15 november 2002 Eerste Kamer Nr. C01/056HR AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n VERENIGING VAN EIGENAREN VAN DE GEZINSCAMPING "TANTE GRIETJE", gevestigd te Lies, gemeente Terschelling, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. E.W.A. van de Weert.
- Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij twee exploiten van 23 mei 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Vereniging - gedagvaard voor de Rechtbank te Leeuwarden en - na wijziging van eis - gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voorzover de Wet zulks toelaat: PRIMAIR: A. te bepalen dat de Vereniging onrechtmatig heeft gehandeld door [eiseres] niet als haar lid in te schrijven, haar daardoor de mogelijkheid onthoudende om de ondergrond van haar kampeermiddel, staande op het terrein aan de [a-straat 1] te [plaats B], in eigendom te verwerven, hetgeen voor haar schade met zich heeft meegebracht; B. de Vereniging te veroordelen tot vergoeding van de aldus aan [eiseres] toegebrachte schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; SUBSIDIAIR: C. te bepalen dat de Vereniging schadeplichtig is geworden ten opzichte van [eiseres] omdat zij, nadat zij aan deze op ongegronde en onreglementaire wijze de huur heeft opgezegd van de door deze bij haar gehuurde standplaats op het kampeerterrein aan de [a-straat 1] te [plaats B], de verwijdering van het kampeermiddel van [eiseres] van het voornoemde kampeerterrein heeft afgedwongen door gebruik te maken van het vonnis in kort geding van de President van de Rechtbank te Leeuwarden van 28 december 1995, onder de dreiging van de betekening en de executie daarvan, waardoor [eiseres] dwangsommen tot een maximum van ƒ 10.000,-- zou hebben verbeurd, indien zij haar kampeermiddel niet zou hebben verwijderd, aldus op ongegronde en onreglementaire wijze materieel een eind makende aan de huur door [eiseres] van een standplaats op het voornoemde kampeerterrein met alle gevolgen vandien; D. de Vereniging te veroordelen tot vergoeding van de aldus aan [eiseres] toegebrachte schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. De Vereniging heeft de vorderingen bestreden. De Rechtbank heeft bij vonnis van 4 februari 1998 de primaire vordering van [eiseres] toegewezen. Tegen dit vonnis heeft de Vereniging hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Bij tussenarrest van 15 november 2000 heeft het Hof [eiseres] tot bewijslevering toegelaten en iedere verdere beslissing aangehouden. Het tussenarrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
- Het geding in cassatie Tegen het tussenarrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Vereniging heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
- Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
- Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Vereniging begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 15 november 2002.