GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Nummers: zie bijlage Uitspraak op het hoger beroep van iedere belanghebbende genoemd in de bijlage, hierna gezamenlijk: belanghebbenden, tegen de in de bijlage genoemde uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank), in de gedingen tussen belanghebbenden en de inspecteur van de Belastingdienst, hierna: de inspecteur. 1Ontstaan en loop van het geding 1.
- Belanghebbenden hebben verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting ingediend. 1.
- De inspecteur heeft deze verzoeken afgewezen. 1.
- Belanghebbenden hebben telkens bezwaar gemaakt. De inspecteur is niet tegemoetgekomen aan de bezwaren tegen de afwijzingen. 1.
- Belanghebbenden hebben vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard. 1.
- Belanghebbenden hebben tegen de uitspraken van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft verweerschriften ingediend. 1.
- In sommige zaken zijn conclusies van repliek en dupliek dan wel door belanghebbenden nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de andere partij. 1.
- Het hof heeft in al deze zaken bepaald dat de zitting achterwege kan blijven. Geen van partijen heeft – na navraag door het hof – verklaard gebruik te willen maken van hun recht om op een zitting te worden gehoord. Het hof heeft partijen schriftelijk meegedeeld dat het onderzoek is gesloten. Gemachtigde is namens belanghebbenden akkoord met het doen van één uitspraak met een bijlage waarin de belanghebbenden worden genoemd. 2Feiten 2.
- Belanghebbenden zijn gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland dan wel Luxemburg. In nagenoeg alle gevallen betreft het beleggingsfondsen met meerdere participanten. In een enkel geval is er sprake van een fonds met participanten die zijn vrijgesteld van belastingheffing. 2.
- Tot de bezittingen van belanghebbenden behoorden in de betreffende jaren aandelen in vennootschappen die in Nederland gevestigd zijn. Op de dividenden die door deze vennootschappen zijn uitgekeerd is – per saldo – 15 procent Nederlandse dividendbelasting ingehouden. 2.
- Belanghebbenden hebben geen vaste inrichting in Nederland voor de vennootschapsbelasting. Belanghebbenden zijn in Nederland niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting. 3Geschil en conclusies van partijen 3.
- Het geschil betreft het antwoord op de vraag of belanghebbenden recht hebben op teruggaaf van de onder 2.2 genoemde dividendbelasting. In een enkele zaak is ook in geschil of de belanghebbende recht heeft op vergoeding van immateriële schade. 3.
- Belanghebbenden concluderen tot teruggaaf van dividendbelasting. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraken van de rechtbank. 4Gronden Ten aanzien van het geschil Tijdigheid verzoeken 4.
- In sommige zaken speelt voor een enkel jaar de vraag of de inspecteur terecht heeft beslist dat het verzoek te laat is ingediend. De rechtbank heeft die vraag bevestigend beantwoord. In hoger beroep hebben de betreffende belanghebbenden daar geen grieven tegen aangevoerd. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op dit punt juiste beslissingen heeft genomen en maakt deze tot de zijne. Teruggaafregeling 4.
- Belanghebbenden hebben – voor de jaren waarin de teruggaafregeling geldt - verzocht om teruggaaf van ingehouden dividendbelasting op dividenden die zijn ontvangen van in Nederland gevestigde vennootschappen. Die teruggaaf is door de inspecteur niet verleend. Belanghebbenden stellen dat sprake is van schending van de vrijheid van kapitaalverkeer. 4.
- De Hoge Raad heeft in het arrest van 23 oktober 2020 geoordeeld dat buitenlandse beleggingsinstellingen in beginsel vergelijkbaar zijn met fiscale beleggingsinstellingen. Het niet verlenen van een teruggaaf van ingehouden dividendbelasting vormt in beginsel een belemmering van het vrije verkeer van kapitaal, maar kan worden gerechtvaardigd door de noodzaak om de interne samenhang van het Nederlandse belastingstelsel te behouden als dwingende reden van algemeen belang, mits het proportionaliteitsbeginsel in acht wordt genomen. Van een gerechtvaardigde belemmering van het vrije verkeer van kapitaal is geen sprake indien de buitenlandse beleggingsinstelling een belasting betaalt die gelijk is aan die welke in Nederland gevestigde fiscale beleggingsinstellingen als voorheffing moeten inhouden op de overeenkomstig het fbi-regime berekende voor uitdeling beschikbare winst. De Hoge Raad heeft dit oordeel – in navolging van de Advocaat-Generaal – uitdrukkelijk bevestigd in het arrest van 6 september
- Het hof ziet geen reden – gelet op deze beslissingen van de Hoge Raad – om thans anders te oordelen. 4.
