Parketnummer : 20-001101-24 Uitspraak : 24 juli 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats, van 5 april 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-159161-23 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van: feit 1: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, in vereniging gepleegd; feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, in vereniging gepleegd; feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, in vereniging gepleegd; feit 4: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, in vereniging gepleegd, veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 25 weken, met aftrek van voorarrest. Van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedrag heeft de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelast. Daarnaast heeft de rechtbank de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hoofdelijk toegewezen voor een gedeelte van de vordering, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van de verdachte in de proceskosten en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van beide benadeelde partijen. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal veroordelen tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling, ook als dit inhoudt een kortdurende klinische opname, een en ander conform het reclasseringsadvies d.d. 4 juni
- De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedragen dienen volgens de advocaat-generaal te worden teruggegeven aan de verdachte. Daarnaast heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , telkens te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van de verdachte in de proceskosten, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van beide benadeelde partijen. Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen. Tot slot dient het Openbaar Ministerie volgens de advocaat-generaal niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot herroeping van een voorwaardelijke invrijheidstelling. De verdediging heeft primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd. De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedragen dienen volgens haar te worden teruggegeven aan de verdachte. Verder heeft de verdediging geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in hun vorderingen dan wel tot afwijzing van die vorderingen.Ter zake van de vordering tot herroeping van een voorwaardelijke invrijheidstelling is de verdediging van mening dat het Openbaar Ministerie daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof bij het onder 2 tenlastegelegde tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 27 februari 2023 te Made, gemeente Drimmelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een hotelkamer (waaronder een televisie en/of telefoon en/of deur en/of lamp en/of schilderij), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] ( [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 2.hij op of omstreeks 28 februari 2023 te Made, gemeente Drimmelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 74 pillen en/of 41,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, en/of ongeveer 5,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of cocaïne (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3.hij op of omstreeks 26 februari 2023 te Waalwijk, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een hotelkamer (waaronder matrassen en/of een televisie en/of kussens en/of lampen en/of een dekbedovertrek), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] ( [adres 3] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 4.hij op of omstreeks 28 februari 2023 te Made, gemeente Drimmelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een hotelkamer (waaronder matrassen en/of een douchekop en/of een televisie en/of een lamp en/of stucwerk), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] ( [adres 4] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij op 27 februari 2023 te Made, gemeente Drimmelen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk een hotelkamer (waaronder een televisie en telefoon en deur en lamp en schilderij), die aan [benadeelde 2] ( [adres 2] ) toebehoorden, heeft vernield; 2.hij op 28 februari 2023 te Made, gemeente Drimmelen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad 74 pillen en 10,1 gram bevattende MDMA en 5,1 gram bevattende cocaïne, zijnde MDMA en cocaïne, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en hij op 28 februari 2023 te Made, gemeente Drimmelen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 31,8 gram bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 3.hij op 26 februari 2023 te Waalwijk, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk een hotelkamer (waaronder matrassen en een televisie en kussens en lampen en een dekbedovertrek), die aan [benadeelde 1] ( [adres 3] ) toebehoorden, heeft vernield; 4.hij op 28 februari 2023 te Made, gemeente Drimmelen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk een hotelkamer (waaronder matrassen en een douchekop en een televisie en een lamp en stucwerk), die aan [benadeelde 1] ( [adres 4] ) toebehoorden, heeft vernield. Bewijsmiddelen De beslissing dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de onderstaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Wanneer in de bewijsmiddelen hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2023052731 van de politie eenheid Zeeland – West-Brabant, Team Dongemond, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van pagina 1 tot en met
- Met de in de processen-verbaal van verhoor voorkomende afkortingen wordt het volgende bedoeld: V = vraag verbalisant(en); A = antwoord verdachte; O = opmerking verbalisant(en). Feit 1
- Het ambtsedig proces-verbaal aangifte van [aangever 1] van 1 maart 2023, opgenomen op pagina 36 tot en met 48 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Ik doe aangifte van vernieling. Ik ben de zoon van de eigenaar van het [benadeelde 2] gelegen aan [adres 2] . Ik was vandaag, 27 februari 2023, werkzaam bij het hotel achter de receptie. De vernieling is gepleegd door twee personen die voor een kort moment in het hotel verbleven. Om 15.45 uur kwam één persoon inchecken. Hij had één kamer gereserveerd en betaald via [website] . De betrokken persoon toonde mij een Nederlands paspoort. Ik zag de volgende gegevens op het paspoort: [medeverdachte] . Aan deze gast, dhr. [medeverdachte] werd ook één kamerpas verstrekt. Omstreeks 15.50 uur, kwam een tweede persoon binnenlopen. Ik zag dat de man er als volgt uitzag: - man, - blanke huidskleur, - tussen de 20 en 30 jaar oud, - half lang haar, opgeschoren aan zijkanten, - snorretje, - brildragend, roodkleurig, - blauwe badjas, blauw paarse jas erover, - gele Jumbo tas. Ik zei tegen de mannen dat ik van de tweede persoon ook een identiteitsbewijs moest zien. Hier werd echter niet op gereageerd. Beiden personen gingen toen naar binnen bij de hotelkamer. (…) Om 17.45 uur had ik nog steeds niets ontvangen van de heren. Ik ging toen naar de kamer en ik klopte op de deur. Ik zei tegen hun dat ik wilde dat ze om 18.00 uur het hotel zouden verlaten als ze mij geen identiteitsbewijs toonden. (…) Ik heb toen ook nog gebeld naar de kamer, de personen waren toen verbaal agressief tegen mij. (…) Kort hierna zijn ze in mijn afwezigheid vertrokken vanuit het hotel. Ik had geen goed gevoel bij deze twee mannen, ik vertrouwde het niet dus toen ben ik gelijk weer naar de kamer gegaan. Toen zag ik dat heel de kamer vernield was. De kamer was voordat deze gasten hier verbleven nog niet vernield. Omstreeks 15.00 uur was de kamer nog door een medewerker schoongemaakt. Ik zag dat er meerdere goederen vernield waren. Ik zag dat de volgende goederen kapot waren: - schilderij, - kappen glazen nachtlamp, - badkamer deur, - vaas, - substantie op geverfde muur, - kamertelefoon, - Philips televisie, - waterbak wc, - hoeslaken matras en beddengoed.
- Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor de verdachte [medeverdachte] van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 109 tot en met 115 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: O: U wordt verdacht van vernieling tussen maandag 27 februari 2023 om 15.45 uur en maandag 27 februari 2023 om 18.30 uur in [benadeelde 2] te Made. V: Met wie was u die middag in [benadeelde 2] , gelegen aan [adres 2] ? A: Met mijn maat [verdachte] . O: Verdachte krijgt een filmpje te zien van 2 personen die het [benadeelde 2] verlaten. (O: [bestandsnaam] 2x filmpje van VE) V: Wie ziet u hier op de film? A: Dat ben ik en de andere persoon kun je wel invullen. V: Is dit de persoon met wie u de kamer deelde? A: Mijn maat [verdachte] .
- Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor de verdachte [verdachte] van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 126 tot en met 134 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: V: Met wie was u die middag in [benadeelde 2] , gelegen aan [adres 2] ? A: Met [medeverdachte] . A: Ja we zijn op de kamer geweest. O: Verdachte krijgt een foto te zien van 2 personen die het [benadeelde 2] verlaten. V: Wie ziet u hier op de foto A: Dat ben ik en [medeverdachte] . V: Hoe zag uw kamer in [benadeelde 2] er uit toen u deze betrad? A: Volgens mij goed. V: Wie hebben die middag gebruik gemaakt van de kamer? A: Ik en [medeverdachte] sowieso denk ik. Feit 2
- Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 64 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Op dinsdag 28 februari 2023 hielden ik, verbalisant [verbalisant 1] en verbalisant [verbalisant 2] , om 09.38 uur in het [benadeelde 1] gevestigd aan [adres 4] , kamernummer [nummer] , twee verdachten aan, genaamd [medeverdachte] en [verdachte] . In de hotelkamer zag ik, verbalisant [verbalisant 1] op het bureau, drie volle bundeltjes met een meer dan gering aantal gripzakjes met daarin witpoeder. Aangezien dit zeer waarschijnlijk drugs betrof, hebben wij deze inbeslaggenomen en overgedragen aan verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] welke de verdachte [verdachte] gingen vervoeren naar het cellencomplex.
- Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen van 1 maart 2023, opgenomen op pagina 65 tot en met 75 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Op dinsdag 28 februari 2023 was ik belast als Officier van Dienst politie en tevens in mijn hoedanigheid als Hulpofficier van Justitie. Omstreeks 09.25 uur assisteerde ik bij de aanhouding van een verdachte welke zich op dat moment zou bevinden in kamer [nummer] , van het [benadeelde 1] gelegen aan [adres 4] , binnen de gemeente Drimmelen. Deze verdachte betrof: [medeverdachte] . Op het parkeerterrein zag ik een personenauto van het merk Kia, type Picanto en voorzien van het kenteken [kenteken] staan. Ik had eerder vernomen dat dit voertuig mede in gebruik zou zijn van [medeverdachte] . De tenaamgestelde van genoemd voertuig betrof: [verdachte] [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] . Vanaf de buitenzijde heb ik via het portierraam in dit voertuig gekeken, waarbij ik zag dat er onder andere op de vloermat aan de bijrijderszijde enkele gripzakjes lagen met vermoedelijk residu van verdovende middelen. Ik hoorde dat er in de hotelkamer meerdere hoeveelheden, vermoedelijk harddrugs werden aangetroffen welke door de collega’s inbeslaggenomen zijn. Ik wilde dit voertuig, gezien het aantreffen van de vermoedelijke harddrugs in de hotelkamer en de bevindingen die ik zag in het genoemde voertuig, een onderzoek in dit voertuig instellen. Na onderzoek werd een groene brillenkoker aangetroffen, met daarin meerdere gripzakjes met vermoedelijk harddrugs erin.
- Een schriftelijk bescheid, zijnde een Kennisgeving van inbeslagneming van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 14 en 15 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Inbeslagneming Plaats: [adres 4] , binnen de gemeente Drimmelen Datum en tijd: 28 februari 2023 te 09:35 uur (…) Omstandigheden: harddrugs inbeslaggenomen in de hotelkamer waar beide verdachten verbleven op dat moment. Drugs lagen open en bloot op een tafeltje in de hotelkamer verpakt in ponypacks en plastic zakjes. Beslagene Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] Geboren: [geboortedag] 1991 Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland Geslacht: man (…) Volgnummer 1 Goednummer: (…) 2565433 Categorie omschrijving: medicamenten / hulpmiddelen Object: verdovende mid. (MDMA) Aantal / eenheid: 1 stuk Verpakking: sealbag Totale hoeveelheid: 10,1 gram Kleur: bruin Land: Nederland Inhoud / specificatie: van bovenstaande totaalpartij (10,01 gram [het hof begrijpt: 10,1 gram] is 5 gram bemonsterd en opgestuurd naar het NFI voor verder onderzoek (…)
- Een schriftelijk bescheid, zijnde een Kennisgeving van inbeslagneming van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 16 en 17 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Inbeslagneming Plaats: [adres 4] , binnen de gemeente Drimmelen Datum en tijd: 28 februari 2023 te 09:34 uur (…) Omstandigheden: harddrugs inbeslaggenomen in de hotelkamer waar beide verdachten verbleven op dat moment . Drugs lagen open en bloot op een tafeltje in de hotelkamer verpakt in ponypacks en plastic zakjes. Beslagene Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] Geboren: [geboortedag] 1991 Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland Geslacht: man (…) Volgnummer 1 Goednummer: (…) 2565443 Categorie omschrijving: medicamenten / hulpmiddelen Object: verdovende mid. (XTC) Aantal / eenheid: 74 stuks Verpakking: sealbag Kleur: roze Land: Nederland Inhoud / specificatie: van bovenstaande totaalpartij (74 pillen) zijn 20 pillen bemonsterd en opgestuurd naar het NFI voor verder onderzoek Bijzonderheden: opdruk van het merk Ducatti (…)
