← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:2208

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 7 augustus 2025 Zaaknummer: 200.353.000/01 Zaaknummer eerste aanleg: 11313704 OV VERZ 24-5716 in de zaak in hoger beroep van: [de rechthebbende] , wonende op een bij het hof bekend adres, verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de rechthebbende, advocaat: mr. G. Konus, Als belanghebbenden zijn aangemerkt: [de bewindvoerder] h.o.d.n. [naam 1] t.h.o.d.n. [naam 2] gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: de bewindvoerder, [belanghebbende 1] , wonende te [woonplaats] , [belanghebbende 2] , wonende te [woonplaats] , [belanghebbende 3] , wonende te [woonplaats] , [belanghebbende 4] , wonende te [woonplaats] , [belanghebbende 5] , wonende op een bij het hof bekend adres, [belanghebbende 6] , wonende op een bij het hof bekend adres. In het kort Deze zaak gaat over beschermingsbewind. De rechthebbende verzoekt het bewind op te heffen, dan wel de bewindvoerder te ontslaan en een opvolgend bewindvoerder te benoemen. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Tilburg ) van 20 december 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.

  1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 18 maart 2025, heeft de rechthebbende verzocht voormelde beschikking te vernietigen en: primair: het verzoek om het bewind op te heffen alsnog toe te wijzen; subsidiair: de huidige bewindvoerder te ontslaan met benoeming van een bewindvoerder die wel bereid is samen te werken met een zzp'er; althans een beslissing te nemen die het hof juist acht, kosten rechtens. 2.
  2. Van de zijde van de bewindvoerder is een schriftelijke reactie ontvangen, ingekomen ter griffie op 7 mei
  3. 2.
  4. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 juli
  5. Bij die gelegenheid zijn gehoord: mr. G. Konus namens de rechthebbende; de bewindvoerder. 2.3.
  6. De rechthebbende is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet naar de mondelinge behandeling gekomen. 2.
  7. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de aantekeningen van de zitting in eerste aanleg op 9 december
  8. 3De beoordeling 3.
  9. Bij beschikking van 27 maart 2023 heeft de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Tilburg ) over de goederen die [de rechthebbende] als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren een bewind ingesteld, met benoeming van [de bewindvoerder] h.o.d.n. [naam 1] t.h.o.d.n. [naam 2] tot bewindvoerder. De grond van het bewind is de lichamelijke of geestelijke toestand. 3.
  10. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen. 3.
  11. De rechthebbende kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. In haar beroepschrift, zoals aangevuld op de mondelinge behandeling, voert zij – samengevat – het volgende aan. De kantonrechter heeft ten onrechte overwogen dat de grond van het bewind nog steeds aanwezig is. Het bewind is ingesteld op verzoek van de rechthebbende, omdat zij destijds in een moeilijke periode zat en tijdelijk niet zelf haar financiën kon beheren of daarin overzicht kon krijgen. Middels het bewind kon zij dit even uit handen geven. Het bewind is dan ook ingesteld wegens de lichamelijke of geestelijke toestand van de rechthebbende, en niet wegens problematische schulden. Inmiddels is de toestand van de rechthebbende verbeterd en heeft zij zich kunnen richten op het zich voorzien van inkomsten uit arbeid. Zij kan haar financiën weer goed overzien en heeft een reëel beeld over hoe zij dit kan verbeteren, waardoor zij weer volledig haar eigen financiën kan beheren. In het verleden heeft de rechthebbende een cursus gevolgd met betrekking tot het omgaan met geld. De kennis die zij tijdens deze cursus heeft opgedaan, kan zij toepassen zodra zij haar financiën weer zelf gaat beheren. Gelet op deze veranderingen in de toestand van de rechthebbende is het niet in haar belang het bewind nog langer in stand te houden en is de instellingsgrond komen te vervallen. De kantonrechter heeft voorts ten onrechte overwogen dat eerst goed uitgezocht moet worden welke schulden er door de overheid betaald gaan worden, en pas daarna bekeken kan worden op welke manier de resterende schulden kunnen worden afgelost. Er is geen bewindvoerder nodig om de schulden in kaart te brengen. De financiële situatie van de rechthebbende is stabiel en zij heeft reële plannen hoe zij deze nog kan verbeteren. Volgens de rekening en verantwoording 2023 heeft de rechthebbende een schuldenlast van € 127.164,