- Belanghebbenden hebben niet ingestemd met de vervangende betaling als bedoeld in bovenvermelde twee arresten. Afdrachtvermindering 4.
- Belanghebbenden hebben – voor de jaren waarin de regeling van de afdrachtvermindering geldt – eveneens verzocht om teruggaaf van ingehouden dividendbelasting op dividenden die zijn ontvangen van in Nederland gevestigde vennootschappen. Die teruggaaf is door de inspecteur niet verleend. Belanghebbenden stellen wederom dat sprake is van schending van de vrijheid van kapitaalverkeer. 4.
- De Hoge Raad heeft in het arrest van 9 april 2021 geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door de omstandigheid dat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen, in verband met het gegeven dat zij in Nederland niet inhoudingsplichtig zijn voor de dividendbelasting, niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op grond van de regeling van de afdrachtvermindering. De Hoge Raad heeft dit oordeel – in navolging van de Advocaat-Generaal – uitdrukkelijk bevestigd in het arrest van 13 september
- Het hof ziet geen reden – gelet op deze beslissingen van de Hoge Raad – om thans anders te oordelen. Situatie van vrijgestelde participanten 4.
- In het geval er sprake is van vrijgestelde participanten stellen belanghebbenden voorts dat zij recht hebben op teruggaaf van dividendbelasting, omdat de aandeelhouders/participanten vrijgesteld zijn van belastingheffing en dat deze aandeelhouders/participanten bij rechtstreekse belegging op grond van artikel 10, lid 2, Wet op de dividendbelasting 1965 recht op teruggaaf zouden hebben. 4.
- Het hof is van oordeel dat – zelfs al zou de conclusie moeten worden getrokken dat ten aanzien van deze aandeelhouders/participanten sprake is van schending van het Unierecht – belanghebbenden niet zelf enig recht jegens Nederland hebben op een teruggaaf van dividendbelasting. Situatie van een beleggingsfonds met één participant 4.
- In een enkel geval is er sprake van een situatie waarin slechts één participant deelneemt in één van de belanghebbenden. In dat geval moet die belanghebbende voor vennootschapsbelastingdoeleinden als transparant worden aangemerkt. Een dergelijk beleggingsfonds moet worden aangemerkt als een privébeleggingsfonds van de deelgerechtigde en zo’n fonds kan niet als fonds voor gemene rekening in de zin van artikel 2 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 worden gekwalificeerd. Dat betekent dat de belanghebbende niet als lichaam voor de heffing van vennootschapsbelasting wordt aangemerkt en dat belanghebbende evenmin de opbrengstgerechtigde is voor de heffing van dividendbelasting. De verzoeken om teruggaaf zijn niet (mede) namens de enige deelgerechtigde in het vermogen van belanghebbende ingediend. Belanghebbende, noch die deelgerechtigde, kan dus aanspraak maken op teruggaaf van dividendbelasting. 4.
- Gelet op al het voorgaande hebben belanghebbenden geen recht op teruggaaf van dividendbelasting, en dus ook geen recht op vergoeding van rente over de ingehouden dividendbelasting. 4.
- Het hof heeft kennisgenomen van het door de Europese Commissie op 17 juli 2025 aan Nederland uitgebracht met redenen omkleed advies (‘reasoned opinion’). Aangezien de uitkomst hiervan op dit moment ongewis is en nog lang op zich kan laten wachten, ziet het hof geen reden om hierop te wachten. Het hof zal de onderhavige zaken dan ook niet aanhouden. Tussenconclusie 4.
- De slotsom is dat de hoger beroepen ongegrond zijn. Ten aanzien van het verzoek om (immateriële) schadevergoeding 4.
- In sommige zaken hebben belanghebbenden het hof verzocht om toekenning van een vergoeding van immateriële schade wegens de overschrijding van de redelijke termijn voor beslechting van dit belastinggeschil. 4.
