Parketnummer : 20-000556-19 Uitspraak : 31 juli 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 19 februari 2019, in de strafzaak met parketnummer 01-997511-09 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 1947, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het ‘medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’ (feit 1) en het ‘medeplegen van van het plegen van witwassen een gewoonte maken, meermalen gepleegd en/of van het plegen van witwassen een gewoonte maken’ (feit 2) veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaren, met een proeftijd van 2 jaren, tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en tot een geldboete van € 134.000,-, subsidiair 365 dagen hechtenis. De officier van justitie en de verdachte hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 6 februari 2025, 13 februari 2025 en 3 juli 2025 en het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen ten aanzien van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. De verdediging heeft bepleit de verdachte van het onder feit 1 tenlastegelegde integraal, en van het tenlastegelegde onder het zesde gedachtestreepje van feit 2 vrij te spreken. Ten aanzien van het tenlastegelegde onder feit 2, eerste tot en met vijfde gedachtestreepje, is primair aangevoerd dat het Openbaar Ministerie in de strafvervolging niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, en subsidiair is daarvan de vrijspraak bepleit. Meer subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging van feit 2 De verdediging heeft ten aanzien van het onder feit 2, eerste tot en met vijfde gedachtestreepje, tenlastegelegde betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de strafvervolging van de verdachte. Daartoe is – op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – in de kern aangevoerd dat op de onder feit 2, eerste tot en met vijfde gedachtestreepje, tenlastegelegde momenten het vermeende witwassen in Luxemburg geen strafbaar feit opleverde en dat Nederland deswege geen rechtsmacht toekomt. Aangezien het hof de verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde zal vrijspreken, wordt op het verweer van de verdediging, dat in zoverre strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging van de verdachte, niet gereageerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Feit 1: [bedrijf 3] , verder te noemen ‘de B.V.’, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van de maand december 2007 tot en met de maand november 2008, althans in of omstreeks de periode van de maand december 2005 tot en met 5 juli 2010 te [plaats 1] in de [gemeente 1] , althans in Nederland en/of te [plaats 2] , althans in België, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een deel van) de (bedrijfs- en/of object-)administratie van de B.V. en/of van [bedrijf 1] , zijnde (dat deel van) die (bedrijfs- en/of object-)administratie (telkens) (een) (samenstel van) geschrift(
(2005)van de saldi uit de jaaroverzichten per tuinder zoals opgenomen in de gedigitaliseerde administratie objectadministratie van [bedrijf 3] . Het hof vermag ook niet in te zien waarom de verdachte, indien het zou gaan om incidentele giften vanuit privé en de verdachte - zoals hij zelf heeft verklaard - zich niet bekommerde over de fiscale consequenties aan de zijde van de tuinders, de betalingen aan de tuinders verrichtte via nieuw geopende Luxemburgse subrekeningen die ook overigens niet op naam van de tuinders maar op code waren gesteld. Daaruit volgt naar het oordeel van het hof dat de verdachte bewust heeft getracht één en ander onopgemerkt te laten plaatsvinden. Daarnaast bevinden zich aanwijzingen in het dossier die erop duiden dat bewust is gezocht naar een werkwijze waarop de verdachte de tuinders belastingvrij en buiten het zicht van de Nederlandse overheidsinstanties kon laten meedelen in de eventuele meeropbrengst. Hieruit volgt naar het oordeel van het hof dat één en ander willens en wetens is gebeurd. Het hof zal hierna in meer detail ingaan op het bovenstaande. B.4.2. Ten aanzien van [tuinderbedrijf 1] In de op 5 juli 2010 in het (kantoor)pand op het adres [adres 2] te [plaats 2] (België) in beslag genomen administratie bevonden zich vijftien koopcontracten oogst op stam 2008 met als verkoper [tuinderbedrijf 1] en als koper [bedrijf 1] voor een totaalbedrag van € 1.325.600,--. De koopcontracten zijn ondertekend door de directeur van [bedrijf 1] als kopende partij en door [tuinder 1] te [plaats 3] als verkopende partij. Aan de aan de constructie deelnemende tuinder, de verdachte [tuinder 1] en/of de door hem geleide onderneming [tuinderbedrijf 1] is binnen [bedrijf 3] ten behoeve van de administratieve verwerking objectnummer “109” toegekend. In de gedigitaliseerde administratie van [bedrijf 3] werden onder objectnummer 109, over het jaar 2008, de volgende gegevens aangetroffen: Als opbrengstprijs bij de eindafnemer van de door [bedrijf 1] opgekochte oogsten, op basis van de gesloten koopovereenkomsten oogst op stam, een bedrag van € 2.014.995,58. De aan de constructie deelnemende tuinder [tuinderbedrijf 1] heeft in 2008 oogsten op stam verkocht aan [bedrijf 1] voor een bedrag van € 1.325.600,--. Dit bedrag is inclusief de toepassing van het landbouwforfait. Aan [tuinderbedrijf 1] is in dit verband in 2008 door [bedrijf 1] een bedrag van € 1.325.600,-- uitbetaald. De loonkosten plus marge (de toeslag voor bijkomende kosten zijnde 30% van de loonsom over 2008) met betrekking tot deze oogsten bedroegen € 477.905,-- plus € 143.371,50 (30%); totaalbedrag € 621.276,50. Onder saldo werd met betrekking tot object 109 een bedrag van € 68.119,08 vermeld. Door [bedrijf 1] werden, onder vermelding van “part. prod. 2008”, over het jaar 2008 deelbetalingen gedaan van in totaal € 1.076.000,- (inclusief landbouwforfait) op de rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 11] van de Banque de Luxembourg ten name van [tuinderbedrijf 1] Tevens komt op voornoemde rekeningafschriften naar voren dat de ontvangen bedragen van [bedrijf 1] door werden gestort naar een bankrekening van de Rabobank met nummer [rekeningnummer 12] ten name van [tuinderbedrijf 1] De in de koopcontracten oogst op stam genoemde prijzen, verhoogd inclusief het landbouwforfait voor object 109, van € 1.325.600,-- was beduidend lager dan het bedrag van de verkochte oogst aan de eindafnemer, namelijk voor object 109 € 2.014.995,58. Resumé totstandkoming saldobedrag (“surplus”) over 2008 Op basis van hetgeen hiervoor is beschreven leidt dat voor het jaar 2008 tot de volgende opstelling: € 2.014.995,58 Omzet netto [feitelijke oogstopbrengst 2008 object 109] € 1.325.600,-- -/- Contracten/ Uitbetaald [koopovereenkomsten oogst op stam incl. landbouwforfait] € 689.395,58 Blijft € 621.276,50 -/- Onkosten [loonkosten oogstpersoneel plus marge] € 68.119,08 Saldo [blijft als “surplus” over] De gelden welke op de bankrekeningen van [bedrijf 1] en [bedrijf 5] achterbleven na betaling van de overeengekomen contractprijzen alsmede de kosten voor het in stand houden van de constructie, werden via twee Poolse bankrekeningen van [bedrijf 1] en [bedrijf 15] op 10 maart 2008 gestort op de Luxemburgse bankrekening van [bedrijf 6] . In de aangeleverde bancaire gegevens van de VP-bank met betrekking tot rekening [rekeningnummer 8] , op naam van [bedrijf 6] , bevond zich een document “totaaloverzicht 2008”. Daarop stond als saldo voor object 109 vermeld € 68.119,08. Het document is gedateerd 18 maart 2009. Op het document staat de handtekening van [verdachte] . Tevens is op de server van [bedrijf 3] in [plaats 3] een document getiteld “totaaloverzicht 2008” aangetroffen. Daarop stond als saldo voor object 109 vermeld € 68.119,08. Uit de aangeleverde bancaire gegevens van de VP-bank met betrekking tot rekening [rekeningnummer 8] , op naam van [bedrijf 6] , kwam naar voren dat op 23 maart 2009 vanaf deze bankrekening € 68.119,08 is gestort op een onbekende rekening binnen deze VP-bank te Luxemburg. De onbekende rekening waarop het bedrag van € 68.119,08 is overgemaakt betreft een rekening bij de VP-bank te Luxemburg, nummer [rekeningnummer 13] , op naam van [bedrijf 12] . Op de interne overboeking is tevens de code 109 vermeld, zijnde het aan [tuinderbedrijf 1] toegewezen objectnummer binnen de constructie. Voornoemde bankrekening was op 10 maart 2005 geopend door de verdachte [verdachte] met toestemming van de beneficial owners [tuinder 1] en diens echtgenote [echtgenote] . Tekeningsbevoegd met betrekking tot deze bankrekening waren [tuinder 1] en zijn echtgenote [echtgenote] . In de aangeleverde bancaire gegevens van de VP-bank met betrekking tot rekening [rekeningnummer 1] , op naam van [bedrijf 6] , bevond zich een document met als aanhef ‘T.a.v. de Heer [naam] ’ en de handgeschreven tekst ‘Gelieve over te maken naar de volgende rekeningen [rekeningnummer 1] ’. Bij objectnummer 109 staat een saldo van € 27.504,43. Het document is gedateerd 3 maart 2006 en er staat een handtekening van [verdachte] op.Tevens is op de server van [bedrijf 3] in [plaats 3] een document getiteld “totaaloverzicht 2005” aangetroffen. Daarop staat als saldo voor object 109 vermeld € 28.952,03.Op 8 maart 2006 is een bedrag van € 27.504,49 overgemaakt van rekening [rekeningnummer 1] , op naam van [bedrijf 6] , naar rekening nummer [rekeningnummer 13] van [tuinder 1] en [echtgenote] bij VP-bank te Luxemburg. In de aangeleverde bancaire gegevens van de VP-bank met betrekking tot rekening [rekeningnummer 2] , op naam van [bedrijf 6] , bevond zich een document getiteld “Totaaloverzicht”. Bij objectnummer 109 staat een saldo van € 45.004,10. Verder staat op dit document met pen geschreven: ‘ [rekeningnummer 2] Gelieve over te boeken tot nr. 137’. Het document is gedateerd 27 februari 2007 en er staat een handtekening van [verdachte] op. Tevens is op de server van [bedrijf 3] in [plaats 3] een document getiteld “totaaloverzicht 2006” aangetroffen. Daarop staat als saldo voor object 109 vermeld € 45.004,10. Op 28 februari 2007 is een bedrag van € 45.004,10 overgemaakt van rekening [rekeningnummer 2] , op naam van [bedrijf 6] , naar rekening nummer [rekeningnummer 13] van [tuinder 1] en [echtgenote] bij VP-bank te Luxemburg. Tevens is op de server van [bedrijf 3] in [plaats 3] documenten getiteld “totaaloverzicht 2007” en “totaaloverzicht 2009” aangetroffen. Daarop staat als saldo voor object 109 vermeld € 0,00. Over de jaren 2007 en 2009 is op de rekening nummer [rekeningnummer 13] van [tuinder 1] en [echtgenote] bij VP-bank te Luxemburg geen betaling ontvangen. Saldo jaar Saldo object 109 op totaaloverzicht [bedrijf 4] Ontvangen op account [rekeningnummer 13] Percentage uitbetaling 2005 € 28.952,03 € 27.504,49 95% 2006 € 45.004,10 € 45.004,10 100% 2007 € 