- Een schriftelijk bescheid, zijnde een Kennisgeving van inbeslagneming van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 18 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Inbeslagneming Plaats: [adres 4] , binnen de gemeente Drimmelen Datum en tijd: 28 februari 2023 te 09:40 uur (…) Omstandigheden: cocaïne werd aangetroffen op hotelkamer van verdachte. Monster van 5,1 gram wordt als totaalpartij ingezonden naar FO. Beslagene Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] Geboren: [geboortedag] 1991 Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland Geslacht: man (…) Volgnummer 1 Goednummer: (…) 2565461 Categorie omschrijving: medicamenten / hulpmiddelen Object: verdovende mid. (cocaïne) Aantal: 23 stuks Totale hoeveelheid: 5,1 gram Land: Nederland Spooridentificatienummer: AANK27773NL Bijzonderheden: aangetroffen op hotelkamer ve., monster tevens totaalpartij (…)
- Een schriftelijk bescheid, zijnde een Kennisgeving van inbeslagneming van 28 februari 2023, opgenomen op pagina [nummer 2] van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Inbeslagneming Plaats: [adres 4] , binnen de gemeente Drimmelen Datum en tijd: 28 februari 2023 te 09:34 uur (…) Omstandigheden: is aangetroffen in een zonnebrilkoker in de personenauto van de verdachte [verdachte] . Beslagene Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] Geboren: [geboortedag] 1991 Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland Geslacht: man (…) Volgnummer 1 Goednummer: (…) 2565464 Categorie omschrijving: medicamenten / hulpmiddelen Object: verdovende mid. (MDMA) Aantal: 1 stuk Totale hoeveelheid: 31,8 gram Kleur: bruin Land: Nederland Inhoud / specificatie: van bovenstaande totaalpartij (31,8 gram) is 5 gram bemonsterd en opgestuurd naar het NFI voor verder onderzoek (…)
- Een schriftelijk bescheid, zijnde een Kennisgeving van inbeslagneming van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 20 en 21 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Inbeslagneming Plaats: [adres 4] , binnen de gemeente Drimmelen Datum en tijd: 28 februari 2023 te 15:24 uur (…) Omstandigheden: monsters t.b.v. NFI. Beslagene Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] Geboren: [geboortedag] 1991 Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland Geslacht: man (…) Volgnummer 1 Goednummer: (…) 2565475 Categorie omschrijving: medicamenten / hulpmiddelen Object: verdovende mid. (XTC) Aantal / eenheid: 20 stuks Land: Nederland Spooridentificatienummer: AANK2776NL Inhoud / specificatie: monster t.b.v. NFI, goednummer totaalpartij 2565443 Bijzonderheden: aangetroffen op hotelkamer ve., totaalpartij 74 pillen. Volgnummer 2 Goednummer: (…) 2565481 Categorie omschrijving: medicamenten / hulpmiddelen Object: verdovende mid. (MDMA) Aantal / eenheid: 1 stuk Totale hoeveelheid: 5 g. Land: Nederland Spooridentificatienummer: AANK2775NL Inhoud / specificatie: monster t.b.v. NFI, goednummer totaalpartij 2565433 Bijzonderheden: aangetroffen op hotelkamer ve., totaalpartij betreft 10,1 gram. Volgnummer 3 Goednummer: (…) 2565485 Categorie omschrijving: medicamenten / hulpmiddelen Object: verdovende mid. (MDMA) Aantal / eenheid: 1 stuk Totale hoeveelheid: 5 g. Land: Nederland Spooridentificatienummer: AANK2774NL Inhoud / specificatie: monster t.b.v. NFI, goednummer totaalpartij 2565464 Bijzonderheden: aangetroffen in voertuig ve., totaalpartij betreft 31,8 gr. 8 . Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 79 tot en met 81 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Op dinsdag 28 februari 2023 werd een onderzoek ingesteld in verband met een vermoedelijke overtreding van de Opiumwet. Het onderzoek vond plaats aan een hoeveelheid verdovende middelen welke aan mij ter beschikking werden gesteld door [verbalisant 3] , team Dongemond. Deze partij was in beslag genomen bij de verdachte: [verdachte] . OMSCHRIJVING: De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit: -
(2565461): 5,1 gram (netto) crème poeder verpakt in gripzakjes; -
(2565443): 74 tabletten / kleur: roze/rood voorzien van een diepdruklogo, voorstellende: tekst Ducati verpakt in een plastic zak; -
(2565433): 10,1 gram (netto) MDMA Brokken / verpakt in gripzakjes; -
(2565464): 31,8 gram (netto) MDMA Brokken / verpakt in gripzakjes. Uit elke aangeboden hoeveelheid materiaal werd door mij een representatief monster genomen dat werd gewaarmerkt zoals in de onderstaande sporenlijst is vermeld. Deze monsters werden ieder getest waarbij gebruik werd gemaakt van de MMC NARCOTEST Opiaten / Amfetaminen ‘ Cocaïne. De tests gaven een POSITIEVE reactie op cocaïne en MDMA, zijnde een stof die is vermeld op Lijst I van de Opiumwet. SPORENLIJST SIN: AANK2773NL Monster: Monster tevens als totaalpartij ingezonden (5,1 gram) SIN: AANK2776NL Monster: Monster uit 74 stuks SIN: AANK2775NL Monster: Monster uit 10,1 gram SIN: AANK2774NL Monster: Monster uit 31,8 gram.
- Een schriftelijk bescheid, inhoudende een NFI-rapport van 15 maart 2023, opgenomen op pagina 85 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Kenmerk: Omschrijving FO: Conclusie: AANK2773NL poeder en brokjes, wit, uit 5,1 gram; aantal bevat cocaïne; bemonsteringen in onderzoek: één.
