uit de door [appellant] verzonden e-mailberichten van na 27 juli 2024 en de stukken ter zake de bijeenkomst van 28 augustus 2024 die in het geding zijn gebracht, volgt dat [appellant] zich na 27 juli 2024 louter heeft uitgelaten als ex-secretaris. Naar het voorlopig oordeel van het hof heeft [appellant] zich na 27 juli 2024 niet uitgegeven namens de vereniging als secretaris, adviseur of anderszins. 3.
- Voorts stond het [appellant] zowel in zijn hoedanigheid als bestuurslid als in zijn hoedanigheid als lid van Vereniging Woongaardpark vrij om kritische vragen te stellen en opmerkingen te maken over onder meer over de historische kosten zoals hij heeft gedaan. Bij dit oordeel heeft het hof ook het doel van de vereniging (zie hiervoor rov. 3.2.1) betrokken. Deze historische kosten moeten immers gedragen worden door alle leden gezamenlijk. Gelet daarop had het op de weg gelegen van Vereniging Woongaardpark om daarover voldoende duidelijkheid te geven. Die duidelijkheid is niet gegeven, ook niet nadat daarover door [appellant] vragen zijn gesteld. Of zich daadwerkelijk onjuistheden of belangenverstrengeling ter zake de historische kosten voordoen en of er daadwerkelijk contracten zijn gesloten met Vereniging Woongaardpark en tot welke bedragen is in het kader van deze kort geding procedure niet vast te stellen. Het vorenstaande brengt mee dat voorshands niet vast staat dat [appellant] ongefundeerde informatie heeft verspreid over Vereniging Woongaardpark. Het voorgaande in onderlinge samenhang beschouwd betekent dat [appellant] onvoldoende aanleiding heeft gegeven voor een verbod als vermeld in rechtsoverweging 5.4 van het bestreden vonnis. Er is niet gebleken dat deze voorziening noodzakelijk is of was. Evenmin is voldoende onderbouwd dat sprake is van enige dreiging vanuit [appellant] om uitvoering te geven aan (al dan niet) genomen besluiten op de bijeenkomst van 28 augustus
- Het hof zal de vordering tot het opleggen van een verbod aan [appellant] om zich per direct te onthouden van het verspreiden van ongefundeerde informatie over Vereniging Woongaardpark en om uitvoering te geven aan besluiten die zijn genomen op de vergadering van 28 augustus 2024 aldus afwijzen, evenals de door Vereniging Woongaardpark ter zake gevorderde dwangsommen. 3.
- Ter zake de door Vereniging Woongaardpark gevorderde veroordeling van [appellant] tot het verzenden van een e-mail aan de leden van Vereniging Woongaardpark heeft [appellant] aangevoerd dat er geen sprake is geweest van het samen optrekken met [Persoon B] . Naar het oordeel van het hof heeft Vereniging Woongaardpark haar stellingen daaromtrent niet voldoende concreet onderbouwd, mede gelet op de gemotiveerde betwisting van de zijde van [appellant] . Dit heeft tot gevolg dat de door de voorzieningenrechter uitgesproken veroordeling tot rectificatie zoals weergegeven onder rechtsoverweging 5.8 van het bestreden vonnis – voor wat betreft [appellant] – niet in stand kan blijven. Van samen optrekken door [appellant] met [Persoon B] is voorshands niet gebleken en evenmin van – zoals geoordeeld onder rechtsoverweging 3.15 – onjuiste informatie die [appellant] heeft verstrekt met betrekking tot de historische kosten. 3.
- Het voorgaande betekent dat de grieven 2 tot en met 7 grotendeels slagen en dat het bestreden vonnis voor zover dat ziet op [appellant] voor het merendeel vernietigd dient te worden zoals vermeld in het dictum. Alleen de vordering van Vereniging Woongaardpark zoals vermeld onder C (zie rov. 3.3.1) is terecht toegewezen. De toegewezen vordering voor zover deze ziet op afgifte van de actuele ledenlijst door [appellant] ten tijde van zijn terugtreden als secretaris van het bestuur zal aldus worden bekrachtigd. 3.
- Met grief 8 voert [appellant] aan dat hij ten onrechte door de voorzieningenrechter is veroordeeld in de proceskosten. Het hof verwerpt deze grief, nu Vereniging Woongaardpark in elk geval een rechtens te respecteren belang had bij het voeren van de procedure in kort geding tegen [appellant] . De mogelijkheid om te kunnen beschikken over een actuele ledenlijst rechtvaardigt dat Vereniging Woongaardpark [appellant] heeft in rechte heeft betrokken. Dit betekent dat de proceskostenveroordeling in eerste aanleg intact blijft. Slotsom en afwikkeling 3.
- Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de grieven grotendeels slagen. Bewijslevering door nader feitenonderzoek en eventueel het horen van getuigen is in dit kort geding niet aan de orde. Dit betekent dat het vonnis waarvan beroep, voor zover aan de orde in hoger beroep, deels dient te worden vernietigd. De vorderingen van Vereniging Woongaardpark tegen [appellant] dienen alsnog deels te worden afgewezen als hierna in het dictum is vermeld. 3.
- Het hof zal Vereniging Woongaardpark als de meest in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep veroordelen. Deze kosten zullen aan de zijde van [appellant] vastgesteld worden op: Dagvaardingskosten € 139,42 Griffierecht € 349,- Salaris advocaat € 2.428,- (2 punten x tarief II) Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.094,32 4De uitspraak Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep, behoudens voor zover de voorzieningenrechter uitvoerbaar bij voorraad (rechtsoverweging 5.12) [appellant] in de proceskosten heeft veroordeeld (rechtsoverwegingen 5.10 en 5.11) en hem heeft veroordeeld om binnen drie werkdagen aan Vereniging Woongaardpark te verstrekken een goed leesbare versie van de lijst van leden van Vereniging Woongaardpark (met NAW gegevens) die is geactualiseerd tot het moment dat [appellant] is uitgeschreven als secretaris van Vereniging Woongaardpark in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- indien hij niet aan deze veroordeling voldoet; veroordeelt Vereniging Woongaardpark in de proceskosten van het hoger beroep van € 3.094,32 te betalen binnen veertien dagen na heden. Als Vereniging Woongaardpark niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet Vereniging Woongaardpark € 92,- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening; verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, A.C. van Campen en G.F.A.M. de Graauw en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 8 juli
- griffier rolraadsheer