← Nederland

ECLI:NL:HR:1998:ZD3886

24 november 1998 Strafkamer nr. 108.439 SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 december 1993 in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, ten tijde van de bestreden uitspraak zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

  1. De bestreden uitspraak 1.
  2. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 16 oktober 1992 - de verdachte ter zake van "diefstal door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. 1.
  3. De bestreden uitspraak is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
  4. Geding in cassatie 2.
  5. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr E.C. Gelok, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2.
  6. De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de appeldagvaarding nietig zal verklaren. De conclusie is aan dit arrest gehecht.
  7. Beoordeling van het middel Het middel faalt om de redenen vermeld in de conclusie van het Openbaar Ministerie onder de nrs 4 en
  8. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak 4.
  9. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting van het Hof van 9 december 1993 houdt in dat deze dagvaarding op 6 oktober 1993 op de griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam is betekend overeenkomstig art. 588, vijfde lid, (oud) Sv. 4.
  10. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 9 december 1993 is de verdachte aldaar niet verschenen en is tegen hem verstek verleend. 4.
  11. Indien een verdachte gedetineerd is terwijl bekend is of redelijkerwijze bekend kan zijn of en in welke penitentiaire inrichting hij als afgestrafte verblijft, dan geldt bij bevestigende beantwoording van deze vragen, deze penitentiaire inrichting als bekende verblijfplaats in de zin van art. 588, vijfde lid, (oud) Sv. 4.
  12. Het Hof had ervan behoren blijk te geven te hebben onderzocht of en zo ja waar de verdachte van wie ten tijde van de betekening van de appeldagvaarding geen bekende woon- of verblijfplaats in de vrije samenleving bekend was, als afgestrafte was gedetineerd. Immers in dat geval moest de penitentiaire inrichting, waarin de verdachte verbleef, als diens bekende verblijfplaats worden aangemerkt (vgl. HR 14 februari 1995, NJ 1995, 536) . 4.
  13. Nu het Hof niet heeft blijk gegeven dit onderzoek te hebben verricht, is het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de betekening van de appeldagvaarding geldig is geschied, niet naar de eis van de wet met redenen omkleed.
  14. Slotsom Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en de appeldagvaarding om redenen van doelmatigheid alsnog nietig zal worden verklaard.
  15. Beslissing De Hoge Raad: Vernietigt de bestreden uitspraak; Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig. Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Corstens, in bijzijn van de griffier Van de Griendt, en uitgesproken op 24 november 1998.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.