← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:1988

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 10 juli 2025 Zaaknummer: 200.350.401/01 Zaaknummer eerste aanleg: 11235180 CU VERZ 24-105 Beschikking verzoek opheffing curatele in de zaak in hoger beroep van: [de rechthebbende] , wonende te [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de rechthebbende, advocaat: mr. L.E.I.K. Jaminon. Als belanghebbenden zijn aangemerkt: Stichting [stichting], gevestigd te [vestigingsplaats] , in haar hoedanigheid van curator van de rechthebbende, hierna te noemen: de curator, [vader] , wonende te [woonplaats] (vader van de rechthebbende), [zus 1] , wonende te [woonplaats] (zus van de rechthebbende), [zus 2] , wonende te [woonplaats] (zus van de rechthebbende), [zus 3] , wonende te [woonplaats] (zus van de rechthebbende), [zus 4] , wonende te [woonplaats] (zus van de rechthebbende). 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 30 oktober 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.

  1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 23 januari 2025, heeft de rechthebbende verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende het verzoek tot opheffing van de ondercuratelestelling alsnog toe te wijzen. 2.
  2. Er is geen verweerschrift ingediend. 2.
  3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 mei
  4. Bij die gelegenheid zijn gehoord: de rechthebbende, bijgestaan door mr. Jaminon; [medewerker curator] namens de curator. 2.
  5. De vader en zussen van de rechthebbende hebben bij berichten van 18 april 2025 ( [vader] ), 22 april 2025 ( [vader] , [zus 1] en [zus 2] ) en 7 mei 2025 ( [zus 3] ) aan het hof te kennen gegeven dat zij om hen moverende redenen niet naar de mondelinge behandeling komen. 2.
  6. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 14 oktober 2024; het V6-formulier d.d. 16 april 2025 van de zijde van de rechthebbende met bijlagen. 3De beoordeling De feiten 3.
  7. Bij beschikking van 4 september 2017 heeft de kantonrechter in de rechtbank Limburg (Maastricht) de rechthebbende onder curatele gesteld wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van [vennoot 1] en [vennoot 2] , beiden vennoot van [V.O.F.] V.O.F. te [vestigingsplaats] , tot curator. 3.
  8. Bij beschikking van 29 juni 2022 heeft de kantonrechter in de rechtbank Limburg (Maastricht) [vennoot 1] en [vennoot 2] ontslagen als curator en de huidige curator benoemd tot opvolgend curator. 3.
  9. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de rechthebbende tot opheffing van de ondercuratelestelling afgewezen. 3.
  10. De rechthebbende kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. De standpunten 3.
  11. De rechthebbende voert - zakelijk weergegeven - het volgende aan. De kantonrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat de gronden van de ondercuratelestelling nog steeds aanwezig zijn en heeft deze beslissing niet gemotiveerd. Het had zonodig op de weg van de kantonrechter gelegen om een deskundigenonderzoek te gelasten. De huidige maatregel is disproportioneel. De rechthebbende heeft in het verleden problematische schulden gehad, maar deze zijn volledig afgelost. Er is inmiddels sprake van een spaartegoed van circa € 15.742,-. Een ondercuratelestelling mag alleen worden opgelegd en voortduren indien een minder verstrekkende maatregel niet volstaat. Er is voldoende vangnet aanwezig in de vorm van woonbegeleiding vanuit [instantie] , een persoonlijk begeleider en een sociaal verpleegkundige. Volgens de psychiater is de rechthebbende al meer dan zes jaar stabiel. Uit de verklaring van de praktijkondersteuner en de huisarts blijkt verder dat de rechthebbende zijn afspraken consequent nakomt en dat hij therapietrouw is. Ten onrechte is geoordeeld dat de noodzaak voor een beschermingsmaatregel nog steeds aanwezig is. De rechthebbende woont in een zorgomgeving van [instantie] (beschermd wonen), waar hij begeleiding en ondersteuning krijgt. Hij is niet bekend met klachten over zijn gedrag, zelfzorg, financiële keuzes of voeding, zoals door de curator in eerste aanleg is aangevoerd. Dit is ook niet onderbouwd. De rechthebbende gaat bewust om met zijn geld. Hij vindt het leuk om oude spulletjes te kopen, maar het gaat nooit om grote bedragen. De aankoop van de scooter is verantwoord gedaan. De rechthebbende had de beschikking over de financiële middelen, een scooterbewijs en een geldig certificaat om te mogen rijden. Het was voor de rechthebbende echter niet mogelijk om een verzekering af te sluiten, maar dit is nu geregeld. Er zijn verder geen argumenten door de curator naar voren gebracht waaruit zou moeten blijken dat een ondercuratelestelling nog steeds noodzakelijk is. De rechthebbende maakt bewuste keuzes om zijn gezondheid en welzijn te bevorderen. Hij heeft gezorgd voor een goede dag- en weekbesteding. Hierdoor heeft hij minder tijd om geld uit te geven. Hij verricht vrijwilligerswerk, gaat naar de houtafdeling van de dagbesteding en zwemt één keer per week. Hij drinkt ook regelmatig een kop koffie bij het inloopteam van [instantie] en ontbijt met zijn medebewoners. De rechthebbende heeft een goede klik met zijn persoonlijk begeleider en kan bij hem terecht als het een keertje minder gaat. De rechthebbende is niet meer de persoon die hij vroeger was. 3.
