← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:2188

Parketnummer : 20-001734-24 Uitspraak : 30 juli 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 18 juni 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-041272-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III’, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van het voorarrest. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Voorts heeft de advocaat-generaal de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten; een pistool, van het merk Glock, model 17 Gen 4, kaliber 9x19 mm gevorderd. Door de raadsman van de verdachte is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Tot slot heeft de raadsman zich gerefereerd voor wat betreft de gevorderde onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten; een pistool, van het merk Glock, model 17 Gen 4, kaliber 9x

  1. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 15 februari 2022 te Oss, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Glock, model 17 Gen 4, kaliber 9x19, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad; De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 15 februari 2022 te Oss, tezamen en in een vereniging met een ander, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Glock, model 17 Gen 4, kaliber 9x19, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de regionale politie eenheid Oost-Brabant, district ‘s-Hertogenbosch, Basisteam Maasland, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , werkzaam als hoofdagent, dossiernummer PL2100-2022032534, gesloten d.d. 21 maart 2022, inhoudende een verzameling in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde pagina’s 1 tot en met
  2. De inhoud daarvan is telkens zakelijk weergegeven.
  3. Het proces- verbaal van bevindingen d.d. 15 februari 2022, dossierpagina’s 6-8, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] : Op 15 februari 2022 waren wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , belast met de algemene surveillance in Oss. Op genoemde dag, omstreeks 19.13 uur, kregen wij het verzoek om te gaan naar [adres 1] , alwaar een persoon uit zijn woning zou zijn ontvoerd. Er werd doorgegeven dat er een donkerkleurige auto bij betrokken zou zijn en dat de verdachte van de ontvoering een dikke donkere man zou zijn welke in het zwart gekleed was. De persoon welke zou zijn ontvoerd zou de verdachte [verdachte] betreffen. Op het moment dat ik, verbalisant [verbalisant 3] , in de richting van de Sperwerstraat liep, hoorde ik dat er vlakbij een forse discussie gaande was tussen een aantal personen. Ik, verbalisant [verbalisant 3] , ben op het geluid afgegaan en trof in [adres 2] 2 personen , welke aldaar uit een donker steegje kwamen lopen. Ik, verbalisant [verbalisant 3] , zag dat een van de personen volledig voldeed aan het signalement van de "ontvoerder" en heb hem aangemerkt als de medeverdachte [medeverdachte] . Ik, verbalisant [verbalisant 3] , zag dat een van de twee personen een zwart koffertje vast hield. Op dat moment zag ik dat de medeverdachte [medeverdachte] berichten aan het typen was op zijn telefoon en heb getracht deze telefoon af te pakken en heb deze uiteindelijk in mijn bezit gekregen en direct in beslag genomen. Meteen hierop zag ik dat het zwarte koffertje op de grond lag. Wij, verbalisanten, hebben hierop in het koffertje gekeken, waarvan de sluitingen op dat moment geopend waren. Wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , zagen dat er in het koffertje een vuurwapen zat of in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Deze werd direct in beslag genomen.
