GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.301.759/02 arrest van 1 april 2025 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna aan te duiden als [appellant] , advocaat: mr. L.J.L. Heukels te Overveen, gemeente Bloemendaal, tegen 1 [geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
- [geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, hierna gezamenlijk aan te duiden als [geïntimeerden] , advocaat: mr. H.S. Memelink te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 29 augustus 2023, 23 januari 2024 en 11 juni 2024 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, onder zaaknummer 8903050 CV EXPL 20-4314 gewezen vonnis van 23 juni
- 11Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenarrest van 11 juni 2024; het deskundigenbericht van 10 oktober 2024; de memorie na deskundigenbericht van [appellant] ; de antwoordmemorie na deskundigenbericht van [geïntimeerden] Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 12De verdere beoordeling 12.
- In het tussenarrest van 11 juni 2024 heeft het hof bepaald dat de deskundige gemotiveerd en zo nauwkeurig mogelijk antwoord dient te geven op de volgende vragen: Constateert u een of meer gebreken aan/in de bouten die het bovenste en het onderste deel van het motorblok vloeistofdicht met elkaar moeten verbinden en/of aan/in het expansievat en zo ja, welke? Kunt u per geconstateerd gebrek aangeven of het gebrek maakt dat gebruik van de auto door daarmee aan het verkeer deel te nemen, gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren? Kunt u per geconstateerd gebrek aangeven of het ten tijde van de aflevering van de auto op 23 augustus 2019 al aanwezig was, of het op eenvoudige wijze kon worden ontdekt, of het kan worden hersteld en, indien van toepassing, welke kosten met herstel zijn gemoeid? Heeft u voor het overige nog opmerkingen waarvan u het zinvol acht dat het hof daarvan kennis neemt? 12.
- Uit het deskundigenbericht (hierna ook aangeduid als: het rapport) blijkt dat de deskundige, J. Davelaar, zijn onderzoek aan de auto buiten aanwezigheid van partijen heeft verricht, dat hij zijn concept-rapport aan partijen heeft toegestuurd waarbij hij partijen de gelegenheid tot het stellen van vragen en het maken van opmerkingen heeft geboden, dat [appellant] van die mogelijkheid gebruik heeft gemaakt en dat de deskundige op die vragen en opmerkingen heeft gereageerd. De deskundige heeft de vragen van het hof beantwoord. 12.
- In zijn memorie na deskundigenbericht heeft [appellant] vraagtekens gezet bij de deskundigheid en partijdigheid (het hof leest: onpartijdigheid) van de door het hof benoemde deskundige. Op grond van 120 opmerkingen over het rapport concludeert [appellant] dat het hof het rapport niet kan gebruiken met betrekking tot het vellen van een oordeel over de door het hof gestelde vragen. In het belang van de goede procesorde moet het hof volgens [appellant] de deskundige en zes door [appellant] geraadpleegde (BMW) experts horen. Het hof zal deze bezwaren en opmerkingen voor zover het hof die relevant oordeelt betrekken bij de bespreking van de antwoorden van de deskundige en de beoordeling van het onderhavige geschil. 12.
- [geïntimeerden] betogen in hun antwoordmemorie na deskundigenbericht dat het rapport een duidelijk antwoord geeft op de door het hof gestelde vragen. Zij concluderen tot bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter. 12.
- Het hof oordeelt als volgt. Voor zover [appellant] betoogt dat de deskundige niet deskundig en niet onpartijdig is en dat het hof diens rapport om die reden ter zijde moet leggen, volgt het hof [appellant] daarin niet. [appellant] heeft niets althans onvoldoende aangevoerd dat de conclusie rechtvaardigt dat de deskundige, die NIVRE registerexpert en VRT registertaxateur is, het onderzoek niet heeft verricht naar de maatstaven en methoden die bij het bevolen onderzoek onder zijn vakgenoten gangbaar zijn en dat hij niet de vereiste onpartijdigheid heeft betracht. 12.
