GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.338.852/01 arrest van 1 april 2025 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna aan te duiden als [appellant] , advocaat: mr. R.J. Laatsman te Oss, tegen Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als NN, advocaat: mr. L. de Vries te Amsterdam, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 30 april 2024 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, onder zaaknummer 10177878/ CV EXPL 22-4847 gewezen vonnis van 23 november
- 5Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenarrest van 30 april 2024 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 mei 2024; de memorie van grieven; de memorie van antwoord; het zivverbericht van 8 januari 2025 van het hof aan partijen met daarin de reactie van het hof op een verzoek van [appellant] en de instructie ten behoeve van de mondelinge behandeling aan [appellant] ; de mondeling behandeling op 10 februari 2025, waarbij partijen spreeknotities hebben overgelegd; de bij H 3 formulier van 15 januari 2025 door [appellant] toegezonden akte producties, met producties en de bij H 12 formulier van 29 januari 2025 door NN toegezonden akte overlegging producties, met producties, die bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding zijn gebracht. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg 6De beoordeling De feiten 6.
- In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten. 6.1.
- Op 17 mei 2021 heeft NN de volgende telefoonnotitie gemaakt van een gesprek met Van Houten, verzekeringnemer van een bij NN gesloten aansprakelijkheidsverzekering. “Telefonische melding: VN is tegen een TV aangelopen, die stond op een standaard op een kast. De TV viel toen achterover tegen de muur aan. De televisie is beschadigd, er zitten nu zwarte vlekken in het beeld.” 6.1.
- Op 17 mei 2021 heeft NN de volgende telefoonnotitie gemaakt van een gesprek met [appellant] . “Gebeld naar TGP. Gegevens opgevoerd. Toedracht Verzekerde kwam binnen, ze waren een beetje dronken. Onze verzekerde liep naar buiten, en stootte toen tegen de televisie aan. Hij was nogal dronken. Dat is wel iets anders, vn had het er niet over dat hij dronken was. Als hij echt dronken was, zouden wij hem kunnen afwijzen op opzet Ik vind dat wel lastig, want hoe erg is dronken? Lastig beoordelen zo vanachter de computer. Ik denk dat ik VN voordeel van de twijfel geef, omdat het zijn 1e schade is etc. TGP had de info van de televisie nu niet bij dehand. Hij is onlangs verhuisd, dus de bon moet hij even zoeken. Afgesproken dat hij ons dan terugbelt. De schade kan dan SM afgewikkeld worden. Rekeningnummer klopt. Als het een hoog bedrag is, kunnen wij nagaan of regres een optie is.” 6.1.
- Op 19 mei 2021 heeft NN de volgende telefoonnotitie gemaakt van een gesprek met [appellant] . “tgp belde gefrustreerd, hij snapte niet hoe hij onze email moest beantwoorden, ik heb onze email nogmaals gestuurd en uitgelegd hoe hij erop moet antwoorden en zou nu goed moeten komen zei hij. we wachten aanv info af.” 6.1.
- Op 21 mei 2021 heeft NN de volgende telefoonnotitie gemaakt van een gesprek met [appellant] . “TGP belde: is gecontroleerd. Hij vroeg of zijn bestanden zijn aangekomen. Die zijn binnen. Halve aankoopnota is gestuurd. Ik zie geen naam staan, dat klopt de televisie staat op de naam van zijn vriendin, dit wilde hij ivm privacy niet laten zien. TTL verklaring is meegestuurd, foto's van de televisie zijn meegestuurd. Schade is moeilijk Televisie is medio januari gekocht. Jaartal staat er niet bij. Televisie is pas op de markt vanaf augustus 2020 dus het is aannemelijk dat de televisie januari 2021 is aangekocht, dit geeft tgp ook zelf aan. Het gaat om een Philips QLED TV 55OLED855/
- Dagwaarde televisie: 1292,88 zie berekening dagwaarde. IBAN is gecheckt. RDC op tgp: No match found, zie batch 293489670 Ik keer 1292,88 euro uit aan dagwaarde aan tgp. (…)” 6.1.
