GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht Uitspraak : 4 september 2025 Zaaknummer : 200.354.905/01 in de zaak in hoger beroep van: 1 [verzoeker 1] , en 2. [verzoeker 2], verzoekers, beiden wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: [verzoeker 1] c.s., advocaat: mr. S.G. Ong te Eindhoven, tegen [verweerder] , voorheen wonende te [woonplaats] , thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten, verweerder, hierna te noemen: [verweerder] , advocaat: mr. M. Goorts. 1Het verloop van de procedure 1.1. Bij verzoekschrift met twee producties, ontvangen op 14 mei 2025, hebben [verzoeker 1] c.s. het hof verzocht een datum te bepalen waarop een voorlopig getuigenverhoor zal plaatsvinden met oproeping van mevrouw [medewerkster van de beheerder] en mevrouw [verzoeker 2] (verzoeker 2) als getuigen. 1.2. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het procesdossier van de gerechtelijke procedure tussen partijen die heeft geleid tot het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 16 januari 2025 (zaaknummer 10288162 \ Cv EXPL 23-365), ontvangen op 14 mei 2025; - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in bovengenoemde procedure, ontvangen op 19 juni 2025; - de brief van mr. Goorts van 4 juli 2025 met de mededeling dat [verweerder] zich zal refereren aan het oordeel van het hof over het verzoek van [verzoeker 1] c.s. en dat een mondelinge behandeling van het verzoek geen voorkeur heeft; - het e-mailbericht van mr. Ong van 9 juli 2025, met de mededeling dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven; - het e-mailbericht van het hof aan partijen van 20 augustus 2025, waarin het hof heeft medegedeeld te hebben geconstateerd dat de hoofdzaak niet is aangebracht op de in de appeldagvaarding aangezegde roldatum en [verzoeker 1] c.s. heeft verzocht om een afschrift te verstrekken van een herstelexploot, indien uitgebracht; - het e-mailbericht van mr. Ong van 20 augustus 2025 met als bijlage het op 11 augustus 2025 aan [verweerder] uitgebrachte herstelexploot. 1.3. Het hof heeft daarna een datum voor beschikking bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken. 2Feiten 2.1. Het gaat – kort weergegeven – om het volgende. 2.1.1. [verweerder] heeft in de periode van 28 oktober 2020 tot 1 juni 2022 de gemeubileerde en gestoffeerde woning van [verzoeker 1] c.s. gehuurd. Op grond van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst was [de beheerder] B.V. (hierna: [de beheerder] ) de beheerder van de woning. 2.1.2. Op 30 oktober 2020 is in de woning door een medewerkster van [de beheerder] een ‘begininspectierapport’ opgesteld. 2.1.3. [verweerder] heeft de woning half mei 2022 verlaten. Op 25 mei 2022 heeft de eindinspectie van de woning plaatsgevonden. Hiervan is een ‘eindinspectierapport’ opgemaakt. 2.1.4. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de wijze waarop [verweerder] de woning na afloop van de huurovereenkomst aan [verzoeker 1] c.s. heeft opgeleverd. 2.1.5. [verzoeker 1] c.s. hebben [verweerder] in rechte betrokken. Zij hebben bij de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant (onder meer) gevorderd [verweerder] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 32.000,00 op de grond dat [verweerder] schade heeft veroorzaakt in de woning. [verweerder] heeft hiertegen verweer gevoerd en in reconventie veroordeling van [verzoeker 1] c.s. tot terugbetaling van de waarborgsom gevorderd. 2.1.6. Bij het hierboven onder 1.2 al genoemde vonnis van 16 januari 2025 heeft de kantonrechter in conventie (onder meer) de schadevordering van [verzoeker 1] c.s. afgewezen en in reconventie de vordering van [verweerder] tot terugbetaling van de waarborgsom toegewezen. De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat geen sprake is van een beschrijving die inzicht geeft in wat de feitelijke staat van de woning was bij aanvang van de huur en dat [verweerder] daarom wordt verondersteld de woning te hebben ontvangen in de staat waarin deze verkeerde bij het einde van de huurovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben [verzoeker 1] c.s. daartegenover onvoldoende concreet en gemotiveerd gesteld dat de staat bij oplevering ánders was dan bij aanvang van de huur en dat daarom niet wordt toegekomen aan bewijslevering. De kantonrechter heeft vervolgens geoordeeld dat eventuele schade die [verweerder] zou moeten vergoeden, niet is komen vast te staan en dat [verzoeker 1] c.s. de waarborgsom aan [verweerder] zullen moeten terugbetalen. 2.1.7. Bij exploot van 14 april 2025 hebben [verzoeker 1] c.s. [verweerder] in hoger beroep gedagvaard om op de roldatum 5 augustus 2025 te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof. [verzoeker 1] c.s. hebben de zaak niet ingeschreven op de rolzitting van 5 augustus 2025. Zij hebben [verweerder] vervolgens bij herstelexploot van 11 augustus 2025 gedagvaard om op 10 maart 2026 te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof. 3De standpunten van partijen 3.1. Aan hun verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor leggen [verzoeker 1] c.s., samengevat, het volgende ten grondslag. Voor [verzoeker 1] c.s. is met name onbegrijpelijk dat de kantonrechter heeft geoordeeld dat bij aanvang van de huurovereenkomst geen sprake is geweest van een beschrijving die inzicht geeft in wat de feitelijke staat van het gehuurde op de relevante onderdelen was bij aanvang van de huur. Op 30 oktober 2020 heeft een ervaren medewerkster van [de beheerder] , mevrouw [medewerkster van de beheerder] , een begininspectierapport opgesteld dat als proces-verbaal van oplevering aan de huurovereenkomst is gehecht. Zij heeft bij het opstellen daarvan niet anders gehandeld dan anders en heeft nooit op- of aanmerkingen gehad over haar wijze van handelen. Het aanbod van [verzoeker 1] c.s. in de procedure bij de kantonrechter om mevrouw [medewerkster van de beheerder] als getuige te laten horen is door de kantonrechter zonder duidelijke motivering gepasseerd. [verzoeker 1] c.s. wensen bij wijze van voorlopige bewijsverrichting (onder meer, naast mevrouw [verzoeker 2] ) mevrouw [medewerkster van de beheerder] als getuige te laten horen. Mevrouw [medewerkster van de beheerder] kan als getuige verklaren: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.