  4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 februari 2022, dossierpagina 11 voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] : Op het moment dat ik, verbalisant [verbalisant 3] , [adres 2] in liep, zag ik twee personen uit het steegje komen. De persoon die voor mij links stond betrof de medeverdachte [medeverdachte] en de persoon rechts betrof de verdachte [verdachte] . Ik, verbalisant [verbalisant 3] , kan met aan zekerheid grenzende zekerheid verklaren dat de verdachte [verdachte] het koffertje vast hield. Zeker ook omdat ik zag dat de verdachte [medeverdachte] doende was met zijn telefoon, welke hij in zijn rechterhand hield. Ik, verbalisant [verbalisant 3] , keek op het moment dat de verdachte het koffertje vast hield goed naar het koffertje, omdat ik dit soort koffertjes herken als zijnde koffertjes waarin (vuur)wapens kunnen zitten. Later bleek er in het koffertje een vuurwapen te zitten. Verdachte Voornamen: [verdachte] Achternaam: [verdachte] Geboortedatum: [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats]
  5. Het proces-verbaal van de openbare zitting van de politierechter d.d. 2 maart 2023, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven: Ik hoorde een ruzie of meningsverschil tussen personen. Er kwamen twee personen uit het steegje. Zij liepen strak langs elkaar en hadden een discussie. Ik heb via de portofoon om assistentie gevraagd en meteen daarop was één van de twee bezig met zijn gsm. We stonden dicht bij elkaar. Eén van die twee hield een gsm voor zich en ging daarmee aan de slag. Ik probeerde de gsm af te pakken. Ik heb toen op datzelfde moment, toen hij het steegje uitkwam een koffertje gezien, dat had hij vast. Dat was de verdachte [verdachte] die dat vast hield. Dat weet ik zeker. Ik zag de koffer en die herkende ik als zijnde mogelijk een vuurwapenkoffertje. Het volgende moment lag het koffertje op de grond. Ik herkende het koffertje meteen maar er dreigde geen gevaar. Dus ging ik naar die gsm. Toen ik het koffertje zag, lag het meteen op de grond. Het koffertje was zwart van kleur. In dat koffertje werd later een vuurwapen aangetroffen. Ik wist zeker dat het [verdachte] was met het koffertje. Ik herinner me dat verdachte [verdachte] het koffertje vasthad. De raadsman: Het is niet zo dat u dat combineert omdat de ene met zijn gsm bezig was en de ander moet dan dat koffertje vast hebben gehad? [verbalisant 3] : Nee, ik werk op basis van wat ik zie.
  6. Het proces-verbaal onderzoek wapen (met fotobijlagen) d.d. 21 februari 2022, dossierpagina’s 12-21, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] : Op 21 februari 2022 werd door mij, verbalisant [verbalisant 4] , opgeleid en bevoegd tot het juridisch omschrijven van (vuur)wapens en munitie, onderstaand voorwerp nader omschreven en gecategoriseerd. Pistool (BVH goednummer 1901609, SIN AAPK3496NL): Ik zag dat dit voorwerp een semi-automatisch, single-action, centraal uur pistool was van het merk Glock, model 17 Gen4, kaliber 9x19 millimeter, wapennummer YFW
  7. Ik zag dat dit pistool een lengte had van ongeveer 220 millimeter en een hoogte van ongeveer 140 millimeter. Ik zag dat dit pistool was vervaardigd van zwart metaal (slede), beige metaal (loop) en zwart kunststof (kast en handgreep). Ik zag dat de linkerzijde van de handgreep was voorzien van het logo van Glock. Ik zag dat dit pistool mechanisch naar behoren functioneerde en was voorzien van een werkende slede, trekker en slagpin. Ik zag en hoorde dat bij het afvuren van een ontladen kogelpatroon van het kaliber 9x19 millimeter uit de referentiecollectie van het bureau wapens munitie & explosieven, het slaghoedje door de slagpin werd ingeslagen en het ontbrandde slagsas als mondingsvuur de loop verliet. Gezien bovenstaande is dit pistool geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het pistool berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Het pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.
