← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:908

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.327.240/01 arrest van 1 april 2025 in de zaak van [XX] GmbH, gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland), appellante in principaal hoger beroep, geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, hierna aan te duiden als [XX] , advocaat: mr. R.R.F. Van der Mark te Amsterdam, tegen [YY] BV, gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in incidenteel hoger beroep, hierna aan te duiden als [YY] , advocaat: mr. R.F.P.J. Coppus te Venlo, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 4 juli 2023 in het hoger beroep van de door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer C/03/292001 / HA ZA 21-252 gewezen vonnissen van 25 mei 2022 en 18 januari 2023. 5Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenarrest van 4 juli 2023 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast; de akte overlegging 3 producties van [XX] van 11 oktober 2023; het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 11 oktober 2023; de memorie van grieven met producties 4 tot en met 9; de memorie van antwoord tevens houdende grieven in voorwaardelijk incidenteel appel met producties 24 tot en met 47; de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel met productie 10; een akte depôt van [YY] van 29 augustus 2024, waarbij 8 kartonnen dozen ter griffie zijn gedeponeerd; een akte uitlating depôt van 3 september 2024, tevens houdende wijziging van eis in incidenteel appel van [YY] ; de antwoordakte van [XX] van 1 oktober 2024 Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 6De beoordeling In principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep Kern van de zaak 6.1. Het gaat in deze zaak om het volgende. [XX] en DHL hebben een overeenkomst gesloten. Op grond van die overeenkomst verwerkt DHL door [XX] verzonden pakketten. [XX] heeft op haar beurt een overeenkomst met [YY] gesloten. Krachtens die overeenkomst kan [YY] als klant van [XX] ook gebruikmaken van de diensten van DHL voor het verzenden van pakketten. De overeenkomst tussen [XX] en DHL houdt kort gezegd in dat pakketten kunnen worden verzonden tegen een vast tarief. Indien pakketten bepaalde maximum afmetingen of een bepaald gewicht overschrijden, is een toeslag verschuldigd. DHL heeft -voor zover in deze zaak relevant- voor 3.711 pakketten een dergelijke toeslag aan [XX] in rekening gebracht. Volgens [XX] gaat het daarbij om onder het klantnummer van [YY] verzonden pakketten. [XX] vordert op haar beurt betaling van [YY] van de door haar aan DHL betaalde toeslagen. [YY] betwist dat sprake is van terecht door DHL in rekening gebrachte toeslagen en weigert de facturen te betalen. Zij voert aan dat de namens haar verzonden pakketten wél aan voormelde afmetingen voldoen. In de kern gaat het om de vraag of door DHL terecht toeslagen in rekening zijn gebracht voor namens [YY] verzonden pakketten. De feiten 6.2. Bij de beoordeling van de zaak kan van de volgende feiten worden uitgegaan. 6.2.1. [XX] en [YY] drijven beide een handelsonderneming in het kader waarvan pakketten worden verzonden naar afnemers in Duitsland. 6.2.2. [XX] heeft ten behoeve van het verzenden van die pakketten een overeenkomst gesloten met DHL op grond waarvan pakketten voor eenheidsprijzen kunnen worden verzonden. In het geval aangeboden pakketten bepaalde maximale afmetingen (te weten 120x60x60cm) of een bepaald gewicht te boven gaan (dan wel niet zijn verpakt in een kartonnen doos), wordt door DHL een toeslag op de eenheidsprijs per pakket in rekening gebracht. 6.2.3. [XX] heeft ten behoeve van de verzendingen een Transport Management Systeem (hierna: TMS) opgezet waardoor klanten van [XX] - in dit geval [YY] - ook pakketten kunnen verzenden via DHL en op die manier kunnen 'meeliften' met de tussen [XX] en DHL gesloten overeenkomst en overeengekomen prijzen (met dien verstande dat op ieder door [YY] verzonden pakket een marge zit voor [XX] ). 