← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:2328

Parketnummer : 20-002359-24 Uitspraak : 25 juli 2025 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 27 augustus 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-151326-24 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002 , wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 1) en ‘witwassen’ (feit 2) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, waarvan 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de politierechter de inbeslaggenomen geldbedragen (€ 920,00 en € 7.165,00) verbeurdverklaard en de onttrekking aan het verkeer bevolen van de inbeslaggenomen verdovende middelen (30 gripzakjes met een totaal netto-inhoud van 12,38 gram cocaïne). Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Door de raadsman van de verdachte is primair vrijspraak bepleit van het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de raadsman in het verlengde van de door hem bepleite vrijspraak verzocht de teruggave aan de verdachte te gelasten. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis, met aanvulling en verbetering van de gronden waarop dit berust. Aanvulling en verbetering van de bewijsoverwegingen Het hof is van oordeel dat de bewijsoverwegingen van de politierechter onder 3.2 op pagina 6 van het proces-verbaal van de politierechterzitting, waarin het mondeling vonnis is aangetekend, onder handhaving van het overige, de volgende verbetering behoeft. In de eerste alinea, achtste regel, wordt de zin “Als vervolgens wordt overgegaan tot doorzoeking van de auto neemt verdachte de benen en rent hard weg” vervangen door de zin “Als de verdachte vervolgens de benen neemt en hard wegrent, wordt feitelijk overgegaan tot doorzoeking van de auto.”. In aanvulling op de bewijsoverwegingen van de politierechter ten aanzien van het onder feit 1 bewezenverklaarde overweegt het hof dat het in hetgeen de raadsman bij pleidooi heeft aangevoerd met betrekking tot het ontbreken van de wetenschap bij de verdachte van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de auto, geen reden ziet om ten aanzien van de bewezenverklaring tot een ander oordeel te komen. De eerste alinea van eerdergenoemde bewijsoverwegingen van de politierechter op pagina 6 van het proces-verbaal is naar het oordeel van het hof redengevend voor de wetenschap bij de verdachte van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de auto. Voorts overweegt het hof in aanvulling op hetgeen de politierechter reeds heeft overwogen ten aanzien van het onder feit 2 bewezenverklaarde witwassen dat het door de raadsman overgelegde besluit tot inschrijving van de verdachte in het Centraal register uitsluiting kansspelen (“Besluit gokstop”) het oordeel van de politierechter – mede gelet op de eenvoudige wijze waarop een dergelijk besluit volgens de openbaar raadpleegbare bron www.kansspelautoriteit.nl te verkrijgen is – niet anders maakt. BESLISSING Het hof: bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het vorenoverwogene. Aldus gewezen door: mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter, mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. S.C. van Duijn, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. A. van Kaathoven, griffier, en op 25 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mrs. Valkenburg en Van Kaathoven zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.