- Een schriftelijk bescheid, inhoudende een NFI-rapport van 15 maart 2023, opgenomen op pagina 86 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Kenmerk: Omschrijving FO: Conclusie: AANK2776NL gleuftablet, rood, uit 21,76 gram; aantal bevat MDMA; bemonsteringen in onderzoek: één
- Een schriftelijk bescheid, inhoudende een NFI-rapport van 15 maart 2023, opgenomen op pagina 87 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Kenmerk: Omschrijving FO: Conclusie: AANK2775NL kristallen, beige, uit 10,1 gram; aantal bevat MDMA; bemonsteringen in onderzoek: één
- Een schriftelijk bescheid, inhoudende een NFI-rapport van 15 maart 2023, opgenomen op pagina 88 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Kenmerk: Omschrijving FO: Conclusie: AANK2774NL kristallen, beige, uit 31,8 gram; aantal bevat MDMA; bemonsteringen in onderzoek: één.
- Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 109 tot en met 115 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: V: In de hotel kamer is een hoeveelheid drugs aangetroffen. Wat kun je daarover verklaren? A: Dat koop ik van mijn uitkering. V: Wat voor drugs was er in de kamer aanwezig? A: Cocaïne, XTC en MDMA. V: Hoeveel was er van ieder soort drugs aanwezig? A: Ik dacht nog wel best veel. V: Van wie was die drugs? A: Van mij. Feit 3
- Het ambtsedig proces-verbaal aangifte van [aangever 2] namens [benadeelde 1] van 27 februari 2023 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, opgenomen op pagina 22 tot en met 28 , inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Ik ben interim hotelmanager van [benadeelde 1] , gevestigd aan [adres 3] . Gisteravond, 26 februari 2023 omstreeks 21:07 uur kwamen er 2 mannen aan de deur. De receptioniste heeft de deur geopend en heeft de mannen een kamer toegewezen. De mannen hebben vooruit betaald. De hoofdhuurder, ene [verdachte] , heeft zijn gegevens achtergelaten. Hij is dus verantwoordelijk voor de huur van de kamer en het ordentelijk achterlaten daarvan. Men heeft voor 1 nacht geboekt. Na de nacht dient men om 11:00 uur uit te checken. Dit is niet gebeurd. Omstreeks 13:00 uur had men nog niet uitgecheckt. Op dat tijdstip is er iemand van de housekeeping in die kamer gaan kijken. Er ontstond direct paniek, de huurder [verdachte] was weg als ook zijn mede huurder. Ik werd er direct bij geroepen. Ik zag dat de complete kamer vernield was. Ik zag dat het bed ingezakt was. Ik zag grote urineplekken op het bed. Ik zag ook dat er een aantal lege zakjes lagen waarin drugs hebben gezeten waarschijnlijk. Ik denk dat er zo’n 20 van deze zakjes lagen. Ik zag dat het beeldscherm van de tv ingeslagen was. Ik zag dat de telefoon eruit getrokken was en onbruikbaar is geworden. In de badkamer heeft men ook allerlei dingen losgetrokken en vernield. Deze kamer moet in zijn geheel gestript worden en worden voorzien van nieuw meubilair. De eerste schatting van mij is dat er voor zo’n 20.000,- is vernield. Factuur: 2x Matrassen Hotel TV Kussens en dekbedovertrek Nachtkast lampjes.
- Het ambtsedig proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [aangever 2] van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 29 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Ik kan verklaren dat de kamer, voordat de twee verdachten naar binnen gingen onbeschadigd was en netjes was opgeruimd. Ik kan verklaren dat er één toegangspas aan verdachte [verdachte] was gegeven.
- Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 27 februari 2023, opgenomen op pagina 30 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Ik ben werkzaam als receptionist bij het [benadeelde 1] , gelegen aan [adres 3] . Op zondag 26 februari 2023, omstreeks 21:05 uur, checkten er bij mij 2 mannen in om voor 1 nacht bij het [benadeelde 1] te verblijven. De mannen hadden online een kamer geboekt en zich opgegeven als: [verdachte] [geboortedag] 1991 (…). Ik verstrekte de 2 mannen kamer [nummer 2] . De mannen betaalden contant bij de receptie. De mannen waren onrustig nadat ze ingecheckt hadden. Ik hoorde de mannen schreeuwen vanuit de gang. Ik sprak de mannen niet op hun gedrag aan omdat ik alleen was. Omstreeks 22:30 uur ging ik naar huis. Er waren via de hoofdingang geen andere personen naar de kamer gelopen. Op maandag 27 februari 2023, omstreeks 14:30 uur, vernam ik dat kamer [nummer 2] volledig vernield en vervuild was.
- Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 104 tot en met 108 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: O: Verdachte wordt geconfronteerd met de foto’s van hem en verdachte [verdachte] . V: Wie ziet u op de foto’s? A: Ik ken mezelf wel ja. V: Wie is de andere persoon op de foto’s? Weet je wie dit is? A: Dat is mijn maat, [verdachte] . V: Hoe zag uw kamer in Waalwijk er uit toen u deze betrad? A: Normaal volgens mij.
- Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 126 tot en met 134 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: V: Met wie was u die avond/nacht in het [benadeelde 1] , [adres 3] ? A: [medeverdachte] was er sowieso bij. V: Hoe heet [medeverdachte] met zijn achternaam? A: [medeverdachte] . O: Verdachte wordt geconfronteerd met de foto’s van hem en verdachte [verdachte] . V: Wie ziet u op de foto’s? A: Mijzelf en [medeverdachte] . Feit 4
- Het ambtsedig proces-verbaal aangifte van [aangever 3] namens [benadeelde 1] van 1 maart 2023, opgenomen op pagina 49 tot en met 54 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal , inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Ik doe aangifte van vernieling van de badkamer, dan wel hotelkamer gelegen in het [benadeelde 1] , [adres 4] , binnen de gemeente Drimmelen. Op maandag 27 februari 2023, omstreeks 18.15 uur werd één toegangspas voor kamer [nummer] na het inchecken uitgegeven aan: [medeverdachte] , [geboortedatum medeverdachte] 1996 te [geboorteplaats medeverdachte] . In totaal is er maar één toegangspas verschaft. De hotelkamers worden dagelijks schoongemaakt en kamer [nummer] was geheel onbeschadigd en volledig intact. Op dinsdag 28 februari 2023 nam de politie contact met mij op, waarbij zij op zoek waren naar de gebruikers van een personenauto van het merk Kia, type Picanto voorzien van het kenteken [kenteken] . Ik kon bevestigen dat dit voertuig op het, middels slagboom afgesloten parkeerterrein geparkeerd stond. Ik begreep dat zij middels een machtiging tot binnentreden in de hotelkamer wilden komen waar de gebruiker van de genoemde personenauto zich bevond. Nadat ik vernam dat dit [medeverdachte] betrof heb ik ervoor gezorgd dat de politie zich de toegang tot kamer [nummer] kon verschaffen. Kort daarna kwam deze politiemedewerker terug. Ik hoorde hem zeggen dat de badkamer helemaal vernield was. Ik vernam dat het zodanig was dat er flink wat water op de grond lag, dat er sproeikoppen afgebroken waren en zelfs het stucwerk van het plafond afgebroken was. Ik ben later gaan kijken en trof een enorme ravage aan in de badkamer, tevens zag ik dat er ook een lamp in de kamer zelf was vernield. Factuur: 2x matrassen Douchekop en Doucheslang Hotel TV Staande lamp Waterschade/stucwerk badkamer;
- Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 56 tot en met 63 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Op dinsdag 28 februari 2023 omstreeks 09:25 uur heb ik, [verbalisant 2] , samen met collega [verbalisant 1] , [verbalisant 4] en [verbalisant 3] met een machtiging tot binnentreden hotelkamer [nummer] betreden. In de kamer troffen wij al slapend op bed aan verdachte [medeverdachte] . Ik, [verbalisant 2] , hoorde dat er een persoon in de badkamer was. Na enig tijd werd middels een sleutel de badkamer geopend. Ik zag een persoon uit de badkamer komen die ik herkende als de persoon op de camerabeelden van [benadeelde 2] . Ik zag dat de vloer van de badkamer vol water stond. Ik zag dat er een douchekop op de grond lag en zag dat het handdoekenrekje boven het bad omgebogen was. De persoon overhandigde ons een paspoort op naam van [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] .
- Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen van 1 maart 2023, opgenomen op pagina 65 tot en met 75 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: Ik zag dat de vloer van de badkamer vol water stond, dat er veel goederen op de wastafel lagen en direct zag ik dat meerdere zaken waren vernield. Ik zag namelijk onder andere dat een handdoekenrek was verbogen, dat een prullenbak was ingedeukt en dat er een sproeikop op de grond lag.
- Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 109 tot en met 115 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: V: Met wie was u in de ochtend hotel [benadeelde 1] , gelegen aan [adres 4] ? A: Met mijn maat [verdachte] . V: Wie hebben die avond gebruik gemaakt van de kamer? A: Mijn maat [verdachte] en ik.
- Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 28 februari 2023, opgenomen op pagina 126 tot en met 134 van het hiervóór genoemde eindproces-verbaal, inhoudende, kort en zakelijk weergegeven: V: U bent vandaag in Made aangehouden. Dit was óók voor de vernieling aldaar in het hotel. Met wie bent u aangehouden en met wie heeft u in het hotel in Made verbleven? A: Met [medeverdachte] . V: Met wie was u in de ochtend hotel [benadeelde 1] , gelegen aan [adres 4] ? A: Sowieso met [medeverdachte] . Bewijsoverwegingen De verdediging heeft (primair) integrale vrijspraak bepleit. Hetgeen zij daartoe heeft aangevoerd komt er in de kern genomen op neer dat voor elk van de feiten geldt dat niet kan worden bewezen dat de verdachte deze feiten heeft begaan, alleen, noch tezamen en in vereniging met een of meer anderen (medeplegen). De verdachte heeft verklaard dat hij in de hotelkamers XTC heeft gebruikt en telkens is gaan douchen of in bad is gaan zitten. Hij was daardoor erg ver heen en weet niet wat er om hem heen gebeurde. Wel weet hij dat hij de vernielingen niet heeft aangericht. Volgens de verdachte zijn er mogelijk vrouwen aanwezig geweest in de kamer van [benadeelde 1] . Hij heeft gerommel in de kamer gehoord. De aangetroffen gebruikte condooms wijzen daar volgens de verdediging ook op. De verdachte weet echter niet wie die vrouwen waren, hoe zij op de kamer terecht zijn gekomen en waarom zij daar waren. Evenmin kan hij hen beschrijven. Ze waren er in elk geval niet voor hem, aldus de verdachte. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Met betrekking tot de feiten 1, 3 en 4 Juridisch kader medeplegen Het hof stelt voorop, dat voor medeplegen sprake moet zijn van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen, waarbij de intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht moet zijn. Voor de vraag of sprake is van de vereiste nauwe en bewuste samenwerking kan onder meer rekening worden gehouden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij verdient opmerking dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt, nu het erom gaat dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict. Feiten en omstandigheden Uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt het volgende (ten behoeve van de leesbaarheid zal het hof de feiten op chronologische volgorde bespreken). Bij feit 3: Op 26 februari 2023, omstreeks 21.07 uur, hebben de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] voor één nacht een kamer geboekt in [benadeelde 1] , alwaar zij de nacht hebben doorgebracht. Aan de verdachte was slechts één toegangspas voor de kamer verstrekt. De verdachte en medeverdachte [medeverdachte] waren onrustig nadat ze hadden ingecheckt en schreeuwden vanuit de gang. De receptioniste durfde hen niet aan te