Parketnummer : 20-000008-24 Uitspraak : 11 februari 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 18 december 2023, in de strafzaak met parketnummer 02-203031-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod (feit 1) en ‘diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (feit 2)’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen. Namens de verdachte is primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust met aanvulling en verbetering van de gronden en met uitzondering van de toepasselijke wettelijke voorschriften, met dien verstande dat artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht wordt geschrapt. Aanvulling en verbetering van de bewijsmiddelen Aanvulling en verbetering van de bewijsmiddelen Het hof verenigt zich met de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen, zoals weergegeven in bijlage II op pagina’s 8 en 9 van het vonnis, met verbetering van het hiernavolgende: - in de laatste alinea van de bijzondere overweging met betrekking tot het bewijs, onder het kopje ‘feit 2’ wordt achter de zin ‘Uit het dossier blijkt verder dat niet alleen de elektriciteitsmeter gemanipuleerd is, maar ook het mechanisch telwerk van de gasmeter weggenomen is’ een voetnoot toegevoegd met de volgende inhoud: ‘Het schriftelijk bescheid, de bijschriften bij de foto’s die zijn gevoegd bij de aangifte namens [benadeelde] d.d. 20 januari 2023, opgenomen op pagina 60 en 61 in het in de wettelijke vorm opgemaakte eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2022189334 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, doorgenummerd van 1 tot en met 120’; - de bewijsmiddelen 10.1, 10.2 en 10.3 op pagina’s 8 en 9 van het vonnis van de rechtbank (dossierpagina’s 67, 69 en 71) worden geschrapt en derhalve niet tot het bewijs gebezigd; - Het onder 10.4 op pagina 9 van het vonnis van de rechtbank gehanteerde bewijsmiddel, te weten het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4 en 5 van het eind-proces-verbaal, wordt in zijn geheel vervangen. De koptekst en de inhoud van dit bewijsmiddel komen als volgt te luiden: 10.4 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina 4 en 5 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven: Controle Basisregistratie Personen (BRP) en Kamer van Koophandel (KvK) Op het adres [adres 2] , binnen de gemeente Roosendaal, staat de volgende persoon ingeschreven: Ingangsdatum: [ingangsdatum] Naam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] Geboren: [geboortedag] 1970 Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland In voornoemde woning werd op donderdag 11 augustus 2022, om 12:00 uur, ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1, onder b Opiumwet en artikel 96 Wetboek van Strafvordering, binnengetreden krachtens een op donderdag 11 augustus 2022 afgegeven machtiging van de hulpofficier van justitie, [verbalisant] . Omschrijving aanwijzingen hennepteelt buiten de kweekruimte(n) Rechts op het perceel van [adres 2] bevond zich een houten schuur die er voor het oog uit zag als een paardenstal. Hierbij werd geconstateerd dat er een duidelijk hoorbare afzuigingsinstallatie te horen was vanuit de schuur. Op basis van deze bevindingen is de schuur open gemaakt in verband met de verdenking van de hennepkwekerij: - Positieve codam meting - Afzuig geluid uit een houten schuur, waar normaal geen afzuiging aanwezig is. Kweekruimte Na het binnentreden zag ik het volgende: Alle goederen voor het in werking hebben van een hennepkwekerij werden in de ruimte aangetroffen. Dit betroffen onder andere armaturen en assimilatielampen, een schakelbord, een snelheidsregelaar, verschillende tijdschakelaars, 2 koolstoffilters en 12 transformatoren. In totaal hingen er in de kweekruimte 12 lampen. Armaturen met assimilatielampen. In totaal stonden er 117 hennepplanten. Per m2 stonden er 11 planten. Vaststelling hennep Ik constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet en verboden in artikel 3 en strafbaar gesteld in artikel 11 Opiumwet. Elektriciteitsvoorziening De elektriciteitsvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door [inspecteur] , fraude-inspecteur bij de netbeheerder [benadeelde] , in mijn aanwezigheid. Hierbij werd geconstateerd dat de elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Het bleek dat er een illegale aansluiting voor de hoofdbeveiliging was gemaakt, op de aansluitleiding in de hoofdaansluitkast. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep en de elektrische installatie in het betreffende pand voorzag van elektriciteit. De illegale kabel is buiten de hoofdveiligheid in de aansluitkast van [benadeelde] om aangesloten. Om deze aftakking te realiseren is het noodzakelijk geweest de verzegeling van de aansluitkast te verbreken en de kast te openen. - de koptekst van bewijsmiddel 10.6, opgenomen op pagina 9 van het vonnis van de rechtbank, wordt vervangen en komt als volgt te luiden: ‘Het geschrift, te weten foto’s met bijschriften die bij de aangifte d.d. 20 januari 2023 zijn gevoegd, pagina 57 tot en met 62 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:’. De bewijsvoering behoeft, mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, naar het oordeel van het hof de navolgende aanvulling. Naast de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen, komt de bewezenverklaring mede te berusten op: - de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 28 januari 2025, voor zover inhoudende: ‘Ten tijde van de tenlastegelegde feiten stond ik ingeschreven en was ik woonachtig op het adres [adres 2] . De woning op voornoemd adres was toentertijd mijn eigendom. In de eerste stal van de drie heb ik spullen opgeslagen die je een keer per jaar nodig hebt, een soort winteropslag. Ik ben daar in de periode van februari tot en met 11 augustus 2022 geweest.’ - een schriftelijk bescheid, te weten een schema (het hof begrijpt: een kweekschema dat is aangetroffen in de schuur van de verdachte), dossierpagina’s 28 en 101, voor zover inhoudende de met pen aangebrachte aantekeningen: 1510-2021 stek 12 weken vanaf start stek WK 1 stek 30-10 2 6-11 3 13-11 4 20-11 5 27-11 6 4-12 7 11-12 8 18-12 9 25-12 10 31-12 11 12 4 5 kg Aanvulling op bewijsoverweging De verdachte heeft (ook) ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij zijn schuur/stal sinds februari 2022 verhuurde aan een ander, waarvan hij geen verdere gegevens wil verstrekken, en dat hij geen wetenschap had van de hennepkwekerij die er op 11 augustus 2022 werd aangetroffen. Het hof verenigt zich met de bewijsoverwegingen van de rechtbank. Ook in hoger beroep heeft de verdachte de beweerdelijke verhuur van de schuur/stal aan een ander op geen enkele wijze onderbouwd en aannemelijk gemaakt. Het hof neemt hierbij nog in aanmerking dat in de schuur kweekschema’s zijn aangetroffen en dat het hof uit de met pen vermelde data op het schema op pagina 101 van het procesdossier afleidt dat de hennepkwekerij in ieder geval al in oktober 2021 – en dus voor de beweerde verhuur van de schuur/stal in februari 2022 – in bedrijf was, zodat de verklaring van de verdachte over de verhuur van zijn schuur/stal reeds daarom ongeloofwaardig is. Op te leggen sanctie De raadsman van de verdachte heeft een straftoemetingsverweer gevoerd indien het hof toch tot een veroordeling mocht komen. De verdediging heeft het hof verzocht – gelet op de arbeidsongeschiktheid en psychische gesteldheid van de verdachte en het feit dat de verdachte bij een bewezenverklaring had te gelden als ‘first offender’– de verdachte enkel een voorwaardelijke sanctie op te leggen, zeker gezien alle gevolgen die de verdachte reeds heeft doorstaan. Indien het hof een taakstraf zou bepalen heeft de verdediging verzocht om deze taakstraf, vanwege de zeer beperkte belastbaarheid van de verdachte, sterk te matigen. In hetgeen namens de verdachte in hoger beroep ten aanzien van de strafoplegging naar voren is gebracht, ziet het hof geen aanleiding om tot een andere strafoplegging te komen dan de rechtbank. Het hof sluit zich geheel aan bij de overwegingen van de rechtbank die aan die strafoplegging ten grondslag liggen. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Aldus gewezen door: mr. R.G.A. Beaujean, voorzitter, mr. S.V. Pelsser en mr. drs. M.C.C. van de Schepop, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. N. Koop, griffier, en op 11 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. drs. M.C.C. van de Schepop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.