  8. Het proces- verbaal van bevindingen (met fotobijlage en filmpjes) d.d. 17 februari 2022, dossierpagina’s 22-43, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] : Op 17 februari 2022, was ik, verbalisant [verbalisant 5] , belast met het onderzoek voor het voorhanden hebben van een vuurwapen. Met toestemming van Officier van Justitie [verbalisant 6] en met toestemming van de verdachte [medeverdachte] doorzocht ik zijn telefoon. Dit betrof een Apple iPhone, kleur rood, met goednummer:
  9. Ik doorzocht de telefoon en zag in zijn galerij twee filmpjes van een vuurwapen. Ik bekeek de filmpjes en zag het volgende: Filmpje 1 Ik zag dat dit filmpje voorzien was van datum 15 februari 2022 en tijdstip 14.06 uur. Dit betreft ongeveer vijf uur voor de aanhouding. Ik zag dat het filmpje een duur had van vijf seconden. Ik zag dat er van bovenaf gefilmd werd. Ik zag dat een zwart koffertje getoond werd met het logo van Glock erop. Ik zag dat op de rand een label stond met de tekst: Pistol Glock 17 cal, 9x
  10. Ik zag dat het koffertje met een hand vast werd gehouden met een zwarte handschoen. Ik zag dat het koffertje neer werd gelegd op een grijze stoffen bank. Ik zag dat vanaf het bovenaanzicht schoenen zichtbaar waren. Die schoenen kan ik als volgt omschrijven: Sneaker model Zwarte randen Zwarte veters Witte accenten Zwart/wit logo op de flap boven de veters Filmpje 2 Ik zag dat dit filmpje voorzien was van datum 15 februari 2022 en tijdstip 14.04 uur. Dit betreft ongeveer vijf uur voor de aanhouding. Ik zag dat het filmpje een duur had van drie seconden. Ik zag dat er van bovenaf gefilmd werd. Ik zag dat in een rechterhand, met een zwarte handschoen aan, een zwart vuurwapen getoond werd. Ik zag de achterkant, zijkant en onderkant getoond werd. Ik herkende dit vuurwapen als een Glock. Ik herkende dit vuurwapen als het vuurwapen dat in beslag is genomen. Ik zag op de achtergrond het hierboven genoemde koffertje, geopend op de grijze stoffen bank. Ik zag dat er twee patroonhouders en een snellader in het koffertje lagen. Ik zag wederom van bovenaf dezelfde schoenen als hierboven omschreven. Van deze twee filmpjes heb ik foto's gemaakt. Deze foto's heb ik bijgevoegd aan dit proces-verbaal. Figuur 1: Foto filmpje 2: tonen vuurwapen Figuur 2 en 3: Foto’s herkenning schoenen [verdachte] Figuur 4: Foto Snapchat met zelfgemaakte foto vuurwapen Herkenning schoenen Op 17 februari 2022, omstreeks 11.00 uur, liep ik naar het cellencomplex van het politiebureau in Den Bosch. Ik bekeek de kleding die verdachte [verdachte] bij zich had ten tijde van de aanhouding. Ik zag dat bij deze kleren zwarte sneakers zaten. Ik herkende deze sneakers als de hierboven omschreven sneakers van filmpje 1 en
  11. Van deze sneakers heb ik foto's gemaakt en bijgevoegd bij dit proces-verbaal. Snapchat Ik doorzocht de telefoon van [medeverdachte] verder en bekeek zijn Snapchat. Ik zag dat hij ingelogd was onder accountnaam: [accountnaam 1] . Gesprek " [accountnaam 3] " Ik bekeek zijn gesprekken en zag dat hij een gesprek had met " [accountnaam 3] " met dan erachter een batterijlogo. Ik zag dat " [accountnaam 3] " de accountnaam: [accountnaam 2] , had. Ik zag dat vooral de berichten van " [accountnaam 3] " zijn opgeslagen. Ik zag dat op 21 oktober 2021, " [accountnaam 3] " zegt: "Ohzo heb snelladers liggen glock magas cz magas loopjes cz en snoepjes 9m". Ik zag dat op 25 oktober 2021, " [accountnaam 3] " drie foto's stuurt. Op Foto 1 zag ik een vuurwapen dat ik herken als een Glock. Ik zag dat de kolf van de Glock bruin van kleur was. Ik zag dat langs de Glock 7 patronen lagen. Ik zag dat de Glock geladen was met een patroonhouder. Ik zag dat boven de Glock een omhulsel voor de Glock lag, waar de Glock in past. Ik zag dat op dit omhulsel een grip onder de loop zat, een groot vizier en een uitklapbare schoudersteun. Ik zag ook nog 3 patroonhouders liggen. Ook zag ik nog een doosje