← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:2335

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak : 28 augustus 2025 Zaaknummer : 200.351.852/01 Zaaknummer 1e aanleg : C/02/427827 / JE RK 24-1900 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. V. de Roo, tegen Jeugdbescherming Brabant, locatie [locatie] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI). Deze zaak gaat over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] . Hierna te noemen: [minderjarige] . Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de vader. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, regio: [regio] , hierna te noemen: de raad. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 4 december 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.

  1. Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 5 december 2024 verlengd tot 5 december 2025 en de zelfstandige verzoeken van de moeder om de GI te vervangen en een deskundige en bijzondere curator te benoemen, afgewezen. 2.
  2. De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. Bij beroepschrift met producties, ingekomen bij de griffie op 25 februari 2025, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de zelfstandige verzoeken van de moeder alsnog toe te wijzen en het verzoek van de GI af te wijzen. 2.
  3. De vader en de GI hebben geen verweerschrift ingediend. 2.
  4. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 juli
  5. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - de moeder, bijgestaan door mr. R.W. de Gruijl namens mr. V de Roo; - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ; - de vader. 2.4.
  6. De raad is met bericht van afmelding niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen. 2.4.
  7. Het hof heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Ze heeft hiervan gebruik gemaakt door het hof een brief te sturen. Deze is bij de griffie ingekomen op 23 juli
  8. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van die brief zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren. 2.
  9. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: - het V8-formulier met producties namens de moeder, ingekomen bij de griffie op 24 maart
  10. 2.
  11. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de moeder laten weten dat het hoger beroep alleen nog ziet op de verlenging van de ondertoezichtstelling en hij heeft namens de moeder de overige verzoeken ingetrokken. 3De beoordeling 3.
  12. De ouders zijn beiden belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . [minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vader. 3.
  13. [minderjarige] staat sinds 5 december 2023 onder toezicht van de GI. De ondertoezichtstelling is laatstelijk bij de bestreden beschikking verlengd voor de duur van een jaar, te weten tot 5 december
  14. 3.
  15. De moeder voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, samengevat, het volgende aan. Dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] betwist de moeder niet. De verlenging van de ondertoezichtstelling is echter niet noodzakelijk en geen zinvol middel. De GI heeft onvoldoende gewerkt aan de doelen van de ondertoezichtstelling en verzuimd haar taken uit te voeren. Ondanks meerdere signalen van [minderjarige] over mishandeling door de vader onderneemt de GI geen actie om deze signalen te onderzoeken. De moeder heeft veel zorgen over de veiligheid van [minderjarige] bij de vader. De moeder is het er niet mee eens dat [minderjarige] bij de vader woont en ze zal dit ook in de toekomst niet kunnen accepteren. De GI heeft ondanks de noodzaak daartoe nog steeds geen hulpverlening ingezet voor [minderjarige] . Ook heeft de GI niets gedaan om een structurele omgang tussen de moeder en [minderjarige] te faciliteren waardoor er al geruime tijd geen contact is tussen hen beiden. Het is niet mogelijk om hierover met de GI te communiceren. De GI reageert niet op de e-mailberichten van de moeder. Op dit moment is er geen contact tussen de moeder en de GI waardoor de ondertoezichtstelling praktisch onuitvoerbaar is. De moeder heeft geen enkel vertrouwen in de GI. Het klopt dat de moeder [minderjarige] op de BSO en de hockey heeft opgezocht en haar cadeaus heeft gegeven. Ze wilde [minderjarige] graag zien maar ze was niet van plan om haar te ontvoeren zoals de vader stelt. 3.