- Een intern memo van NN van 21 mei 2021 luidt als volgt. “Schade met [persoon A] besproken, kan mij vinden in de memo. Vehralen is ook lastig, het verhaal met een derde en een gevecht is niet wat VN verklaard. Daarom laten we het hierbij. VN is al lang verzekerd, en daarom voordeel van de twijfel wat betreft het 'dronken-verhaal'. Aankoopnota is op zich niet heel erg onaannemelijk, dat de nota is van zijn vriendin. Als je samenwoont, gebeurt het wel eens dat hij niet op de naam van partner staat.” NN heeft op 21 mei 2021 een bedrag van € 1.299,88 aan [appellant] betaald. 6.1.
- Op 27 mei 2021 heeft NN de volgende telefoonnotitie gemaakt van een gesprek met [appellant] . “TGP. belt. Nu geeft hij aan dat de televisie is omgevallen en op de soundbar terecht gekomen is die onder de TV staat. TGP heeft een nieuwe televisie gekocht en bij het aansluiten van de soundbar kwam hij erachter dat deze ook beschadigd is. Bij het openmaken zag hij dat er scheuren in de balk zitten. Soundbar is net nieuw, 1 maand oud. Gaat om het merk Harman Kardon. Hij is contant betaald, en of hij een bon ervan heeft weet hij niet meer zeker. Aangegeven dat de winkel waar TGP deze heeft gekocht de bon nog wel kan opzoeken mocht deze niet aanwezig zijn. Beetje opvallend. TGP was ons nu heel erg aan het prijzen over de gemakkelijke afwikkeling, dit terwijl hij eerder minder blij was. Voor zover ik kan opmaken is VN tegen de tv aangekomen en is de tv niet gevallen. Ik heb de aankoopnota en foto's opgevraagd.” 6.1.
- Op 27 mei 2021 heeft NN de volgende telefoonnotitie gemaakt van een gesprek met [appellant] . “De benadeelde belt op en de controlevragen zijn gesteld. Hij heeft de stukken van de beschadigde soundbar opgestuurd. Ik heb even ruggespraak gehouden met [persoon D]. De benadeelde geeft aan dat de beschadigde soundbar een maand geleden contant gekocht is voor € 1050,-. Een bon heeft hij niet meer, maar kan hij nog wel opvragen bij de winkel waar hij de soundbar gekocht heeft. Verder wil ik nog wat duidelijkere foto's ontvangen van de benadeelde. Aangezien het om een vrij prijzige draadloze soundbar gaat, die nog geen 1 maand oud is, besluit ik wel om de aankoopnota op te vragen. Verder geeft meneer aan dat de televisie omgevallen is en hierbij niet van de muur is afgekomen.” 6.1.
- Op 28 mei 2021 heeft NN de volgende telefoonnotitie gemaakt van een gesprek met [appellant] . “TGP belt nog een keer. Wilt dat het allemaal snel geregeld wordt. Er zijn foto's ingestuurd, maar ze zijn nog steeds heel klein, het is moeilijk om er iets aan te zien. Ook komt nu plots het dressoir erbij waar de televisie op stond. TGP heeft een bon van de soundbar die, net als de televisie, is gekocht door zijn vriendin. Dat de soundbar beschadigd is en dat TGP dit niet heeft gemerkt kan ik mij voorstellen. Maar de krassen op de sub woofer en het dressoir waren dan toch wel vanaf het begin zichtbaar? Overlegd met de behandelaar van het dossier. Wij willen nu ook een volledige bon van de televisie zien. Deze informatie samen met de bon van de soundbar opgevraagd. Ook heb ik nogmaals gevraagd om de foto's in een juist formaat. Ik heb het idee dat de foto's per Whats naar TGP zijn gestuurd en dat TGP deze vervolgens heeft gemaild. Dit kon TGP niet helemaal bevestigen, omdat hij er naar eigen zeggen niet veel van weet. Zonder alle opgevraagde informatie kunnen wij geen aanvullende vergoeding doen. Ook de vraag van waar TGP verzekerd is beantwoord hij steeds niet. Ik zie geen directe bijzonderheden in CIS, maar wellicht als wij de naam van zijn vriendin hebben kan daar op gezocht worden.” 6.1.