met een foto van munitie liggen. Op foto 2 zag ik de zelfde Glock met erin een patroonhouder en erlangs twee patroonhouders. Op foto 3 zag ik de combinatie van de Glock en het omhulsel. Ik zag dat op 26 oktober 2021, " [accountnaam 3] " een foto stuurt. Ik zag op die foto 6 lopen geschikt voor een vuurwapen. Ik zag dat daarbij door " [accountnaam 3] " gestuurt werd: "Jaa kijk maar bro heb 750 stuks 9mm liggen 15 loopjes snelladers voor Glock en revolver alarmpistool en paar magas voor walter". Ik zag dat op 8 november 2021, " [accountnaam 3] " een stuurt: - " welke bro is van glock 2 stuks" - " rest walter en cz" - " als je alle magas erby pakt" - " zijn er 7" - " uhh 300 euro totaal" - "1200 alle loopjes" - "10 snelladers" - " en alle magas" - " krijg je 1 loopjes er nog bij van me" - " dus 10 loopjes" Ik zag dat op 27 november 2021, " [accountnaam 3] " stuurt: "1.5/2 weken 500 stuks komen er als alles mee zit.’’ Ik zag dat op maandag 14 februari 2022, om 11.01 uur, " [accountnaam 3] " een foto stuurt. Ik zag op de foto een koffer met een zwart vuurwapen. Ik herkende dit vuurwapen als het inbeslaggenomen vuurwapen en uit het hierboven genoemde filmpje 1 en
  12. Ik zag dat op dinsdag 15 februari 2022, om 14.20 uur, " [accountnaam 3] " stuurt: " [adres 3] ". Dit betreft de dag van de aanhouding van [verdachte] . [verdachte] woont zelf op [adres 1] . Herkenning [verdachte] Ik zag dat in het Snapchat gesprek met " [accountnaam 3] ", dat met het ingelogd account van " [accountnaam 1] ", gereageerd werd op een zogeheten verhaal van " [accountnaam 3] ". Dit verhaal kan alleen gepost worden door de gebruiker " [accountnaam 3] ". Dit was op 9 december
  13. Dit verhaal bestond uit een filmpje. Ik bekeek het filmpje en zag dat een man als bijrijder zat in een auto en zichzelf en de vrouwelijke bestuurder filmde. Ik herkende deze man als de in deze zaak verdachte [verdachte] . Ik herkende hem aan de hand van zijn gelaat en de bril. Op donderdag 17 februari 2022, omstreeks 11.00 uur, sprak ik namelijk verdachte [verdachte] in het cellencomplex. Ik zag zijn gezicht en zag dat hij de hierboven genoemde bril op had. Ik zag dat in het Snapchat gesprek met " [accountnaam 3] ", dat met het ingelogd account van " [accountnaam 1] ", gereageerd werd op een zogeheten verhaal van " [accountnaam 3] ". Dit was op 1 februari
  14. Dit verhaal bestond uit een filmpje. Op het filmpje zag ik dat een man zichzelf filmde tijdens het paardrijden. Ik herkende deze man als de in deze zaak verdachte [verdachte] .
  15. Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] bij de rechter-commissaris d.d. 16 augustus 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de betrokkene: Rond een uur of 17.00 vertrok ik op 15 februari 2022 richting Oss, naar [verdachte] . Ik was daar om een vuurwapen te kopen van de verdachte [verdachte] . [verdachte] had mij via lnstagram en Snapchat gevolgd. Ik kende [verdachte] al een paar maanden voordat ik naar Oss ging. Hij stuurde filmpjes van vuurwapens om die te verkopen. Dat stond in onze gesprekken op Snapchat. Het ging om een Glock 17, deze moest € 4.700,00 kosten. Voordat de politie ons staande hield waren we in een zijstraatje waar [verdachte] de Glock wilde verstoppen. Ik heb enkel het tasje waarin de koffer zat in mijn handen gehad, niet de koffer zelf.
  16. De verklaring van de verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 16 juli 2025, voor zover inhoudende als verklaring van die [verdachte] : Het klopt dat ik [medeverdachte] al een paar maanden kende via Instagram en dat we die dag hadden afgesproken. Het snapchataccount onder de naam [accountnaam 3] is mijn gebruikersnaam. De foto dat ik als bijrijder in een auto zit bij mijn oma herken ik. Deze foto heb ik via Snapchat verstuurd aan [medeverdachte] . Het filmpje dat ik op het paard zit herken ik. Dat ben ik. Dat filmpje heb ik via Snapchat verstuurd aan medeverdachte [medeverdachte] .
