28 mei 1999 Eerste Kamer Nr. 16.839 (C97/318HR) AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: SPEKTRUM FINANCIERINGEN B.V., gevestigd te ‘s-Gravenhage, EISERES tot cassatie, advocaat: voorheen mr J.I. van Vlijmen, thans mr R.F. Thunnissen, tegen [verweerder] , zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of elders, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties Spektrum Financieringen B.V., gevestigd te ‘s-Gravenhage verder te noemen: Spektrum - heeft bij exploit van 31 augustus 1994 verweerder in cassatie tezamen met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , beiden wonende te [woonplaats] — verder afzonderlijk te noemen: [verweerder] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] — gedagvaard voor de Kantonrechter te Amsterdam en gevorderd [verweerder] , [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hoofdelijk, des dat de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling van een bedrag van f 49.007,59, vermeerderd met de wettelijke rente over f 30.741,15 vanaf de dag van de dagvaarding. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben de vordering bestreden. [verweerder] is niet ter zitting verschenen en heeft geen antwoord ingezonden of uitstel verzocht. Bij conclusie van repliek heeft Spektrum haar vordering tegen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] verminderd tot f 23.850,88 met rente en heeft zij haar vordering tegen [verweerder] gehandhaafd zoals gevorderd in de inleidende dagvaarding. De Kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 23 juni 1995 [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over diens bevoegdheid om van de onderhavige vordering kennis te nemen, bij tussenvonnis van 27 oktober 1995 een inlichtingencomparitie van partijen gelast, en bij eindvonnis van 21 juni 1996 de vordering afgewezen. Tegen de drie vermelde vonnissen heeft Spektrum slechts in de procedure tegen [verweerder] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Amsterdam. Daarbij heeft zij gevorderd [verweerder] te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van f 44.798,51, vermeerderd met de wettelijke rente over f 30.741,15 vanaf de dag van de dagvaarding in eerste aanleg tot aan de dag van de algehele voldoening. In hoger beroep is [verweerder] evenmin verschenen. Bij vonnis van 25 juni 1997 heeft de Rechtbank Spektrum niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de tussenvonnissen van de Kantonrechter te Amsterdam van 23 juni en 27 oktober 1995 en het bestreden vonnis van 21 juni 1996 bekrachtigd. Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft Spektrum beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] is verstek verleend. Spektrum heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal Bakels strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot toewijzing van de vordering tegen [verweerder] , met diens veroordeling in de proceskosten. 3. Beoordeling van liet middel 3.1 Het gaat in dit geding om het volgende. [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [verweerder] hebben op 7 juli 1982 een huurkoopovereenkomst betreffende een personenauto gesloten met een rechtsvoorganger van Spektrum. De prijs van de auto was f 28.000,- en de financieringskosten bedroegen f 11.679,80. Het totaal van f 39.679,80 diende door [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [verweerder] te worden voldaan in 60 maandelijkse termijnen van f 661,33. In de onderhavige procedure heeft Spektrum gevorderd hen hoofdelijk te veroordelen tot betaling van nog openstaande termijnen, vermeerderd met vertragingsrente, en vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. [verweerder] is niet ter zitting verschenen en heeft geen antwoord ingezonden of uitstel verzocht. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben wel verweer gevoerd en hebben daarbij een beroep gedaan op verjaring. De Kantonrechter heeft het beroep op verjaring ingevolge art. 2012 (oud) BW gegrond geoordeeld. Op grond van art. 107 Rv. heeft hij voorts aangenomen dat het verweer van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ook dient te gelden ten aanzien van [verweerder] . Hij heeft derhalve de vordering ten aanzien van alle drie gedaagden afgewezen. Op het door Spektrum uitsluitend tegen [verweerder] ingestelde hoger beroep heeft de Rechtbank het vonnis van de Kantonrechter bekrachtigd. Hiertegen keert zich het middel. 3.2 In rov. 7 van het bestreden vonnis heeft de Rechtbank onder meer overwogen dat de strekking van art. 107 Rv., welke bepaling beoogt tegenstrijdige vonnissen ten aanzien van één en dezelfde rechtsbetrekking te voorkomen, meebrengt dat de rechter bij de beoordeling van de vordering tegen de niet verschenen gedaagde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.