6.2.4. [YY] , alsmede haar klanten (in dat geval namens [YY] ), maken sinds 2019 gebruik van TMS om pakketten te verzenden. Shenzhen Talent & Sea-Ever Logistics Co. Ltd. (hierna: STSEL) maakt als klant van [YY] namens [YY] sinds mei 2020 exclusief gebruik van het TMS. 6.2.5. De verzending en betaling van de door (of namens) [YY] verzonden pakketten geschiedt als volgt. Op het moment dat (een klant van) [YY] een pakket wil verzenden, voert (de klant van) [YY] in TMS de afmetingen en het gewicht van het pakket in. TMS genereert een bon, welke bon vervolgens op het te verzenden pakket wordt geplakt. Vervolgens wordt het pakket afgegeven bij een DHL-punt en wordt dit door DHL verzonden. [YY] heeft - ten behoeve van de verzending van de pakketten en de daaraan gekoppelde kosten - een tegoed toegevoegd aan TMS. Zodra een bon wordt gemaakt, wordt aan de hand van de doorgegeven afmetingen en het gewicht bepaald hoeveel de verzending kost en dit bedrag wordt direct op het tegoed van [YY] in mindering gebracht. Als achteraf blijkt dat een pakket meer kost, brengt DHL na voltooiing van de verzending deze meerkosten in rekening bij [XX] . [XX] berekent dit op haar beurt door aan haar klant, in dit geval [YY] . 6.2.6. [XX] zendt naar aanleiding van de verzending van pakketten in oktober en november 2020 alsmede in januari 2021 facturen aan [YY] , welke facturen [YY] onbetaald laat. De procedure bij de rechtbank 6.3. [XX] vordert bij dagvaarding in eerste aanleg veroordeling van [YY] tot betaling van een bedrag van € 60.690,00 (onder verwijzing naar twee niet betaalde facturen van respectievelijk 30 oktober 2020 (€ 31.629,73) en 5 november 2020 (€ 29.501,37) te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding. Zij heeft in eerste aanleg bij akte van 24 maart 2024 haar eis nog vermeerderd met een bedrag van € 1.385,06 (onder verwijzing naar niet betaalde facturen van 25 en 28 januari 2021 van respectievelijk € 901,14 en € 456,92). Voorts vordert zij een bedrag van € 1.381,90 aan buitengerechtelijke incassokosten en veroordeling van [YY] in de proceskosten (salaris advocaat en de kosten van de gelegde conservatoire beslagen daaronder begrepen) en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente. 6.4. [XX] legt daaraan kort gezegd ten grondslag dat [YY] gehouden is om de door DHL aan [XX] gefactureerde toeslagen te betalen, omdat deze kosten betrekking hebben op de toeslagen in verband met namens [YY] verzonden pakketten die niet aan de maximale afmetingen of gewichtseisen van DHL voldoen. 6.5. [YY] heeft verweer gevoerd. Dat verweer komt -voor zover relevant- hierna bij de beoordeling in hoger beroep aan de orde. 6.6. De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 25 mei 2022 [XX] opgedragen om een document over te leggen waarin voor 50 pakketten (te weten de eerste 25 pakketten die in de maand september 2020 en de eerste 25 pakketten die in de maand oktober 2020 zijn verzonden en waarvoor een toeslag aan [YY] is gefactureerd) het volgende inzichtelijk gemaakt diende te worden: • per pakket de unieke code die het pakket krijgt, waardoor het pakket tijdens het gehele proces te identificeren is; • per pakket - door middel van voornoemde unieke code - de afmetingen die door STSEL zijn ingevoerd in TMS en de afmetingen die voor dat pakket zijn gemeten door DHL; • per pakket welke toeslag DHL daarvoor in rekening heeft gebracht en op welke manier (en in welke factuur) [XX] dit heeft doorberekend aan [YY] ; 6.7. Nadat beide partijen een akte met productie(