0,00 € 0,00 - 2008 € 68.119,08 € 68.119,08 100% 2009 € 0,00 € 0,00 - de verklaring [tuinder 1] Ik verkoop mijn oogsten op stam aan een Poolse firma, of een Cypriotische firma. Het telen doe ikzelf, de rest niet. De Poolse mensen komen om te oogsten. De heer [verdachte] bemiddelt in het sluiten van de koopovereenkomst, als het ondertekend wordt is hij erbij. Ik heb contact met [verdachte] over de verkoop op stam, de prijs wordt ook via hem geregeld. Er wordt een fax gemaakt, om een aanvraag koopovereenkomst op stam, de prijs is gewoon dezelfde als het jaar daarvoor. Een keer per jaar wordt er overlegd en dan wordt de prijs vastgesteld. Er is een prijs waarvoor wij denken dat de teelt te doen is, dat is de prijs. Als de prijs lager uitvalt, is het niet mijn risico. Wij faxen de aanvraag voor een koopovereenkomst naar [verdachte] , en die wordt altijd goedgekeurd want vooraf worden de prijzen vastgesteld. Hierna komt dan een koopovereenkomst. U toont mij een koopovereenkomst. Ik herken een dergelijke overeenkomst. Ik zie dat ik deze koopovereenkomst heb ondertekend. Daarnaast is deze koopovereenkomst ook ondertekend door [verdachte] van [bedrijf 1] . De koopovereenkomsten neemt [verdachte] mee naar mijn kantoor en dan teken ik de koopovereenkomst. Een afschrift van de koopovereenkomst bewaar ik in mijn boekhouding. De aankoopprijs wordt via deelbetalingen via de bank gedaan. Aan het eind van het jaar klopt het. Het wordt gewoon een optelsom. Je begint met betalen bij de eerste koopovereenkomst en zo gaat het allemaal door. Vroeger had ik wel een buitenlandse bankrekening in Luxemburg maar nu niet meer die zijn over gegaan naar Nederlandse bankrekeningen. B.4.3. Ten aanzien van [tuinderbedrijf 2] In de op 5 juli 2010 in het (kantoor)pand [adres 2] te [plaats 2] (België) in beslag genomen administratie werden dertien koopcontracten oogst op stam tussen [tuinderbedrijf 2] als verkopende partij en [bedrijf 1] als kopende partij aangetroffen tot een totaalbedrag van € 1.833.000,--. De koopcontracten zijn ondertekend door de directeur van [bedrijf 1] als kopende partij en door [tuinder 2] te [plaats 4] als verkopende partij. Aan de aan de constructie deelnemende tuinder, [tuinder 2] en/of de door hem geleide onderneming [tuinderbedrijf 2] , is binnen [bedrijf 3] ten behoeve van de administratieve verwerking, objectnummer “103” toegekend. In de administratie van [bedrijf 3] werden onder objectnummer 103, over het jaar 2008, de volgende gegevens aangetroffen: Als opbrengstprijs bij de eindafnemer van de door [bedrijf 1] opgekochte oogsten, op basis van de gesloten koopovereenkomsten oogst op stam, een bedrag van € 4.138.945,20. De aan de constructie deelnemende tuinder [tuinderbedrijf 2] heeft in 2008 oogsten op stam verkocht aan [bedrijf 1] voor een bedrag van € 1.833.000,--. Het landbouwforfait, op basis van de tussen [tuinderbedrijf 2] en [bedrijf 1] afgesloten koopovereenkomsten oogst op stam bedroeg voor het jaar 2008 € 98.750,75 [volgens administratie [bedrijf 3] ] en € 98.523,75 [volgens administratie [tuinderbedrijf 2] ] Aan [tuinderbedrijf 2] is in dit verband in 2008 door [bedrijf 1] een bedrag van € 1.833.000,-- uitbetaald. De loonkosten plus marge (de toeslag voor bijkomende kosten zijnde 30% van de loonsom over 2008) met betrekking tot deze oogsten bedroegen € 1.773.804,-- plus € 532.141,20 (30%); totaalbedrag € 2.305.945,20 Onder saldo werd met betrekking tot object 103 een bedrag van € 0,00 vermeld. De omzet over 2008 is verlaagd met een bedrag van € 46.502,01. Als omschrijving is opgenomen “ als saldo naar 2009”. Dit bedrag is opgenomen in de omzet 2009 van objectnummer 103. In 2008 werd als landbouwforfait een percentage van 5,375% gehanteerd, berekend over de overeengekomen contractprijs. Deze percentages zijn verwerkt in de cijfers zoals die in het objectadministratie van [bedrijf 3] zijn aangetroffen. Door [bedrijf 1] werden, onder vermelding van “part product 2008”, over het jaar 2008 deelbetalingen gedaan van in totaal € 1.215.000,- op de Luxemburgse bankrekening van [tuinderbedrijf 2] bij de Credit Agricole. Daarnaast werd door [bedrijf 1] , onder vermelding van “czesc kontrakt 2008” ofwel “czesc kontrakt(
- u)2008” ofwel “part product 2008 lbf czesc product” € 375.000,00, € 93.000,00, € 150.000,00 en € 98.523,75 gestort op de bankrekening bij Rabobank, nummer [rekeningnummer 14] op naam van [tuinderbedrijf 2] te [plaats 4] . Resumé totstandkoming saldobedrag (“surplus”) over 2008 Op basis van hetgeen hiervoor is beschreven leidt dat voor het jaar 2008 tot de volgende opstelling: € 4.138.945,20 Omzet netto [feitelijke oogstopbrengst 2008 object 103] € 1.833.000,-- -/- Contracten/ Uitbetaald [koopovereenkomsten oogst op stam excl. landbouwforfait] € 2.305.945,20 Blijft € 2.305.945,20 -/- Onkosten [loonkosten oogstpersoneel plus marge] € 0,00 Saldo [blijft als “surplus” over] [feitelijke saldo van € 46.502,01 overgeheveld naar 2009] In de aangeleverde bancaire gegevens van de VP-bank met betrekking tot rekening [rekeningnummer 8] , op naam van [bedrijf 6] , bevond zich een document “totaaloverzicht 2008”. Daarop stond als saldo voor object 103 vermeld € 0,00. Het document is gedateerd 18 maart 2009. Op het document staat de handtekening van [verdachte] . Tevens is op de server van [bedrijf 3] in [plaats 3] een document getiteld “totaaloverzicht 2008” aangetroffen. Daarop