- Bij de beoordeling van de vraag of de redelijke termijn voor beslechting van een belastinggeschil is overschreden gelden de volgende uitgangspunten. De in aanmerking te nemen termijn begint op het moment waarop het bestuursorgaan het bezwaarschrift ontvangt. Als uitgangspunt geldt dat de redelijke termijn is overschreden indien de rechtbank niet binnen twee jaar na die datum uitspraak doet. Voor de berechting van de zaak in hoger beroep heeft als uitgangspunt te gelden dat het hof uitspraak doet binnen twee jaar nadat het hoger beroepschrift door het hof is ontvangen. 4.
- Indien de redelijke termijn is overschreden, wordt als uitgangspunt voor de schadevergoeding een tarief gehanteerd van € 500 per half jaar waarmee die termijn is overschreden. Het totaal van de overschrijding wordt naar boven afgerond. 4.
- Het hof is van oordeel dat in de betreffende zaken sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de redelijke termijn moet worden verlengd. Deze zaken maken onderdeel uit van een zeer omvangrijke stroom van vergelijkbare zaken ten aanzien van buitenlandse beleggingsfondsen die om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting verzoeken. In deze zaken spelen diverse rechtsvragen die hebben geleid tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad en aan het HvJ EU. Zo heeft de rechtbank op 1 augustus 2016 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad en de Hoge Raad vervolgens prejudiciële vragen aan het HvJ EU op 3 maart 2017 (zaak Deka ). Het HvJ EU heeft op 30 januari 2020 arrest gewezen in de zaak Deka en de Hoge Raad vervolgens op 23 oktober
- In de tussentijd zijn er diverse regiezittingen bij de rechtbank geweest, ook met gemachtigde. Ook heeft het hof op 4 januari 2019 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over de afdrachtvermindering. De Hoge Raad heeft daarover arrest gewezen op 9 april
- Daarnaast ziet het hof reden voor een verdere verlenging. De reden daarvoor is dat het Bundesfinanzhof op 21 oktober 2020 prejudiciële vragen in de zaak L-fund heeft gesteld en het HvJ EU op 27 februari 2023 deze vragen heeft beantwoord. Het hof heeft ondertussen in het hoger beroep in de zaak Deka op 26 oktober 2022 uitspraak gedaan, waartegen beroep in cassatie is ingesteld. De Hoge Raad heeft op 6 september 2024 arrest gewezen. Ten aanzien van de afdrachtvermindering heeft het hof op 18 januari 2023 een uitspraak gedaan. Tegen die uitspraak is vervolgens beroep in cassatie ingesteld, waarna de Hoge Raad op 13 september 2024 arrest heeft gewezen. Alles bij elkaar genomen is het hof van oordeel dat hier sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden waarbij partijen steeds in nauw overleg uitleg wensen ten aanzien van onzekerheden op het terrein van het Europese recht en in dat kader beslissingen van hogere rechters in lopende zaken wensen af te wachten dat de conclusie is dat de redelijke termijn niet is overschreden. Daarbij speelt voorts mee dat er sprake is van een gecompliceerde fiscale materie. Ten aanzien van het griffierecht 4.
- Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden. Ten aanzien van de proceskosten 4.
- Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht. 5Beslissing Het hof bevestigt de uitspraken van de rechtbank. De uitspraak is gedaan door T.A. Gladpootjes, voorzitter, A.J. Kromhout en M.J.C. Pieterse, in tegenwoordigheid van N.A. de Grave, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025 en afschriften van de uitspraak zijn op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst. De griffier, De voorzitter, N.A. de Grave T.A. Gladpootjes Het aanwenden van een rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen: Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd. (Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; e gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten. Bijlage: Zaaknummer Hof Fondsnaam Zaaknummer RB BK-SHE 23/00121 [belanghebbende 1] BRE-16/3495 BK-SHE 23/00122 [belanghebbende 1] BRE-16/3496 BK-SHE 23/00123 [belanghebbende 1] BRE-16/3497 BK-SHE 23/00591 [belanghebbende 2] BRE 17/4674 BK-SHE 23/00592 [belanghebbende 2] BRE 18/5941 BK-SHE 23/00593 [belanghebbende 2] BRE 18/3403 BK-SHE 23/00594 [belanghebbende 2] BRE 18/3404 BK-SHE 23/00595 [belanghebbende 2] BRE 18/3405 BK-SHE 23/00596 [belanghebbende 2] BRE 18/3406 BK-SHE 23/00597 [belanghebbende 2] BRE 18/3407 BK-SHE 23/00598 [belanghebbende 2] BRE 18/5469 BK-SHE 23/00599 [belanghebbende 2] BRE 18/5470 BK-SHE 23/00600 [belanghebbende 2] BRE 18/5471 BK-SHE 23/00601 [belanghebbende 2] BRE 18/5472 BK-SHE 23/00602 [belanghebbende 2] BRE 18/5473 BK-SHE 23/00603 [belanghebbende 3] BRE 17/4661 BK-SHE 23/00604 [belanghebbende 3] BRE 18/2579 BK-SHE 23/00605 [belanghebbende 3] BRE 18/2580 BK-SHE 23/00606 [belanghebbende 3] BRE 18/2581 BK-SHE 23/00607 [belanghebbende 3] BRE 18/2582 BK-SHE 23/00608 [belanghebbende 3] BRE 18/6044 BK-SHE 23/00609 [belanghebbende 4] BRE 17/4697 BK-SHE 23/00610 [belanghebbende 5] BRE 17/4643 BK-SHE 23/00611 [belanghebbende 5] BRE 18/6043 BK-SHE 23/00612 [belanghebbende 6] BRE 17/4624 BK-SHE 23/00613 [belanghebbende 6] BRE 18/2260 BK-SHE 23/00614 [belanghebbende 6] BRE 18/2261 BK-SHE 23/00615 [belanghebbende 6] BRE 18/2262 BK-SHE 23/00616 [belanghebbende 6] BRE 18/2263 BK-SHE 23/00617 [belanghebbende 6] BRE 18/5642 BK-SHE 23/00618 [belanghebbende 7] BRE 17/4631 BK-SHE 23/00619 [belanghebbende 7] BRE 18/3993 BK-SHE 23/00620 [belanghebbende 7] BRE 18/3994 BK-SHE 23/00621 [belanghebbende 7] BRE 18/3995 BK-SHE 23/00622 [belanghebbende 7] BRE 18/3996 BK-SHE 23/00623 [belanghebbende 7] BRE 18/3997 BK-SHE 23/00624 [belanghebbende 7] BRE 18/3998 BK-SHE 23/00625 [belanghebbende 7] BRE 18/3999 BK-SHE 23/00626 [belanghebbende 7] BRE 18/4000 BK-SHE 23/00627 [belanghebbende 7] BRE 18/4001 BK-SHE 23/00628 [belanghebbende 7] BRE 18/5942 BK-SHE 23/00686 [belanghebbende 8] BRE 22/4838 BK-SHE 23/00687 [belanghebbende 8] BRE 22/4839 BK-SHE 23/00688 [belanghebbende 8] BRE 22/4840 BK-SHE 23/00689 [belanghebbende 9] BRE 22/4845 BK-SHE 23/00690 [belanghebbende 9] BRE 22/4846 BK-SHE 23/00691 [belanghebbende 9] BRE 22/4847 BK-SHE 23/00692 [belanghebbende 10] BRE 22/4841 BK-SHE 23/00693 [belanghebbende 10] BRE 22/4842 BK-SHE 23/00694 [belanghebbende 10] BRE 22/4843 BK-SHE 23/00695 [belanghebbende 11] BRE 22/4835 BK-SHE 23/00696 [belanghebbende 11] BRE 