  1. s)hadden overgelegd, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 18 januari 2023 de vorderingen van [XX] afgewezen en daartoe -kort gezegd- overwogen dat [XX] er niet in is geslaagd ten aanzien van in totaal 50 van de 3500 pakketten inzichtelijk te maken dat deze zijn aangeleverd door (een klant van) [YY] , welke gegevens bij die specifieke pakketten door (een klant van) [YY] zijn ingevoerd en welke afwijkende maten DHL bij die pakketten heeft gemeten. [XX] is veroordeeld in de proceskosten. De procedure in hoger beroep 6.8. [XX] is het niet eens met deze uitspraak en voert 7 grieven aan. [XX] vordert in hoger beroep alsnog volledige toewijzing van haar vorderingen, zijnde een bedrag van € 62.489,16 vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 30 april 2021 en veroordeling van [YY] tot terugbetaling aan [XX] van een bedrag van € 4.761,00, zijnde het bedrag aan proceskosten dat door [XX] aan [YY] is betaald, alsmede een proceskostenveroordeling in beide instanties. 6.9. Grief 1 heeft betrekking op het tussenvonnis en de grieven 2 tot en met 7 komen alle op tegen de overweging van de rechtbank in het eindvonnis dat de vordering van [XX] als onvoldoende onderbouwd moet worden afgewezen. De grieven lenen zich voor gezamenlijke beoordeling. 6.10. [YY] heeft voorwaardelijk (voor het geval een of meer grieven van [XX] in principaal hoger beroep gegrond worden bevonden) incidenteel hoger beroep ingesteld. Zij vordert na vermeerdering van eis (waartegen [XX] zich niet heeft verzet):- indien en voor zover één of meer van de grieven in principaal hoger beroep slagen, met inachtneming van de in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep aangevoerde grieven: a. het bestreden tussenvonnis te vernietigen, voor zover daarin is geoordeeld dat [XX] voldoende onderbouwing heeft gegeven van haar stelling dat niet alle namens [YY] verzonden pakketten aan de ingevoerde afmetingen vol doen en daardoor de maximale toegestane afmeting overschrijden, en [XX] dient te worden toegelaten tot bewijslevering middels het voldoen aan de in r.o. 4.8. geformuleerde bewijsopdracht; b. en opnieuw rechtdoende, [XX] in haar vorderingen in eerste aanleg en in ho- ger beroep niet ontvankelijk te verklaren, althans deze vorderingen af te wijzen, met veroordeling van [XX] in de proceskosten van beide instanties, te vermeerde- ren met de wettelijke rente daarover indien deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen arrest zijn voldaan. 6.11. [YY] formuleert 6 grieven in voorwaardelijk incidenteel appel. Grief I is gericht tegen een door de rechtbank vastgesteld feit. [YY] heeft geen belang bij verdere beoordeling van die grief, omdat het hof met de inhoud daarvan rekening heeft gehouden bij de weergave van de feiten. Met de grieven II tot en met VI betoogt [YY] onder meer dat [XX] niet heeft onderbouwd, laat staan bewezen, dat de door STSEL verzonden pakketten niet voldeden aan de maximale afmetingen van 120x60x60 cm. Het hof zal de inhoud van die grieven, ondanks het voorwaardelijk karakter van het incidenteel appel, betrekken bij de beoordeling van de kernvraag in hoger beroep, te weten of terecht toeslagen zijn gefactureerd door DHL aan [XX] (en vervolgens door [XX] aan [YY] ) voor namens [YY] verzonden pakketten. 6.12. Het hof stelt voorop dat op [XX] , die immers betaling van de toeslagen vordert, de stelplicht en bij gemotiveerde betwisting de bewijslast rust om aan te tonen dat terecht toeslagen in rekening zijn gebracht. 6.13. [XX] heeft haar vordering in hoger beroep nader onderbouwd en gespecificeerd. Voor 3711 pakketten zijn, aldus [XX] , extra kosten in rekening gebracht als gevolg van afwijkende afmetingen. Voor de resterende 416 pakketten zijn extra kosten berekend om andere redenen. In zoverre verbetert [XX] de door haar in eerste aanleg ingenomen stellingen. [XX] verwijst naar de als productie 2 in hoger beroep overgelegde specificatie. Die specificatie betreft 121 van de 416 pakketten De data van de resterende 295 pakketten zijn overgelegd als productie 9 in hoger beroep, aldus [XX] . Meerprijs 416 pakketten niet althans onvoldoende gemotiveerd betwist 6.14. Het hof merkt op dat [YY] geen verweer voert tegen de meerprijs met betrekking tot deze 416 pakketten. [YY] heeft wel nog in het kader van haar verweer tegen de meerprijs ten aanzien van de overige pakketten (in verband met te grote afmetingen) aangevoerd dat niet is te herleiden dat het gaat om pakketten verzonden door klant(
