(1)Wet op de inkomstenbelasting 1964 kunnen zijn vanwege het dienstbaar zijn aan het particuliere belang. De tot deze gevolgtrekking leidende overweging van het Hof geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting of wel is onbegrijpelijk en kan derhalve de uitspraak niet dragen. IV. Schending van het recht, met name van artikel 17 van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken doordat het Hof in de laatste rechtsoverweging stellende dat de door de gemachtigde van belanghebbenden in de tot de gedingstukken behorende pleitnota "genoemde lichamen, beoordeeld naar de doelstelling en feitelijke werkzaamheden van deze lichamen gelijk door de inspecteur voldoende gemotiveerd is gesteld, en door de gemachtigde van belanghebbenden niet, althans onvoldoende is weersproken, in het geheel niet soortgelijk zijn met de Stichting". Naar het Hof heeft vastgesteld stelt de inspecteur omtrent de in de pleitnota genoemde instellingen van algemeen nut dat zij niet vergelijkbaar zijn met de Stichting Klavarskribo , voor welke stelling de inspecteur het verschil in advertentiebudget aanvoert. Noch de doelstellingen noch de feitelijke werkzaamheden zijn volgens deze vaststelling van het Hof door de inspecteur genoemd, zodat de laatste rechtsoverweging van het Hof niet, c.q. onvoldoende gemotiveerd is en derhalve onbegrijpelijk. Gelet op het vorenstaande verzoeken belanghebbenden de Hoge Raad de bestreden uitspraak en de uitspraak van de inspecteur te vernietigen en de aanslag ter zake van de verkrijging door de Stichting Klavarskribo te verminderen tot een van f 203.969,10 berekend naar een verkrijging van f 2.039.691, --. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend. Belanghebbenden hebben de zaak doen bepleiten door mr. P. van Harten, advocaat te Arnhem. De Advocaat-Generaal Moltmaker heeft op 28 mei 1985 geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het Hof, tot vernietiging van de uitspraak van de Inspecteur op het bezwaarschrift voor wat betreft de aanslag met betrekking tot de Stichting en tot vermindering van die aanslag tot op een bedrag van f 203.969,
- Beoordeling van de middelen tot cassatie. Het Hof heeft, uitgaande van de doelstelling van de Stichting de muziekbeoefening in Nederland te bevorderen, geoordeeld dat in het algemeen bij het ontwikkelen van begaafdheden die de muziekbeoefening mogelijk maken, voorop staat te voorzien in de behoeften van diegenen bij wie zodanige begaafdheden aanwezig zijn. Het heeft daaraan de gevolgtrekking verbonden dat ter verwezenlijking van die doelstelling verrichte activiteiten van de Stichting niet werkzaamheden betreffen welke op zich zelf in de zin van artikel 24, onder I, vierde alinea, van de Successiewet 1956 (tekst 1977) uitsluitend of nagenoeg uitsluitend rechtstreeks het algemeen belang raken. Zoals in het derde middel terecht wordt betoogd geeft deze gevolgtrekking blijk van een onjuiste opvatting van evengenoemd artikel. Immers, het - geheel in het algemeen - ontwikkelen van bij individuen aanwezige muzikale begaafdheden is bij uitstek een werkzaamheid die rechtstreeks het algemeen belang raakt en de omstandigheid dat daardoor in de behoeften van de aldus begaafden wordt voorzien doet daaraan niet af. Het derde middel is derhalve gegrond en de overige middelen behoeven geen behandeling. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven.
- Na cassatie. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. De Inspecteur heeft voor het Hof nog gesteld dat de Stichting bedrijfsmatig een onderneming uitoefent, althans naar de uiterlijke vorm werkzaamheden verricht die in concurrentie treden met (andere) ondernemingen. Zulks verhindert echter niet aan te nemen dat de Stichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een algemeen belang beoogt nu de statuten van de Stichting haar verbieden bij haar activiteiten het maken van winst te beogen en het Hof heeft vastgesteld dat deze ook nimmer winst hebben opgeleverd.
- Beslissing. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en die van de Inspecteur voor zover de Stichting betreffende en vermindert de aan de Stichting opgelegde aanslag tot op een bedrag van f 203.969,
- Aldus gewezen door mrs. Van Dijk, vice-president, Van der Vorm, Stoffer, Verburgh en Baardman, raden. Uitgesproken door de vice-president voornoemd ter raadkamer van 18 december 1985, in tegenwoordigheid van de waarnemend-griffier mr. Verdegaal.