stond als saldo voor object 103 vermeld € 0,00. Vanuit de “Objadmin” met betrekking tot het kalenderjaar 2008 is geconstateerd dat de omzet van objectnummer 103 over 2008 is verlaagd met € 46.502,01 met omschrijving “als saldo naar 2009”. Genoemd bedrag is opgenomen in de omzet 2009 van objectnummer 103.Dit duidt erop dat over het jaar 2008 recht bestaat op een betaling, doch dat dat bedrag niet betaalbaar is gesteld maar verrekening daarvan plaatsvindt in 2009. In de aangeleverde bancaire gegevens van de VP-bank met betrekking tot rekening [rekeningnummer 1] , op naam van [bedrijf 6] , bevond zich een document met als aanhef ‘T.a.v. de Heer [naam] ’ en de handgeschreven tekst ‘Gelieve over te maken naar de volgende rekeningen [rekeningnummer 1] ’. Bij objectnummer 103 staat een saldo van € 487.525,28. Het document is gedateerd 3 maart 2006 en er staat een handtekening van [verdachte] op.Tevens is op de server van [bedrijf 3] in [plaats 3] een document getiteld “totaaloverzicht 2005” aangetroffen. Daarop stond als saldo voor object 103 vermeld € 513.184,50.Op 8 maart 2006 is een bedrag van € 487,525,28 overgemaakt van rekening [rekeningnummer 1] , op naam van [bedrijf 6] , naar een rekening bij de VP-bank te Luxemburg, nummer [rekeningnummer 15] , op naam van [bedrijf 12] . Op de interne overboeking is tevens de code 103 vermeld, zijnde het aan [tuinderbedrijf 2] toegewezen objectnummer binnen de constructie. Voornoemde bankrekening is op 10 maart 2005 geopend door verdachte [verdachte] met toestemming van de beneficial owner [tuinder 2] .Tekeningsbevoegd met betrekking tot de bankrekening zijn [tuinder 2] , geboren [geboortedatum 2] , en zijn vader, [vader] . In de aangeleverde bancaire gegevens van de VP-bank met betrekking tot rekening [rekeningnummer 2] , op naam van [bedrijf 6] , bevond zich een document getiteld “Totaaloverzicht”. Bij objectnummer 103 staat een saldo van € 361.731,80. Verder staat op dit document met pen geschreven: ‘ [rekeningnummer 2] Gelieve over te boeken tot nr. 137’. Het document is gedateerd 27 februari 2007 en er staat een handtekening van [verdachte] op. Tevens is op de server van [bedrijf 3] in [plaats 3] een document getiteld “totaaloverzicht 2006” aangetroffen. Daarop staat als saldo voor object 103 vermeld € 361.731,80. Op 28 februari 2007 is een bedrag van € 361.731,80 overgemaakt van rekening [rekeningnummer 2] , op naam van [bedrijf 6] , naar rekening nummer [rekeningnummer 15] van [tuinder 2] bij VP-bank te Luxemburg. In de aangeleverde bancaire gegevens van de VP-bank met betrekking tot rekening [rekeningnummer 2] , op naam van [bedrijf 6] bevond zich een document “totaaloverzicht”. Daarop staat als saldo voor object 103 vermeld € 378.582,61. Het document is gedateerd in maart 2008 en daarop staat de handgeschreven tekst “t.a.v. dhr. [naam] Hierbij verzoek ik u de hiervoor genoemde bedragen als te doen gebruikelijk te verwerken” met daarbij de handtekening van [verdachte] .Tevens is op de server van [bedrijf 3] in [plaats 3] een document getiteld “totaaloverzicht 2007” aangetroffen. Daarop staat als saldo voor object 103 vermeld € 378.582,61.Op 8 april 2008 is een bedrag van € 378.582,61 overgemaakt van rekening [rekeningnummer 2] , op naam van [bedrijf 6] , naar rekening nummer [rekeningnummer 15] van [tuinder 2] bij VP-bank te Luxemburg. Het saldo met betrekking tot object 103 aan het einde van het jaar 2009 bedroeg € 0,00. Op de server van [bedrijf 3] in [plaats 3] is een document getiteld “totaaloverzicht 2009” aangetroffen. Daarop staat als saldo voor object 103 vermeld € 0,00.Dit werd veroorzaakt door over het jaar 2009 in de administratie van object 103 ten laste van de omzet de volgende bedragen op te nemen: • Per 1 januari 2009 € 46.502,01 met de omschrijving “saldo vanaf 2008”; • Per 1 januari 2010 € 274.437,92 met de omschrijving “als saldo naar 2010”; • Per 8 maart 2010 € 400.000,00 met de omschrijving “reservering”. Over het jaar 2009 is op de rekening nummer [rekeningnummer 15] van [tuinder 2] bij VP-bank te Luxemburg geen betaling ontvangen. Saldo jaar Saldo object 103 op totaaloverzicht [bedrijf 4] Ontvangen op account [rekeningnummer 15] Percentage uitbetaling 2005 € 513.184,50 € 487,525,28 95% 2006 € 361.731,80 € 361.731,80 100% 2007 € 378.582,61 € 378.582,61 100% 2008 € 0,00 € 0,00 - 2009 € 0,00 € 0,00 - In 2009 hebben vier contante geldopnames plaatsgevonden van in totaal € 220.000. Voor de eerste drie contante opnames heeft [vader] voor ontvangst getekend en de laatste contante geldopname werd door zowel [tuinder 2] als [vader] voor ontvangst getekend. Dit kon worden geverifieerd door de handtekeningen op de ontvangstbewijzen te vergelijken met zowel de handtekeningen op de paspoorten alsmede op de “Power to sign” formulieren. De verklaring van [tuinder 2] Ik ben directeur van [tuinderbedrijf 2] Ik stuur het vaste personeel aan. [bedrijf 1] is een bedrijf dat bij mij producten op stam koopt. Mijn vader, [vader] doet namens mij de onderhandelingen met [bedrijf 1] . Met onderhandelingen bedoel ik voor welk bedrag [bedrijf 1] het product koopt. Het personeel van [bedrijf 1] komt bij mij het product oogsten en ik krijg het geld in de loop van het jaar gestort. Dus het geld dat is afgesproken in de koop-verkoopovereenkomst. [verdachte] staat op de contracten. [verdachte] vertegenwoordigt het bedrijf [bedrijf 