Parketnummer : 20-002626-24 Uitspraak : 8 augustus 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 19 september 2024, met parketnummer 03-154795-20, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, met parketnummer 03-111642-19, in de strafzaak, tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2024, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen’ (feit 1), en ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’ (feit 2), de verdachte strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 24 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis. Voorts heeft de politierechter een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] . Ten slotte heeft de politierechter de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder onder parketnummer 03-111642-19 opgelegde voorwaardelijke straf. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen. De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de raadsman bepleit dat de vordering afgewezen dient te worden dan wel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder onder parketnummer 03-11642-19 opgelegde voorwaardelijke straf heeft de raadsman bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 12 juni 2020 te Heerlen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (merk Nissan, type Qashqai), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; 2.hij op of omstreeks 12 juni 2020 te Heerlen [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Wat doe jij hier? Ik maak je kapot, jullie gaan eraan! Het hele blok. Ik haal springstof.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten en/of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak van feit 1 Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan. Het hof overweegt daartoe dat op basis van het dossier niet vast te stellen is wie de kras op de auto van [slachtoffer 1] heeft gemaakt. De verdachte ontkent en slechts één getuige verklaart over het eventueel maken van een kras, hetgeen niet voldoende is voor het wettelijk bewijsminimum. De getuigen hebben evenwel verklaard dat de verdachte eieren op de auto van aangeefster [slachtoffer 1] zou hebben gegooid. Het hof acht het echter, in tegenstelling tot de politierechter, zeer onwaarschijnlijk dat de krassen op de auto het gevolg zouden zijn van het gooien van een of meer eieren op de auto. Bij deze stand van zaken zal het hof de verdachte vrijspreken van het onder feit 1 tenlastegelegde. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 2.hij op 12 juni 2020 te Heerlen [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Wat doe jij hier? Ik maak je kapot, jullie gaan eraan! Het hele blok. Ik haal springstof." Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen In het geval tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op dit arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder feit 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen straf Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer 2] . Met zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en bij hem gevoelens van onveiligheid en angst teweeggebracht. Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie, d.d. 11 april 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte waaruit volgt dat de verdachte reeds eerder, zij het enige tijd geleden, onherroepelijk is veroordeeld ter zake van bedreiging. Verder heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte verklaard dat hij alleen woont, dat hij vier kinderen en drie kleinkinderen heeft en dat hij schulden heeft. Het hof heeft bij de bepaling van de straf voorts acht geslagen op de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als oriëntatiepunt voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid. Het oriëntatiepunt voor bedreiging geeft als indicatie een geldboete ter hoogte van € 250,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.