- Nadat nog enkele malen telefonisch contact tussen Meyer en NN heeft plaatsgehad, heeft NN op 14 juni 2021 aan Confid verzocht een expertise te verrichten en daarbij de volgende vragen gesteld. “Onderzoeksopdracht Graag een afspraak maken met [appellant] via 06-xxx (anonimisering hof) voor een afspraak voor expertise op het adres van zijn vriendin xxx te [plaats A] . Schade aan soundbar en dressoir nader onderzoeken. Is de soundbar daadwerkelijk 1 maand geleden nieuw gekocht bij [XX] Computers? Originele en complete aankoopnota van geclaimde tv beoordelen. Verkoopt [XX] Computers daadwerkelijk tv's en soundbars? Zijn de facturen van [XX] Computers authentiek? Kan de aankoop van het dressoir via MP worden aangetoond? Wanneer de tv naar voren op de soundbar is gevallen, kan dan ook het dressoir beschadigd worden?” 6.1.
- Confid heeft op 8 augustus 2021 na een interview met [appellant] , bevindingen ter plaatse en een bezoek aan [XX] Computers aan NN rapport uitgebracht. 6.1.
- Bij e-mailbericht van 9 september 2021 heeft NN aan [appellant] vervolgens het volgende bericht. “Geachte heer [appellant] , Claim TV Onze klant [persoon B] heeft aanspraak gemaakt op de dekking van zijn aansprakelijkheidsverzekering. Volgens zijn schademelding zou hij op 16 mei jl. tegen uw tv zijn aangelopen, die vervolgens achterover zou zijn gevallen tegen de muur. Hoewel u slechts een deel van de bevestiging van de bestelling van de tv had gestuurd, waarop alleen het merk en type van de tv stond vermeld, heeft ING op 21 mei jl. € 1.293,31 aan u betaald. Aanvullende claim Op 27 mei jl. nam u opnieuw contact op met ING. Bij het aansluiten van de Harman Kardon soundbar op de nieuwe tv bleek de soundbar ook kapot. Volgens uw lezing was de tv op de soundbar gevallen, waardoor er scheuren in de soundbar waren ontstaan. De soundbar had u net 1 maand geleden nieuw aangeschaft. Op 28 mei jl. nam u wederom telefonisch contact op met ING met het verzoek om een snelle schaderegeling. Vervolgens gaf u aan dat niet alleen de tv en de soundbar beschadigd waren, maar ook het dressoir waarop de tv zou hebben gestaan. Als bewijs voor uw claim stuurde u o.a. foto's van de beschadigde soundbar en dressoir. En een factuur van [XX] Computers d.d. 25 februari 2021 van de Harman Kardon soundbar. Aangezien uit de door u gestuurde foto's bleek dat de schade aan de soundbar en dressoir visueel duidelijk waarneembaar zijn, waarbij de soundbar veel gebruikssporen en vuil vertoonde en het een model uit 2012 bleek te zijn, hebben wij Onderzoeksbureau Confid verzocht contact met u op te nemen. Bevindingen Toedracht [persoon B] heeft expliciet verklaard dat hij tegen de tv aanliep, waardoor de tv achterover tegen de muur zou zijn gevallen. De schade aan de soundbar en het dressoir zouden dan ook niet veroorzaakt kunnen zijn als gevolg van de vermeende schade gebeurtenis. Beschadigde tv Volgens uw eerste opgave zou u de beschadigde tv een half jaar geleden hebben gekocht in een winkel voor uw vriendin. De factuur van de tv zou op naam van uw vriendin zijn gesteld. Wij spraken 7 juni jl met u af dat een onderzoeker bij u langs zou komen om de originele bestelbon van de tv te beoordelen. De bewuste bestelbon heeft u echter niet aan de onderzoeker getoond. Volgens uw verklaring zou u de bestelbon namelijk al hebben weggegooid na de schade uitkering van ING op 21 mei. Volgens uw eerste verklaring zou u de beschadigde tv gekocht hebben in een winkel in [plaats B]. De tv zou u hebben opgehaald. De gegevens van deze winkel kon u echter niet