  2. en)van [YY] . Voor zover [YY] heeft beoogd dat verweer ook te voeren ten aanzien van de onderhavige 416 pakketten faalt dat verweer. Met voldoende zekerheid staat vast dat deze pakketten zijn te herleiden tot namens [YY] verzonden pakketten. Het hof verwijst daarvoor naar hetgeen hierna onder 6.15.2 wordt overwogen ten aanzien van de andere 3711 pakketten. Dit betekent dat bij gebreke van enig ander verweer de vordering van [XX] voor zover zij ziet op de in rekening gebrachte meerprijs voor 416 pakketten toewijsbaar is. De overige 3711 pakketten 6.15. Het hof zal in het licht van de grieven in principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep achtereenvolgens de volgende onderwerpen bespreken:a. algemene beschrijving van het verzendproces van de pakketten b. zijn de kosten die DHL aan [XX] en vervolgens [XX] aan [YY] in rekening brengt te herleiden tot pakketten die namens [YY] in TMS zijn ingevoerd?c. voldeden de pakketten waarvoor een toeslag in rekening is gebracht wel of niet aan de eis van DHL met betrekking tot de maximale afmetingen? a. Algemene beschrijving van het verzendproces van de pakketten 6.15.1. Uit de door partijen gegeven toelichting op de overgelegde stukken kan het volgende afgeleid worden. [XX] heeft een elektronisch systeem (TMS) ontworpen. Via dat systeem kunnen klantrelaties van [XX] vrachtbrieven aanmaken voor de verzending van pakketten via DHL. Elke klant heeft een individueel klantnummer en wachtwoord en kan met dat klantnummer en wachtwoord inloggen in TMS. In TMS kan de klant vervolgens een vrachtbrief aanmaken. Daartoe dient de klant onder andere de afmetingen van het te verzenden pakket (hoogte, lengte en breedte) op daartoe bestemde velden in te voeren. Op basis van de ingevoerde gegevens berekent TMS de vrachtkosten. Na betaling van die vrachtkosten door de klant zendt [XX] een automatisch verzoek aan DHL, waarna de klant een vrachtbrief kan downloaden, uitprinten en bevestigen op het pakket. Vervolgens wordt het pakket door de klant (zonder tussenkomst van [XX] ) aangeboden bij het DHL pakketcentrum. Vervolgens controleert DHL (onder andere) de afmetingen van het pakket. Als de afmetingen van het pakket volgens DHL niet overeenkomen met de door de klant verstrekte informatie op de vrachtbrief herberekent DHL de vrachtkosten op basis van de gemeten afwijkingen. Wanneer pakketten de maximumafmetingen van 120x60x60cm overschrijden, worden zij aangemerkt als “Sperrgut” en wordt een additional (oversize) fee (hiervoor en hierna ook aangeduid als toeslag) in rekening gebracht. Na voltooiing van het transport berekent DHL de volledige transportkosten (inclusief de eventuele toeslag voor te grote pakketten) en brengt deze in rekening bij [XX] . DHL zendt daartoe ongeveer om de 10 dagen een verzamelfactuur aan [XX] en debiteert vervolgens binnen 5 tot 10 dagen na facturering de bankrekening van [XX] voor het gefactureerde bedrag. [XX] brengt toeslagen (boven de reeds via TMS betaalde kosten op basis van de door de klant van [YY] ingevoerde gegevens) in rekening aan haar klant(en). b. Zijn de kosten die DHL aan [XX] en vervolgens [XX] aan [YY] in rekening brengt te herleiden tot pakketten die namens [YY] in TMS zijn ingevoerd? 