10 april 2001 Strafkamer nr. 02007/99 LR/IK Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 3 december 1998, parketnummer 08/006523-98, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1957, wonende te [woonplaats].
- De bestreden uitspraak De Politierechter heeft de verdachte ter zake van "medeplegen van: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een geldboete van vijftienhonderd gulden, subsidiair dertig dagen hechtenis. 2.Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld. De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de kwalificatie en de strafoplegging, tot verbetering van de kwalificatie en tot terugwijzing van de zaak naar de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Almelo opdat de zaak voor wat betreft de strafoplegging opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak 3.
- Ten laste van de verdachte is door de Politierechter overeenkomstig de tenlastelegging bewezenverklaard dat de verdachte, kort gezegd, samen met een ander meermalen hoeveelheden hashish en marihuana aan derden heeft verkocht en afgeleverd. 3.
- Naar blijkt uit de hiervoor onder 1 weergegeven kwalificatie heeft de Politierechter dat feit als misdrijf gekwalificeerd. Aangezien de bewezenverklaarde feiten een overtreding opleveren, dient de kwalificatie te luiden: "medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, driemaal gepleegd". De Hoge Raad zal de kwalificatie in deze zin verbeteren. 3.
- Dit brengt mee dat de Politierechter voor de bewezenverklaarde feiten heeft verzuimd met toepassing van art. 62 Sr voor elke overtreding afzonderlijk straf op te leggen. De bestreden uitspraak kan dus ook voor wat betreft de strafoplegging niet in stand blijven. 4.Slotsom Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor genoemde gronden aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist. 5.Beslissing De Hoge Raad: Vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de kwalificatie en de strafoplegging; Kwalificeert de bewezenverklaarde feiten als "medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, driemaal gepleegd"; Wijst de zaak terug naar de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Almelo opdat de zaak voor wat de strafoplegging betreft opnieuw wordt berecht en afgedaan; Verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.A.M. Orie en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de waarnemend-griffier E.H. Schulten, en uitgesproken op10 april 2001.