  12. De curator voert - zakelijk weergegeven - het volgende aan. Binnen de Stichting is de uitvoering van de taken die uit de ondercuratelestelling voortvloeien verdeeld. De zittingsvertegenwoordiger oefent de financiële taken (de bewindtaken) uit en een collega de overige taken (de mentortaken). De curator bevestigt dat er sprake is van enige vooruitgang bij de rechthebbende, maar de rechthebbende is nog onvoldoende in staat om zijn financiële zaken zelfstandig te regelen. De rechthebbende overziet niet alle gevolgen van zijn keuzes. Zo heeft hij recent een scooter aangeschaft, voordat duidelijk was of hij rijbevoegd was en voordat er een verzekering was afgesloten. Er zijn ook periodes dat de rechthebbende regelmatig om extra geld vraagt. De curator is samen met de rechthebbende aan het werken naar meer zelfstandigheid. Het leefgeld dat voorheen door [instantie] contant werd verstrekt zal voortaan op de bankrekening van de rechthebbende worden gezet. De rechthebbende krijgt € 50 per week via de curator en circa € 31 per week vanuit [instantie] . De curator wil deze werkwijze voor een periode van twee maanden uitproberen. Als dit goed verloopt kan het leefgeld per maand worden uitgekeerd. Het is belangrijk dat er stap voor stap wordt gewerkt naar (meer) zelfstandigheid. Van opheffing van de ondercuratelestelling kan nu nog geen sprake zijn. Het wettelijk kader 3.
  13. Op grond artikel 1:389 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter een ondercuratelestelling opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van de curatele niet zinvol is gebleken, zulks op verzoek van de curator of degene die gerechtigd is de curatele te verzoeken als bedoeld in artikel 1:379 BW, alsmede ambtshalve. De overwegingen van het hof 3.
  14. Het hof dient te beoordelen of bij de rechthebbende (nog steeds) sprake is van een lichamelijke of geestelijke toestand die een ondercuratelestelling rechtvaardigt. Indien dat niet het geval is, dan dient het hof te beoordelen of bij de rechthebbende sprake is van een lichamelijke of geestelijke toestand die een onderbewindstelling van zijn goederen en/of de instelling van een mentorschap rechtvaardigt. 3.
  15. Op grond van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is het hof van oordeel dat de noodzaak van een ondercuratelestelling niet langer aanwezig is en dat kan worden volstaan met een onderbewindstelling. Het hof zal hierna uitleggen waarom. 3.