  17. De eigen waarneming van het hof als bedoeld in artikel 340 van het Wetboek van Strafvordering (bron III), voor zover inhoudende: Het hof neemt op de filmpjes met kenmerk 20220217_141908 en 20220217_150717 waar dat de persoon op het filmpje witte sneakers aan heeft met een zwarte rand. De schoen heeft een wit gedeelte onder de veters en een wit gedeelte bij de inkeping van de neus. Er is een specifieke wit-zwart tekening van de schoenen zichtbaar. De schoenen op het filmpje hebben grote gelijkenissen met de foto’s van de schoenen (het hof begrijpt die de verdachte aanhad bij zijn aanhouding) op pagina’s 28-29 van het procesdossier (Figuur 2 en 3). Bewijsoverwegingen I. De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. II. Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Daartoe is, kort gezegd, aangevoerd dat de verdachte op 15 februari 2022 een Cartier bril wilde verkopen en niets af wist van het vuurwapen. Het procesdossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen van het tenlastegelegde feit, te weten het voorhanden hebben van het vuurwapen. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Het hof is van oordeel dat het door de verdediging geschetste scenario, inhoudende dat de verdachte zijn Cartier bril, en niet een vuurwapen, wilde verkopen niet alleen zijn weerlegging vindt in de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, maar bovendien ongeloofwaardig is en overweegt daartoe het volgende. Uit het procesdossier volgt dat de medeverdachte [medeverdachte] op 15 februari 2022 omstreeks 17:00 met de taxi onderweg is naar het adres [adres 3] , welke nagenoeg het BRP-adres ( [adres 1] ) van de verdachte [verdachte] betreft. [medeverdachte] is daar om een vuurwapen (het hof begrijpt een Glock, model 17 Gen 4) te kopen van de verdachte [verdachte] . Dit volgt niet alleen uit de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] afgelegd bij de rechter-commissaris op 16 augustus 2023 maar te meer uit de gesprekken, foto’s en filmpjes op Snapchat tussen de verdachte [verdachte] en [medeverdachte] , aangetroffen op de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte] . In de telefoon staat een snapchatgesprek met een account onder de naam [accountnaam 3] . De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het snapchataccount onder de naam [accountnaam 3] zijn gebruikersnaam is en dat hij zichzelf herkent op de opgeslagen filmpjes in de chat met zijn oma en op het paard. Verder bevinden zich in de chat meerdere foto’s en filmpjes van het vuurwapen. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat iemand anders op zijn snapchataccount heeft ingelogd en de foto’s en filmpjes van het vuurwapen aan de medeverdachte heeft verstuurd, alsmede de gesprekken als [accountnaam 3] met [medeverdachte] heeft gevoerd over wapens, in welk gesprek op 14 februari 2022 een foto wordt gestuurd van een koffer met een zwart vuurwapen dat door de verbalisant wordt herkend als het in beslag genomen vuurwapen en in het laatste gesprek op 15 februari 2022 (de dag van het ten laste gelegde feit) door [accountnaam 3] een adres wordt gestuurd ( [adres 3] ) dat nagenoeg het eigen adres van verdachte is, schuift het hof gelet op voorgaande als ongeloofwaardig terzijde. Aan dit oordeel ligt in het bijzonder ook ten grondslag dat op de filmpjes met het vuurwapen de schoenen van de verdachte worden herkend door verbalisant [verbalisant 5] (Figuur 2 en 3). Ook het hof neemt ter terechtzitting in hoger beroep op het getoonde beeldmateriaal waar dat de persoon op het desbetreffende filmpje witte sneakers aan heeft met een zwarte rand, de schoen een wit gedeelte onder de veters en een wit gedeelte bij de inkeping van de neus en bovendien een specifieke wit-zwart tekening van de schoenen heeft, waardoor de schoenen op het filmpje zeer grote gelijkenissen vertonen met de schoenen op de foto’s die zich bevinden in het procesdossier en toebehoren aan de verdachte (Figuur 2 en 3). Daarbij overweegt het hof dat deze filmpjes zijn voorzien van een datum en tijdstip die dateren van ongeveer vijf uur voor het tenlastegelegde feit. Tussen de verdachte en medeverdachte ontstaat vrij kort nadat [medeverdachte] bij de verdachte naar binnen is gegaan ruzie, waarop beiden al duwend en trekkend uit de woning komen met het wapen, op de openbare weg, en zich begeven richting het steegje. Verbalisant [verbalisant 3] neemt daarbij, als beide personen zich in het steegje bevinden, waar dat de medeverdachte [medeverdachte] zijn telefoon in zijn rechterhand heeft en berichten aan het typen was en dat de verdachte [verdachte] op dat moment het koffertje vast heeft. Hij keek op het moment dat de verdachte het koffertje vast hield goed naar het koffertje, omdat hij dit soort koffertjes herkende als zijnde koffertjes waarin (vuur)wapens kunnen zitten. Later blijkt in het koffertje het vuurwapen te zitten. Desgevraagd verklaart [verbalisant 3] als getuige bij de politierechter nog dat hij zeker weet dat het de verdachte [verdachte] was die het koffertje