Parketnummer : 20-000291-24 Uitspraak : 19 september 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 25 januari 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-306296-20 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ter zake van ‘met iemand van wie hij weet dat zij in staat van verminderd bewustzijn verkeert, handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam’ veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank beslist op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren - met dien verstande dat het hof anders dan de rechtbank zal bewezen verklaren dat [slachtoffer] in staat van verminderd bewustzijn verkeerde en dat zij onvolkomen in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken of weerstand te bieden - en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde immateriële schade van € 7.500,00 dient te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Met betrekking tot de gevorderde materiële schade heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten slotte is door de verdediging bepleit dat het hof de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering gelet op de bepleite vrijspraak. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep met aanvulling van de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de opgelegde straf, de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Gelet op het andersluidende oordeel van het hof ten aanzien van de opgelegde straf, zal het hof de toepasselijke wettelijke voorschriften opnieuw opnemen. Aanvulling van de bewijsmiddelen Het hof zal de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aanvullen met de navolgende bewijsmiddelen: Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de getuige [getuige 1] door de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof, d.d. 8 januari 2025, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] voornoemd: Ik denk dat ik ongeveer 2 à 3 uur op het feestje in het vakantiehuisje in Breda ben geweest. Iedereen had gedronken van onze groep. [slachtoffer] [toevoeging hof: aangeefster [slachtoffer]] ook. [slachtoffer] werd op een gegeven moment niet lekker. We gingen met zijn drietjes buiten staan om even te luchten. Ik was een beetje tipsy. Wij gingen buiten staan in de hoop dat het een beetje ging zakken. Toen zagen we dat het echt niet ging. Toen zijn we uiteindelijk naar boven gegaan, [getuige 2] , [slachtoffer] en ik. [verdachte] [hof: verdachte] ook. We hebben [slachtoffer] op bed gelegd. [slachtoffer] kon niet zelf naar boven lopen. Ze had ondersteuning nodig. Wij hebben alle drie ondersteuning geboden. [verdachte] stond bovenaan volgens mij. Hij heeft haar wel vastgehouden. We zagen dat ze niet meer kon staan, dus hebben we haar neergelegd. Nadat we in het huisje waren aangekomen, gingen we eerst zitten, kregen drankjes aangeboden en deden snel mee met drankspelletjes. Daardoor is het denk ik fout gegaan. Na dat drankspelletje voelde ik mij ook niet goed. Van de ongeveer drie uur dat we in het huisje zijn geweest, heeft [slachtoffer] in mijn beleving maximaal een halfuurtje in bed gelegen. Ik ben drie keer of twee keer bij haar gaan kijken. [verdachte] is ook even naar beneden geweest, en dus niet constant bij haar geweest. Toen we weer naar huis gingen heb ik niets bijzonders gezien aan de kleding van [slachtoffer] . Ze was wel weer een beetje aan het praten en ze liep ook. Ze had nog wel ondersteuning nodig om naar de auto te lopen. Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de getuige [slachtoffer] door de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof, d.d. 12 maart 2025, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [slachtoffer] voornoemd: Op het feestje van mijn vriendin [betrokkene] heb ik een wijntje gedronken. In de auto onderweg van [betrokkene] naar het vakantiepark in Oosterhout heb ik ook gedronken. Het was een beker die ik deelde met mijn vriendinnen. Ik kan mij vaag herinneren dat toen ik uitstapte bij het vakantiepark ik naar het vakantiehuisje ben gelopen. Ik was toen al tipsy/aangeschoten. Ik kon wel nog zelf naar het vakantiehuisje lopen. Ik herinner mij dat ik toen ik in het huisje was, om fris vroeg, Fanta, maar ik kreeg cola en ik herinner mij dat ik naar [getuige 2] [toevoeging hof: [getuige 2]] keek waarom ik cola kreeg in plaats van Fanta. Ik heb een paar slokken genomen, maar ik voelde mij niet meer goed en heb het toen neergezet. Ik heb het niet verder opgedronken. Ik heb gehoord dat ik naar boven ben gegaan en dat ik toen ondersteund ben. Van wat boven is gebeurd herinner ik mij dat [getuige 2] naast mij lag en dat