← Nederland

ECLI:NL:HR:2000:ZD9713

4 april 2000 Strafkamer Nr. 425-99-V CJIB 21091675 AB Hoge Raad der Nederlanden Arrest Op het beroep in cassatie tegen de beslissing van de Kantonrechter te Lelystad van 31 maart 1999 betreffende: [betrokkene] , wonende te [woonplaats].

  1. De beslissing van de Kantonrechter De Kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. De beslissing van de Kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
  2. Geding in cassatie De betrokkene heeft tegen de beslissing van de Kantonrechter beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
  3. Beoordeling van de bestreden beslissing 3.
  4. Bij inleidende beschikking is aan de betrokkene met toepassing van art. 5 WAHV een administratieve sanctie opgelegd terzake van ‘’overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel); t/m 10 km per uur’’, welke gedraging zou zijn verricht op 19 maart 1998 te 14.56 uur op de Nijkerkerweg te Zeewolde met het motorvoertuig met het kenteken [kenteken] . Het zaakoverzicht van het CJIB houdt in dat de gedraging is geconstateerd door middel van een radarsnelheidscontrolemeter ‘’ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 3.0’’. 3.
  5. In feitelijke aanleg is door en namens de betrokkene het verweer gevoerd dat door de betrokkene is weergegeven in het beroepschrift in cassatie. Dat beroepschrift behelst de klacht dat de Kantonrechter dat verweer ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen, op de grond dat deze niet is ingegaan op het door de betrokkene gedane beroep op de bijzondere omstandigheden ter plaatse. 3.
  6. Ingevolge art. 21, aanhef en onder a, RVV 1990 geldt buiten de bebouwde kom voor motorrijtuigen op autosnelwegen een maximumsnelheid van 120 km per uur, op autowegen een maximumsnelheid van 100 km per uur en op andere wegen een maximumsnelheid van 80 km per uur. Ingevolge art. 1, aanhef en onder c en d, RVV 1990 zijn autosnelwegen aangeduid met bord G1 van bijlage 1, en autowegen met bord G
  7. Daaruit vloeit voort dat wegen buiten de bebouwde kom die niet met een van die borden zijn aangeduid ‘’andere wegen’’ zijn als bedoeld in art. 21, aanhef en onder a, RVV
  8. 3.
  9. De in cassatie opgeworpen klacht mist feitelijke grondslag. In de bestreden beslissing ligt als het – niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gevende en niet onbegrijpelijke – oordeel van de Kantonrechter besloten dat ook onder de aangevoerde bijzondere omstandigheden het voor de betrokkene duidelijk moet zijn geweest dat zij, komend vanaf een autoweg een ‘’andere weg’’ als bedoeld in genoemde wetsbepaling is gaan berijden, waarop een maximumsnelheid gold van 80 km per uur en dat voor de aanduiding van die maximumsnelheid het plaatsen van borden, zoals door de betrokkene aangegeven, niet is voorgeschreven. 3.
  10. Het verweer dat de betrokkene ten onrechte niet is staande gehouden is terecht verworpen, in aanmerking genomen dat het van algemene bekendheid is dat bij een radarsnelheidsmeting als de onderhavige geen reële mogelijkheid bestaat tot staandehouding van de bestuurder. 3.
  11. Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beslissing ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
  12. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp en F.H. Koster, in bijzijn van de waarnemend-griffier Verboon, en uitgesproken op 4 april 2000.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.