noemen, noch kon u de aankoop op enige wijze aannemelijk maken. Vervolgens verklaarde u dat de tv online gekocht was. De tv werd geleverd tussen Helmond en Mierlo, op het woonadres van uw zoon. Hoewel u de tv omschreef als "mijn baby", kon u tegenover de onderzoeker geen beschrijving geven van de tv noch het merk en type noemen. Nieuwe tv Met het op 21 mei door ING uitgekeerde bedrag zou u op 22 of 23 mei een nieuwe tv hebben gekocht via een website. Deze nieuwe tv hangt aan de muur, boven het dressoir. Ook van deze aankoop kon u de naam van de website niet noemen, noch kon u de bestelling of de betaling van de nieuwe tv aantonen. Soundbar U heeft verklaard dat u de Harman Kardon soundbar 1 maand voor de vermeende schade gebeurtenis nieuw had aangeschaft bij [XX] Computers. Navraag bij [persoon C] van [XX] Computers leerde echter dat de soundbar in februari 2021 aan u verkocht was, als onderdeel van een tweedehands Harman Kardon set. Offerte Als bewijs van de schade aan uw tv, heeft u een offerte van [XX] Computers ingediend d.d. 18 mei
- Volgens deze offerte is het beschadigde beeldscherm niet meer leverbaar. Voor het opmaken van de offerte staat een bedrag van € 20,- vermeld. Volgens uw verklaring zou de heer [persoon C] op het woonadres van uw vriendin de schade hebben opgenomen. De vermelde kosten ad € 20,- zou u niet hebben hoeven betalen. Navraag bij de heer [persoon C] leerde dat hij uw tv in zijn zaak aan de xxx te Oss heeft geïnspecteerd. En dat u € 20,- contant aan hem hiervoor heeft betaald. Voorlopige conclusie Gezien bovenstaande kunnen wij niet anders concluderen dan dat u aantoonbaar onwaar en strijdig heeft verklaard ten aanzien van de toedracht, de offerte, de aankoop van de tv's en de aankoop van de soundbar. Daarnaast heeft u op geen enkele wijze de aankoop en het eigendom van de tv's kunnen aantonen noch aannemelijk kunnen maken. Reactie Wij stellen u tot 23 september a.s. in de gelegenheid om op de bevindingen en onze voorlopige conclusie te reageren. Daarna zullen wij onze definitieve conclusie en de eventuele gevolgen daarvan aan u kenbaar maken.” 6.1.
- Nadat de door NN aan [appellant] gevraagde reactie op het e-mailbericht van 9 september 2021 uitbleef heeft NN aan [appellant] bij aangetekende brief van 2 november 2021 meegedeeld dat uit onderzoek onomstotelijk is gebleken dat de door [appellant] geclaimde schade niet het gevolg kan zijn van de vermeende gebeurtenis op 16 mei jl. en dat [appellant] opzettelijk heeft getracht ING Verzekeren te misleiden, om zodoende een schadevergoeding te verkrijgen waar geen recht op bestaat. Ook heeft NN aan [appellant] meegedeeld dat de gevolgen hiervan zijn dat [appellant] de aan hem betaalde schade-uitkering dient terug te betalen, dat hij door NN gemaakte onderzoekskosten en andere kosten dient te betalen en dat hij in diverse registers wordt geregistreerd. [appellant] heeft de vordering van NN, ook na daartoe te zijn aangemaand, onbetaald gelaten. De procedure bij de kantonrechter in eerste aanleg 6.2.
- In deze procedure vordert NN, samengevat, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- [appellant] te veroordelen tot betaling aan NN van een bedrag van € 1.974,93 te vermeerderen met wettelijke rente;
- [appellant] te veroordelen tot betaling aan NN van een bedrag van € 1.293,31, te vermeerderen met wettelijke rente;
- [appellant] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 546,70, te vermeerderen met wettelijke rente;
- [appellant] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 6.2.
