← Nederland

ECLI:NL:HR:1992:4

18 december 1992 Eerste Kamer Rek.nr. 8125 Br. Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: Beleggingsmaatschappij Reimborg B.V., gevestigd te Groningen, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: Jhr. Mr. J.L.R.A. Huydecoper, t e g e n Brouwerij Breda B.V., gevestigd te Breda, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen.

  1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 2 maart 1990 gedateerd verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie – verder te noemen Reimborg – zich gewend tot de Kantonrechter te Groningen met verzoek om de huurprijs van het bedrijfspand aan de Vismarkt 42 te Groningen vast te stellen op f 155.000,-- exclusief BTW per jaar, althans op een zodanig bedrag als de Kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren Nadat verweerster in cassatie – verder te noemen Breda – tegen het verzoek verweer had gevoerd, heeft de Kantonrechter bij tussenbeschikking van 1 juni 1990 de Bedrijfshuuradviescommissie opgedragen advies uit te brengen en bij eindbeschikking van 10 juni 1991 de huurprijs voor het onderhavige pand met ingang van 5 maart 1990 vastgesteld op f 99.894,-- per jaar, met inbegrip van de op f 3.600,-- gestelde huurprijs van de bovenwoning. Tegen beide beschikkingen heeft Reimborg hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Groningen, waarna Breda incidenteel hoger beroep heeft ingesteld. Bij beschikking van 17 januari 1992 heeft de Rechtbank de bestreden beschikkingen vernietigd en de huurprijs voor het litigieuze pand met ingang van 5 maart 1990 vastgesteld op f 91.290,62 exclusief BTW per jaar. De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
  2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft Reimborg beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal Hartkamp strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking van de Rechtbank en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing.
  3. Beoordeling van het middel Onderdeel I is gegrond. In het licht van hetgeen in de toelichting op het onderdeel wordt aangevoerd is onbegrijpelijk dat de Rechtbank in rov. 2 de oppervlakte van de eerste etage van het bedrijfspand Vismarkt 42 heeft gesteld op 118 m². Onderdeel IIa is eveneens gegrond. Het is onbegrijpelijk dat de Rechtbank, uitgaande van de door haar vastgestelde oppervlaktematen en de overige door haar aangenomen berekeningsgrondslagen, de huurprijs van het bedrijfspand Vismarkt 42 heeft berekend op f 91.290,
  4. Onderdeel IIb behoeft geen behandeling. Breda heeft de onbegrijpelijke oordelen van de Rechtbank niet verdedigd, noch uitgelokt. In verband daarmee zullen de kosten van het geding in cassatie in voege als hierna vermeld worden gereserveerd tot de einduitspraak.
  5. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de beschikking van de Rechtbank te Groningen van 17 januari 1992; verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing; verstaat dat omtrent de kosten van het geding in cassatie zal worden beslist bij de einduitspraak, en begroot deze kosten tot de uitspraak in cassatie aan de zijde van Reimborg op f 350,-- aan verschotten en f 2.500,-- voor salaris, en aan de zijde van Breda op nihil. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren Bloembergen, als voorzitter, Mijnssen en Davids, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Davids op 18 december 1992.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.