  12. Een groot deel van de schulden zal door de Sociale Banken Nederland worden afbetaald. Omdat er nog steeds nieuwe schuldeisers worden aangeschreven, kan deze afbetaling nog oplopen. De aanwezige schulden zullen geen problematische schulden zijn als de rechthebbende aan de slag kan gaan als zzp-taxichauffeur. Hiermee zou zij inkomsten kunnen genieten van € 5.600,- bruto per maand. Zij benodigt daartoe kantoorruimte en zij dient een blauw kenteken aan te vragen ad € 1.440,-. De bewindvoerder werkt daar echter niet aan mee. Het inkomen als zzp'er zal voldoende zijn om de schulden binnen een redelijke termijn af te lossen. De bewindvoerder is niet transparant inzake het dossier en deelt geen informatie met de rechthebbende. Dit resulteert erin dat de rechthebbende geen kennis heeft van de actuele situatie, hetgeen onwenselijk is. Het ontbreken van kennis zit haar route naar zelfredzaamheid in de weg. De rechthebbende ervaart het contact met de bewindvoerder als negatief; zij voelt zich ongehoord en onbegrepen. De handelswijze van de bewindvoerder is niet in haar belang. De rechthebbende heeft geen vertrouwen meer in de bewindvoerder. Gelet op de verstoorde verhouding en het verlies aan vertrouwen is, indien de bewindvoering in stand wordt gehouden, een wijziging van bewindvoerder in het belang van de rechthebbende. Zij heeft geprobeerd zelf een andere bewindvoerder te vinden, maar dit is niet gelukt. De meeste bewindvoerders willen niet samenwerken met een zzp'er. 3.
  13. De bewindvoerder voert – samengevat – het volgende aan. De bewindvoerder acht het bewind nog altijd noodzakelijk. Hoewel het bewind destijds is ingesteld met de grondslag lichamelijke of geestelijke toestand, was ook het oplossen van de schulden het doel van het bewind. Ondanks dat de rechthebbende als slachtoffer van de Toeslagenaffaire € 30.000,- heeft ontvangen en Sociale Banken Nederland nog een deel van haar schulden zal aflossen, blijven er heel veel schulden over. Het betreffen schulden van zowel voor, tijdens als na de Toeslagenaffaire. Dat er nog steeds nieuwe schuldeisers worden aangeschreven, klopt niet. Enkel de schuldeisers die nog niet eerder bekend waren, zullen nog worden aangeschreven. Er is voorts geen financieel stabiele situatie omdat de rechthebbende geen vaste woon- en verblijfplaats meer heeft. De burgemeester van de gemeente [gemeente] heeft haar woning op grond van de Wet Damocles gesloten en om die reden is haar huurcontract ontbonden. Omdat de rechthebbende heeft nagelaten zich in te schrijven op een nieuw adres, heeft de gemeente de rechthebbende ambtshalve ingeschreven en is haar een boete opgelegd. Ook heeft de rechthebbende verzuimd de woning te ontruimen. Als gevolg hiervan is de woning ontruimd voor een bedrag van € 2.000,-. De schulden van de rechthebbende zijn geïnventariseerd, maar vanwege de niet-stabiele financiële situatie is een aanmelding bij schuldhulpverlening niet mogelijk. Bovendien zijn de uitgaven van de rechthebbende hoger dan haar inkomsten omdat de bijstandsuitkering momenteel is opgeschort. Vanwege de schadevergoeding vanuit de Toeslagenaffaire kunnen de kosten momenteel wel betaald worden, maar in een schuldsanering zal dit niet meer mogelijk zijn. De doelen van het bewind zijn dus nog niet behaald. Het is niet duidelijk wat er gewijzigd of verbeterd is aan de grondslag lichamelijke en geestelijke toestand. Het is voorts niet