Parketnummer : 20-002192-25 Uitspraak : 6 maart 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 2 september 2025 in de strafzaak met parketnummer 96-315910-24 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘overtreding van artikel 110 van de Wegenverkeerswet 1994’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 16 uren, subsidiair 8 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een geldboete ter hoogte van € 150,00, waarvan € 50,00 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Door de verdediging is een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat de terechtzitting van de kantonrechter in het openbaar is behandeld, terwijl artikel 6:6:3 lid 6 van het Wetboek van Strafvordering artikel 495b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, betreffende de behandeling van de zaak achter gesloten deuren, van toepassing verklaart voor zaken waarin de veroordeelde op het moment van dienen jonger is dan 18 jaar. Omdat de verdachte ten tijde van de behandeling bij de kantonrechter 16 jaren oud was, had de behandeling van de zaak achter gesloten deuren moeten plaatsvinden. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg blijkt niet dat door of namens de verdachte is geklaagd over de openbare behandeling van de zaak, zodat het er in hoger beroep voor moet worden gehouden dat door of namens hem daartegen geen bezwaar is gemaakt. Bovendien heeft de raadsman van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat tijdens de terechtzitting in eerste aanleg mogelijk enkel parketpolitie of een bode aanwezig is geweest. Gelet op bovenstaande blijkt niet dat de verdachte in enig verdedigingsbelang is geschaad, reden waarom het hof zal volstaan met vernietiging van het vonnis en hieraan geen ander rechtsgevolg zal verbinden. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 28 september 2024 te Best, op de weg, Sint-Oedenrodeseweg, een motorrijtuig van de rijbewijscategorie AM, te weten een tweewielige bromfiets, heeft bestuurd, terwijl hij de minimumleeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt en het geen aangewezen bromfiets betrof als bedoeld in artikel 20b van de Wegenverkeerswet 1994, waarvan de bestuurder beschikte over een gehandicaptenparkeerkaart of gehandicaptenvervoerskaart. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 28 september 2024 te Best, op de weg, Sint-Oedenrodeseweg, een motorrijtuig van de rijbewijscategorie AM, te weten een tweewielige bromfiets, heeft bestuurd, terwijl hij de minimumleeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt en het geen aangewezen bromfiets betrof als bedoeld in artikel 20b van de Wegenverkeerswet 1994, waarvan de bestuurder beschikte over een gehandicaptenparkeerkaart of gehandicaptenvervoerskaart. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: overtreding van artikel 110 van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.