- Aan deze vordering heeft NN, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Doordat [appellant] zich tegenstrijdig, onsamenhangend en onwaar heeft uitgelaten over de toedracht, de offerte, de aankoop van beide televisies, de aankoop van de soundbar en het dressoir moet worden geconcludeerd dat [appellant] meerdere malen heeft geprobeerd een valse claim in te dienen en aldus opzettelijk heeft geprobeerd de verzekeraar te misleiden tot het doen van een uitkering aan hem. Hiermee handelde [appellant] in strijd met de wet en met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betaamt. NN heeft door de onrechtmatige daad schade geleden en onverschuldigd een schade-uitkering aan [appellant] gedaan. 6.2.
- [appellant] heeft verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen. 6.2.
- In het bestreden vonnis van 23 november 2023 heeft de kantonrechter de in 6.2.
- vermelde vorderingen toegewezen op de wijze zoals in het dictum van dat vonnis is weergegeven. De procedure in hoger beroep 6.
- [appellant] heeft in hoger beroep vier grieven aangevoerd. [appellant] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis, tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van NN, met veroordeling van NN in de proceskosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep. 6.
- NN heeft de grieven weersproken en geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van [appellant] , uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten van het hoger beroep, vermeerderd met wettelijke rente. 6.
- Het hof heeft bij aanvang van de mondelinge behandeling op 10 februari 2025 geconstateerd dat [appellant] niet is verschenen. Desgevraagd heeft mr. Laatsman meegedeeld dat hij met [appellant] had afgesproken dat [appellant] een half uur voor de zitting bij het hof aanwezig zou zijn. Mr. Laatsman heeft getracht [appellant] via zijn kantoor telefonisch te bereiken. Dat is niet gelukt omdat de telefoon van [appellant] geen gehoor gaf. Mr. Laatsman heeft verklaard dat [appellant] zou komen met zijn vrouw en met [persoon B] . Mr. Laatsman heeft voorts verklaard dat de reden van het niet verschijnen van [appellant] zou kunnen zijn de zwangerschap van diens vrouw en dat hij geen andere reden kan bedenken. Mr. Laatsman heeft het hof verzocht de zaak aan te houden omdat hij het belangrijk vindt dat [appellant] ten overstaan van het hof een toelichting op de feitelijke gang van zaken van het incident met de televisie kan geven. NN heeft zich daartegen gemotiveerd verzet. 6.
- Het hof heeft na beraad in raadkamer beslist de mondelinge behandeling voort te zetten in afwezigheid van [appellant] . Daartoe heeft het hof de volgende overwegingen meegedeeld. [appellant] is van de zitting op de hoogte en er kan geen deugdelijke reden voor zijn afwezigheid worden vastgesteld. Mr. Laatsman is als advocaat van [appellant] bevoegd [appellant] te vertegenwoordigen en hij is ook in staat na een voorbereidende bespreking met [appellant] namens hem het woord te voeren. Tot slot acht het hof een voorspoedige voortgang van de procedure van belang. Een aanhouding van de zaak in afwachting van een volgende te plannen mondelinge behandeling zou, het vorenstaande in ogenschouw nemend, tot een onredelijke vertraging van de procedure leiden. 6.
- Het hof overweegt voorts het volgende. Ingevolge artikel 7:941 lid 2 BW zijn de verzekeringnemer en de tot uitkering gerechtigde - [appellant] - verplicht binnen redelijke termijn de verzekeraar alle inlichtingen en bescheiden te verschaffen welke voor deze van belang zijn om zijn uitkeringsplicht te beoordelen. Ingevolge artikel 7:941 lid 5 BW vervalt het recht op uitkering indien de verzekeringnemer of de tot uitkering gerechtigde een verplichting als bedoeld in lid 2 niet is nagekomen met het opzet de verzekeraar te misleiden, behoudens voor zover deze misleiding het verval van het recht op uitkering niet rechtvaardigt. Het gaat daarbij om de vraag of de verzekeringnemer of de tot uitkering gerechtigde de bedoeling heeft voorgezeten de verzekeraar te bewegen tot het verstrekken van een uitkering die hij zonder die schending niet zou hebben verstrekt (HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:311). 6.