1] . Mijn vader [vader] doet met [verdachte] zaken. Het planten van de aardbeienplanten wordt gedaan door [bedrijf 1] . [bedrijf 1] koopt het product op stam. Vanaf het moment van het planten van de aardbeienplanten tot de oogst begeleid ik met mijn personeel dat proces. Ik ben daar met het voltallig personeel de hele dag mee bezig. Rond de oogstperiode zijn er mensen van [bedrijf 1] aanwezig om te oogsten. [bedrijf 1] regelt de mensen. Die komen meestal uit Polen. Ik verkoop de aardbeien aan [bedrijf 1] en [bedrijf 1] verkoopt die door aan Albert Heijn. [bedrijf 3] is een bedrijf van [verdachte] . Het bedrijf is in België gevestigd. Object 103 is [tuinderbedrijf 2] Vanaf 2006 heb ik alle koopovereenkomsten met [bedrijf 1] ondertekend. [verdachte] neemt deze overeenkomsten mee naar mijn kantoor en dan teken ik die. Op mijn kantoor ondertekende [verdachte] namens [bedrijf 1] . Ik heb nog een bankrekening in Luxemburg. Deze rekening wordt al jaren niet meer gebruikt. In het verleden werd er geld op deze rekening gestort door [bedrijf 1] . Dit waren de gelden zoals ze vermeld staan in de koopovereenkomsten. Vanaf de Luxemburgse bankrekening werd vervolgens geld overgeboekt naar de bankrekening in Nederland van [tuinderbedrijf 2] B.4.4. Ten aanzien van de overige tuinders Naast de genoemde [tuinder 1] / [tuinderbedrijf 1] en [tuinder 2] / [tuinderbedrijf 2] , namen meer tuinders deel aan de voornoemde werkwijze van verkoop van oogst op stam met (
- te)lage contractprijzen. Door de SIOD zijn, naast [tuinder 1] en [tuinder 2] , zes andere tuinders geselecteerd voor nader strafrechtelijk onderzoek. Het hof stelt vast dat ook voor deze andere tuinders op verzoek van de verdachte en met medeweten van de betreffende tuinders subrekeningen bij VP-bank te Luxemburg zijn geopend. Uit onderzoek is gebleken dat vijf van deze zes tuinders over de kalenderjaren 2005 tot en met 2008 nabetalingen hebben gekregen op de voornoemde subrekeningen. Alleen bij de tuinder [tuinder 3] is niet gebleken van een nabetaling. De betalingen aan de tuinders kwamen in nagenoeg alle gevallen tot op de cent nauwkeurig (100%) overeen met de bedragen die binnen de gedigitaliseerde objectadministratie van [bedrijf 3] werd aangeduid met “saldo”. Voor het kalenderjaar 2005 betrof dit in drie gevallen precies 95% van het saldo en in één geval 88% van het saldo. Met betrekking tot deze nabetalingen is in de administraties van deze tuinders geen enkele aanwijzing en/of document aangetroffen. Deze nabetalingen alsmede de daarop betrekking hebbende administratie vond geheel plaats in het buitenland, althans buiten het zicht van de Nederlandse overheidsinstanties. B.4.5. Overige aanwijzingen Verder ziet het hof meer aanwijzingen in het dossier die erop wijzen dat de in de koopcontracten oogst op stam opgenomen prijzen van de oogstproducten kunstmatig (
- te)laag zijn gehouden, teneinde te bewerkstelligen dat een deel van de eventuele daadwerkelijk verkregen meeropbrengst via een buitenlandse bankrekening belastingvrij en buiten het zicht van de Nederlandse overheidsinstanties zou terugvloeien naar de tuinders. Bij de diverse doorzoekingen zijn gespreksnotities aangetroffen van overleg dat de verdachte heeft gehad met mensen van een administratiekantoor op Cyprus uit (in ieder geval) 2003 tot en met 2007. In dit verband is eveneens correspondentie per e-mail aangetroffen, doorlopend tot in 2009. Uit deze notities en/of e-mails blijkt onder meer het volgende: Verslag van een ontmoeting op donderdag 17 oktober (vermoedelijk 2003) op Schiphol Airport met onder meer de koptekst “Meeting with Mr. [verdachte] ”, aangetroffen in de administratie van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 5] , waarin onder meer het volgende werd vastgelegd: …The Trust will pay the Farmer for the “black” money he receives today from the distributor and this money is not taxable. The Ltd. Co will sell under a contract to Ahold supermarket for a fixed fee and will buy from the “farmer” at a low price. We need a trust for every farmer (around 25 farmers at the moment – can increase to 50 in the future)… Gespreksnotitie van 24 februari 2005 op Schiphol Airport met onder meer de koptekst “Meeting with [verdachte] ”, aangetroffen in de administratie van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 5] , waarin onder meer het volgende werd vastgelegd: …Trust to receive all profits from [bedrijf 5] + [bedrijf 1] & then distribute to the farmers (from [bedrijf 5] + [bedrijf 1] to [bedrijf 5] and then to the Trust)… Gespreksnotitie van 6 juni 2006 waarbij [verdachte] (de verdachte), [betrokkene 1] en [betrokkene 2] aanwezig waren. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] waren werkzaam bij het administratiekantoor [kantoor 1] te [plaats 5] (Cyprus) als partner respectievelijk boekhouder. [kantoor 1] verzorgde de administratie van [bedrijf 1] en [bedrijf 5] . In deze gespreksnotitie werd onder meer door [betrokkene 2] vastgelegd: …He said that he opened a bank account in Luxemburg and he takes the surplus cash from [bedrijf 5] and [bedrijf 1] and he deposited the same funds (in Cash form so as to eliminate any evidence of their origin) in the bank account of the Trust… E-mail van 6 december 2006 van de verdachte aan [betrokkene 2] , werkzaam als audit manager bij [kantoor 1] : …If they find out that there is no activity in Cyprus they will tell that [bedrijf 1] and or [bedrijf 5] is a fiction and that leeds to the point that they will tell that we have to pay the taxes in Holland and that we must pay all the social insurances an income taxes in Holland. They will tell that the PRACTICAL home from [bedrijf 1] and or [bedrijf 5] is in Holland and then we must pay in Holland all… Gespreksverslag van een ontmoeting op 15 januari 2007 tussen [betrokkene 2] en de verdachte, waarin de verdachte aangaf: … mochten er zich problemen voordoen met zijn twee bedrijven, hij al een nieuwe structuur in handen heeft… E-mail van de verdachte aan [betrokkene 3] , operations manager bij [kantoor 2] , van 14 april 2008: …Perhaps it is the best we close the both companies, before damages can be done??... In de verkregen administratieve bescheiden afkomstig van de VP-bank te Luxemburg, is bovendien een document aangetroffen waar middels een schematisch overzicht wordt aangegeven hoe de winst uiteindelijk, naar rato van de oogstopbrengst, tussen de 20-25 tuinders wordt verdeeld. Daarin wordt middels toekenning van een cijfer bij elke stap kort uitgelegd wat er op dat moment binnen de keten plaatsvindt. Zo is achtereenvolgens te zien hoe de oogst op stam verkocht wordt en tussen de (buitenlandse) rechtspersonen de betalingen daarvan plaatsvinden. Uiteindelijk blijft na betaling van onder andere de arbeidskrachten, de winst (het ‘surplus’) bij de [bedrijf 12] , waar vandaan de tuinders uiteindelijk alsnog dat ‘surplus’ uitbetaald krijgen. De contractprijzen zijn dan al betaald en ontvangen en opgenomen in de administratie van de betreffende tuinder. Hetgeen in dit document schematisch weergegeven is, betreft betalingen welke niet in de koopcontracten oogst op stam benoemd zijn. Onder het schema staat: “ [bedrijf 12] erhalt Gewinn. Wird auf die 20-25 Gartner aufgeteilt, je nach Ertrag.”. De verdachte is tijdens het onderzoek ter terechtzitting van het hof met voornoemde notities en e-mails geconfronteerd en heeft daarover verklaard dat dit slechts plannen waren die zijn besproken en die uiteindelijk niet zijn uitgevoerd. Het hof kan die verklaring niet volgen, aangezien uit hetgeen hiervoor is uiteengezet en overwogen blijkt dat de voornoemde plannen wel degelijk zijn uitgevoerd. Het hof leidt hieruit af dat willens en wetens een (
- te)lage prijs in de koopcontracten oogst op stam is opgenomen, waarmee werd verhuld dat de daadwerkelijke door de tuinders behaalde opbrengst – en dus de daadwerkelijke prijs waarvoor de oogst op stam werd verkocht door de tuinders – vele malen hoger was dan uit de papieren realiteit volgde. In dit verband valt bovendien op dat de koopcontracten oogst op stam vaak vlak voor de daadwerkelijke oogstperiode zijn overeengekomen. Dit impliceert naar het oordeel van het hof dat de tuinders al moeten hebben geweten dat de oogst (veel) meer zou gaan opbrengen dan de prijs waarvoor zij hem verkocht hadden op grond van het koopcontract oogst op stam. B.5. Medeplegen Het hof is met de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat sprake is van medeplegen van valsheid in geschrift, in die zin dat het hof bewezen acht dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [bedrijf 3] , [bedrijf 1] en de verdachte bij de uitvoering van het strafbare feit. B.6. Feitelijke leidinggeven door de verdachte Iemand kan pas als feitelijke leidinggever strafrechtelijk aansprakelijk zijn, nadat is vastgesteld dat een rechtspersoon een bepaald strafbaar feit heeft begaan (vgl. Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733, rov. 3.5.1). In het voorgaande is, zoals onder B.3 en B.5 is vermeld, dienaangaande vastgesteld dat [bedrijf 3] strafbaar wordt geacht aan het medeplegen van valsheid in geschrift. Deze gedragingen hebben plaatsgevonden dan wel zijn verricht in de sfeer van de rechtspersoon, waarbij deze de rechtspersoon dienstig zijn geweest. In de onderhavige zaak was de verdachte directeur / bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 3] . De verdachte heeft vanuit die rol actieve handelingen verricht met betrekking tot de verboden gedragingen, te weten het verwerken van de valse koopcontracten oogst op stam in de (gedigitaliseerde) administratie van [bedrijf 3] en/of [bedrijf 1] . Daarnaast was de verdachte degene die de beslissingen nam binnen de constructie en bepaalde wat er binnen de aan hem gelieerde vennootschappen, zoals [bedrijf 3] en [bedrijf 1] , gebeurde. Hij was de geestelijk vader van de opgezette constructie en vervulde daarin een centrale en coördinerende rol. Het hof leidt hieruit af dat de verdachte als feitelijk leidinggever strafrechtelijk aansprakelijk is voor het door [bedrijf 3] begane strafbare feit. Het hof acht bovendien wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist dat de koopcontracten oogst op stam niet de gehele werkelijkheid weerspiegelden en dat door het verwerken van die koopcontracten oogst op stam in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] en/of [bedrijf 1] een onjuiste of onvolledige voorstelling van zaken werd gegeven. Gelet hierop acht het hof bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het geven van feitelijke leiding aan het door [bedrijf 3] gepleegde strafbare feit. C. Conclusie Het hof verwerpt de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al zijn onderdelen. Resumerend acht het hof, op grond van hetgeen hiervoor is overwogen en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals vermeld in de bewezenverklaring. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen straf Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straffen gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. In het bijzonder is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals deze onder meer tot uitdrukking komt in de daarop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij gedurende meerdere jaren feitelijke leiding heeft gegeven aan het meermalen medeplegen van valsheid in geschrift door [bedrijf 3] door valselijk opgemaakte koopcontracten oogst op stam in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] en/of [bedrijf 1] te verwerken. Er is sprake van grootschalige en langdurige fraude: bij de doorzoeking op het adres [adres 2] te [plaats 2] (België) zijn met betrekking tot de jaren 2006 tot en met 2008 in totaal 1.215 in origineel ondertekende koopcontracten oogst op stam tussen de tuinders en [bedrijf 1] aangetroffen. Hiervan zijn 28 koopcontracten oogst op stam tenlastegelegd en bewezenverklaard. Vaststaat dat over de jaren 2006 tot en met 2008 om en nabij 15 miljoen euro aan opbrengsten buiten het zicht van de Nederlandse overheidsinstanties naar de tuinders is teruggevloeid. Met de koopcontracten oogst op stam, waarin een (
- te)lage prijs voor die oogst was opgenomen, werd een papieren werkelijkheid gecreëerd die de achterliggende nabetalingen diende te verbloemen. De verdachte was, als geestelijk vader van de structuur en degene die de geldstromen coördineerde, intensief betrokken bij het strafbare feit. Hij vervulde bij dit alles, zo blijkt uit de verklaringen van diverse getuigen, een centrale en bepalende rol. Dat de verdachte het kwalijke van zijn handelen tot op heden niet heeft willen inzien, rekent het hof de verdachte aan. Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 14 november 2024, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Verder heeft het hof rekening gehouden met de leeftijd van de verdachte en de forse overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is aangevangen op 5 juli 2010, aldus ruim vijftien jaar geleden. Het vonnis van de rechtbank dateert van 19 februari 2019, zodat in hoger beroep sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van bijna vierenhalf jaar. Hierbij heeft het hof in aanmerking genomen dat deze overschrijding mede is veroorzaakt door de proceshouding van het Openbaar Ministerie in hoger beroep. Tot slot heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het verhandelde ter terechtzitting is onder meer naar voren gekomen dat de verdachte te kampen heeft met stressaanvallen, waardoor hij regelmatig in het ziekenhuis dient te verblijven. Alles afwegende acht het hof de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een geldboete passend en geboden. Daarbij heeft het hof mede de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van fraude, in aanmerking genomen. Daarnaast wordt met oplegging van een voorwaardelijke straf enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. In dat kader stelt het hof vast dat bij het onherroepelijk worden van dit arrest een aanzienlijk bedrag aan inbeslaggenomen geld vrijkomt ten behoeve van verdachte. Bij het opleggen van de geldboete zal het hof op de voet van artikel 27, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, bevelen dat de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, te weten vier dagen, bij de uitvoering van de op te leggen geldboete daarop geheel in mindering zal worden gebracht, naar de maatstaf van vijftig euro per dag. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 47, 51, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden; bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 100.000,00 (honderdduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis; beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dit arrest is gewezen door: mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter, mr. W.F. Koolen en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. A.S. van Middelkoop, griffier, en op 31 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. J.T.F.M. van Krieken is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, inspectie SZW, directie opsporing, kantoor Eindhoven, onderzoeksnummer 6640-2008-055, onderzoek SOHO, afgesloten op 31 oktober 2013. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van dit hof op 6 en 13 februari 2025 en het proces-verbaal van getuigenverhoor van de [getuige] door de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof, d.d. 12 juli 2023. map 14, pag. 005882 - AMB-099. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van dit hof op 6 en 13 februari 2025. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van dit hof op 6 en 13 februari 2025 / map 14, pag. 005874 - AMB-098. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van dit hof op 6 en 13 februari 2025 / map 14, pag. 005866 - AMB-097. map 14, pag. 005849 - AMB-095. map 14, pag. 005859 - AMB-095. map 14, pag. 005853 en 005859 - AMB-095. map 4, pag. 001357 - AMB-044-08. map 14, pag. 005762 - AMB-089. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van dit hof op 6 en 13 februari 2025. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van dit hof op 6 en 13 februari 2025 / map l, pag. 117 e.v. map 14, pag. 005768 - AMB-089. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van dit hof op 6 en 13 februari 2025. map 14, pag. 005772 en 005785 - AMB-090. map 14, pag. 005789 en 005813 - AMB-091. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van dit hof op 6 en 13 februari 2025. map 14, pag. 005776 t/m 005779 - AMB-090. map 14, pag. 005796 t/m 005798 - AMB 91. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van het hof op 6 en 13 februari 2025 / map 1, pag. 121 e.v. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019. map 14, pag. 005861 - AMB-096. map 14, pag. 005862 en 005863 - AMB-096. map 14, pag. 005865 - AMB-096. map 1, pag. 000035 en 000036. map 1, pag. 000123, 000124 en 000170. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van dit hof op 6 en 13 februari 2025. map 1, pag. 000036. map 1, pag. 000025. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank op 15, 21 en 22 januari 2019 en ter terechtzitting van dit hof op 6 en 13 februari 2025 / map 14, pag. 005815 en 005829 - AMB-092 en pag. 005831, 005842 en 005843 - AMB-093. map 1, pag. 000023. map 5, pag. 001827 e.v. - AMB-045-04. map 14, pag. 005762 en 005763 - AMB-089 / map 5, pag. 001904 en 001905 - AMB-053 / map 35, DOC-046 / map 5, pag. 001827 e.v. - AMB-045-04. map 14, pag. 005763 - AMB-089 / map 5, pag. 001904 en 001905 - AMB-053 / map 35, DOC-046 / map 44, DOC-046-19 / map 5, pag. 001827 e.v. - AMB-045-04. map 14, pag. 005768 - AMB-089 / BOB-023-01 / map 33, DOC-039-28. map 5, pag. 001904 en 001905 - AMB-053. map 2, pag. 000638 - AMB-021-02. [bedrijf 9] is de voorloper van [bedrijf 3] . map 14, pag. 005778 en 005779 - AMB-090 / map 14, pag. 005796 en 005798 - AMB-091. map 14, pag. 005781 - AMB-090 / map 5, pag. 001827 e.v. - AMB-045-04. map 4, pag. 001491 en 001492 - AMB-044-09. map 5, pag. 001827 e.v.- AMB-045-04. map 14, pag. 005762 - AMB-089 / DOC-046-02 t/m DOC-046-09, DOC-046-11 / map 5, pag. 001827 e.v. - AMB-045-04. map 14, pag. 005763 - AMB-089 / DOC-046-21, DOC-046-23 / map 5, pag. 001827 e.v. - AMB-045-04. map 14, pag. 005763 - AMB-089 / map 5, pag. 001827 e.v. - AMB-045-04. map 2, pag. 000636 e.v. - AMB-021-02. map 46, pag. 016004 en pag. 016010 - G-024-01 en G-024-02. map 2, pag. 000637 en 000638 - AMB-021-02. map 1, pag. 000126 en 000142 / map 5, pag. 001827 e.v.- AMB-045-04. map 2, pag. 000638 en 000639 - AMB-021-02. map 2, pag. 000639 t/m 000642 - AMB-021-02. map 46, pag. 016010 - G-024-02. map 46, pag. 016006 - G-024-01. map 1, pag. 000164 e.v. / map 35, pag. 011817 t/m 011846 - DOC-046-02. map 1, pag. 000134 e.v. / map 15, pag. 005962 t/m 005964 - DOC-002-08. map 1, pag. 000163 e.v. / map 29, pag. 010366 - DOC 023-011. map 1, pag. 000165 / map 28, pag. 010330 t/m 010347 - DOC-019-12. map 1, pag. 000169. map 1, pag. 000169 e.v. map 45, pag. 015785 - DOC-060-26. map 13, pag. 005341 - bijlage 15 bij AMB-71-12. map 1, pag. 000172 / map 45, pag. 015732 t/m 015737 - DOC-060-21. map 13, pag. 005351 – bijlage 9 bij AMB-71-12. map 1, pag. 000172 / map 45, pag. 015709 t/m 015711 - DOC-060-13. map 1, pag. 000112 e.v. / map 45, pag. 015712 t/m 015714 - DOC-060-14. map 13, pag. 005341 - bijlage 3 bij AMB-071-12. map 13, pag. 005359 - bijlage 13 bij AMB-71-12. map 13, pag. 005346-005347 - bijlage 7 bij AMB-71-12. map 45, pag. 015693 - DOC-060-10. map 13, pag. 005361 - bijlage 14 bij AMB-71-12. map 13, pag. 005348 en 005349 - bijlage 8 bij AMB-71-12. map 13, pag. 005360 - bijlage 2 bij AMB-71-12 en map 8, pag. 003556. map 13, pag. 005336 - AMB-71-12. map 74, pag. 026976 t/m 026981 - V-75-03 en V-75-04. map 1, pag. 000182 en 000183 / map 35, pag. 011723 t/m 011748 - DOC-046-02. map 1, pag. 000179 / map 15, pag. 005913 t/m 005917 - DOC-002-01. map 1, pag. 000180 / map 29, pag. 010366 en 000181 - DOC 023-11. map 1, pag. 000180 / map 9, pag. 003407, 003410-003415 en 003558 – AMB-064-12 / DOC-023-13. map 1, pag. 000181 e.v. / map 19, pag. 007783-007792 - DOC-012-27. map 1, pag. 000181 e.v. / map 19, pag. 007752-007753 - DOC-012-24 / map 45, pag. 015588, 015590 - DOC-053. map 1, pag. 000188 / map 29, pag. 010366 - DOC-023-11. map 45, pag. 015785 - DOC-060-26. map 9, pag. 003408 - bijlage bij AMB-064-12. map 9, pag. 003407 - AMB-064-12. map 1, pag. 000103. map 9, pag. 003637 - bijlage 3 bij AMB-064-15. map 9, pag. 003663 en 003664 - bijlage 19 bij AMB-064-15. map 45, pag. 015750, DOC-060-22. map 1, pag. 000126 / map 45, pag. 015738 e.v. - DOC-060-22. map 1, pag. 000126 / map 45, pag. 015743 - DOC-060-22. map 45, pag. 015693 - DOC-060-10. map 9, pag. 003665-003666 - bijlage 20 bij AMB-64-15. map 9, pag. 003644-003645 - bijlage 9 bij AMB-64-15.. map 45, pag. 015784 - DOC-060-25. map 9, pag. 003636 - bijlage 2 bij AMB-64-15. map 9, pag. 003646 en 003647 - bijlage 10 bij AMB-64-15. map 9, pag. 003556 - bijlage bij AMB-064-13. map 1, pag. 000227 / map 9, pag. 003553 t/m 003555 - AMB-064-13. map 9, pag. 003632 - AMB-64-15. map 9, pag. 003630 e.v. - AMB-64-15. map 51, V-79-02, pag. 018186 en 018188, V-79-03, pag. 018190, V-79-04, pag. 018194-18196. map 17, pag. 007007 t/m 007016- DOC-011-36 t/m 011-40 en map 44, pag. 018089 t/m 018097 - DOC-046-21. map 17, pag. 006728 - DOC-010-19. map 17, pag. 006816 - DOC-010-30. map 17, pag. 006817 e.v. - DOC-010-31. map 17, pag. 006631 - DOC-010-13. map 17, pag. 006819-006821 - DOC-010-32. map 17, pag. 006823 - DOC-010-33. map 34, pag. 011514 - DOC-045.