  16. De rechthebbende is bekend met een bipolaire stoornis, waardoor er in het verleden sprake is geweest van manisch-psychotische symptomen en gedwongen opnames. Als gevolg van de laatste crisis

(2016)heeft de rechthebbende problematische schulden laten ontstaan en is de rechthebbende bij [instantie] terecht gekomen. De omstandigheden van de rechthebbende zijn sinds 2018 in positieve zin gewijzigd. De rechthebbende is schuldenvrij en er is sprake van een positief spaarsaldo van circa € 15.000,-. Op grond van de stukken stelt het hof vast dat de manisch-psychotische symptomen al jarenlang door middel van behandeling en medicatie onder controle en in remissie zijn. Er is sprake van een stabiel psychiatrisch beeld en de psychiater heeft de behandeling van de rechthebbende overgedragen aan de huisarts. Begin dit jaar heeft de huisarts op verzoek van de curator de rechthebbende opnieuw verwezen naar de psychiater, omdat er zorgen zouden zijn over het (actieve) gedrag van de rechthebbende. Het hof leidt uit de brief van de psychiater van 17 maart 2025 af dat er uit het psychiatrisch onderzoek geen zorgen naar voren zijn gekomen. Het verhoogde activiteitenpatroon van de rechthebbende past volgens de psychiater niet bij een maniforme ontregeling, maar lijkt voort te komen uit een gezonder leefpatroon en het wegvallen van de antipsychose-medicatie. De psychiater heeft voorts verklaard dat hij de rechthebbende wilsbekwaam heeft beoordeeld voor wat betreft zijn behandeling. Het hof vindt het voor deze beslissing verder van belang dat ook de woonsituatie van de rechthebbende stabiel is. De rechthebbende verblijft al enige jaren op een woongroep bij [instantie] en is recent (binnen [instantie] ) verhuisd naar een appartement met balkon. Hij voelt zich hier op zijn plaats. De rechthebbende kan binnen [instantie] terugvallen op een persoonlijk begeleider en op de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige van het FACT-team, met wie hij één keer per drie à vier weken een gesprek heeft. Het is voorts positief dat de rechthebbende bewuste keuzes maakt op zowel financieel als niet-financieel gebied. Hij leeft gezond, neemt zijn medicatie trouw in en zorgt ervoor dat hij een goede dag- en weekinvulling heeft. De rechthebbende wekt verder de indruk dat hij een goed besef heeft van zijn mogelijkheden en beperkingen en dat hij in voorkomende gevallen hulp zoekt, wanneer hij die hulp nodig heeft. Op grond van de hiervoor geschetste omstandigheden is een ondercuratelestelling niet langer de aangewezen beschermingsmaatregel. 3.
  1. Het hof acht de rechthebbende voldoende in staat om zijn niet-vermogensrechtelijke belangen naar behoren waar te nemen. Zoals hiervoor is overwogen is de woonsituatie van de rechthebbende stabiel en neemt de rechthebbende zijn medicatie trouw in. Er is verder een vangnet aanwezig in de vorm van (een persoonlijk begeleider en overige begeleiders van) [instantie] , de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en de huisarts. De curator heeft tijdens de mondelinge behandeling bovendien niet kunnen toelichten wat op dit moment de toegevoegde waarde van de mentor is en welke concrete taken er op dit moment door de mentor (moeten) worden uitgevoerd. 3.
  2. Voor wat betreft de vermogensrechtelijke belangen van de rechthebbende is het hof van oordeel dat een onderbewindstelling van de (toekomstige) goederen van de rechthebbende op dit moment nog aangewezen is. Het risico is nu nog te groot om de rechthebbende volledig los te laten, aangezien nog niet duidelijk is geworden of de rechthebbende voldoende in staat is om zijn financiële zaken volledig zelfstandig te regelen. Het is gebruikelijk dat er in stapjes wordt toegewerkt naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid, waarbij de rechthebbende bij een positief resultaat steeds meer vrijheden kan krijgen. De curator heeft aangegeven dat er al met dit traject wordt gestart. Het hof zal daarom de maatregel van curatele omzetten naar een bewind, zodat het zelfredzaamheidstraject vanuit het bewind kan worden voortgezet. De slotsom 3.
  3. Op grond van het voorgaande zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen, de ondercuratelestelling opheffen en een bewind over de goederen van de rechthebbende instellen. De huidige curator zal als bewindvoerder worden benoemd nu daartegen geen bezwaren bestaan. 3.
  4. Het hof zal deze uitspraak op de voet van artikel 1:390 BW in de Staatscourant bekend maken. 3.
  5. Het hof zal hierna verder bepalen dat een kopie van deze beschikking wordt gezonden aan de griffier van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht in verband met aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister. 4De beslissing Het hof: vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 30 oktober 2024; en opnieuw rechtdoende: wijst met ingang van 1 augustus 2025 alsnog toe het verzoek tot opheffing van de ondercuratelestelling van [de rechthebbende] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968; bepaalt dat de uitspraak tot opheffing van de ondercuratelestelling, binnen tien dagen nadat deze ten uitvoer kan worden gelegd, op de voet van artikel 1:390 BW vanwege de griffier in de Staatscourant bekend wordt gemaakt in de Staatscourant; stelt, met ingang van 1 augustus 2025 een bewind in over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [de rechthebbende] voornoemd; benoemt met ingang van 1 augustus 2025 Stichting [stichting] , gevestigd te [vestigingsplaats] , tot bewindvoerder; bepaalt dat de bewindvoerder voor zijn/haar werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de rechthebbende mag brengen; verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht; in verband met aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, G.M. Goes en M.J.C. van Leeuwen, en is in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.