24 november 1998 Strafkamer nr. 108.684 SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissements-rechtbank te Arnhem van 9 juli 1997 alsmede tegen alle op de terechtzitting van deze Rechtbank gegeven beslissingen in de strafzaak tegen : [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, ten tijde van de bestreden uitspraak uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Zutphen .
- De bestreden uitspraak De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Arnhem van 15 januari 1997 - de verdachte ter zake van "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen gesloten en in stand gehouden" veroordeeld tot een geldboete van zeshonderdzestig gulden, subsidiair dertien dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van vier maanden. De bestreden uitspraak is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
- Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld. De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, behoudens voorzover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd en dat de Hoge Raad de inleidende dagvaarding nietig zal verklaren.
- Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak 3.
- Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen ter terechtzitting van de Kantonrechter te Arnhem van 15 januari 1997, houdt in dat die dagvaarding op 26 november 1996 is uitgereikt ter griffie van de Rechtbank te Arnhem aan " [naam] , (waarnemend) griffier van de Rechtbank, omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is". 3.
- Blijkens de zich bij de stukken bevindende aantekening mondeling vonnis van 15 januari 1997 is de verdachte niet op die terechtzitting verschenen. 3.
- Bij zijn onderzoek naar de naleving van het bepaalde in art. 437, eerste lid, Sv heeft de Hoge Raad bevonden, dat de verdachte van 25 november 1996 tot 28 mei 1997 ingeschreven heeft gestaan op het adres [a-straat 1] te [plaats] . 3.
- Uit het vorenstaande volgt dat de betekening van de inleidende dagvaarding niet is geschied overeenkomstig het bepaalde in art. 588, eerste lid onder b, sub 1°, Sv, zodat die dagvaarding nietig is.
- Slotsom Het vorenoverwogene brengt mee dat het bestreden vonnis, behoudens voorzover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd, niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
- Beslissing De Hoge Raad: Vernietigt de bestreden beslissing behoudens voorzover daarbij de beslissing van de Kantonrechter is vernietigd; Verklaart de inleidende dagvaarding nietig. Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Corstens, in bijzijn van de griffier Van de Griendt, en uitgesproken op 24 november 1998.