- Het hof stelt daarnaast vast dat het rapport naar de wijze van tot stand komen voldoet aan de eisen die daaraan gesteld kunnen en moeten worden. De deskundige heeft zijn concept-rapport naar partijen gestuurd en het ontvangen commentaar in het definitieve rapport opgenomen en adequaat besproken. Het rapport voldoet aan de daaraan te stellen eisen van relevantie, kwaliteit, consistentie en coherentie. [appellant] klaagt dat de deskundige de motor niet in gedemonteerde toestand heeft geïnspecteerd, maar die klacht leidt niet tot een ander oordeel. De deskundige heeft gerapporteerd dat hij de auto, nadat hij van mr. Heukels desgevraagd had vernomen waar deze zich bevond, aantrof op een parkeerdek en dat demontage van motoronderdelen daar niet “gewenst” was. [appellant] heeft niet weersproken dat de deskundige de motor daar op dat moment niet kon demonteren. Het lag op de weg van [appellant] , als eigenaar van de auto en als de partij met de bewijsopdracht, om de omstandigheden te scheppen waarin de deskundige zijn onderzoek naar behoren kon verrichten. Voor zover die omstandigheden daar toen niet aanwezig waren komt dat voor risico van [appellant] . De deskundige heeft met behulp van een elektronisch systeem de voertuigdata uitgelezen alsmede de op de sleutel en de reservesleutel van de auto opgeslagen gegevens. Ook heeft hij van [appellant] beeldmateriaal van de auto ontvangen. Hij heeft zich voldoende in staat geacht om met de vergaarde informatie de vragen van het hof te beantwoorden. 12.
- Het hof wijst [appellant] verzoek af om een nieuwe mondelinge behandeling te bepalen, om de deskundige en zes door [appellant] voorgedragen BMW experts te horen. Het hof acht dat niet nodig voor de beoordeling en daarbij in dit stadium van de procedure ook in strijd met de goede procesorde. Het hof zal de antwoorden van de deskundige op de door het hof gestelde vragen hierna bespreken en op grond daarvan een beslissing nemen. 12.
- Bij de bespreking van de antwoorden van de deskundige stelt het hof voorop dat een eventuele beslissing om de zienswijze van de door het hof benoemde deskundige te volgen in het algemeen niet verder hoeft te worden gemotiveerd dan door te overwegen dat de door deze deskundige gebezigde motivering het hof overtuigend voorkomt. Wel zal het hof moeten ingaan op specifieke bezwaren van partijen tegen de zienswijze van de door het hof benoemde deskundige, indien deze bezwaren een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van deze zienswijze (vergelijk HR 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1468). 12.
- Van belang is verder dat het deskundigenbericht is gevraagd in verband met het door [appellant] gestelde en te bewijzen feit dat, kort gezegd, de auto ten tijde van de aflevering een gebrek had, erin bestaande dat de bouten die het bovenste en het onderste deel van het motorblok vloeistofdicht met elkaar moeten verbinden, waren afgebroken dan wel dat het schroefdraad daarvan was losgetrokken. Als dat zou komen vast te staan zou de auto ten tijde van de aflevering niet aan de overeenkomst hebben beantwoord. De auto zou wel hebben beantwoord aan de overeenkomst indien, zoals [geïntimeerden] ter onderbouwing van hun betwisting hebben aangevoerd, er ‘slechts’ een lek in het koelsysteem was, zijnde een klein en eenvoudig te verhelpen gebrek; zie rov. 3.8.3., 3.8.
- en 3.8.
- van het arrest van 29 augustus
- 12.