ik werd wakker gemaakt om naar huis te gaan en dat mijn gulp open stond. Ik kon niet uit mezelf opstaan en naar buiten lopen, ik werd toen ook ondersteund, dat herinner ik mij vaagjes. Ik zie het niet gebeuren dat ik zelf van de trap af ben gegaan of naar de auto ben gegaan. Ik herinner mij het vaagjes, maar niet echt. Toen ik weer thuis was bij [getuige 2] , ben ik meteen gaan slapen. Ik kan mij niet herinneren dat ik met [verdachte] boven heb gesproken. Ik kan mij ook niet herinneren of hij iets gevraagd heeft en wat ik zelf gezegd heb. Ik heb op een gegeven moment een telefoontje gehad van [verdachte] met het bericht dat ik de morning-afterpil moest halen. Dat gesprek heeft [getuige 2] ook gehoord. Zij was er bij. Ik besloot om aangifte te doen na dat gesprek dat ik met hem telefonisch heb gehad via Snapchat. Toen had ik hem gevraagd: ‘heb jij gedronken?’ Hij zei ‘nee’. Ik heb gezegd dat ik dronken was, en het kwam erop neer dat hij dat wist en dan heeft hij mij verkracht en dat ik dan aangifte zou doen. Hij heeft gezegd dat ik die pil moest halen en dat hij mij niet zou helpen als ik zwanger zou zijn. Na dat gesprek geloofde ik het eigenlijk nog steeds niet. Ik was ook nog niet naar het toilet gegaan. Toen ik ben gegaan had ik een branderig gevoel. Dat heb ik ook besproken met [getuige 2] en zij gaf aan dat ik moest bellen. Ik heb toen de politie gebeld. De politie vroeg mij of ik had gedoucht, ik zei dat het niet zo was, en de mevrouw van de politie heeft gezegd dat ik dan moest langskomen zodat ze onderzoek konden doen. Toen ik die avond in het huisje wakker werd gemaakt hoorde ik alleen dat ze zeiden dat we naar huis gingen. Ik herinner me dat [getuige 2] zei dat mijn gulp open stond en ik zei dat ik moest plassen. Mijn schoenen en jas werden aangedaan. Er is niet echt iets besproken, alleen gezegd dat wij naar huis zouden gaan. Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de getuige [getuige 2] door de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof, d.d. 12 maart 2025, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] voornoemd: Op het feest bij [betrokkene] heeft [slachtoffer] een glaasje wijn gedronken. Ik was zelf nog nuchter. Ik heb ook niet gemerkt dat [slachtoffer] aangeschoten was. In de auto naar het vakantiehuis heb ik één halve beker met mixdrank gedronken. [slachtoffer] heeft haar beker opgedronken, maar de hoeveelheid was hetzelfde. Toen we aankwamen bij het vakantiepark was ik niet aangeschoten. [slachtoffer] was niet per se aangeschoten, maar ze was ook niet echt aan het reageren zoals ze doet bij normaal uitgaan. In het huisje hebben we alleen frisdrank gedronken. We hebben geen drugs gebruikt. Nadat [slachtoffer] aangaf dat ze zich niet lekker voelde heb ik aangeboden even naar buiten te gaan. [getuige 1] [toevoeging hof: [getuige 1]] ging ook mee naar buiten, ook om te roken. Er is een filmpje waarop te zien is dat [slachtoffer] niet bij bewustzijn was, in ieder geval zeker niet zoals ik haar ken. Dat filmpje heb ik ook aan de politie gegeven. We zijn weer naar binnen gegaan. [slachtoffer] gaf nog een keer aan dat ze zich niet goed voelde. We hebben gevraagd aan iemand die bekend is in het huis of we haar even konden laten rusten. Een van de jongens zei dat we naar boven konden. [verdachte] en twee vrienden gingen ook mee naar boven. [slachtoffer] kon niet zonder hulp naar boven. Ze moest worden ondersteund. Ze ging gelijk op bed liggen. Ze was klaar, KO. Ze reageerde niet meer. Wij dachten dat ze gelijk in slaap was gevallen. Ze was gelijk weg, ze reageerde ook niet meer. Ze heeft geen woord meer gezegd. Ik zat eerst te twijfelen om naar beneden te gaan, maar [verdachte] of een vriend van hem, zei dat ze veilig was en toen ben ik met [getuige 1] naar beneden gelopen. Ik denk dat ik ongeveer 3 of 4 keer naar boven ben gegaan om haar te checken, ik denk om de vijftien minuten. Eén keer toen ik ging checken zat [verdachte] naast haar. [slachtoffer] lag in het midden van het bed. [verdachte] was aan het FaceTimen met iemand. Ik kon horen dat hij aan het praten was. Ik beoordeelde de situatie als oké, er was niks geks te zien. Toen ben ik weer naar beneden gegaan. De laatste keer dat ik naar boven ging om te kijken, kwam [verdachte] meteen de deur uit en zag ik dat [slachtoffer] op haar buik lag en dat de dekens boven haar billen lagen. Dat was eerst niet zo. Ik ben toen naast haar gaan liggen slapen. Zoals afgesproken kwam [getuige 1] na een halfuur mij en [slachtoffer] wakker maken. Ik en [slachtoffer] werden wakker. Ik merkte dat [slachtoffer] nog steeds moeizaam wakker werd en ik zei tegen haar dat haar knoop en gulp open stond. We hebben [slachtoffer] geholpen met haar schoenen en jas aan te trekken. Toen zijn we met zijn vijven naar de auto gelopen. [slachtoffer] kon alleen met hulp lopen. We moesten haar wel vasthouden, dat deden [getuige 1] en ik. In de auto terug naar Rotterdam zat ze daar, maar was niet daar. De volgende ochtend kreeg [slachtoffer] een Snapchat van [verdachte] . We waren in de woonkamer. Ze liet het gelijk zien. Ze zei ‘wat is dit?’