← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:435

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht zaaknummer 200.348.995-h beslissing op verzoek ex artikel 31 Rv van het arrest gewezen op 4 februari 2025 in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen: [appellant] , wonende te [woonplaats] , [gemeente A] , appellant, hierna aan te duiden als de man, advocaat: mr. A.Ch. Osté te Oosterhout (NB), tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als de vrouw, advocaat: mr. C.M.M. Mikkers te Heeze. Het hof heeft kennis genomen van een verzoek van mr. C.M.M. Mikkers bij brief van 11 februari 2025 namens de vrouw om een kennelijke schrijffout in het arrest van 4 februari 2025 te verbeteren. Volgens de vrouw is sprake van een kennelijke verschrijving waarbij het gaat om de datum van de in het dictum vastgestelde vakantieregeling, die - voor zover thans van belang - luidt als volgt: “ [persoon A] en [persoon B] verblijven vanaf vrijdag 14 februari 2025 na school tot woensdag 19 februari 2025 om 12.00 uur bij de ene ouder en van woensdag 19 februari 2025 tot maandag 24 februari 2025 voor school bij de andere ouder, waarbij …..”. Volgens de vrouw heeft de man (onder meer en voor zover thans van belang) gevorderd de aanstaande carnavalsvakantie te verdelen maar is het hof daarbij uitgegaan van de verkeerde datum omdat de carnavalsvakantie voor de regio “zuid” niet aanvangt op 14 februari 2025, maar op 22 februari

  1. Volgens de vrouw had het dictum op grond van de overwegingen in het arrest als volgt moeten luiden: “ [persoon A] en [persoon B] verblijven vanaf vrijdag 21 februari 2025 na school tot woensdag 26 februari 2025 om 12.00 uur bij de ene ouder en van woensdag 26 februari 2025 tot maandag 3 maart 2025 voor school bij de andere ouder, waarbij …..”. Volgens de vrouw is hier sprake van een kennelijke schrijffout in de zin van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), die zich voor eenvoudig herstel leent. Mr. Osté is in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Bij brief van 12 februari 2025 heeft mr. Osté namens de man bezwaar gemaakt tegen inwilliging van het verzoek van de vrouw. Hij heeft geconcludeerd dat van een kennelijke verschrijving geen sprake is en dat het verzoek van de vrouw tot aanvulling of verbetering van het arrest moet worden afgewezen. Het hof is van oordeel dat mr. C.M.M. Mikkers ten onrechte heeft geconcludeerd dat sprake is van een kennelijke fout en het hof wijst het verzoek van de vrouw dan ook af. Het hof legt hierna uit waarom. Een kennelijke fout zoals bedoeld in artikel 31 Rv moet in het licht van de stellingen van partijen niet voor redelijke twijfel vatbaar zijn en voor derden op het eerste gezicht duidelijk zijn. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep op 14 januari 2025 heeft het hof de man verzocht concrete data aan zijn vordering tot verdeling van de carnavalsvakantie te verbinden. Daarop heeft de man de exacte data benoemd en is de vrouw uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld hierop te reageren; zij heeft verklaard met deze data en de door de man gevorderde verdeling ervan te kunnen instemmen. Daarop heeft het hof deze data met betrekking tot de verdeling van de vakantie in het dictum opgenomen. Derhalve is van een kennelijke fout als bedoeld in artikel 31 Rv geen sprake. De omstandigheid dat deze data achteraf mogelijk niet overeenkomen met de door de school van de minderjarigen vastgestelde vakantie kan, gelet op het vorenstaande, niet worden gezien als een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel. Derhalve bestaat er ook geen grond voor verbetering en/of aanvulling van het arrest en wijst het hof het verzoek van de vrouw af. Dit arrest is gewezen door mrs. C.N.M. Antens, E.P de Beij en E.M.D.M van der Linden, en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 februari
  2. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.