24 juni 2003 Strafkamer nr. 01090/02 J ES/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 februari 2002, nummer 20/001223-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - behoudens ten aanzien van de bewijsvoering, de opgelegde straf en maatregelen, de strafmotivering en de gegeven beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen - bevestigd een vonnis van de Kinderrechter in de Arrondissementsrechtbank te Maastricht van 5 april 2001, waarbij de verdachte tot straffen is veroordeeld ter zake van "openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen" en waarbij aan haar maatregelen zijn opgelegd als in het vonnis vermeld. Het Hof heeft de verdachte deswege veroordeeld tot leerstraf voor de duur van twintig uren, subsidiair tien dagen jeugddetentie. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen en aan de verdachte betalingsverplichtingen opgelegd een en ander als in het arrest vermeld. 2. Geding in cassatie 2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.S. Kamminga, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in haar cassatieberoep. 2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal. 3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep 3.1.1. Tot de stukken van het geding behoort een door de Griffier van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch en een administratief ambtenaar bij dat Hof ondertekende 'Akte Cassatie', inhoudende, voorzover van belang: "Heden, 22 februari 2002, verscheen ter griffie van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch S.J. Pietersen, ambtenaar ter griffie van het Gerechtshof, blijkens de aan deze akte gehechte bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde van [verdachte]; verklarende namens deze in cassatie te komen van het arrest d.d. 8 februari 2002 onder rolnummer 20.001223.01 door dit Hof gewezen in de zaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1986, wonende te [postcode] [woonplaats], [a-straat 1]." 3.1.2. Aan vorenbedoelde akte zijn twee stukken gehecht, te weten: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.