6.15.2. [YY] betwist dat de pakketten waarvoor [XX] aan haar toeslagen in rekening brengt allemaal afkomstig zijn van haar klant(en). [XX] heeft onder verwijzing naar productie 8 bij Memorie van Grieven gemotiveerd uiteengezet dat de door DHL aan [XX] gefactureerde meerkosten betrekking hebben op namens [YY] verzonden pakketten. Dit komt op het volgende neer. Via de door DHL aan haar klanten ter beschikking gestelde app FileZilla kunnen klanten de facturen van DHL in PDF- en CSV-format downloaden. De factuur in CSV-format bevat, nadat de gegevens op die factuur zijn geconverteerd in EXCEL-files, gedetailleerde informatie per verzonden pakket, zoals het vrachtbriefnummer van DHL, de eventueel in rekening gebrachte toeslag en de reden daarvan. [XX] heeft na ontvangst van de facturen van DHL in TMS alle orders op het klantnummer van [YY] ( [nummer A] ) geselecteerd. De informatie uit TMS bevat zowel het nummer van de TMS-vrachtbrief als het nummer van de DHL-vrachtbrief. [XX] kan op die manier haar facturen specificeren per verzonden pakket inclusief de toeslag en de reden van de toeslag. Daarmee heeft [XX] afdoende toegelicht dat de in rekening gebrachte toeslagen betrekking hebben op namens [YY] verzonden pakketten. Deze gang van zaken wordt door [YY] niet, althans niet voldoende gemotiveerd betwist. [YY] heeft in hoger beroep nog wel betwist dat haar klantnummer [nummer A] is. Het hof passeert die betwisting als onvoldoende onderbouwd. Voor verzending via TMS moet immers een klantnummer en wachtwoord worden ingevoerd. Het had op de weg van [YY] gelegen om toe te lichten onder welk ander klantnummer en op welke andere wijze namens haar in TMS ingelogd kon worden. Die toelichting ontbreekt. c. voldeden de pakketten waarvoor een toeslag in rekening is gebracht wel of niet aan de eis van DHL met betrekking tot de maximale afmetingen 6.15.3. [YY] betwist dat de namens haar verzonden pakketten niet voldeden aan de maximale afmetingen van 120x60x60cm. Zij voert daartoe met name het volgende aan:- alle pakketten zijn verzonden door haar klant STSEL; - deze pakketten bevatten allemaal bureaustoelen. Het gaat om standaarddozen met als inhoud een bureaustoel in verschillende uitvoeringen. De afmetingen van de pakketten verschillen slechts enkele centimeters en overschrijden nooit de afmetingen 120 cm x 60 cm x 60 cm. - aanvankelijk zijn er geen toeslagen berekend voor dezelfde soort pakketten, later wel; dat verschil is niet te verklaren en duidt op slordigheid van de metingen door DHL. 6.15.4. Zoals hiervoor overwogen rust op [XX] , die zich beroept op de rechtsgevolgen van de overschrijding van de afmetingen, de stelplicht en bij gemotiveerde betwisting de bewijslast van deze overschrijding. Naar het oordeel van het hof heeft [XX] haar stelling dat de pakketten deze maximale afmetingen overschreden voldoende onderbouwd en is de betwisting van [YY] in het licht van die onderbouwing onvoldoende gemotiveerd. Het hof zal daarom uitgaan van de juistheid van de metingen door DHL, waarop [XX] zich beroept. Het hof licht dit als volgt toe. 6.15.5. [XX] heeft als productie 9 in eerste aanleg een toelichting van dhr. Metcalfe van DHL op het sorteerproces van de pakketten overgelegd. Die toelichting komt op het volgende neer. Pakketten met grotere afmetingen dan 120x60x60cm kunnen niet automatisch gesorteerd worden. Om die reden worden alle ter verzending aangeboden pakketten op een lopende band met daaroverheen een poort van de maximaal toegestane afmetingen automatisch gesorteerd. Elk pakket dat niet door die poort past, overschrijdt de maximaal toegestane afmetingen en dient handmatig te worden verwerkt. De pakketten die aldus handmatig worden verwerkt, worden daarnaast steekproefsgewijs handmatig opgemeten. Van de in deze zaak ter discussie staande pakketten zijn in totaal 91 pakketten handmatig opgemeten. Ten aanzien van deze pakketten zijn de aldus vastgestelde afwijkingen ten opzichte van de in TMS ingevoerde afmetingen inzichtelijk gemaakt