← Nederland

ECLI:NL:HR:2000:AA7959

31 oktober 2000 Strafkamer nr. 01991/99 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 2 september 1999 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Egypte) op [geboortedatum] 1962, ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in het Huis van Bewaring te ‘s- Gravenhage.

  1. De bestreden uitspraak 1.
  2. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te ‘s-Gravenhage van 26 januari 1999 - de verdachte ter zake van “doodslag” veroordeeld tot acht jaren gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen in voege als in het arrest vermeld. 1.
  3. Het verkorte arrest en de aanvulling daarop als bedoeld in art. 365a, tweede lid Sv zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
  4. Geding in cassatie Het beroep, dat zich kennelijk niet richt tegen de vrijspraak van het primair tenlastegelegde, toegespitst op art. 289 Sr, is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A. Moszkowicz, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof ter berechting en verdere afdoening.
  5. Beoordeling van het middel 3.
  6. Het middel strekt ten betoge dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed. 3.
  7. De bewezenverklaring houdt, samengevat, in dat de verdachte opzettelijk zijn vrouw van het leven heeft beroofd door haar meermalen met een mes te steken. 3.
  8. Anders dan het middel blijkens de toelichting stelt, heeft het Hof op zichzelf het bewezenverklaarde uit de gebezigde bewijsmiddelen zoals opgenomen in de aanvulling op het verkorte arrest, kunnen afleiden. 3.
  9. Voorzover het middel er nog over bedoelt te klagen dat het in het middel bedoelde bewijsverweer op ontoereikende gronden is verworpen en dat de bewezenverklaring in het licht daarvan onvoldoende met redenen is omkleed, verdient het volgende opmerking. 3.
  10. Het verweer houdt blijkens hetgeen door en namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd in, dat de verdachte in de nacht van 12 op 13 juli 1998 de echtelijke woning waar zijn vrouw aanwezig was, heeft verlaten om een frisse neus te halen, dat hij na enige tijd daar is teruggekeerd, dat hij toen zijn vrouw aantrof bebloed en met een mes in de borst en dat hij heeft geprobeerd het mes uit de borst van zijn vrouw te trekken. 3.
  11. Het Hof heeft omtrent dat verweer overwogen en beslist hetgeen in het bestreden arrest is weergegeven onder het hoofd: “Toelichting bij de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen”. 3.
  12. In het licht van de tot het bewijs gebezigde bewijsmiddelen en in aanmerking genomen de inhoud van dat verweer heeft het Hof dat verweer op toereikende gronden verworpen. ’s Hofs feitelijke oordeel dat de voorstelling van zaken van de verdachte niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk en kan in cassatie niet verder worden getoetst. Tot een nadere motivering van de bewezenverklaring was het Hof niet gehouden. 3.
  13. Het middel faalt derhalve.
  14. Slotsom Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
  15. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens, H.A.M. Aaftink, A.M.J. van Buchem Spapens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 31 oktober
  16. Mr. H.A.M. Aaftink is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.