← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:2580

Parketnummer : 20-002046-24 Uitspraak : 23 juli 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 29 juli 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-209162-23, tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande en thans uit anderen hoofde verblijvende in [detentieadres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard en dat gekwalificeerd als: wederrechtelijk in het besloten lokaal vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen (feit 1), en diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak (feit 2), en opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen (feit 3), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek van het voorarrest. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen. Door de verdediging is vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder feiten 1 en 3 tenlastegelegde. Daarnaast heeft de verdediging partiële vrijspraak bepleit van de onder feit 2 tenlastegelegde braak en/of verbreking en/of inklimming. Voorts is een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij op of omstreeks 21 augustus 2023 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, in/aan/bij de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, een bouwkeet bij [aangever] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik, wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd; 2. hij in of omstreeks de periode van 19 augustus 2023 tot en met 21 augustus 2023 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, een of meer flessen bier, in elk geval enig(

  1. e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het/deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen flessen bier onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; 3. hij in of omstreeks de periode van 19 augustus 2023 tot en met 21 augustus 2023 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, opzettelijk en wederrechtelijk een toegangsdeur en/of een kozijn van een bouwkeet, in elk geval enig(
  2. e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1. hij op 21 augustus 2023 te Kaatsheuvel, in het besloten lokaal, een bouwkeet bij [aangever] in gebruik, wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd; 2. hij in de periode van 19 augustus 2023 tot en met 21 augustus 2023 te Kaatsheuvel, flessen bier die aan [aangever] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen flessen bier onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; 3. hij in de periode van 19 augustus 2023 tot en met 21 augustus 2023 te Kaatsheuvel, opzettelijk en wederrechtelijk een toegangsdeur en een kozijn van een bouwkeet die aan [aangever] toebehoorden, heeft beschadigd. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, zaakregistratienummer PL2000-2023212741, gesloten d.d. 22 augustus 2023 (doorgenummerde pagina's 1 tot en met 35). Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. 1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 21 augustus 2023 (pg. 6 t/m 9), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] : Ik doe hierbij aangifte van: huisvredebreuk, vernieling en diefstal. Dit heeft plaatsgevonden in mijn bouwkeet aan [adres] . Op 19 augustus 2023 om 17.00 uur hebben wij de bouwkeet afgesloten. Deze is toen afgesloten door het op slot draaien van twee toegangsdeuren en luiken voor de ramen. Deze luiken zijn eveneens voorzien van sloten. Op 21 augustus 2023, werd ik om circa 9.00 uur gebeld door bouwvakkers die op het perceel aan het werk waren. Ik hoorde hen zeggen dat het slot van een van de toegangsdeuren van de bouwkeet was vernield. Ik hoorde hen ook zeggen dat de deur aan de binnenzijde op slot werd gehouden en dat er geluiden te horen waren aan de binnenzijde van de bouwkeet. Ik heb hierop de politie gebeld. Ik heb gehoord dat er een man in de bouwkeet is aangetroffen die bier aan het drinken was en inderdaad de deur aan de binnenzijde had afgesloten. Deze man is wederrechtelijk mijn bouwkeet binnen gedrongen om daar vervolgens tijd door te brengen. Ik heb hem hier geen recht toe gegeven. Vernieling Aan de buitenzijde van de bouwkeet is duidelijke schade zichtbaar van het openbreken van het slot van de toegangsdeur. Deze schade was er nog niet toen wij de bouwkeet op 19 augustus 2023 hadden afgesloten. In het kozijn en deur zijn flinke beschadigingen zichtbaar. Deze beschadigingen leidden ertoe dat de deur kon worden geopend. Diefstal De man heeft meerdere flesjes bier gedronken die van mij zijn. Deze flesjes stonden in de bouwkeet en waren nog niet geopend. Ik schat het totaal aantal flesjes op 7 of 8 stuks. 2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2023 (pg. 10-11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] : Op 21 augustus omstreeks 09:00 uur was ik samen met verbalisant [verbalisant 2] (het hof begrijpt hier: verbalisant [verbalisant 2]). Wij kregen op dat moment een melding dat er in een bouwkeet was ingebroken, maar dat de deur van binnenuit zou zijn gebarricadeerd. Omstreeks 09:15 uur waren wij ter plaatse. Toen wij daar aankwamen zag ik dat er drie bouwvakkers aanwezig waren. Ik hoorde een van hen, betrokkene [betrokkene] zeggen, dat hij vrijdag de bouwkeet had afgesloten en dat er de rest van het weekend niemand bij de keet hoefde te zijn. Er zat braakschade aan de toegangsdeur die daar vrijdag nog niet zat en de deur kon door onbekende redenen niet worden geopend. Toen zij de deur wilden openen hoorden zij binnen geluiden. Deze omstandigheden maakten dat ze dachten dat er iemand in de bouwkeet zat. Vervolgens hebben wij samen met de bouwvakkers de deur open gekregen. Toen wij binnen kwamen zag ik dat de deur aan de binnenzijde was afgesloten door gebruikmaking van een lijmklem. In de bouwkeet zat een aparte ruimte welke door een deur te betreden was. Ik zag dat de klink van de deur was verwijderd. Toen wij het donkere hok in keken zag ik een persoon zitten met een flesje bier in zijn hand. Ik zag op de tafel in het hok 7 à 8 lege flessen bier op tafel stonden. 