29 maart 2002 Eerste Kamer Nr. C00/211HR SB Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. A.C.H. Walkate, t e g e n 1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerster 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verweerster 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verweerder 4], wonende te [woonplaats], 5. [Verweerder 5], wonende te [woonplaats], 6. [Verweerder 6], wonende te [woonplaats], 7. [Verweerder 7], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instantie Verweerders in cassatie - verder te noemen: de erven [A] - hebben bij exploit van 12 oktober 1999 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Kantonrechter te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eiseres] te veroordelen om aan de erven [A] te betalen een bedrag van ƒ 2.737,16, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van ƒ 2.327,03 vanaf 23 september 1999, alsmede [eiseres] te veroordelen in de kosten van het geding, tot hiertoe aan de zijde van de erven [A] begroot op ƒ 443,41, waaronder ƒ 200,-- voor salaris en noodzakelijke verschotten voor de gemachtigde van de eisende partij en te vermeerderen met de kosten van dit exploit. [Eiseres] heeft de vordering bestreden en in reconventie gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de erven [A] te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van ƒ 629,60, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 december 1999. Na een tussenvonnis van 11 januari 2000, waarbij een comparitie van partijen is gelast, heeft de Kantonrechter bij eindvonnis van 14 maart 2000 in conventie de vordering toegewezen en in reconventie de vordering afgewezen. Het eindvonnis van de Kantonrechter is aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen het eindvonnis van de Kantonrechter heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de erven [A] is verstek verleend. [Eiseres] heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat. De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep. 3. Beoordeling van het middel 3.1 Tegen de door de Kantonrechter toegewezen vordering tot betaling van huurachterstand over de periode van augustus 1995 tot 1 juli 1999 heeft [eiseres] onder meer als verweer gevoerd
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.