in de als productie 1 in hoger beroep overgelegde excel-lijst. [XX] heeft deze gegevens ook voorafgaand aan de procedure aan [YY] ter beschikking gesteld. [XX] geeft de volgende toelichting op die lijst van 91 steekproefmetingen:Productie 1 in hoger beroep bevat een overzicht van 91 door (de klant van) [YY] in het TMS systeem ingevoerde pakketten, waarvan de afmetingen bij controle door DHL afweken van de ingevoerde gegevens. Het feit dat het hier gaat om door (de klant van) [YY] ingevoerde pakketten blijkt uit de in de zesde kolom genoemde DHL Identcode. Dit zijn de per pakket toegekende unieke pakketnummers, die zijn gekoppeld aan de klant, die de betreffende pakketten in het TMS systeem heeft ingevoerd. Voor al deze pakketten geldt, zoals [XX] eerder al inzichtelijk heeft gemaakt, dat daar de klantcode [nummer A] aan is gekoppeld, zijnde de klantcode van [YY] . In de laatste 4 kolommen staan de door (de klant van) [YY] in bet TMS systeem ingevoerde afmetingen en daaronder de door DHL vastgestelde daadwerkelijke afmetingen. Het gaat hier om 91 willekeurige pakketten waarvan de daadwerkelijke afmetingen door DHL zijn vastgesteld. Alle in dit overzicht opgenomen gegevens zijn afkomstig uit achterliggende bestanden, die zijn gebaseerd op de door DHL aan [XX] verzonden facturen en bij navraag nog door DHL verstrekte gegevens. 6.15.6. [XX] heeft ter adstructie van haar stelling dat sprake is van de door DHL geconstateerde afwijkingen naast voormelde excel-lijst aanvankelijk 6 (waarvan 2 niet betrekking hadden op namens [YY] verzonden pakketten) en in hoger beroep opnieuw 4 foto’s overgelegd van namens [YY] verzonden pakketten, die volgens DHL niet aan de maximale afmetingen voldoen. De foto’s zijn voorzien van de volgens DHL gemeten afmetingen en op de foto is een meetlat te zien die langs de dozen is gelegd. 6.15.7. [YY] is niet concreet ingegaan op het door [XX] overgelegde excel-lijst met alle door DHL gemeten afwijkingen. [YY] heeft wel weersproken dat sprake is van correcte metingen. Zij heeft daartoe een overzicht overgelegd van de door haar klant STSEL gebruikte soorten dozen en de daarbij behorende afmetingen; al die dozen zijn niet groter dan de opgave die STSEL in TMS heeft gedaan, aldus [YY] . Zij voert wel concreet verweer ten aanzien van de hierna te bespreken vier pakketten waarvan DHL een foto met de door DHL geconstateerde afmetingen heeft overgelegd. Het hof zal allereerst deze vier pakketten bespreken. 6.15.8. Foto 1 Deze doos is verzonden met DHL Identcode [code A] en gefactureerd op de factuur van 31 oktober 2010 onder DHL accountnummer [accountnummer A] (vermeld op de laatste pagina van de door [XX] als productie 1 in hoger beroep overgelegde excel-lijst). [YY] heeft erkend dat het gaat om een door haar klant STSEL verzonden pakket met het type doos M18-M148. Volgens DHL heeft deze doos -onder verwijzing naar de overgelegde foto- de volgende afmetingen: 75x66x33cm. [YY] voert aan dat in TMS is doorgegeven 75x60x32cm, maar dat de standaardmaat 70x53,5x27,5cm is en dat na meting dit type doos 70,3x54,2x28,0cm meet. [YY] heeft een foto van dit type verpakkingsdoos overgelegd en een doos met deze typering M18-M148 ter griffie gedeponeerd ten bewijze van de door haar vermelde afmetingen.Het hof heeft deze doos in gevouwen toestand nagemeten. De afmetingen waren 70,5x54,5x27,5cm. De gedeponeerde doos wijkt echter uiterlijk erg af van de door DHL gefotografeerde doos. Zo is op de buitenkant van de door DHL gefotografeerde doos een zwarte smalle stippellijn op enige afstand van de onderkant van de doos te zien. De gedeponeerde doos heeft op ongeveer diezelfde plaats een brede donkere balk voorzien van tekst. [YY] heeft niet toegelicht waarom de gedeponeerde doos afwijkt van de gefotografeerde doos, terwijl dit wel op haar weg had gelegen. Zij stelt immers dat het