3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 augustus 2023 (pg. 14 t/m 16), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] : Op 21 augustus 2023 was ik samen met verbalisant [verbalisant 1] . Omstreeks 9.15 uur hoorde ik de melding dat er sprake zou zijn van een inbraak in een bouwkeet aan [adres] . Omstreeks 9.20 uur waren wij ter plaatse. Naast de woning zag ik een witte bouwkeet. Bij de bouwkeet troffen wij melder [betrokkene] met twee collega's. Ik hoorde [betrokkene] zeggen: "De bouwkeet is opengebroken en vervolgens aan de binnenzijde weer gesloten. Ik zie braakschade aan de deur en kozijn, deze zat er vrijdag nog niet toen wij de boel afsloten. Nu krijgen we de deur van de bouwkeet niet meer open. We horen geluid binnen de bouwkeet”. Ik zag braakschade aan een toegangsdeur en het kozijn. Ik voelde aan de deur en merkte dat deze niet open ging. Ik merkte dat deze aan de binnenkant was gesloten of gebarricadeerd. Ik riep: "Goedemorgen politie, doe de deur open". Op hetzelfde moment sloeg ik hard op de deur. Ik hoorde binnen de bouwkeet gestommel waarna het stil bleef. De deur werd niet geopend. Bovenstaande heb ik nog twee keer herhaald. Voor mij was duidelijk dat er iemand in de bouwkeet zat. We hebben de bouwvakkers gevraagd de deur te forceren. Hierop zijn verbalisant [verbalisant 1] en ik de ruimte binnengegaan. In de ruimte zag ik niemand zitten. Wel zag ik een toegangsdeur naar een tweede ruimte. Ik zag dat aan de buitenzijde de klink van het slot was gehaald. In de tweede ruimte zag ik een man verstopt achter een trap. Ik zag de man in zittende positie met een flesje bier in de hand. Op tafel zag ik nog een paar flesjes staan. 4. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 augustus 2023 (pg. 30 t/m 35), voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte: V = Vraag verbalisant A = Antwoord verdachte O = Opmerking verbalisant O: Zoals eerder medegedeeld wordt u verdacht van huisvredebreuk, vernieling en diefstal en/of diefstal door middel van braak, gepleegd tussen 20 augustus 2023 en 21 augustus 2023 te Kaatsheuvel. V: Zat jij in een bouwkeet vanochtend? A: Daar leek het wel op. V: Hoe ben jij in de bouwkeet gekomen? A: Via de ingang. V: Hoe heb je dat gedaan? Had je een sleutel? A: Ik heb de deur geforceerd. V: Hoe heb jij de deur geforceerd? A: Ik heb dat gedaan met spullen die rond de bouwkeet lagen. 5. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 9 juli 2025, voor zover inhoudende: Het klopt dat ik mij in de periode van 19 augustus 2023 tot en met 21 augustus 2023 bevond in de bouwkeet in Kaatsheuvel. Ik heb in de bouwkeet een aantal flessen bier genuttigd. Bewijsoverwegingen Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde: Door de verdediging is ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van het onder 1 tenlastegelegde, nu niet vastgesteld kan worden dat de verdachte zich niet op de vordering vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd. De raadsvrouw heeft daartoe bepleit dat, alhoewel verbalisant [verbalisant 2] heeft gerelateerd dat hij de verdachte had gevorderd om de bouwkeet te verlaten, verbalisant [verbalisant 1] hierover niets heeft opgenomen in zijn proces-verbaal. Gelet op de tegenstrijdigheden in deze processen-verbaal en tevens gelet op de verklaring van de verdachte dat hij niet heeft gehoord dat hem is gevorderd zich te verwijderen, dient de verdachte vrijgesproken te worden van het onder 1 tenlastegelegde, aldus de verdediging. Het hof overweegt als volgt. Uit het op ambtsbelofte door verbalisant [verbalisant 2] opgemaakte proces-verbaal leidt het hof af dat hij heeft geroepen dat de verdachte de deur moest openen, waarbij hij op datzelfde moment hard op de deur heeft geslagen en dat hij dit vervolgens nog tweemaal heeft herhaald. Dat verbalisant [verbalisant 1] hierover niet heeft geverbaliseerd, doet daar niets aan af. Dat de verdachte dit niet heeft gehoord, zoals hij heeft verklaard, acht het hof ongeloofwaardig, mede in aanmerking genomen dat verbalisant [verbalisant 2] gestommel in de bouwkeet hoorde nadat hij naar de verdachte had geroepen dat hij naar buiten moest komen. Het verweer wordt derhalve verworpen. Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde: Door de verdediging is ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van het onder feit 3 tenlastegelegde en partiële vrijspraak bepleit van de onder feit 2 tenlastegelegde braak en/of verbreking en/of inklimming. Daartoe is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte in de bouwkeet heeft ingebroken en daarmee braakschade aan de bouwkeet heeft veroorzaakt. Nu de verdachte ontkent dat hij braakhandelingen heeft verricht en verder niet vastgesteld kan worden op welk moment in de tenlastegelegde periode hij de bouwkeet is binnengetreden, kan niet uitgesloten worden dat een ander persoon de braakschade heeft veroorzaakt. Ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw nog (subsidiair) betoogd dat de verdachte slechts een schaduwplek zocht en zich dus niet de toegang tot de bouwkeet had verschaft door middel van braak met het oogmerk om zich wederrechtelijk flessen bier toe te eigenen. Het hof stelt op grond van de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast. Op 19 augustus 2023 om 17:00 uur werd de bouwkeet zonder schade afgesloten door het op slot draaien van de toegangsdeur en de luiken voor de ramen. Op 21 augustus omstreeks 09:00 uur zagen de bouwvakkers en daarna ook de politie braakschade aan de toegangsdeur en het kozijn. De toegangsdeur was van binnenuit gebarricadeerd en, nadat de bouwvakkers met de politie de deur open hadden geforceerd, werd de verdachte in de bouwkeet aangetroffen. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de toegangsdeur van de bouwkeet heeft geforceerd met de spullen die rond de bouwkeet lagen en dat hij daar een aantal flessen bier heeft genuttigd. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij anderhalve dag in de bouwkeet heeft gezeten en dat het slot van de deur van de bouwkeet al was geforceerd toen hij daar aan kwam. Het hof is van oordeel dat op grond van voornoemde feiten en omstandigheden, met name het korte tijdsbestek en de verklaring van de verdachte bij de politie, de conclusie kan worden getrokken dat het de verdachte is geweest die de braakhandelingen heeft verricht, waarbij hij de toegangsdeur en het kozijn zijn beschadigd. Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario, namelijk dat mogelijk een ander persoon al de braakschade had veroorzaakt voordat de verdachte de bouwkeet betrad, vindt op geen enkele wijze steun in het dossier. Er is geen enkele aanwijzing in het dossier te vinden die erop duidt dat – naast de verdachte – een ander persoon in de tenlastegelegde periode heeft ingebroken bij de bouwkeet. Zo is niet gebleken dat er buiten het bier, iets anders uit de bouwkeet is weggenomen. Hetgeen de raadsvrouw ter onderbouwing van de partiële vrijspraak van feit 2 naar voren heeft gebracht raakt geen doel. Voldoende is immers dat de verdachte door het openbreken van de deur zich de mogelijkheid verschaft om zich de bierflesjes wederrechtelijk toe te eigen. Dat het oogmerk om bier te stelen bij het openbreken van de deur wellicht nog niet bestond, doet daar niet aan af. Het hof verwerpt de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al hun onderdelen. Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: wederrechtelijk in het besloten lokaal vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen. Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. Het onder 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep aan het hof verzocht te volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij heeft ingebroken in een bouwkeet waarbij hij de toegangsdeur en een kozijn heeft beschadigd en een aantal flessen van het daar aanwezige bier heeft opgedronken. Hij heeft de deur van de bouwkeet van binnenuit gebarricadeerd en toen hem gevorderd werd de bouwkeet te verlaten, heeft hij hier geen gehoor aan gegeven. Door te handelen zoals bewezen is verklaard heeft de verdachte zich hinderlijk en overlast gevend gedragen en blijk gegeven geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van een ander en heeft hij de benadeelde overlast en financiële schade berokkend. De verdachte heeft gehandeld uit louter eigenbelang, hetgeen het hof de verdachte kwalijk neemt. Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof in strafverzwarende zin acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 7 mei 2025, waaruit volgt dat de verdachte eerder veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten. Bovendien is het hof gebleken dat de verdachte in 2022 ter zake een vernieling is veroordeeld. Deze eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een soortgelijk strafbaar feit te plegen. Uit voornoemd uittreksel blijkt voorts dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht meermaals van toepassing is. Ook heeft het hof kennisgenomen van het door Reclassering Nederland opgemaakte reclasseringsadvies d.d. 22 augustus 2023 omtrent de persoon van de verdachte. Daarin heeft de reclassering gerapporteerd dat de verdachte geregistreerd staat als actieve veelpleger en dat er momenteel een ISD-scenario bestaat. De verdachte is zonder vaste woon- of verblijfplaats en heeft geen dagbesteding. Het risico op recidive wordt als hoog in geschat. Volgens de reclassering hebben eerdere gevangenisstraffen en trajecten niet geleid tot gedragsverandering bij de verdachte. De reclassering ziet daarbij geen mogelijkheden om een relatie met de verdachte op te bouwen om te werken aan gedragsverandering en recidivevermindering. Ten slotte heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Gelet op het voorgaande is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 57, 63, 138, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand; beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Aldus gewezen door: mr. J.J. Peters, voorzitter, mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. M.C.C. van de Schepop, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. L. van Harskamp, griffier, en op 23 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.