27 april 2001 Eerste Kamer Rek.nr. R00/104HR Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: de besloten vennootschap naar Belgisch recht
- D GROUP EUROPE N.V., gevestigd te Kapellen, België,
- [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats], België, VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. E. Kars, t e g e n Mr. P.W. Schreurs, als curator in de faillissementen van Vit Freight B.V., Weys Logistics B.V. en Techno D Service B.V., VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Woude.
- Het geding in feitelijke instanties Bij vonnis van de Rechtbank te Roermond van 4 maart 1999 is de besloten vennootschap Weys Logistics B.V. in staat van faillissement verklaard. Bij vonnissen van deze Rechtbank van 5 maart 1999 zijn de besloten vennootschappen VIT Freight Service B.V. en de besloten vennootschap Techno D Service B.V. eveneens in staat van faillissement verklaard. In deze faillissementen is mr. P.W. Schreurs tot curator aangesteld en is mr. F. Oelmeijer tot Rechter-Commissaris benoemd. Met een op 19 april 2000 gedateerd verzoekschrift hebben verzoekers tot cassatie en de besloten vennootschap D Freight Group B.V. - verder gezamenlijk te noemen: verzoekers - zich gewend tot de Rechter-Commissaris voornoemd met een verzoek te bewerkstelligen dat zij inzage krijgen in de volledige faillissementsdossiers van de vennootschappen Weys Logistics B.V., VIT Freight Service B.V. en Techno D Service B.V., waaronder de gevoerde correspondentie tussen de curator en de Rechter-Commissaris of tussen hen en "andere gekwalificeerde rechtsgeleerden kantoorhoudende in België en/of werkzaam bij de rechterlijke macht in België". Bij beschikking van 25 april 2000 heeft de Rechter-Commissaris het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking hebben verzoekers hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Roermond. Na mondelinge behandeling op 17 mei 2000 heeft de Rechtbank bij beschikking van 31 mei 2000 de zaak verwezen naar de Rechter-Commissaris in faillissementen teneinde deze alsnog in de gelegenheid te stellen de curator in deze te horen. De Rechter-Commissaris heeft vervolgens bij brief van 8 juni 2000 aan de advocaat van verzoekers voorgesteld zich met betrekking tot het oorspronkelijk verzoek om inzage rechtstreeks tot de curator te wenden. Nadat de advocaat van verzoekers op die brief had gereageerd, heeft hij bij brief van 26 juni 2000 de Rechtbank verzocht ten aanzien van het beroepschrift een eindbeslissing te nemen. De curator heeft bij brief van 4 juli 2000 volhard bij zijn standpunt als verwoord in zijn ter terechtzitting van 17 mei 2000 overgelegde pleitaantekeningen. De Rechtbank heeft bij beschikking van 26 juli 2000 verzoekers niet-ontvankelijk verklaard in hun beroepschrift ex art. 67 F. Voorts heeft de Rechtbank de curator niet-ontvankelijk verklaard in de door hem verzochte kostenveroordeling. Laatstgenoemde beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
- Het geding in cassatie Tegen de beschikkingen van de Rechtbank hebben D Group Europe N.V. en [verzoeker 2] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De curator heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van D Group Europe N.V. en [verzoeker 2].
- Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 3.1 Bij vonnis van de Rechtbank te Roermond van 4 maart 1999 is de besloten vennootschap Weys Logistics B.V. in staat van faillissement verklaard. Bij vonnissen van deze Rechtbank van 5 maart 1999 zijn de besloten vennootschap VIT Freight Service B.V. en de besloten vennootschap Techno D Service B.V. eveneens in staat van faillissement verklaard. In deze faillissementen is mr. P.W. Schreurs tot curator aangesteld en is mr. F. Oelmeijer tot Rechter-Commissaris benoemd. 3.2 Met een op 19 april 2000 gedateerd verzoekschrift hebben verzoekers zich gewend tot de Rechter-Commissaris met een verzoek dat ertoe strekt dat zij inzage krijgen in de volledige faillissementsdossiers van de failliete vennootschappen, waaronder de correspondentie tussen de curator en de Rechter-Commissaris of tussen hen en "andere gekwalificeerde rechtsgeleerden kantoorhoudende in België en/of werkzaam bij de rechterlijke macht in België". Bij beschikking van 25 april 2000 heeft de Rechter-Commissaris het verzoek afgewezen. Bij beschikking van 31 mei 2000 heeft de Rechtbank op het ingestelde beroep de zaak verwezen naar de Rechter-Commissaris teneinde deze alsnog in de gelegenheid te stellen de curator te horen. Bij beschikking van 26 juli 2000 heeft de Rechtbank verzoekers vervolgens niet-ontvankelijk verklaard in hun beroepschrift ex art. 67 F. Hiertegen zijn de middelen gericht. 3.3 De Rechtbank heeft in alinea 5 op p. 2 van haar laatstgenoemde beschikking geoordeeld dat verzoekers, die niet als schuldeisers van de gefailleerde zijn gehoord en die dus niet kunnen worden aangemerkt als personen in de zin van art. 69 F., niet-ontvankelijk zijn in hun beroep dat is gebaseerd op art. 67 F. Nu de klachten niet zijn gericht tegen dit oordeel en dit de beslissing van de Rechtbank zelfstandig draagt, missen verzoekers belang bij hun cassatieberoep en dienen zij daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard.
- Beslissing De Hoge Raad: verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren W.H. Heemskerk, A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 27 april 2001.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.