← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:3168

Parketnummer : 20-001293-25 Uitspraak : 5 november 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 9 mei 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-161988-24, tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van het onder feit 2 primair tenlastegelegde en het onder feit 1 en feit 2 subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel’ (feit 1) en ‘schuldheling’(feit 2 subsidiair), de verdachte strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij J. van Graven toegewezen tot een bedrag van € 51,94, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot datzelfde bedrag. Tevens is de verdachte veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen. De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit van het onder feit 1, feit 2 primair en feit 2 subsidiair tenlastegelegde. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten aanzien van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling van de gronden waarop dit berust. Voorts zal het hof – nu de meervoudige strafkamer gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, derde lid, eerst volzin, van het Wetboek van Strafvordering – indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, de inhoud van de door de politierechter opgesomde bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring uitwerken in een aanvulling op dit verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Aanvullende bewijsoverweging De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij niet degene is die zichtbaar is op de camerabeelden en foto’s gemaakt van de diefstal dan wel heling. Het hof is echter, met de politierechter, van oordeel dat de camerabeelden en de foto’s duidelijk zijn en dat de herkenning van de verdachte op die beelden door de verbalisanten voldoende specifiek is. Het hof acht, evenals de politierechter, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het vorenoverwogene. Aldus gewezen door: mr. S.C. van Duijn, voorzitter, mr. A.R. Hartmann en mr. M.M. Koevoets, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier, en op 5 november 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.