realistisch dat de rechthebbende als zzp-taxichauffeur € 5.600,- bruto per maand kan verdienen. Dit wordt ook op geen enkele wijze onderbouwd. In het verleden heeft de rechthebbende ook als zzp'er gewerkt. Zij is destijds niet in staat gebleken om een deugdelijke administratie te voeren. Bij de aanvang van het bewind waren er daarom hoge ambtshalve aanslagen van de Belastingdienst inzake de omzetbelasting. De rechthebbende heeft al meerdere keren aangegeven dat zij een baan als taxichauffeur heeft gevonden. Destijds is dan ook ingestemd met de aanschaf van de auto. Inmiddels beschikt zij al twee jaar over een auto, maar heeft ze nog altijd geen baan. De auto is een enorme kostenpost gebleken die een flink deel van haar schadevergoeding heeft gekost. Ze heeft al die tijd geleefd van haar bijstandsuitkering en de schadevergoeding. Het is, gelet op het risico op beslag, niet realistisch om met zoveel schulden als ondernemer te starten. Het volgen van een budgetcursus maakt iemand bovendien nog geen succesvol ondernemer. De rechthebbende belt wekelijks omdat zij haar schadevergoeding wil gebruiken voor de huur van een woning en een bedrijfspand. In het verzoek stelt zij echter de schadevergoeding aan te willen wenden voor het aflossen van haar schulden. Dit is tegenstrijdig en maakt dat de financiële onderbouwing niet klopt. Het is tenslotte niet duidelijk waarom er geen sprake zou zijn van transparantie. De rechthebbende krijgt altijd antwoord op gestelde vragen en belt meerdere keren per week. Zij kan bovendien gebruik maken van een inzagefunctie in het systeem. Zij heeft bij de intake echter aangegeven hier geen gebruik van te willen maken. 3.
  14. Het hof overweegt als volgt. Ten aanzien van het verzoek tot opheffen bewind Het wettelijke kader 3.5.
  15. Op grond van artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter een bewind instellen over één of meer van de goederen, die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren, indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van: zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel; verkwisting of het hebben van problematische schulden. 3.5.
  16. Ingevolge artikel 1:449 lid 2 BW kan de kantonrechter het bewind opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, zulks op verzoek van de bewindvoerder of degene die gerechtigd is het bewind te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432 BW, alsmede ambtshalve. 3.5.
  17. Op grond van het vorenstaande dient het hof te beoordelen of de noodzaak zoals bij de instelling van het bewind is vastgesteld niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol meer is. Inhoudelijke beoordeling 3.5.
  18. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is het hof niet gebleken dat de toestand van de rechthebbende sinds de bestreden beschikking is veranderd en/of verbeterd. Integendeel, het hof heeft juist de door de bewindvoerder geuite zorgen over de rechthebbende bevestigd gezien. De rechthebbende heeft, nadat er een handelshoeveelheid harddrugs in haar woning is aangetroffen, de woning gedwongen moeten verlaten. Zij heeft echter nagelaten de woning tijdig te ontruimen, waartoe zij zich wel in een vaststellingsovereenkomst met de verhuurder had verplicht. De bewindvoerder heeft verklaard dat zij zich daarom genoodzaakt zag de woning te laten ontruimen. Deze (verplichte) ontruiming heeft de rechthebbende € 2.000,- gekost. De rechthebbende heeft zich vervolgens, tegen het advies van de bewindvoerder in, nooit op een nieuw adres ingeschreven. De gemeente heeft de rechthebbende hiervoor een boete opgelegd. Bovendien heeft de gemeente, nu zij niet wilde aangeven waar zij woonde, de bijstandsuitkering van de rechthebbende opgeschort. Ondanks dat de bewindvoerder de rechthebbende geld had gegeven om bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn, is de rechthebbende niet verschenen om zelf toe te lichten wat er in haar toestand verbeterd zou zijn. 3.5.
