1 december 2000 Eerste Kamer Nr. C99/057HR Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n FUGRO ENGINEERS B.V., gevestigd te Leidschendam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.A.A. Duk. 1. Het geding in feitelijke instanties Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 29 januari 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: Fugro - gedagvaard voor de Kantonrechter te 's-Gravenhage en gevorderd: - Fugro te bevelen om [eiser] in staat te stellen de tussen partijen overeengekomen werkzaamheden tegen een bruto maandsalaris ad ƒ 5.891,-- zijnde het Dutch Base Salary van [eiser], vermeerderd met de geldende inflatietoeslag, subsidiair het salaris dat door Fugro in de overeenkomst wordt vermeld ad ƒ 5.118,-- bruto per maand, te verrichten, zulks op straffe van een dwangsom van ƒ 5.000,-- per dag; - Fugro te veroordelen om met ingang van 1 september 1995 aan [eiser] met terugwerkende kracht een bruto maandsalaris ad ƒ 5.891,-- te voldoen, zijnde het Dutch Base Salary van [eiser] vermeerderd met de geldende inflatietoeslag, subsidiair in ieder geval het salaris te voldoen (ƒ 5.118,-- bruto per maand), hetwelk zij in haar overeenkomst aan [eiser] vermeldt, over welke hoogte van het salaris partijen nog in onderhandelingen zijn; - te verklaren voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen gesloten op 1 maart 1985 nog immer voortduurt; - Fugro te veroordelen om met [eiser] op een redelijke en billijke wijze verder te onderhandelen omtrent de nadere faciliteiten en dergelijke van de overeenkomst tussen partijen; - Fugro te veroordelen om [eiser] toe te laten tot een nader te bepalen vergadering van de Raad van Bestuur om zijn visie met betrekking tot de gebeurtenissen in Indonesië te geven en aldus duidelijkheid te scheppen ook met betrekking tot de positie van [eiser] zelf, opdat [eisers] naam volledig gezuiverd wordt binnen de organisatie van Fugro; - Fugro te veroordelen tot voldoening van de verhoging ex art. 7A:1638q (oud) BW over de vervallen en nog te vervallen loonbetalingen tot aan de dag van de algehele voldoening; - het een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente over het totaal aan [eiser] toekomende bedrag aan loon met verhoging vanaf het moment der dagvaarding tot aan die van de algehele voldoening. Fugro heeft de vorderingen bestreden. De Kantonrechter heeft bij vonnis van 11 juli 1996 Fugro veroordeeld, tegen behoorlijk bewijs van kwijting en behoorlijk gespecificeerd van bruto naar netto, een bruto maandsalaris ad ƒ 5.118,-- te betalen vanaf 1 september 1995 en tot 15 april 1996 en te vermeerderen met de wettelijke rente als aangegeven in dit vonnis. Voorts heeft de Kantonrechter het meer of anders gevorderde afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te 's-Gravenhage. Fugro heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij memorie van grieven en bij memorie van antwoord in het incidenteel appel heeft [eiser] zijn eis gewijzigd/vermeerderd en gevorderd: primair: - Fugro te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding naar billijkheid terzake de kennelijk onredelijke beëindiging op of omstreeks 24 augustus 1995 van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.