spreken op hun gedrag, omdat zij alleen was. Omstreeks 22.30 uur ging de receptioniste naar huis. Er waren via de hoofdingang geen andere personen naar de kamer gelopen. De hotelkamer was onbeschadigd en volledig intact toen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] over die kamer de beschikking kregen. Aangezien de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op 27 februari 2023, omstreeks 13.00 uur, nog steeds niet hadden uitgecheckt, is iemand van ‘housekeeping’ op de kamer gaan kijken. De verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bleken te zijn vertrokken en in de kamer waren onder andere matrassen, een televisie, kussens, lampen en een dekbedovertrek vernield. Ook zaten er grote urineplekken op het bed, lagen er diverse gebruikte condooms op het bed en ernaast en lagen er zo’n 20 lege zakjes op de kamer waarin waarschijnlijk drugs hadden gezeten. Bij feit 1: De volgende dag, op 27 februari 2023, omstreeks 15.45 uur, heeft medeverdachte [medeverdachte] voor één nacht een kamer geboekt in [benadeelde 2] in Made, waar hij samen met de verdachte heeft verbleven. Aan medeverdachte [medeverdachte] was slechts één toegangspas voor de kamer verstrekt. De verdachte en medeverdachte [medeverdachte] waren agressief jegens de receptionist. De hotelkamer was onbeschadigd en volledig intact toen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] over die kamer de beschikking kregen. Diezelfde dag, omstreeks 18.00 uur, zijn de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] uit het hotel vertrokken. De receptionist is toen meteen naar hun hotelkamer gegaan en zag dat onder meer een televisie, een telefoon, een lamp en een schilderij in de kamer waren vernield. Ook lagen er uitgedrukte sigarettenpeuken en lege gripzakjes. Bij feit 4: Korte tijd later, op 27 februari 2023 omstreeks 18.15 uur, heeft medeverdachte [medeverdachte] voor één nacht een kamer geboekt bij [benadeelde 1] . Aan medeverdachte [medeverdachte] is slechts één toegangspas voor de kamer verstrekt. De hotelkamer was onbeschadigd en volledig intact toen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] over die kamer de beschikking kregen. Op 28 februari 2023, omstreeks 09.25 uur, heeft de politie de hotelkamer betreden. In de kamer troffen zij medeverdachte [medeverdachte] slapend op bed aan. Een van de verbalisanten hoorde dat er ook een persoon in de badkamer was. Deze badkamer was afgesloten. Na enige tijd werd de badkamer door middel van een sleutel geopend en kwam de verdachte uit de badkamer. De vloer van de badkamer stond vol water, er lag een douchekop op de grond, een handdoekenrekje boven het bad was omgebogen. Ook waren onder meer matrassen, een lamp en stucwerk vernield. Schakelbewijs Op grond van de gebruikte bewijsmiddelen stelt het hof vast dat in een tijdsbestek van 36 uur in drie kamers in drie verschillende hotels, die telkens door de verdachte of door medeverdachte [medeverdachte] voor één nacht was geboekt en waar zij beiden verbleven, een groot aantal vernielingen is aangericht. Uit bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat schakelbewijs als steunbewijs kan dienen. Voor het bewijs van het tenlastegelegde strafbare feit mag de rechter de bewezenverklaring mede doen steunen op één of meer bewijsmiddelen waaruit blijkt van redengevende feiten en omstandigheden van een ander, soortgelijk strafbaar feit dat door de verdachte is begaan; dit wordt ‘schakelbewijs’ genoemd. Daarbij is ten minste vereist dat de wijze waarop de onderscheidene feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomt of kenmerkende gelijkenissen vertoont en dat het duidelijk is dat de verdachte bij beide feiten betrokken is geweest. Voor wat betreft het overeenkomen van essentiële punten tussen de ‘geschakelde’ feiten wordt in de regel in het bijzonder gekeken naar de (werk)wijze waarop de onderscheidene feiten zijn gepleegd, de modus operandi. Daarbij kan ook de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de tenlastegelegde feiten meewegen, waaronder de context waarbinnen die feiten zich hebben afgespeeld, de omstandigheden waarmee zij zijn omgeven, het desbetreffende handelen van de verdachte, alsmede de verklaringen die de verdachte daarover heeft afgelegd. Hieruit zou een herkenbaar en gelijksoortig patroon in het handelen van de verdachte kunnen worden opgemaakt. Uit de hiervóór besproken feiten en omstandigheden maakt het hof bij de feiten 1, 3 en 4 een herkenbaar en gelijksoortig patroon in het handelen van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op. De hotelkamer werd telkens door één van hen geboekt, slechts één van hen had een toegangspas tot die kamer, in twee van de drie hotels gedroegen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zich luidruchtig of zelfs agressief jegens het personeel na het inchecken, de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben twee van de drie hotels verlaten zonder uit te checken, de drie kamers waren telkens intact en onbeschadigd toen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] over die kamer de beschikking kregen en na hun vertrek uit de kamers of zelfs tijdens hun verblijf in de kamer bleken er grote vernielingen te zijn aangericht in de betreffende kamers. Uit het voorgaande blijkt dat de wijze waarop de feiten 1, 3 en 4 zijn begaan op essentiële punten overeenkomt of kenmerkende gelijkenissen vertoont en dat het duidelijk is dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bij die feiten betrokken zijn geweest. Gelet hierop, gebruikt het hof voor de feiten 1, 3 en 4 telkens schakelbewijs als steunbewijs, in die zin dat het hof de bewezenverklaring van elk van deze feiten telkens mede doet steunen op de bewijsmiddelen van de andere twee feiten, waaruit blijkt van redengevende feiten en omstandigheden van een ander, soortgelijk strafbaar feit dat door de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is begaan. Was de verdachte in staat om de vernielingen aan te richten? De verdachte heeft verklaard dat hij in de hotelkamers XTC heeft gebruikt en telkens is gaan douchen of in bad is gaan zitten. Hij was daardoor erg ver heen en weet niet wat er om hem heen gebeurde. Voor zover de verdachte daarmee bedoeld heeft te verklaren dat hij de vernielingen niet kan hebben aangericht, overweegt het hof als volgt. Uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte telkens met medeverdachte [medeverdachte] is aangekomen in het hotel, dat zij aldaar hebben ingecheckt en dat zij vervolgens naar hun kamer zijn gegaan. Daaruit volgt dat de verdachte in elk geval niet ‘ver heen’ was toen hij op de hotelkamers aankwam. Dat hij op die kamers door het gebruik van XTC alsnog op enig moment ‘ver heen’ is geraakt en naar de badkamer is gegaan, sluit derhalve niet uit dat hij op