2 oktober 2001 Strafkamer nr. 03334/00 ACH/EDK Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 18 mei 2000, nummer 22/000336-00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 9 november 1999 - de inleidende dagvaarding nietig verklaard. 2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, de zaak zal terugwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage opdat de geldigheid van de inleidende dagvaarding opnieuw zal worden onderzocht en eventueel de zaak op het bestaande hoger beroep verder zal worden berecht. 3. Beoordeling van het middel 3.1. Het middel komt met rechts- en motiveringsklachten op tegen het oordeel van het Hof dat de inleidende dagvaarding nietig is. 3.2. Het gaat in deze zaak om een verdachte aan wie is tenlastegelegd het misdrijf geen medewerking te hebben verleend aan een onderzoek als bedoeld in art. 8, tweede lid aanhef en onder a, WVW 1994, begaan op of omstreeks 1 augustus 1999. 3.3.1. Bij de stukken bevindt zich een ambtsedig proces-verbaal van politie van 1 augustus 1999 dat is opgemaakt door de ambtenaren van politie te Rotterdam-Rijnmond S. Houtman, agent, R.A. Heijstee, agent, I. Woollard, hoofdagent, en E.S. Van Rhijn, agent. Dit proces-verbaal houdt onder het hoofd "dagvaarding" in dat door Heijstee voornoemd: "op zondag, 1 augustus 1999, te 03:20 uur aan verdachte in persoon [is] uitgereikt de dagvaarding alsmede het formulier Toelichting bij dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter te Rotterdam op dinsdag, 9 november 1999 te 10:00 uur". 3.3.2. Een kopie van de inleidende dagvaarding bevindt zich bij de stukken. Deze vermeldt in de aanhef: "Arrondissementsparket te Rotterdam" en houdt, behalve onder meer de opgave van het tenlastegelegde feit, in dat de verdachte wordt gedagvaard om te verschijnen ter terechtzitting van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 9 november 1999. 3.4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: "Voorts maakt de voorzitter melding van de korte inhoud van het arrest van de Hoge Raad van 14 maart 2000, nr 112.260, inhoudende de nietigheid van de inleidende dagvaarding indien deze is uitgebracht en uitgereikt door een politie-ambtenaar zonder dat daar een specifieke opdracht tot vervolging van de officier van justitie of een daartoe gemandateerde parketfunctionaris aan ten grondslag heeft gelegen. In casu is de inleidende dagvaarding uitgebracht en uitgereikt door een politie-ambtenaar. De advocaat-generaal voert het woord en stelt dat voornoemd arrest van de Hoge Raad is gewezen in een hennepzaak. In softdrugszaken speelt het gedoogbeleid een rol in de vervolgingsbeslissing. Afhankelijk van de aangetroffen hoeveelheid softdrugs dient wél of niet tot vervolging te worden overgegaan. Dit betekent dat per individueel geval een beslissing tot gedogen óf tot vervolgen wordt genomen. In dergelijke gevallen een vervolgingsbeslissing overlaten aan de politie, moest welhaast een reactie bij de Hoge Raad teweeg brengen. De uitspraak kwam derhalve niet onverwacht, aldus de advocaat-generaal. Bij zaken betreffende rijden onder invloed bestaat géén gedoogbeleid. Er is geen keuzemogelijkheid aanwezig: er volgt altijd een justitiële reactie. De politie heeft in deze alcoholzaken een permanente opdracht tot vervolging van het openbaar ministerie. De vervolgingsbeslissing wordt in dergelijke zaken niet door een politiefunctionaris genomen, doch enkel administratief uitgevoerd. Zij voert dus enkel bestaand justitiebeleid uit: dóór de politie uit naam van het openbaar ministerie. De Advocaat-Generaal refereert aan een arrest van dit Gerechtshof d.d. 01.02.1999, waarin het direct dagvaarden in een alcoholzaak te Rotterdam ter discussie stond. Het Hof oordeelde dat door de politie, in opdracht van het openbaar ministerie de dagvaardingen waren uitgereikt, en verklaarde het openbaar ministerie alsnog ontvankelijk in zijn vervolging. De Advocaat-Generaal merkt hierbij op dat de politiebureaus in Rotterdam-Rijnmond middels het ORKA-systeem in directe verbinding staan met het parket van de Officier van Justitie, zodat na gegevensinvoer op het politiebureau, de vervolgingsbeslissing -geautomatiseerd- wordt genomen door het parket. De verbalisant(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.