26 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/117HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n DE ONTVANGER DER BELASTINGDIENST PARTICULIEREN/ONDERNEMINGEN AMSTELVEEN, gevestigd te Amstelveen, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.D.O. Blauw.
- Het geding in feitelijke instanties Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 12 april 2000 verweerder in cassatie - verder te noemen: de ontvanger - in kort geding gedagvaard voor de president van de rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, voor zover de wet toelaat uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:
- primair: de ontvanger te gelasten en te bevelen om binnen 24 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis de beslagen op het perceel [adres] te [woonplaats], alsmede op de roerende zaken, op te doen heffen, met bepaling dat indien de ontvanger daarmede nalatig blijft, [eiser] zelve gerechtigd is de beslagen te doen doorhalen;
- subsidiair: de ontvanger te verbieden de door hem op woonhuis en roerende zaken van [eiser] gelegde beslagen te executeren. De ontvanger heeft de vorderingen bestreden. De president heeft bij vonnis van 25 mei 2000 de gevraagde voorziening geweigerd. Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij memorie van grieven heeft hij zijn eis en/of de gronden daarvan gewijzigd. Bij arrest van 7 maart 2002 heeft het hof de op art. 47 Rv. gebaseerde vordering van [eiser] afgewezen en het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
- Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de advocaat-generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 18 juni 2003 op die conclusie gereageerd.
- Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
- Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de ontvanger begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren, H.A.M. Aaftink, A. Hammerstein, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 26 september 2003.