- NN beroept zich erop dat [appellant] de verplichting van artikel 7:941 lid 2 BW niet is nagekomen, waarbij [appellant] het opzet had NN te misleiden om aldus een uitkering te ontvangen waarop hij geen recht heeft. Stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die tot het door NN ingeroepen rechtsgevolg kunnen leiden rusten op NN. NN betoogt, samengevat, dat NN met de hierboven onder de feiten weergegeven telefonische verklaringen van [appellant] , de door hem aan NN toegezonden informatie (foto’s, bonnen), het onderzoek van Confid en de ter zitting in eerste aanleg door NN vermelde constatering dat op de door [appellant] aan NN gezonden foto’s een aan de muur bevestigde televisie is te zien en niet een op een voetstuk staande televisie, aan haar stelplicht heeft voldaan. De kantonrechter heeft dit standpunt van NN onderschreven en de vorderingen van NN toegewezen. 6.
- [appellant] betoogt met zijn grieven, samengevat, het volgende. [appellant] is laaggeletterd en niet in het bezit van hogere cerebrale functies. [appellant] is misschien niet handig in zijn bewoordingen, maar hij heeft in voldoende mate naar waarheid een toelichting gegeven over het ontstaan van de schade. Dit geldt zowel voor de televisie als voor de soundbar en het dressoir. Confid en NN hebben onvoldoende rekening gehouden met de persoon van [appellant] . Er is geen bewijs voor het standpunt van NN dat [appellant] opzet had NN te misleiden. Er is daarom geen grond voor terugvordering van de aan [appellant] verrichte schade-uitkering (grieven 1 en 2). [appellant] heeft, gegeven zijn persoonlijke omstandigheden, naar beste vermogen de informatie verstrekt die hij diende te verstrekken. Het was voor NN niet noodzakelijk om onderzoekskosten en buitengerechtelijke kosten te maken. Ten onrechte heeft de kantonrechter de vorderingen van NN toegewezen en [appellant] in de proceskosten veroordeeld (grieven 3 en 4). 6.
- Met de grieven 1 en 2 betoogt [appellant] in de kern bezien dat de kantonrechter ten onrechte zijn betwisting van de stellingen van NN ondeugdelijk of ontoereikend heeft bevonden. 6.
- Het hof heeft, mede naar aanleiding van hetgeen NN in haar memorie van antwoord heeft betoogd, op 8 januari 2025 aan partijen, in het bijzonder aan [appellant] , onder andere het volgende bericht. Het verzoek om getuigen te mogen laten horen tijdens de mondelinge behandeling is op dit moment prematuur. Dat neemt niet weg dat het appellant vrijstaat getuigen mee te nemen naar de mondelinge behandeling. Indien het horen van getuigen gedurende de mondelinge behandeling naar het oordeel van het hof wel aangewezen blijkt te zijn, zal het hof daartoe overgaan. Het hof vraagt appellant om tijdens de mondelinge behandeling in ieder geval een nadere toelichting te geven in verband met het volgende. In de dagvaarding in eerste aanleg stelt Nationale Nederlanden, verwijzend naar telefoonnotities (productie 1), over de feitelijke gang van zaken het volgende. [appellant] heeft op 17 mei 2021 gemeld schade aan een televisie van appellant te hebben veroorzaakt doordat hij tegen een televisie is aangelopen, waarna die achterover tegen de muur viel en er zwarte vlekken in het beeld van de televisie zaten. Appellant heeft op 17 mei 2021 verklaard dat Van Hout naar buiten liep en toen tegen de televisie aan stootte. Op verzoek van Nationale Nederlanden heeft appellant op 19 mei 2021 onder andere foto’s van de televisie aan Nationale Nederlanden gezonden (productie 3). Op 27 mei 2021 heeft appellant verklaard dat de televisie op een soundbar is gevallen, dat die ook is beschadigd en dat hij hier pas achter kwam toen hij zijn nieuwe televisie op de soundbar wilde aansluiten. Appellant heeft aan de medewerker van Confid verklaard dat hij één of twee dagen nadat hij de schade-uitkering voor de televisie van Nationale Nederlanden had ontvangen - 21 mei 2021 (productie 13, blz 2) - een nieuwe televisie heeft gekocht die hij aan de muur heeft opgehangen (productie 12, blz 7). Het hof constateert dat de televisie op de foto’s die appellant op 19 mei 2021 aan Nationale Nederlanden heeft gezonden aan de muur hangt en niet op een dressoir staat. Ter zitting van de kantonrechter heeft de advocaat van appellant verklaard ‘uiteraard hing de oude tv niet aan de muur’. In reactie op de verwijzing van de gemachtigde van Nationale Nederlanden naar voormelde foto’s waarop de televisie aan de muur hangt (productie 3) heeft de advocaat van appellant gemeld dat hij niet bij het voorval is geweest en daarom niet op de stellingen van Nationale Nederlanden kan reageren. Van de zijde van appellant is in de memorie van grieven op dit punt geen nadere toelichting verstrekt. Het hof verzoekt appellant die nadere toelichting over de hierboven bedoelde foto’s van 19 mei 2021 tijdens de mondelinge behandeling van het hof alsnog te geven. 6.