22/4836 BK-SHE 23/00697 [belanghebbende 11] BRE 22/4837 BK-SHE 23/01009 [belanghebbende 12] BRE 23/1191 BK-SHE 23/01010 [belanghebbende 12] BRE 23/1192 BK-SHE 23/01011 [belanghebbende 12] BRE 23/1193 BK-SHE 24/397 [belanghebbende 13] BRE 23/1137 BK-SHE 24/398 [belanghebbende 13] BRE 23/1138 BK-SHE 24/399 [belanghebbende 13] BRE 23/1139 BK-SHE 24/400 [belanghebbende 13] BRE 23/1140 BK-SHE 24/401 [belanghebbende 13] BRE 23/1141 BK-SHE 24/402 [belanghebbende 13] BRE 23/1142 BK-SHE 24/403 [belanghebbende 14] BRE 23/1143 BK-SHE 24/404 [belanghebbende 14] BRE 23/1144 BK-SHE 24/405 [belanghebbende 14] BRE 23/1145 BK-SHE 24/406 [belanghebbende 14] BRE 23/1146 BK-SHE 24/407 [belanghebbende 14] BRE 23/1147 BK-SHE 24/408 [belanghebbende 14] BRE 23/1148 BK-SHE 24/437 [belanghebbende 15] BRE 23/1150 BK-SHE 24/543 [belanghebbende 16] BRE 23/3603 BK-SHE 24/544 [belanghebbende 16] BRE 23/3604 BK-SHE 24/579 [belanghebbende 17] BRE 23/2851 BK-SHE 24/580 [belanghebbende 17] BRE 23/12102 BK-SHE 24/581 [belanghebbende 17] BRE 23/12103 BK-SHE 24/582 [belanghebbende 17] BRE 23/10295 BK-SHE 24/583 [belanghebbende 17] BRE 24/1154 BK-SHE 24/584 [belanghebbende 17] BRE 24/1155 BK-SHE 24/585 [belanghebbende 18] BRE 23/2847 BK-SHE 24/586 [belanghebbende 18] BRE 23/12072 BK-SHE 24/587 [belanghebbende 18] BRE 23/12073 BK-SHE 24/588 [belanghebbende 18] BRE 23/10296 BK-SHE 24/589 [belanghebbende 18] BRE 24/1156 BK-SHE 24/590 [belanghebbende 18] BRE 24/1157 BK-SHE 24/591 [belanghebbende 19] BRE 23/2848 BK-SHE 24/592 [belanghebbende 19] BRE 23/12074 BK-SHE 24/593 [belanghebbende 19] BRE 23/12075 BK-SHE 24/594 [belanghebbende 20] BRE 23/2849 BK-SHE 24/595 [belanghebbende 20] BRE 23/12104 BK-SHE 24/596 [belanghebbende 20] BRE 23/12105 BK-SHE 24/597 [belanghebbende 21] BRE 23/2850 BK-SHE 24/598 [belanghebbende 21] BRE 24/165 BK-SHE 24/599 [belanghebbende 21] BRE 24/167 BK-SHE 24/875 [belanghebbende 22] BRE 23/10288 BK-SHE 24/876 [belanghebbende 22] BRE 24/1140 BK-SHE 24/877 [belanghebbende 22] BRE 24/1141 BK-SHE 24/878 [belanghebbende 23] BRE 23/10292 BK-SHE 24/879 [belanghebbende 23] BRE 24/1148 BK-SHE 24/880 [belanghebbende 23] BRE 24/1149 BK-SHE 24/881 [belanghebbende 24] BRE 23/10289 BK-SHE 24/882 [belanghebbende 24] BRE 24/1142 BK-SHE 24/883 [belanghebbende 25] BRE 23/10290 BK-SHE 24/884 [belanghebbende 25] BRE 24/1144 BK-SHE 24/885 [belanghebbende 25] BRE 24/1145 BK-SHE 24/886 [belanghebbende 26] BRE 23/10286 BK-SHE 24/887 [belanghebbende 26] BRE 24/1122 BK-SHE 24/888 [belanghebbende 26] BRE 24/1123 BK-SHE 24/889 [belanghebbende 27] BRE 23/10287 BK-SHE 24/890 [belanghebbende 27] BRE 24/1138 BK-SHE 24/891 [belanghebbende 27] BRE 24/1139 BK-SHE 24/892 [belanghebbende 28] BRE 23/10291 BK-SHE 24/893 [belanghebbende 28] BRE 24/1146 BK-SHE 24/894 [belanghebbende 28] BRE 24/1147 BK-SHE 24/901 [belanghebbende 29] BRE 23/10298 BK-SHE 24/902 [belanghebbende 29] BRE 24/1160 BK-SHE 24/903 [belanghebbende 29] BRE 24/1161 BK-SHE 24/904 [belanghebbende 30] BRE 23/10294 BK-SHE 24/905 [belanghebbende 30] BRE 24/1152 BK-SHE 24/906 [belanghebbende 30] BRE 24/1153 BK-SHE 24/907 [belanghebbende 31] BRE 23/10299 BK-SHE 24/908 [belanghebbende 31] BRE 24/1162 BK-SHE 