← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:1982

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 10 juli 2025 Zaaknummer: 200.348.596/01 Zaaknummer eerste aanleg: 11190610 BM VERZ 24-3540 in de zaak in hoger beroep van: [de rechthebbende] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de rechthebbende, advocaat: mr. B.H.A. Augustin. Als belanghebbenden merkt het hof aan: [de bewindvoerder] B.V. gevestigd te [vestigingsplaats] ,hierna te noemen: de bewindvoerder, en [de broer] , wonende te [woonplaats] ,hierna te noemen: de broer. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 29 augustus 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.

  1. Bij beroepschrift, met producties, ingekomen ter griffie op 26 november 2024, heeft de rechthebbende verzocht voormelde beschikking te vernietigen en alsnog tegemoet te komen aan het verzoek van de rechthebbende en de [voorgestelde opvolgend bewindvoerder] als opvolgend bewindvoerder te benoemen. 2.
  2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 mei
  3. Bij die gelegenheid zijn gehoord: mr. Augustin; de bewindvoerder, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2 / zaakbehandelaar] . 2.2.
  4. De rechthebbende en de broer zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen. 2.
  5. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 26 augustus 2024; de brief van de bewindvoerder d.d. 13 maart 2025, ontvangen ter griffie op 20 maart 2025; de brief van de bewindvoerder d.d. 14 mei 2025, ontvangen ter griffie op 19 mei
  6. 3De beoordeling De feiten 3.
  7. Bij beschikking van 24 september 2014 heeft de kantonrechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van de rechthebbende wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden met benoeming van [voormalige bewindvoerder] te [vestigingsplaats] tot bewindvoerder. 3.
  8. Bij beschikking van 15 januari 2021 heeft de kantonrechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, met ingang van 1 februari 2021 [voormalige bewindvoerder] ontslagen als bewindvoerder, onder gelijktijdige benoeming van [B.V.] B.V. te [vestigingsplaats] tot bewindvoerder, onder gelijke condities als bij de instelling van het bewind is bepaald. 3.
  9. Bij beschikking van 29 september 2021 heeft de kantonrechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, de gronden voor de onderbewindstelling gewijzigd in lichamelijke of geestelijke toestand. 3.
  10. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de rechthebbende om de bewindvoerder te ontslaan en een opvolgend bewindvoerder te benoemen afgewezen. 3.
  11. Bij beschikking van 9 september 2024 heeft de kantonrechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, met ingang van 16 september 2024 [B.V.] B.V. ontslagen als bewindvoerder en met ingang van 16 september 2024 [de bewindvoerder] B.V. tot opvolgend bewindvoerder benoemd. 3.
  12. De rechthebbende kan zich met de beslissing onder 3.
  13. niet verenigen en is hiervan in hoger beroep gekomen. De standpunten 3.
  14. De rechthebbende voert – samengevat – het volgende aan. De rechthebbende zit in een loyaliteitsconflict ten opzichte van enerzijds haar broer en anderzijds de bewindvoerder. Het is daarbij niet relevant of de door de bewindvoerder geuite aantijgingen tegen de broer juist zijn. De rechthebbende ervaart dat de broer er 24/7 voor haar is en altijd naast haar staat. De bewindvoerder schildert de broer echter af als iemand die zij niet in haar leven zou moeten willen hebben. Hierdoor is de rechthebbende in een loyaliteitsconflict geraakt. Dit loyaliteitsconflict levert spanning voor de rechthebbende op, zeker gezien haar medische en psychische situatie, en vormt daardoor een gewichtige reden om de bewindvoerder te ontslaan. Een wijziging van bewindvoerder kan in deze situatie rust brengen terwijl tegelijkertijd het vermogen van de rechthebbende beschermd blijft. Een wijziging van bewindvoerder zal er immers niet voor zorgen dat er wel ineens duizenden euro’s kunnen worden aangevraagd bij de bewindvoerder. Als de [voorgestelde opvolgend bewindvoerder] de verzoeken van de broer ook afwijst dan accepteren de rechthebbende en de broer mogelijk de situatie. Daarnaast is de advocaat van de rechthebbende met haar in gesprek over de vraag of ze openstaat voor een mentorschap. De rechthebbende is daartoe alleen bereid als er een nieuwe bewindvoerder wordt benoemd zodat er sprake is van een frisse start. De rechthebbende heeft geen vertrouwen meer in de huidige bewindvoerder. De rechthebbende heeft een gesprek gehad met iemand van de [voorgestelde opvolgend bewindvoerder] en daarin heeft zij wel vertrouwen. De advocaat heeft met de rechthebbende besproken dat er kosten gepaard gaan met een wijziging van de bewindvoerder en dit aspect is meegenomen in de afweging om de onderhavige procedure te starten. 3.
