7 maart 2000 Strafkamer nr. 112979 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 april 1999 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden einduitspraak 1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 2 maart 1998 - de verdachte ter zake van "overtreding van artikel 8, tweede lid aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een geldboete van vijftienhonderd gulden, subsidiair dertig dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. 1.2. De bestreden uitspraak is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Geding in cassatie 2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr G. Spong, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. 2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van een na de terechtzitting waarop de conclusie van de Advocaat-Generaal is genomen nog ingekomen brief van de raadsman, gedateerd 14 januari 2000. 3. Beoordeling van het middel 3.1. Het middel klaagt dat het Hof een gevoerd bewijsverweer op ontoereikende gronden heeft verworpen. 3.2. Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer op blz. 4 van de bestreden uitspraak als volgt samengevat en verworpen: "Het Hof stelt voorop dat het er voor moet "worden gehouden dat aan de verdachte, nadat hem "de uitslag van de ademanalyse was meegedeeld, "door de betreffende opsporingsambtenaren niet "is meegedeeld dat hij recht had op een "tegenonderzoek in de vorm van een bloedonder"zoek. Hiervan uitgaande heeft de raadsman van "verdachte aangevoerd dat verdachte moet worden "vrijgesproken, hetzij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.