gaat om dezelfde type doos met dezelfde afmetingen. In het licht daarvan acht het hof de betwisting door [YY] onvoldoende gemotiveerd. Dat geldt te meer nu sprake is van een aanzienlijk verschil tussen de door [YY] opgegeven 54,5 cm en de door DHL gemeten 66 cm. Dat verschil laat zich niet verklaren door een slordigheid in het meetproces. Ook de omstandigheid dat STSEL in TMS een afmeting opgeeft die afwijkt van de daadwerkelijke afmeting draagt bij aan dit oordeel. Het hof gaat daarom uit van de juistheid van de meting door DHL. 6.15.9. Foto 2: Deze doos is verzonden met DHL Identcode [code B] en gefactureerd op de factuur van 31 oktober 2020 (vermeld als nummer 42 op de door [XX] als productie 1 in hoger beroep overgelegde excel-lijst). Net als bij foto 1, gaat het hier gaat om een doos van het type M18-M148. DHL stelt onder verwijzing naar de overgelegde foto de volgende afmeting gemeten te hebben: 76x66x32cm. De betwisting door [YY] is dezelfde als bij de doos van foto 1. Om dezelfde redenen als bij foto 1 acht het hof die betwisting onvoldoende gemotiveerd. Het hof gaat ook ten aanzien van deze doos uit van de juistheid van de meting van DHL. 6.15.10. Foto 3: Deze doos is verzonden met DHL Identcode [code C] (vermeld als nr. 3 op het laatste blad van de door [XX] als productie 1 in hoger beroep overgelegde excel-lijst). Dit is een doos van het type M57-M113. DHL stelt - onder verwijzing naar de foto - de volgende afmetingen gemeten te hebben: 76x65x34cm. Volgens [YY] is de standaardafmeting voor dit type doos 73,9x52,3x31,5cm. STSEL heeft in TMS opgegeven 77x60x34cm en na meting zijn volgens [YY] de afmetingen 73,5x53,6x31,5cm. [YY] heeft een doos van dit type gedeponeerd. Het hof heeft de gedeponeerde doos in gevouwen toestand nagemeten en meet 74x52x31,5cm. De gedeponeerde doos wijkt echter aanzienlijk af van de door DHL gefotografeerde doos. Zo is op de door DHL gefotografeerde doos aan de buitenkant op een relatief korte afstand van de onderzijde een smalle (stippel)lijn zichtbaar, terwijl op de door [YY] gedeponeerde doos een veel bredere donkere streep met tekst op ongeveer dezelfde plaats zichtbaar is. [YY] heeft niet toegelicht of verklaard waarom sprake is van een dergelijk verschil tussen de door DHL gemeten en gefotografeerde doos en de door haar gedeponeerde doos. Dat had op haar weg gelegen, gelet op haar betoog dat het gaat om dozen met dezelfde afmetingen. Daarmee is haar verweer onvoldoende gemotiveerd. Dat geldt te meer nu sprake is van een aanzienlijk verschil tussen de meting van DHL en die volgens [YY] . Dat verschil is moeilijk te verklaren met slordigheidsfouten bij de meting. Ook de omstandigheid dat door STSEL in TMS een onjuiste afmeting is ingevoerd in TMS draagt bij aan dit oordeel. Het hof gaat daarom uit van de juistheid van de meting door DHL. 6.15.11. Foto 4: Deze doos is verzonden met DHL Identcode [code D] en gefactureerd op de factuur van 31 oktober 2020 (vermeld als nummer 43 op de door [XX] als productie 1 in hoger beroep overgelegde excel-lijst). Het gaat om het type doos M76-M104. Volgens DHL is gemeten 67x63x29cm. Volgens [YY] is de standaardafmeting van dit type doos 66,0x29,0x58,9cm. In TMS is door STSEL opgegeven 66,0x29,0x59cm. De gemeten afmeting is 66,0x29,1x60,0cm, volgens de weergave in prod. 37 van [YY] in hoger beroep. Het hof heeft de gedeponeerde doos in gevouwen toestand nagemeten en meet ook een overschrijding van de maximale afmetingen, te weten 66,5x60,5x29,3cm. Gelet op deze meting faalt reeds het verweer van [YY] dat geen sprake is van overschrijding van de maximale afmetingen Het hof gaat daarom ook ten aanzien van deze doos uit van de juistheid van de meting door DHL. 6.16. Gelet op al het hiervoor overwogene gaat het hof uit van de juistheid van de metingen door DHL. Dat door [YY] ook nog dozen zijn gedeponeerd