27 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/068HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. S.F. van der Valk, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. H.P. Schouten. 1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 8 oktober 2001 ter griffie van de rechtbank te Dordrecht ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en op grond van gewijzigde omstandigheden verzocht de bij haar beschikking van 30 juni 1999 opgelegde betalingsverplichting van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - te wijzigen en deze met ingang van 1 april 2001 te bepalen op ƒ 325,-- per kind per maand voor de twee uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk van partijen geboren kinderen, althans een zodanig bedrag en met ingang van zodanige datum te bepalen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren. De man heeft het verzoek bestreden en zijnerzijds verzocht de kinderalimentatie met ingang van 1 januari 2002 op nihil te stellen. De rechtbank heeft bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van 29 mei 2002 de bij beschikking van 30 juni 1999 vastgestelde kinderalimentatie gewijzigd en met ingang van 1 januari 2002 vastgesteld op € 95,-- en met ingang van 1 oktober 2002 op € 147,50 telkens per kind per maand. Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en verzocht de gewijzigde kinderalimentatie met terugwerkende kracht te doen ingaan op 1 april 2001. Bij beschikking van 19 maart 2003 heeft het hof de beschikking van de rechtbank van 29 mei 2002, voor zover daarin de ingangsdatum van de alimentatie was bepaald op 1 januari 2002, vernietigd en opnieuw rechtdoende - uitvoerbaar bij voorraad - de ingangsdatum van de door de rechtbank vastgestelde kinderalimentatie van € 95,-- per kind per maand bepaald op 1 april 2001. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Tevens heeft hij schorsing van de werking van de eerdere beschikking op grond van art. 360 lid 2 Rv. verzocht. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen en het schorsingsverzoek bestreden. De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot afwijzing van het verzoek en, het middel gegrond bevindend, tot vernietiging en verwijzing. 3. Beoordeling van het middel 3.1 De man en de vrouw zijn op 31 juli 1992 met elkaar gehuwd. Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren, [dochter 1] op [geboortedatum] 1993 en [dochter 2] op [geboortedatum] 1994. Bij beschikking van de rechtbank van 30 juni 1999 is tussen partijen echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 9 september 1999 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de beide kinderen is door de rechtbank bepaald op ƒ 70,-- per kind per maand. Bij beschikking van 29 mei 2002 heeft de rechtbank de bijdrage op verzoek van de vrouw nader bepaald op € 95,-- per kind per maand vanaf 1 januari 2002 en op € 147,50 per kind per maand vanaf 1 oktober 2002. Het hof heeft de datum 1 januari 2002 gewijzigd in 1 april 2001 en de beschikking van de rechtbank voor het overige bekrachtigd. 3.2 De overweging (rov. 5) die het hof tot deze beslissing heeft geleid, kan als volgt worden samengevat. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.