enig moment samen met medeverdachte [medeverdachte] vernielingen heeft aangericht op die kamers. Andere betrokkene(n)? Met betrekking tot twee hotels, [benadeelde 2] (feit 1) en [benadeelde 1] (feit 4), bevat het dossier geen enkel aanknopingspunt dat er een of meer anderen dan de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op de betreffende kamer aanwezig zijn geweest tussen het moment waarop zij de beschikking kregen over de intacte en onbeschadigde kamers en het moment waarop de vernielingen zijn aangetroffen. Ter zake van [benadeelde 1] (feit 3) heeft de verdachte verklaard dat er mogelijk vrouwen in de kamer zijn geweest. Hij heeft gerommel in de kamer gehoord. De aangetroffen gebruikte condooms wijzen daar volgens de verdediging ook op. Voor zover de verdachte daarmee heeft bedoeld te betogen dat de vernielingen in die kamer door die vrouwen zijn aangericht, overweegt het hof als volgt. Het hof acht de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig en gaat er daarom aan voorbij. De verdachte weet niet wie die vrouwen waren, hoe zij op de kamer terecht zijn gekomen en waarom zij daar waren. Evenmin kan hij hen beschrijven. Daarbij komt dat alleen de verdachte een toegangspas voor de kamer had gekregen en de receptioniste van het hotel heeft verklaard dat er via de hoofdingang in ieder geval tot 22.30 uur geen andere personen naar de kamer zijn gelopen. Het hof acht het daarom niet aannemelijk dat er vrouwen op die kamer zijn geweest. De aangetroffen gebruikte condooms op de kamer maken dat oordeel niet anders. Bovendien, zelfs al zouden er vrouwen op de kamer zijn geweest, is het, zeker in het licht van het bewijs van het onder 1 en 4 bewezenverklaarde, niet aannemelijk dat uitgerekend bij deze kamer de vernielingen niet zouden zijn aangericht door de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , maar door die vrouwen. Ook overigens zijn er geen aanwijzingen in het dossier dat er een of meer andere personen op die kamer zijn geweest tussen het moment waarop de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] de beschikking kregen over de intacte en onbeschadigde kamer en het moment waarop de vernielingen zijn aangetroffen. Gelet hierop, kan het niet anders, dan dat de onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde vernielingen door de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] moeten zijn aangericht. Naar het oordeel van het hof was daarbij tussen beiden sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, waarbij ieders intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van voldoende gewicht was. De kamers werden immers telkens door een van hen geboekt, waarna zij steeds samen op de kamer verbleven. Niet gebleken is dat een van hen heeft geprobeerd de ander tegen te houden of zich van de vernielingen te distantiëren, bijvoorbeeld door hiervan melding te maken bij de receptie van het betreffende hotel. Integendeel, zij zijn van het ene naar het andere hotel gegaan en zijn doorgegaan met het vernielen van de kamers. Dat hierbij niet kan worden vastgesteld wie welke vernielingshandeling heeft verricht, doet hieraan niet af. Kortom, het hof acht het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Het verweer wordt bijgevolg verworpen. Met betrekking tot feit 2 Op grond van de gebruikte bewijsmiddelen stelt het hof vast dat op 28 februari 2023 zowel in de hotelkamer waar de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] verbleven als in de auto van de verdachte verdovende middelen zijn aangetroffen. In de hotelkamer werden 5,1 gram cocaïne, 74 pillen en 10,1 gram MDMA aangetroffen en in de auto 31,8 gram MDMA. Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat de aangetroffen drugs in de hotelkamer van hem waren. De verdachte heeft verklaard dat hij wist dat er drugs aanwezig waren in het hotel en in de auto en dat de verdachten daar allebei hun deel van hadden. Het hof stelt dan ook vast dat beide verdachten wetenschap hebben gehad van en beschikkingsmacht hebben gehad over de in de hotelkamer aangetroffen hoeveelheden verdovende middelen. Uit het dossier blijkt echter niet of de in de auto van de verdachte aangetroffen brillenkoker, waarin zich – naar later bleek – 31,8 gram bevattende MDMA bevond, open of gesloten in de auto lag en waar deze in de auto lag. Het is daarom niet duidelijk of medeverdachte [medeverdachte] , toen hij als bijrijder in die auto zat, moet hebben gezien dat zich in die auto een brillenkoker bevond met daarin MDMA. Ook overigens zijn er geen bewijsmiddelen in het dossier aanwezig op basis waarvan kan worden vastgesteld dat medeverdachte [medeverdachte] in enigerlei vorm wetenschap moet hebben gehad van de aanwezigheid van die 31,8 gram bevattende MDMA in de auto. Derhalve kan wat betreft deze 31,8 gram bevattende MDMA in de auto alleen worden bewezen dat de verdachte die opzettelijk aanwezig heeft gehad. Het bewijsverweer wordt verworpen. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde wordt telkens gekwalificeerd als: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Het onder 2 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Standpunt advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal veroordelen tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling, ook als dit inhoudt een kortdurende klinische opname, een en ander conform het reclasseringsadvies d.d. 4 juni
- De advocaat-generaal is tot deze vordering gekomen vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Standpunt verdediging De raadsman van de verdachte heeft, op de gronden als verwoord in de pleitnota en als mondeling aangevuld op de zitting primair vrijspraak bepleit van het onder 1, 3 en 4 tenlastegelegde. De raadsman van de verdachte heeft subsidiair een strafmaatverweer gevoerd. Hij heeft daartoe gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft een afspraak met een bedrijf om daar als dakdekker te beginnen. Zijn vriendin is in verwachting. In het kader van een schorsing van zijn voorlopige hechtenis in een andere strafzaak zijn aan de verdachte bijzondere voorwaarden opgelegd, onder meer vergelijkbare voorwaarden als die de advocaat-generaal nu vordert. Het heeft daarom geen zin om nogmaals die voorwaarden aan de verdachte op te leggen. Voor het overige kan de raadsman zich vinden in de door de advocaat-generaal gevorderde straffen, met dien verstande dat het aantal uren taakstraf in zijn visie lager moet zijn. Oordeel hof Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Grotendeels overeenkomstig de rechtbank overweegt het hof voorts het volgende. De verdachte heeft zich samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig gemaakt aan de vernieling van in totaal drie hotelkamers. Zij gingen van het ene naar het andere hotel, waar zij telkens een ravage