  19. Niet in geschil is dat er nog steeds sprake is van een forse schuldenlast. In de rekening en verantwoording 2023 is de schuldenlast geschat op € 127.164,
  20. De bewindvoerder heeft aangegeven dat ook na de aflossing door de Sociale Banken Nederland er nog een aanzienlijk bedrag aan schulden over zal blijven. De rechthebbende blijft bovendien nieuwe (onnodige) kosten maken. De raadsvrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat de rechthebbende haar auto voor een bedrag van € 1.500,- heeft laten maken bij een garage. Dit heeft de rechthebbende gedaan zonder voorafgaand overleg met de bewindvoerder, terwijl de rechthebbende wist dat de bewindvoerder geen verdere reparaties aan de auto meer zou gaan betalen. Dit heeft ervoor gezorgd dat de auto in de garage moest blijven staan. Het verschuldigde bedrag is hierdoor inmiddels opgelopen tot € 2.600,-. De bewindvoerder heeft verklaard dat de auto van de rechthebbende al voor veel onkosten heeft gezorgd. Zo heeft de rechthebbende al meerdere aanrijdingen met de auto gehad en ontvangt de rechthebbende geregeld boetes vanwege verkeersovertredingen en het tanken zonder te betalen. 3.5.
  21. Naar het oordeel van het hof is de rechthebbende als gevolg van haar geestelijke en/of lichamelijke toestand (nog altijd) niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Uit niets blijkt dat de rechthebbende zelf verantwoorde keuzes kan maken en haar eigen financiën kan beheren. Integendeel, het handelen van de rechthebbende leidt er toe dat zij steeds verder op haar vermogen inteert. De rechthebbende heeft de bescherming nodig die alleen het bewind haar kan bieden. 3.5.
  22. Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover daarbij het (primaire) verzoek van de rechthebbende tot opheffing van het bewind is afgewezen. Ten aanzien van het verzoek ontslag bewindvoerder 3.5.
  23. Nu het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen voor zover daarin het verzoek tot opheffing van het bewind is afgewezen, komt het hof toe aan de beoordeling van het subsidiaire verzoek van de rechthebbende om een nieuwe bewindvoerder te benoemen. Het wettelijke kader 3.5.
  24. Ingevolge artikel 1:448 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 BW kan de bewindvoerder door de kantonrechter ontslag worden verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van de medebewindvoerder of degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid BW, dan wel ambtshalve. Inhoudelijke beoordeling 3.5.
  25. De rechthebbende verzoekt het hof een bewindvoerder te benoemden “die wel bereid is samen te werken met een zzp'er”. Daargelaten dat een verzoek in deze vorm niet toewijsbaar is en daargelaten dat de rechthebbende zelf niemand heeft kunnen vinden die aan deze voorwaarde voldoet, is het hof niet gebleken dat de huidige bewindvoerder haar werkzaamheden niet naar behoren heeft uitgevoerd. De bewindvoerder heeft de door de rechthebbende aangevoerde klachten rondom haar functioneren gemotiveerd betwist. Zo heeft de bewindvoerder aangevoerd dat zij de rechthebbende de mogelijkheid heeft geboden haar financiën in te zien middels een online inzagesysteem. De rechthebbende heeft er echter zelf voor gekozen hier geen gebruik van te willen maken. Dat de rechthebbende stelt dat zij geen vertrouwen in de bewindvoerder heeft, lijkt voort te komen uit haar eigen onvrede omdat de bewindvoerder niet (altijd) op haar wensen ingaat. De rechthebbende heeft de bewindvoerder bijvoorbeeld meermaals gevraagd om geld voor de huur van een kantoorruimte zodat zij als zzp’er aan de slag kon gaan. De bewindvoerder is niet in dit verzoek meegegaan. Net als de bewindvoerder acht het hof, mede gelet op de grote schuldenlast van de rechthebbende, het plan om als zzp’er aan de slag te gaan niet realistisch. Er zijn geen andere gewichtige redenen aangevoerd voor een wijziging van de bewindvoerder. De enkele wens van de rechthebbende om een andere bewindvoerder te benoemen omdat er geen klik is en zij geen vertrouwen in de bewindvoerder heeft, is onvoldoende. 3.5.
  26. Gelet op het voorgaande zal het hof het subsidiaire verzoek van de rechthebbende om de huidige bewindvoerder te ontslaan en een andere bewindvoerder te benoemen, afwijzen. 4De beslissing Het hof: bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg , van 20 december 2024; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, G.M. Goes, M.E.M. Beijersbergen en is in het openbaar uitgesproken door mr. C.M.J. Peters op 7 augustus 2025 in tegenwoordigheid van mr. L. Beskers, griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.