GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Nummer: 23/1131 Uitspraak op het hoger beroep van [belanghebbende] , gevestigd in [vestigingsplaats] , hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 11 juli 2023, nummer BRE 21/619, in het geding tussen de belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Veere, hierna: de heffingsambtenaar. De zitting bij het hof heeft plaatsgevonden op 20 september 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar is door middel van een digitale beeld- en geluidverbinding verschenen [gemachtigde] , namens [kantoornaam] (hierna: [gemachtigde] ), als gesteld gemachtigde van belanghebbende. Ten aanzien van de ontvankelijkheid 1. Het (ongedateerde) hoger beroep is op 10 augustus 2023 namens [kantoornaam] ingediend door [gemachtigde] . Blijkens het dossier heeft [gemachtigde] niet namens zichzelf hoger beroep ingesteld. 2. In het dossier dat het hof van de rechtbank heeft ontvangen, bevinden zich: een schriftelijke machtiging met datum “maart/ april 2020”, ondertekend door [persoon 1] en [persoon 2] ; en een uittreksel uit het handelsregister van [belanghebbende] , gedateerd op 3 maart 2021, waaruit volgt dat bestuurder [A BV] zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd is. 3. Het hof heeft [gemachtigde] op 25 september 2023 een brief gestuurd: “U heeft hoger beroep ingesteld. Dit beroep voldoet niet aan de hierna opgenomen vereisten. U heeft verzuimd: - de gronden van het hoger beroep te vermelden; u dient te vermelden waarom u het niet eens bent met de uitspraak van de rechtbank; - een op uw naam gestelde recente volmacht over te leggen. Deze volmacht mag niet ouder zijn dan een half jaar. Ik geef u de mogelijkheid het verzuim uiterlijk 17 oktober 2023 te herstellen. Als u van deze mogelijkheid geen gebruik maakt, kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het gerechtshof uw hoger beroep niet (inhoudelijk) in behandeling neemt. Er volgt dan een uitspraak, waartegen u bij het gerechtshof in verzet kunt komen.” 4. [gemachtigde] heeft daar met een brief van 6 oktober 2023 (en ontvangen door het hof op dezelfde datum) op gereageerd, waarbij hij het hof verzocht heeft om de hersteltermijn te verlengen. Het hof heeft de termijn op 30 oktober 2023 verlengd tot en met 13 november 2023. In dat bericht staat wederom vermeld dat het hoger beroep anders nietontvankelijk kan worden verklaard. 5. Het hof heeft op 21 november 2023 een brief van [gemachtigde] ontvangen, gedateerd op 10 november 2023. [gemachtigde] heeft met deze brief de volgende stukken overgelegd: een schriftelijke machtiging met datum 5 juni 2023, ondertekend door [persoon 1] en [persoon 2] ; e-mailcorrespondentie die op 30 augustus 2022 en 1 september 2022 heeft plaatsgevonden tussen [gemachtigde] en een medewerker van “ [belanghebbende] ”, waarvan twee bijlagen zijn overgelegd: o bijlage “Getekende volmacht [persoon 2] .pdf”, zijnde een schriftelijke machtiging met datum 1 september 2022, ondertekend door [persoon 2] ; o bijlage “Getekende volmacht.pdf”, zijnde een schriftelijke machtiging met datum 30 augustus 2022, ondertekend door [persoon 1] . 6. Het hof heeft op 23 september 2024 (dus na de zitting), een op 20 september 2024 gedateerde brief van [gemachtigde] ontvangen. [gemachtigde] heeft met deze brief de volgende bijlagen overgelegd: een e-mail van een medewerker van “ [belanghebbende] ” met als onderwerp “Gescande Bijlage: de (nieuwe) volmacht 2024” een schriftelijke machtiging met datum 2 april 2024, ondertekend door [persoon 1] en [persoon 2] ; een uittreksel uit het handelsregister van [belanghebbende] , gedateerd op 9 april 2024, waaruit volgt dat bestuurder [A BV] zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd is; een uittreksel uit het handelsregister van [A BV] , gedateerd op 9 april 2024, waaruit volgt dat bestuurders [persoon 1] en [persoon 2] gezamenlijk vertegenwoordigingsbevoegd zijn. 7. Het hof overweegt dat de rechter op grond van 8:24, lid 2, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in verbinding met artikel 8:108 Awb een schriftelijke machtiging kan verlangen van een gemachtigde die geen advocaat is, om na te gaan of degene die zich als gemachtigde namens een belanghebbende aandient daartoe werkelijk bevoegd is. 8. Het hof heeft [gemachtigde] verzocht een op zijn naam gestelde machtiging van maximaal een half jaar oud over te leggen. Het hof is hiertoe overgegaan omdat in diverse andere zaken waarin [gemachtigde] als (gesteld) gemachtigde optrad twijfels zijn gerezen over de bevoegdheid van [gemachtigde] om namens de desbetreffende belanghebbende (hoger) beroep in te stellen. Aanleiding voor deze twijfels zijn de volgende ambtshalve bekende feiten en omstandigheden: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.