aanrichtten in de door hen geboekte kamer. Diverse goederen op de kamers werden vernield, waaronder op een van de kamers zelfs het stucwerk, en de kamers werden enorm smerig achtergelaten met onder andere urineplekken op het bed en in één geval gebruikte condooms her en der in de kamer. De verdachten hebben door hun handelen materiële schade veroorzaakt en ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat hoteleigenaren in hun gasten stellen. Ook worden door dergelijk gedrag gevoelens van onveiligheid in het leven geroepen. De receptioniste van het [benadeelde 1] in Waalwijk gaf aan dat zij de verdachten niet aan durfde te spreken op hun gedrag, omdat zij alleen was. De verdachten hebben zich op geen enkel moment berouwvol getoond over hun handelen. Het hof vindt het gedrag van de verdachten volstrekt onacceptabel en uitermate kwalijk. Daarnaast heeft de verdachte zich, voor een deel samen met medeverdachte [medeverdachte] , schuldig gemaakt aan het opzettelijk voorhanden hebben van cocaïne en MDMA. Harddrugs zoals cocaïne en MDMA kunnen gezondheidsschade toebrengen aan gebruikers daarvan en kunnen leiden tot ernstige verslavingsproblematiek. Bovendien gaat het gebruik van drugs, zoals ook in deze zaak is gebleken, niet zelden gepaard met allerlei vormen van criminaliteit, hetgeen zorgt voor overlast voor de samenleving. Het hof houdt verder rekening met de omstandigheid dat de verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel van de Justitiële Informatiedienst d.d. 7 april 2025 reeds meermalen onherroepelijk is veroordeeld, hetgeen de verdachte er kennelijk niet van weerhoudt om opnieuw strafbare feiten te plegen. Ook houdt het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Het opleggen van een taakstraf, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, acht het hof niet passend gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten. Beslag Van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedragen, volgens de verdachte aan hem toebehorende, zal de teruggave aan de verdachte worden gelast, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 4.150,30 ter zake van materiële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.430,
- Het hof stelt vast dat het in eerste aanleg ingediende formulier ‘Verzoek tot schadevergoeding’ is ondertekend door ‘ [betrokkene 1] ’. Hoewel op dat formulier bij vraag 1C uitdrukkelijk is vermeld, dat als het slachtoffer een niet-natuurlijk persoon betreft, een uittreksel van de Kamer van Koophandel en een volmacht van de directie / bestuurder, waaruit blijkt dat de ondertekenaar van het formulier de organisatie of het bedrijf mag vertegenwoordigen, moet worden meegestuurd. Uit het dossier blijkt niet dat die stukken in eerste aanleg zijn overgelegd. Voor de terechtzitting in hoger beroep is wel een schriftelijke machtiging toegezonden, ondertekend door dhr. [betrokkene 2] namens [bedrijf] en [benadeelde 1] , maar uit die machtiging blijkt niet dat die [betrokkene 2] directeur of bestuurder is van [benadeelde 1] . Bovendien wordt in die machtiging ‘ [betrokkene 1] ’, legal en compliance coördinator, gemachtigd om ‘namens de heer [betrokkene 2] alle door de overheid gestelde vergunningen in te dienen en af te handelen ten behoeve van de bovenvermelde B.V. inclusief de daarbij behorende nevenvestigingen’. Een civiele vordering is geen ‘door de overheid gestelde vergunning’. Kortom, uit deze machtiging blijkt niet dat [betrokkene 1] is gemachtigd om namens [benadeelde 1] een civiele vordering in te dienen in dit strafproces. Gelet hierop, kan de benadeelde partij [benadeelde 1] niet worden ontvangen in haar vordering. De benadeelde partij dient bijgevolg te worden veroordeeld in de kosten, tot op heden begroot op nihil. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 4.537,55 ter zake van materiële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.650,
- Het hof stelt vast dat het in eerste aanleg ingediende formulier ‘Verzoek tot schadevergoeding’ is ondertekend door ‘ [aangever 1] ’. Hoewel op dat formulier bij vraag 1C uitdrukkelijk is vermeld, dat als het slachtoffer een niet-natuurlijk persoon betreft, een uittreksel van de Kamer van Koophandel en een volmacht van de directie / bestuurder, waaruit blijkt dat de ondertekenaar van het formulier de organisatie of het bedrijf mag vertegenwoordigen, moet worden meegestuurd. Uit het dossier blijkt niet dat die stukken in eerste aanleg zijn overgelegd. Voor de terechtzitting in hoger beroep is wel een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 9 oktober 2024 toegezonden betreffende [benadeelde 2] Made. Uit dat uittreksel blijkt echter niet dat ‘ [aangever 1] ’ bevoegd of gemachtigd is om namens [benadeelde 2] een civiele vordering in te dienen in dit strafproces. Gelet hierop, kan de benadeelde partij [benadeelde 2] niet worden ontvangen in haar vordering. De benadeelde partij dient bijgevolg te worden veroordeeld in de kosten, tot op heden begroot op nihil. Vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling De officier van justitie heeft een vordering gedaan tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, nu verdachte zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, zoals tenlastegelegd in de onderhavige zaak. Het hof stelt met de advocaat-generaal en de raadsman vast dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte in eerste aanleg op een behoorlijke wijze is opgeroepen voor de vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling. Ten behoeve van de terechtzitting van de rechtbank op 8 november 2023 is aan de verdachte de dagvaarding van de inhoudelijke zaak onder parketnummer 02/189386-20 betekend in plaats van de vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling. Het dossier bevat verder geen stukken waaruit blijkt dat de vordering in eerste aanleg op een juiste wijze aan de verdachte is betekend en hij hier kennis van heeft kunnen nemen. Hoewel deze vordering in hoger beroep opnieuw aan de orde is en de verdachte in hoger beroep wel op de juiste wijze is gedagvaard, zal het hof de vordering van de advocaat-generaal en het verzoek van de raadsman volgen en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 47, 57, 63 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 25 (vijfentwintig) weken. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Gelast de teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 1) 5 EUR (omschrijving: G2565380); 2) 20,65 EUR (omschrijving: G2565371); Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Aldus gewezen door: mr. O.A.J.M. Lavrijssen, voorzitter, mr. A.J. Henzen en mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier, en op 24 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. Henzen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.