4 februari 2003 Strafkamer nr. 01957/01 B AG/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 19 juni 2001, nummer 01/089066-99, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951, wonende te [woonplaats].
- De bestreden beschikking De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door klaagster ingediende beklag strekkende tot teruggave aan haar van de in bovenvermelde beschikking omschreven geldbedragen.
- Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door klaagster. Namens deze heeft mr. K.D.M. Schepers, advocaat te Oss, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden berecht en afgedaan.
- Beoordeling van het tweede middel 3.
- Het middel behelst de klacht dat de behandeling van het klaagschrift in strijd met art. 552a, vijfde lid, Sv niet in het openbaar heeft plaatsgevonden. 3.
- Ingevolge het vijfde lid van art. 552a Sv vindt de behandeling van een klaagschrift als het onderhavige plaats in het openbaar, tenzij de raadkamer op de voet van het tweede en derde lid van art. 22 Sv de behandeling met gesloten deuren heeft bevolen. 3.
- Het zich bij de stukken bevindende proces-verbaal "verhoor van klaagster in raadkamer" van 5 juni 2001 houdt in dat de behandeling van het klaagschrift heeft plaatsgevonden met gesloten deuren, terwijl uit niets blijkt dat het daartoe strekkende bevel steunt op art. 22, tweede en derde lid, Sv. Het moet er dus voor worden gehouden dat de behandeling van het klaagschrift ten onrechte niet in het openbaar heeft plaatsgevonden. 3.
- Het voorschrift van art. 552a, vijfde lid, Sv is van zodanige betekenis dat de niet-naleving daarvan tot nietigheid leidt van de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer en van de naar aanleiding van die behandeling gegeven beschikking. 3.
- Het middel is derhalve gegrond.
- Slotsom Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, dat de overige middelen geen bespreking behoeven en dat als volgt moet worden beslist.
- Beslissing De Hoge Raad: Vernietigt de bestreden beschikking; Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan. Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.J. Numann, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2003.