- [appellant] heeft in zijn memorie na deskundigenbericht onder 28 de bevinding van de deskundige dat de auto ten tijde van de aflevering koelvloeistof lekte naar het hof begrijpt tot de zijne gemaakt: “De heer Davelaar geeft aan dat deze motor altijd al een koelvloeistof lekkage had en dus het bijvullen niet vreemd was. Maar dan is er toch sprake van een gebrek als een motor koelvloeistof lekt bij een gesloten koelvloeistofsysteem! En blijkbaar, de heer Davelaar volgend, betekent dat dit gebrek er al was voor 23 augustus 2019, de datum van levering. (…)” Dat staat tussen partijen dus niet (langer) ter discussie. 12.
- De deskundige heeft bij zijn onderzoek gebruik gemaakt van door [appellant] ter beschikking gesteld beeldmateriaal, waaronder een filmpje. Daarover rapporteert de deskundige bij het antwoord op vraag 1: “Op basis van het aangeleverde beeldmateriaal zien wij dat de bout in het filmpje niet meer vast te zetten is.(…)Bij dit type motoren is de oorzaak van het niet meer vast kunnen zetten van de kopbouten, dat de motor te warm is geworden. Doordat de motor te warm is geworden zet de cilinderkop (het bovenste deel van het motorblok) uit. Door deze uitzetting trekt de cilinderkop de bouten door het schroefdraad uit het onderblok.” Over de oorzaak daarvan rapporteert de deskundige: “Zowel Memelink als [persoon B] geven aan dat doorrijden met een scheur in het expansievat van de koelvloeistof motorschade tot gevolg heeft. De oorzaak van de nu ontstane schade in de motor is dat met een gebrek aan voldoende koelvloeistof is gereden en daardoor de motor te warm is geworden. (…)” 12.
- Aldus heeft de deskundige naar het oordeel van het hof voldoende overtuigend gemotiveerd dat de schade aan (de bouten van) het motorblok en de cilinderkop is ontstaan als gevolg van een lek in het koelsysteem. De vraag die dan nog moet worden beantwoord is of die schade al bij aflevering op 23 augustus 2019 aanwezig was (zie vraag 3 van het hof aan de deskundige). Het hof brengt in herinnering dat tussen partijen vast staat dat de kilometerstand van de auto op 30 september 2019 (ruim een maand na aflevering) 203.622 was (zie rov. 3.3.
- van het arrest van 29 augustus 2023). Ten tijde van de aflevering was de kilometerstand dus lager dan 203.
- De deskundige heeft 17 in de “DME (Digitale Motor electronica)” opgeslagen foutcodes geconstateerd en heeft de foutcodes die in relatie staan tot de motorproblemen geanalyseerd. Daaruit blijkt dat de motorgerelateerde storingen zich hebben voorgedaan bij een kilometerstand van 204.
- Uit de op de eerste aan de deskundige ter beschikking gestelde sleutel opgeslagen gegevens blijkt van niet-motorgerelateerde storingen (wegrolbeveiliging en bandenspanning) bij kilometerstanden 198.392 en 202.
- De nadien ontvangen sleutel, zo constateert de deskundige, bevat data van meldingen die wel verband houden met de problemen van de motor. Die deden zich voor bij de kilometerstand 204.
- Die stand is op 2 kilometer na gelijk aan de stand die blijkt uit het ‘DME’. In zijn antwoord op vraag 3 van het hof schrijft de deskundige: “Kopbouten die loszitten Deze zaten niet los op 23 augustus
- Het is niet eenvoudig vast te stellen of deze loszitten, hiervoor moet het kleppendeksel worden gedemonteerd. Bij loszittende kopbouten zal er een vermogensverlies zijn in de cilinder waar deze loszitten. Het losraken van de kopbouten en het kromtrekken van de cilinderkop hebben met elkaar gemeen dat zij het verbrandingsproces verstoren en deze storing zien wij niet eerder dan bij een kilometerstand van 204.648 op de sleutelinformatie en in de storingsdata bij een kilometerstand van 204.650.” De meldingen als gevolg van de losgeraakte bouten tussen het motorblok en de cilinderkop deden zich dus voor op een tijdstip waarop [appellant] na de aflevering van de auto al enkele duizenden kilometers met de auto had gereden. 12.