- Door [appellant] is voorafgaand aan de mondelinge behandeling een akte houdende producties 1 en 2 aan het hof gezonden. Die akte vermeldt onder andere het volgende. “Het Hof heeft recentelijk enkele vragen gesteld aan appellant. In verband hiermee treft u vooruitlopende op de mondelinge behandeling een tweetal producties aan. De stukken zullen in vijfvoud worden overgelegd. (…) Als productie 1 wordt een doorgestuurd emailbericht overgelegd waaruit blijkt dat [appellant] op 28 mei 2021 een afbeelding van de beschadigde tv heeft doorgestuurd naar ING schadeverzekeringen. Deze tv heeft altijd op een voetstuk gestaan, zoals overigens ook blijkt uit het onoverzichtelijke en in de ogen van appellant bovendien onduidelijke rapport van Confid. Als productie 2 wordt een doorgestuurd emailbericht met afbeeldingen van de nieuwe tv overgelegd. Deze is aan de muur opgehangen. Door ondergetekende is met pen op de producties geschreven ‘beschadigde tv’ of ‘nieuwe tv’.” 6.
- NN heeft in reactie hierop in een akte houdende overlegging producties 1 en 2 aan het hof gezonden. Die akte vermeldt onder andere het volgende. “
- Productie 1 bevat twee e-mails van [appellant] : a. a) Per e-mail stuurt [appellant] op 27 mei 2021 foto’s van de kapotte soundbar aan NN. [appellant] schrijft in de e-mail “dit zijn de foto’s van de soundbar”. b) Per e-mail stuurt [appellant] een dag later, op 28 mei 2021, nog een foto. Dit is de foto die [appellant] aanvoert als de ‘beschadigde televisie’ in productie 1 van zijn akte overlegging producties d.d. 15 januari
- Door de e-mail van 27 mei 2021 is het duidelijk dat de foto opgenomen in productie 1 van de akte overlegging producties zijdens [appellant] d.d. 15 januari 2025 geen foto betreft van de beschadigde televisie, maar van de soundbar (de Harman Kardon box). Hieruit volgt de conclusie dat [appellant] in productie 1 van zijn akte overlegging producties d.d. 15 januari 2025 geen foto van de beschadigde tv heeft overgelegd.
- Productie 2 bevat een e-mail van 19 mei 2021 van [appellant] aan NN waarin hij op verzoek van NN foto’s stuurt van de beschadigde televisie. Hieruit volgt dat [appellant] de foto’s die hij heeft opgenomen in productie 2 van zijn akte overlegging producties d.d. 15 januari 2025 heeft aangeleverd bij NN als zijnde de ‘beschadigde televisie’.” 6.
- Het hof heeft de bij de akten van partijen gevoegde foto’s tijdens de mondelinge behandeling aan mr. Laatsman voorgehouden. Desgevraagd heeft mr. Laatsman daar onderkend dat de bij zijn akte gevoegde productie 1 met daarop de vermelding “oude tv”, die [appellant] aan hem heeft verstrekt, geen foto van een televisie betreft, maar een foto van een subwoofer is. 6.