vast hield. Mede gelet hierop in samenhang met de gedetailleerdheid van de verklaring van [verbalisant 3] , acht het hof de verklaring van [verbalisant 3] betrouwbaar. Gelet op het hiervoor overwogene kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat de verdachte het vuurwapen voorhanden heeft gehad. Het hof is daarbij van oordeel dat de verklaring van de verdachte, dat hij een Cartier bril wilde verkopen en niets af wist van de verkoop van een vuurwapen, niet strookt met het voorliggende bewijs, alsmede enig onderdeel van het procesdossier. Ook overigens is geen enkel bewijs van een beweerdelijke verkoop van een dure merkbril aangedragen, noch is zulks anderszins aannemelijk geworden. Dat verdachte [verdachte] niet aanstonds is aangehouden terwijl dit gelet op de verdenking van de aanwezigheid of het bezit van een vuurwapen voor de hand zou hebben gelegen, doet tenslotte aan het voorgaande niet af, nu de politie in eerste instantie is afgekomen op een melding over ontvoering van [verdachte] en verbalisant [verbalisant 3] daarvoor ook overigens een aannemelijke verklaring heeft gegeven. De verweren worden mitsdien in al hun onderdelen verworpen. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van het voorarrest. De raadsman heeft het hof verzocht om de verdachte te veroordelen tot een taakstraf of een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf en in elk geval geen straf op te leggen die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij op 15 februari 2022, tezamen en in vereniging met een ander, een vuurwapen, te weten een Glock, model 17 Gen 4, voorhanden heeft gehad. Bovendien heeft verdachte het wapen op de openbare weg voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van een vuurwapen brengt grote risico’s met zich voor de veiligheid van personen. Het bij de verdachte aangetroffen wapen vormt een aanzienlijke bedreiging voor een veilige samenleving, omdat het bezit daarvan naar algemene ervaringsregels maar al te vaak leidt tot gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Dergelijke wapens worden vaak gebruikt bij het plegen van ernstige strafbare feiten. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens vormt daarmee een groeiend maatschappelijk probleem. Het gaat derhalve om een ernstig feit. Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 11 april 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten. Ten slotte heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Door en namens de verdachte is naar voren gebracht dat het sinds het afgelopen jaar beter gaat met hem, hij een vriendin heeft en werkt in een broodjeszaak en in het magazijn van een tegelwinkel. Voorts is aangevoerd dat de moeder van verdachte ziek is en hij voor haar zorgt. Het hof is van oordeel dat, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en het zwaarwegende belang dat de samenleving heeft bij normhandhaving in geval van ongecontroleerd vuurwapenbezit, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die een (gedeeltelijk) onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Hiermee zoekt het hof aansluiting bij de door het LOVS geformuleerde oriëntatiepunten, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden en merkt daarbij op dat het vuurwapenbezit zich in vereniging en zowel in een woning als in de openbare ruimte heeft voorgedaan. De in de oriëntatiepunten van het LOVS opgenomen vertrekpunten voor straftoemeting, gaan onder die omstandigheden uit van 8 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof ziet in de jeugdige leeftijd van de verdachte en het feit dat hij zijn leven gebeterd lijkt te hebben, hij is immers niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen, aanleiding om in dit geval van de in de oriëntatiepunten van het LOVS opgenomen vertrekpunten voor straftoemeting af te wijken in na te melden zin. Oplegging van een taakstraf of een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf zoals door de verdediging bepleit, acht het hof geen passende afdoeningsmodaliteit, zodat het hof daartoe niet zal overgaan. Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk en met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Beslag Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, met betrekking tot welke het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang en dat zij vatbaar is om te worden onttrokken aan het verkeer. Het hof zal tot de oplegging van die maatregel overgaan. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b,14c, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht; verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden; bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten; een pistool, van het merk Glock, model 17 Gen 4, kaliber 9x19 mm (BVH goednummer 1901609, SIN AAPK3496NL). Aldus gewezen door: mr. M.M. Koevoets, voorzitter, mr. R.A.T.M. Dekkers en mr. M.J.M.A. van der Put, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. A.M.D.J. Aerts, griffier, en op 30 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.