24/909 [belanghebbende 31] BRE 24/1163 BK-SHE 24/910 [belanghebbende 32] BRE 23/10293 BK-SHE 24/911 [belanghebbende 32] BRE 24/1150 BK-SHE 24/912 [belanghebbende 32] BRE 24/1151 BK-SHE 24/913 [belanghebbende 33] BRE 23/10285 BK-SHE 24/914 [belanghebbende 33] BRE 24/1119 BK-SHE 24/915 [belanghebbende 33] BRE 24/1120 BK-SHE 24/916 [belanghebbende 34] BRE 23/10284 BK-SHE 24/917 [belanghebbende 34] BRE 24/1117 BK-SHE 24/918 [belanghebbende 34] BRE 24/1118 BK-SHE 24/919 [belanghebbende 35] BRE 23/10282 BK-SHE 24/920 [belanghebbende 35] BRE 24/1115 BK-SHE 24/921 [belanghebbende 35] BRE 24/1116 BK-SHE 24/922 [belanghebbende 36] BRE 23/10297 BK-SHE 24/923 [belanghebbende 36] BRE 24/1158 BK-SHE 24/924 [belanghebbende 36] BRE 24/1159 BK-SHE 24/1255 [belanghebbende 37] BRE 23/9771 BK-SHE 24/1256 [belanghebbende 37] BRE 24/1099 BK-SHE 24/1257 [belanghebbende 37] BRE 24/1100 BK-SHE 24/1258 [belanghebbende 37] BRE 24/1101 BK-SHE 24/1259 [belanghebbende 37] BRE 24/1102 BK-SHE 24/1260 [belanghebbende 38] BRE 23/9772 BK-SHE 24/1261 [belanghebbende 38] BRE 24/1103 BK-SHE 24/1262 [belanghebbende 38] BRE 24/1104 BK-SHE 24/1263 [belanghebbende 38] BRE 24/1105 BK-SHE 24/1264 [belanghebbende 38] BRE 24/1106 BK-SHE 24/1265 [belanghebbende 39] BRE 23/9774 BK-SHE 24/1266 [belanghebbende 39] BRE 24/1107 BK-SHE 24/1267 [belanghebbende 39] BRE 24/1108 BK-SHE 24/1268 [belanghebbende 39] BRE 24/1109 BK-SHE 24/1269 [belanghebbende 39] BRE 24/1110 BK-SHE 24/1270 [belanghebbende 40] BRE 23/9775 BK-SHE 24/1271 [belanghebbende 40] BRE 24/1111 BK-SHE 24/1272 [belanghebbende 40] BRE 24/1112 BK-SHE 24/1273 [belanghebbende 40] BRE 24/1113 BK-SHE 24/1274 [belanghebbende 40] BRE 24/1114 BK-SHE 24/1275 [belanghebbende 4] BRE 23/10090 BK-SHE 24/1276 [belanghebbende 4] BRE 23/10091 BK-SHE 24/1277 [belanghebbende 4] BRE 23/10092 BK-SHE 24/1278 [belanghebbende 4] BRE 23/10093 BK-SHE 24/1459 [belanghebbende 41] BRE 23/8908 BK-SHE 24/1460 [belanghebbende 41] BRE 23/8909 BK-SHE 24/1461 [belanghebbende 41] BRE 23/8910 BK-SHE 24/1462 [belanghebbende 42] BRE 23/8911 BK-SHE 24/1463 [belanghebbende 42] BRE 23/8912 BK-SHE 24/1464 [belanghebbende 42] BRE 23/8913 BK-SHE 24/1465 [belanghebbende 43] BRE 23/8914 BK-SHE 24/1466 [belanghebbende 43] BRE 23/8915 BK-SHE 24/1467 [belanghebbende 43] BRE 23/8916 BK-SHE 24/1468 [belanghebbende 44] BRE 23/8917 BK-SHE 24/1469 [belanghebbende 44] BRE 23/8918 BK-SHE 24/1470 [belanghebbende 44] BRE 23/8919 BK-SHE 24/1471 [belanghebbende 45] BRE 23/8920 BK-SHE 24/1472 [belanghebbende 45] BRE 23/8921 BK-SHE 24/1473 [belanghebbende 45] BRE 23/8922 BK-SHE 24/1476 [belanghebbende 46] BRE 23/8923 BK-SHE 24/1477 [belanghebbende 46] BRE 23/8924 BK-SHE 24/1478 [belanghebbende 46] BRE 23/8925 Hoge Raad 23 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:
- Hoge Raad 6 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:
- Hoge Raad 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:
- Hoge Raad 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:
- Hoge Raad 24 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:
- https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/inf_25_
- Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.