. Ze zei ‘kijk wat [verdachte] naar mij stuurt’. Wij dachten niet dat het ging om de morning-afterpil. Op een gegeven moment belde [verdachte] op (via Snapchat). [slachtoffer] had de telefoon op luidspreker gezet dus ik kon meeluisteren. Toen [verdachte] zei dat ze seks hadden gehad schreeuwde [slachtoffer] het een beetje uit. In ons hoofd kon het niet gebeuren, omdat we een paar keer gingen checken. Ik hoorde dat [slachtoffer] tegen [verdachte] zei dat als het echt zo was dat ze seks hadden gehad, dat ze dan eigenlijk verkracht is, omdat ze daarvoor geen toestemming had gegeven en dat ze dan aangifte zou doen. Ze heeft ook tegen [verdachte] gezegd dat ze zich niks kon herinneren dat ze seks hebben gehad en dat ze ook niet zomaar seks met iemand zou hebben. Aanvulling bewijsoverwegingen De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is samengevat aangevoerd dat de verklaring van getuige [getuige 2] bij de raadsheer-commissaris (proces-verbaal d.d. 12 maart 2025) elementen bevat (zoals: “een glaasje wijn gedronken”, “ [slachtoffer] was niet aangeschoten”, “Ik beoordeelde de situatie als oké”), die er in de visie van de verdediging op duiden dat op het moment van het seksueel binnendringen [slachtoffer] nog in staat was haar wil te bepalen, althans is er in de visie van de verdediging mede gelet op de bedoelde elementen in de verklaring van getuige [getuige 2] bij de raadsheer-commissaris, teveel twijfel of [slachtoffer] op het moment van het seksueel binnendringen al dan niet haar wil nog kon bepalen en kon duidelijk maken, om tot een veroordeling van de verdachte voor het tenlastegelegde te kunnen komen. Deze tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in hoger beroep vinden hun weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen waaronder ook de verklaringen van getuige [getuige 2] en getuige [getuige 1] bij de raadsheer-commissaris (processen-verbaal d.d. 8 januari 2025 respectievelijk 12 maart 2025) zoals hierboven in de aanvulling bewijsmiddelen weergegeven. Deze verweren worden mitsdien integraal verworpen. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep als verweer aangevoerd dat hij door aangeefster in een set up is gezet vanwege het verbreken van de relatie met haar nicht. Deze door de verdachte geschetste gang van zaken is door hem niet nader onderbouwd. Voor dit ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebrachte alternatieve scenario van de verdachte, ziet het hof ook overigens geen begin van aannemelijkheid. Het hof gaat daar dan ook aan voorbij. Op te leggen straf De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De raadsman heeft zich subsidiair, voor het geval tot een bewezenverklaring gekomen zou worden, geschaard achter het reclasseringsadvies van 21 augustus 2025 om af te zien van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Het hof overweegt als volgt. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] door zijn penis in haar vagina te brengen, terwijl hij wist dat zij door alcoholgebruik in staat van verminderd bewustzijn verkeerde. De verdachte heeft het fysieke en psychische welzijn van [slachtoffer] ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften en op zeer ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de seksuele vrijheid van [slachtoffer] . De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten langdurig de nadelige gevolgen daarvan kunnen ondervinden, hetgeen ook blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer] die zich in het dossier bevindt, de namens haar door haar advocaat gegeven toelichting ter terechtzitting bij het hof en de schriftelijke toelichting bij het verzoek tot schadevergoeding. Het hof neemt het de verdachte zeer kwalijk dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard. Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 mei 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van een strafbaar feit, doch niet ter zake van een soortgelijk feit. Voorts heeft het hof kennisgenomen van de inhoud van het door Reclassering Nederland opgemaakte reclasseringsadvies van 21 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.