  15. De bewindvoerder voert – samengevat – het volgende aan. De bewindvoerder heeft altijd goed contact gehad met de rechthebbende. Dit contact is verslechterd op het moment dat de rechthebbende diverse TIA’s heeft gekregen en de broer op de voorgrond is gaan treden. De broer heeft vervolgens onrust veroorzaakt door bij de bewindvoerder duizenden euro’s aan te vragen om kosten te vergoeden die hij voor de rechthebbende zou hebben gemaakt. Aan deze verzoeken is niet voldaan. Dat komt enerzijds omdat [instantie / thuiszorg] heeft bevestigd dat de broer zelf in een agressieve bui de spullen van de rechthebbende kapot heeft gemaakt waarvoor hij een vergoeding vroeg en anderzijds omdat er, als er aan het verzoek van de broer zou worden voldaan, te weinig reserves voor de rechthebbende zouden overblijven op haar spaarrekening. Een wijziging van bewindvoerder lost het probleem niet op. Ook in het geval dat de bewindvoerder wordt gewijzigd zal aan dergelijke verzoeken niet voldaan kunnen worden. De bewindvoerder heeft meegedacht hoe de rechthebbende weer vertrouwen kan krijgen in de bewindvoerder en de rust kan terugkeren. Bij de bewindvoerder heeft daarom een wijziging van zaakbehandelaar plaatsgevonden; thans is de heer [vertegenwoordiger 2 / zaakbehandelaar] contactpersoon voor de rechthebbende. Vooralsnog heeft dit de situatie echter niet verbeterd. De ervaring is dat de rechthebbende door de broer monddood wordt gemaakt. Daarnaast heeft de broer onlangs samen met een vrouw die bij [instantie / thuiszorg] bekend staat als zijnde een fraudeur een aanvraag ingediend om de zorg in natura die de rechthebbende via [instantie / thuiszorg] ontvangt om te zetten naar zorg die wordt gefinancierd met een PGB-budget. Dit verzoek heeft het CZ Zorgkantoor afgewezen. Als de financiering van de zorg zou worden omgezet in financiering via een PGB-budget kan de zorg voor de rechthebbende niet meer worden gegarandeerd en bestaat de vrees dat de rechthebbende door haar broer in sociale zin zal worden afgezonderd. Daarnaast zal een dergelijke omzetting financiële gevolgen hebben omdat de rechthebbende via [instantie / thuiszorg] een zogenoemd VPT ontvangt van ongeveer € 375,- per maand. Als de huidige financiering van de zorg wordt stopgezet zal ook het VPT van de rechthebbende wegvallen en is de bewindvoerder genoodzaakt om het leefgeld van de rechthebbende te verlagen. Het wettelijk kader 3.
  16. Ingevolge artikel 1:448 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de bewindvoerder door de kantonrechter ontslag worden verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van de medebewindvoerder of degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid BW, dan wel ambtshalve. De overwegingen van het hof 3.
  17. Net als de kantonrechter is het hof van oordeel dat er geen sprake is van gewichtige redenen om de bewindvoerder te ontslaan. Het hof licht dit oordeel als volgt toe. 3.10.
  18. De huidige bewindvoerder is sinds februari 2021 bij de rechthebbende betrokken, tot aan september 2024 handelend onder de naam [B.V.] B.V. en vanaf september 2024 handelend onder de naam [de bewindvoerder] B.V. Dit betrof een overname die niet tot een verandering in de relatie tussen de rechthebbende en de bewindvoerder heeft geleid. Gesteld noch gebleken is dat de bewindvoerder haar taken niet naar behoren uitoefent. Integendeel, naast het feit dat de bewindvoerder de taken naar behoren uitoefent heeft zij er blijk van gegeven zich bewust te zijn van het feit dat het vertrouwen van de rechthebbende in de bewindvoerder is afgenomen. In een poging om deze situatie te verbeteren heeft de bewindvoerder een nieuwe zaakbehandelaar aangesteld. Desondanks is de situatie tot op heden niet verbeterd en volgens de advocaat van de rechthebbende wordt deze situatie veroorzaakt door het loyaliteitsconflict waarin de rechthebbende zit. Hoewel het loyaliteitsconflict van de rechthebbende gezien haar medische en psychische situatie invoelbaar is, lijkt het gebrek aan vertrouwen in de bewindvoerder met name veroorzaakt en in stand gelaten te worden door het handelen van de broer. Zo doet hij niet toewijsbare verzoeken aan de bewindvoerder tot het uitkeren van grote geldbedragen en is er onvrede over de afwijzende beslissingen die de bewindvoerder vervolgens op deze verzoeken moet nemen. De huidige bewindvoerder ontslaan en een opvolgend bewindvoerder benoemen is echter geen oplossing voor dat probleem. In dat kader heeft de advocaat van de rechthebbende tijdens de mondelinge behandeling erkend dat de verzoeken die de broer doet ook bij een opvolgend bewindvoerder niet zullen worden goedgekeurd. Het is dan ook allerminst zeker dat een wijziging van de bewindvoerder de situatie zal verbeteren dan wel zal leiden tot een acceptatie van de situatie door de rechthebbende en de broer. Daarbij wordt een wijziging van de bewindvoerder ook niet in het belang van de rechthebbende geacht omdat deze wijziging gepaard gaat met kosten die ten laste komen van de rechthebbende terwijl dus allerminst zeker is dat een dergelijke wisseling zal leiden tot een verbetering van de situatie. De slotsom 3.
  19. Op grond van het voorgaande zal het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigen. 4De beslissing Het hof: bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 29 augustus 2024; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mrs. G.M. Goes, A.M. Bossink en M.J.C. van Leeuwen en is in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.