- Het hof overweegt dat NN met de door haar in eerste aanleg gegeven onderbouwing aan haar stelplicht heeft voldaan. Met de verklaringen van [appellant] aan NN, de door hem aan NN toegezonden foto’s en bonnen en de ter zitting in eerste aanleg door NN vermelde constatering dat op de door [appellant] aan NN gezonden foto’s een aan de muur bevestigde televisie is te zien en niet een op een voetstuk staande televisie, heeft NN in deze procedure voldoende onderbouwd dat [appellant] wisselende en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over de geclaimde schades en voorts ontoereikende informatie in de vorm van aankoopbonnen en andere informatie over de televisie, de soundbar en het dressoir heeft verstrekt. Wanneer daarbij voorts voormelde constatering van NN ter zitting in eerste aanleg wordt betrokken, heeft NN voldoende onderbouwd dat [appellant] zijn informatieplicht jegens NN heeft geschonden met de bedoeling NN te bewegen tot het verstrekken van een uitkering die zij zonder die schending niet zou hebben verstrekt. 6.
- [appellant] heeft noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep in het kader van zijn betwisting van de stellingen van NN, feiten en omstandigheden aangevoerd die het oordeel zouden kunnen rechtvaardigen dat [appellant] zijn informatieplicht jegens NN niet heeft geschonden, en dat hij niet de bedoeling heeft gehad om NN te bewegen tot het verstrekken van een uitkering die zij zonder die schending niet zou hebben verstrekt. Naar aanleiding van de instructie van het hof ten behoeve van de mondelinge behandeling heeft [appellant] het hof een foto gepresenteerd als de door hem aan NN gestuurde foto van een beschadigde televisie op een voetstuk, terwijl dit naar het oordeel van het hof onmiskenbaar, zoals ook blijkt uit de door NN van [appellant] ontvangen foto’s van de soundbar, een foto van een subwoofer betreft. Het hof heeft geen aanknopingspunten voor het oordeel dat [appellant] zich heeft vergist of per ongeluk onhandig is geweest. Het hof maakt uit het voorgaande de gevolgtrekking dat daarmee een voldoende gemotiveerde betwisting van de stellingen van NN ontbreekt, en dat die door [appellant] ook niet kan worden gegeven. 6.
- Bij gebreke van een voldoende gemotiveerde betwisting van de stellingen van NN neemt het hof deze, gelet op artikel 149 lid 1 Rv, als vaststaand aan. Voor bewijslevering, zoals door [appellant] aangeboden, is zoals volgt uit het voorgaande geen plaats. NN heeft naar het oordeel van het hof voldaan aan haar stelplicht ter onderbouwing van haar vorderingen, welke feiten en omstandigheden door haar niet nader behoeven te worden bewezen. 6.
- [appellant] heeft het hof in zijn grieven geen aanknopingspunten geboden voor het oordeel dat zijn misleidende handelen een algeheel verval van het recht op uitkering niet rechtvaardigt. Het gevolg van het vorenstaande is dat de grieven 1 en 2 van [appellant] falen. 6.
- Het hof overweegt voorts dat NN op grond van de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden voldoende aanleiding heeft kunnen vinden om nader onderzoek door Confid te laten verrichten. Gesteld noch gebleken is dat het onderzoek niet proportioneel is geweest. Het hof constateert dat [appellant] de hoogte van de door NN gevorderde kosten van Confid en andere kosten in de grieven niet heeft bestreden. Daarmee falen ook de grieven 3 en
- 6.
- Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van [appellant] niet slaagt. Het bestreden vonnis van de kantonrechter zal worden bekrachtigd. 6.
- Het hof zal [appellant] als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van NN van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van NN zullen vastgesteld worden op: - Griffierechten € 798,00 - Salaris advocaat € 1.716,00 (2 punt(en) x tarief I, € 858,00 per punt) - Nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.692,00,- 6.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 7De uitspraak Het hof: bekrachtigt het bestreden vonnis van 23 november 2023; veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep ten bedrage van € 2.692,00, te betalen binnen veertien dagen na heden. Als [appellant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet [appellant] € 92,00 extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening; veroordeelt [appellant] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan; verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. P.W.A. van Geloven, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en M.E. Bruning en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 april
- griffier rolraadsheer