← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:3813

Parketnummer : 20-002859-24 Uitspraak : 9 oktober 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 18 oktober 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-173491-23 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970, wonende te [adres] Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als: ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd’ en ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem te dien aanzien veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 549 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijke strafdeel heeft de rechtbank een bijzondere voorwaarde verbonden, te weten – kort gezegd – een contactverbod met [benadeelde] . Ten slotte heeft de rechtbank diverse inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, behoudens ten aanzien van de beslissing op het inbeslaggenomen aardappelschilmesje. Ten aanzien van dit voorwerp zal het hof bepalen dat dit aan de verdachte zal worden geretourneerd. Voorts zal het hof de toepasselijke wettelijke voorschriften verbeteren door artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht te vervangen met artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht. De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep – onder herhaling van dan wel verwijzing naar de in eerste aanleg gevoerde verweren – vrijspraak bepleit. Naar het oordeel van het hof vinden de verweren van de verdediging hun weerlegging in de inhoud van de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen en de overwegingen van de rechtbank daaromtrent, zodat hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht het hof niet tot een ander oordeel brengt. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de beslissing van de rechtbank tot onttrekking aan het verkeer van het aardappelschilmesje, kleur zwart (met goednummer: G2614722) en gelast de teruggave hiervan aan de verdachte; bevestigt het vonnis voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene. Aldus gewezen door: mr. A.C. Bosch, voorzitter, mr. C.P.J. Scheele en mr. F. van Es, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. T.S. Vos en mr. M.C.F. Jansen, griffiers, en op 9 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. Scheele voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.