van het type M57-M114 en M18-M156 leidt, nu al ten aanzien van de gefotografeerde dozen blijkt dat gedeponeerde dozen kennelijk afwijken van de dozen van verzonden pakketten, niet tot een ander oordeel. Hetzelfde geldt voor de stelling van [YY] dat bij de verzendingen in juni, juli en augustus aanzienlijk minder overschrijdingen van de maximale afmetingen dan in september, oktober en november zijn geconstateerd. Daarbij betrekt het hof dat de toeslagen pas berekend werden na voltooiing van de zending, zodat -zoals door [YY] ook zelf gesteld- enige tijd verstreek tussen facturering en verzending en in oktober 2020 ook toeslagen werden gefactureerd voor aanzienlijk eerder verzonden pakketten. 6.17. [YY] heeft in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep grieven opgeworpen die, voor zover zij betogen dat de in rekening gebrachte pakketten wel voldeden aan de maximale afmetingen, hiervoor zijn verworpen. Daarnaast heeft [YY] een aantal stellingen geponeerd waaraan zij echter geen conclusies heeft verbonden die tot een andere beslissing kunnen leiden. Aan het door [YY] gedane bewijsaanbod komt het hof niet toe aangezien het verweer tegen de geconstateerde overschrijdingen van de maximale afmetingen als onvoldoende gemotiveerd wordt verworpen. Slotsom 6.18. Aangezien de grieven in principaal hoger beroep slagen en de grieven in (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep falen zal het hof het bestreden eindvonnis vernietigen. Bij een beslissing over het tussenvonnis hebben partijen geen belang meer. 6.19. [YY] voert geen verweer tegen de hoogte van de vordering van [XX] in hoger beroep, zodat het hof de vordering ten bedrage van € 62.489,16 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 30 april 2021 zal toewijzen. 6.20. Het hof zal [YY] als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij in de kosten van beide instanties veroordelen. Voor zover [XX] heeft beoogd een vordering tot vergoeding van de beslagkosten in te stellen, heeft zij die in hoger beroep onvoldoende onderbouwd en gespecificeerd.. 6.21. De vordering tot veroordeling van [YY] tot terugbetaling aan [XX] van een bedrag van € 4.761,00, zijnde het bedrag aan proceskosten dat door [XX] aan [YY] is betaald is eveneens toewijsbaar. De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [XX] zullen worden vastgesteld op: Explootkosten € 109,71 Griffierecht € 2.076,-- Salaris advocaat/gemachtigde € 2.685,-- Totaal € 4.870,71 De kosten voor de procedure in hoger beroep in principaal en voorwaardelijk incidenteel appel aan de zijde van [XX] zullen vastgesteld worden op: Explootkosten € 106,73 Griffierecht € 2.135,-- Salaris advocaat € 6.639,-- (3 punt(
  3. en)x tarief IV) Nakosten € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 9.058,73,-- 7De uitspraak Het hof: in het principaal en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep vernietigt het tussen partijen gewezen eindvonnis van 25 mei 2022 en opnieuw rechtdoende: veroordeelt [YY] BV tot betaling van € 62.489,16 aan [XX] GmbH te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex art. 6:119a BW vanaf 30 april 2021 tot de dag van betaling; veroordeelt [YY] BV tot betaling van € 4.761, -- aan [XX] GmbH; veroordeelt [YY] in de proceskosten van de eerste aanleg van € 4.870,71 en van het hoger beroep van € 9.058,73, te betalen binnen veertien dagen na heden. Als [YY] BV niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet [YY] BV € 92,-- extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening; verklaart de veroordeling tot betaling van € 62.489,16 uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Dit arrest is gewezen door mrs. P.P.M. Rousseau, N.W.M. van den Heuvel en E. Pijnacker-Hordijk en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 april 2025. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.