← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2026:129

Parketnummer : 20-003224-24 Uitspraak : 16 januari 2026 TEGENSPRAAK (o.i.p.) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 25 november 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-270713-24 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘diefstal’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 17 oktober 2025 en 19 december 2025. Op 17 oktober 2025 heeft het hof deze zaak op tegenspraak behandeld; de raadsvrouw heeft toen verklaard bepaaldelijk gemachtigd te zijn. De zaak is toen op verzoek van de raadsvrouw geschorst voor onbepaalde tijd. Op de zitting van 19 december 2025 is de verdachte, na te zijn opgeroepen in persoon, niet ter terechtzitting verschenen. De wel verschenen raadsman heeft aangegeven niet gemachtigd te zijn en heeft daarom niet meer het woord gevoerd. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 24 augustus 2024 te Vlissingen, twee bussen deodorant, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 24 augustus 2024 te Vlissingen, twee bussen deodorant, die aan [bedrijf] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: diefstal. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen straf Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Het hof overweegt daartoe in het bijzonder als volgt. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van twee bussen deodorant bij de [bedrijf] . Door te handelen zoals bewezenverklaard heeft de verdachte blijk gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van anderen. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezenverklaard. Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 10 november 2025, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte meermalen eerder en voorafgaand aan het onderhavige bewezenverklaarde feit (te weten onder meer in 2020 en in 2021) onherroepelijk is veroordeeld ter zake van diefstal, wat de verdachte er kennelijk niet van heeft weerhouden om zich opnieuw schuldig te maken aan een dergelijk feit. Naar het oordeel van het hof kan gelet op vorenstaande niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand. Aldus gewezen door: mr. J.C. Gillesse, voorzitter, mr. A.C. Bosch en mr. W.F. Koolen, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. M.C.F. Jansen, griffier, en op 16 januari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.