16 september 2003 Strafkamer nr. 01466/02 PB/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 december 2001, nummer 22/002887-00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 22 juni 2000 - de verdachte ter zake van "verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft, meermalen gepleegd" veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf. 2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.M. Sjöcrona, advocaat te 's -Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest - behoudens voor wat betreft de bewezenverklaring van het onder 5 tenlastegelegde - en verwijzing in zoverre naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige. De conclusie is aan dit arrest gehecht. 3. Beoordeling van het eerste middel 3.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof heeft verzuimd gemotiveerd te beslissen op een gevoerd verweer, althans dat zijn beslissing dienaangaande ontoereikend is gemotiveerd. 3.2. Het Hof heeft, voorzover hier van belang, bewezenverklaard hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 is tenlastegelegd in voege als in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 is weergegeven. 3.3. Blijkens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehechte pleitnota is - voorzover voor de beoordeling van het middel van belang - aangevoerd hetgeen in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 is weergegeven. 3.4. Het Hof heeft dat verweer verworpen op de gronden die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6 zijn vermeld. 3.5. Het hiervoor onder 3.3 bedoelde betoog komt erop neer dat de verdachte heeft gehandeld overeenkomstig nadere instructies van [E] op welke instructies hij meende te mogen en moeten afgaan. Ter verwerping van dat verweer heeft het Hof tot uitdrukking gebracht (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.