  16. De GI voert tijdens de mondelinge behandeling, samengevat, het volgende aan. De rechtbank heeft terecht en op de juiste gronden de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar verlengd. [minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Ze heeft in haar leven al veel meegemaakt. De afgelopen maanden is opnieuw intensief ingezet op hulpverlening voor [minderjarige] en het vormgeven van de omgang tussen [minderjarige] en haar moeder. Het is ook nu nog niet gelukt om de noodzakelijke hulpverlening op te starten vanwege de moeizame samenwerking met de moeder. Dit is onveranderd gebleven. De moeder heeft aangegeven geen toestemming te willen verlenen voor gezinstherapie bij [instantie] omdat ze denkt dat de vader deze hulpverleningsinstantie heeft uitgekozen. Geprobeerd is om een hulpverleningsinstantie te vinden waar de moeder achter staat. De jeugdbeschermer heeft een behandeltraject voor [minderjarige] bij psychologenpraktijk [psychologenpraktijk] (hierna: [psychologenpraktijk] ) voorgesteld. De moeder weigert eveneens om hiervoor haar toestemming te verlenen. De GI is voornemens om een schriftelijke aanwijzing te geven aan de moeder zodat een behandeltraject voor [minderjarige] bij [psychologenpraktijk] alsnog kan worden gestart. De vader zelf is reeds gestart met behandeling bij [psychologenpraktijk] , zodat hij [minderjarige] zo goed mogelijk kan helpen. De samenwerking met de vader verloopt goed. Op dit moment is er geen omgang tussen [minderjarige] en de moeder. Hoewel de jeugdbescher-mer heeft aangegeven iedere donderdag tussen 17.00 uur en 17.30 uur ruimte te hebben om met de moeder te bellen, is er nog geen gesprek met de moeder geweest. Het lukt de jeugdbeschermer niet om in contact te komen met de moeder en om met haar afspraken te maken over de omgang. De moeder heeft niet gereageerd op een eerdere e-mail van de jeugdbeschermer waarin deze vroeg hoe de ouders stonden ten opzichte van de wens van [minderjarige] om deze zomer naar Parijs te gaan. Vanwege het uitblijven van een reactie van de moeder is [minderjarige] in Nederland op vakantie geweest. De moeder heeft zelf recent besloten om naar de BSO en de hockey van [minderjarige] toe te gaan om haar te zien. Dit was voor [minderjarige] onverwachts en niet in haar belang. De jeugdbeschermer gunt [minderjarige] een fijn en voorspelbaar contact met haar moeder en zet hier in het kader van de doelen van de ondertoezichtstelling nog steeds actief op in. 3.
  17. De vader voert tijdens de mondelinge behandeling, samengevat, het volgende aan. De ondertoezichtstelling is terecht verlengd voor de duur van een jaar. De moeder is onvoorspelbaar. Ze is onverwacht bij de BSO en de hockey van [minderjarige] verschenen en de vader heeft hierop aangifte van een poging tot ontvoering gedaan. Hoewel de vader hoopt dat [minderjarige] een prettig contact met de moeder kan hebben, is het de afgelopen jaren niet gelukt om de omgang tot stand te brengen. Het ligt op de weg van de moeder om haar houding te veranderen ten opzichte van de GI, mee te werken aan de ondertoezichtstelling en hulpverlening te accepteren zodat ze weer contact kan hebben met [minderjarige] . 3.
  18. Het hof overweegt het volgende. 3.6.
  19. Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. 3.6.
  20. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het BW kan de rechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. 3.6.
  21. Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat hiervan sprake is en overweegt daartoe het volgende. Het staat niet ter discussie dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er is sprake van een langdurige en complexe strijd tussen de ouders. [minderjarige] maakt onderdeel uit van deze strijd en ze zit klem tussen haar ouders. Het is van belang dat voor [minderjarige] op korte termijn hulpverlening wordt opgestart. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is gebleken dat het de GI nog steeds niet is gelukt om de noodzakelijke hulpverlening in te zetten. Dit komt door de moeizame samenwerking tussen de moeder en de GI en de strijdvaardige houding van de moeder richting de hulpverlening. De moeder heeft gezinstherapie door [instantie] geweigerd. Vervolgens heeft de GI gezocht naar een hulpverleningsinstantie waar de moeder ook achter kan staan. Zij heeft [psychologenpraktijk] bereid gevonden voor een behandeltraject, maar de moeder heeft ook de toestemming voor een behandeltraject voor [minderjarige] bij [psychologenpraktijk] geweigerd. Een schriftelijke aanwijzing vanuit de GI lijkt nodig te zijn om een behandeltraject bij [psychologenpraktijk] alsnog te kunnen opstarten. Daar komt bij dat de moeder door onverwacht te verschijnen bij de hockey en op school van [minderjarige] de onvoorspelbaarheid voor [minderjarige] vergroot. Dit is niet in het belang van [minderjarige] , omdat het voor haar juist belangrijk is dat de onrust stabiliseert, dat ze emotionele veiligheid kan ervaren in het contact met haar ouders en niet steeds weer vastloopt in haar ontwikkeling. Van de moeder wordt verwacht dat ze zich betrouwbaar opstelt en meewerkt aan de ondertoezichtstelling, zodat de noodzakelijke hulpverlening kan worden opgestart en er mogelijk weer omgang tussen de moeder en [minderjarige] kan plaatsvinden. De ondertoezichtstelling en daarmee de regie vanuit de GI blijven hiervoor noodzakelijk. 3.
  22. Het voorgaande leidt ertoe dat de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen dient te worden, bekrachtigd. 4De beslissing Het hof: bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 4 december 2024, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen; verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, afdeling civiel recht, team familie- en jeugdrecht ter attentie van het centraal gezagsregister; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, E.M.C. Dumoulin en C.M.J. Peters en is op 28 augustus 2025 uitgesproken in het openbaar door mr. E.M.D.M. van der Linden in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.