- De deskundige heeft aldus naar het oordeel van het hof voldoende overtuigend gemotiveerd dat de schade aan bouten, motorblok en cilinderkop op het moment van aflevering van de auto aan [appellant] nog niet aanwezig was, maar pas daarna is ontstaan, nadat [appellant] enkele duizenden kilometers met de auto had gereden. [appellant] heeft, veelal op detailniveau, een zeer grote hoeveelheid kritische opmerkingen over het rapport gemaakt, maar deze bezwaren houden niet een voldoende gemotiveerde betwisting van de juistheid van de antwoorden van de deskundige in. In ieder geval hebben de antwoorden van de deskundige zodanig veel twijfel gezaaid over de juistheid van het door [appellant] gestelde en te bewijzen feit dat, kort gezegd, ten tijde van de aflevering van de auto aan hem op 23 augustus 2019 de bouten die het bovenste en het onderste deel van het motorblok vloeistofdicht met elkaar moeten verbinden, waren afgebroken dan wel dat het schroefdraad daarvan was losgetrokken, dat het hof tot de conclusie komt dat het bewijs van die stelling niet is geleverd. Kosten van de deskundige 12.
- De deskundige heeft voor zijn werkzaamheden aan het hof een bedrag van € 4.042,61 inclusief btw gefactureerd. [appellant] heeft tegen dat bedrag en de specificatie daarvan bezwaar gemaakt. De door de deskundige gefactureerde kosten komen [geïntimeerden] niet onredelijk hoog voor. Het hof gaat aan het bezwaar van [appellant] voorbij. Het in rekening gebrachte bedrag is gelijk aan de kostenopgave die de deskundige voorafgaand aan zijn benoeming heeft gedaan. Uit de (niet aanstonds inzichtelijke) urenspecificatie blijkt dat bij een (door het hof niet onredelijk geacht) uurtarief van € 134,00 exclusief btw/€ 162,14 inclusief btw, de tijdsbesteding een factuur van € 5.304,68 inclusief btw zou rechtvaardigen, te vermeerderen met € 125,00 voor uitleesapparatuur. De deskundige heeft aan het hof laten weten met de geschatte uren niet uit te komen maar desondanks een bedrag gelijk aan de offerte van € 4.042,61 te factureren. Daarmee is hij naar het oordeel van het hof in voldoende mate aan de bezwaren van [appellant] tegemoetgekomen. Het hof zal de kosten van de deskundige begroten op € 4.042,61 inclusief btw (gelijk aan het voorschot dat het hof ten laste van [appellant] heeft gebracht) en [appellant] in die kosten veroordelen. Conclusie en proceskosten 12.
- Het hof kan aldus niet vaststellen dat de auto ten tijde van de aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. De vorderingen van [appellant] stuiten daarop af. De grieven behoeven voor het overige geen bespreking. Het hoger beroep van [appellant] faalt. Het hof zal het vonnis van de kantonrechter, onder verbetering van gronden zoals hiervoor overwogen en beslist, bekrachtigen. Het hof zal [appellant] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van het hoger beroep. Die kosten zullen aan de zijde van [geïntimeerden] worden vastgesteld op: Griffierechten € 772,00 Salaris advocaat € 3.642,00 (3,0 punten x tarief II) Nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.592,00 13De uitspraak Het hof: 13.
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, tussen partijen gewezen op 23 juni 2021 onder zaaknummer 8903050 CV EXPL 20-4314; 13.
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het deskundigenonderzoek van € 4.042,61 inclusief btw; 13.
- veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerden] van € 4.592,00, te betalen binnen veertien dagen na heden; als [appellant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet [appellant] € 92,00 extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening; 13.
- verklaart de veroordeling onder 13.
- uitvoerbaar bij voorraad; 13.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, Z.D. van Heesen-Laclé en M. van der Schoor en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 april
- griffier rolraadsheer