20 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/263HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.F. Thunnissen, t e g e n [verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. D.M. de Knijff. 1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 12 mei 1998 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen primair een bedrag van ƒ 119.160,--, subsidiair een bedrag van ƒ 100.832,66, te vermeerderen met de wettelijke rente primair over ƒ 119.160,--, subsidiair over ƒ 94.545,66, berekend primair vanaf 1 januari 1998, subsidiair vanaf 1 juni 1998, telkens tot aan de dag der algehele voldoening. Na vermeerdering van eis heeft [eiseres] gevorderd [verweerder] te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van ƒ 408,20 ter zake van griffierecht en kosten derdenbeslag. [Verweerder] heeft de vorderingen bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 15 juni 2000 [verweerder] veroordeeld aan [eiseres] als hoofdsom te betalen een bedrag van ƒ 76.900,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 mei 1998, alsmede ten titel van buitengerechtelijke kosten ƒ 5.000,-- incl. BTW, [verweerder] veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiseres], dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 16 april 2002 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [eiseres] alsnog afgewezen, [eiseres] veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties en tot terugbetaling aan [verweerder] van het bedrag van € 45.185,46, en deze laatste veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. [Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 5 december 2003 op die conclusie gereageerd. 3. Beoordeling van de middelen 3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten die zijn vermeld in 1.1 tot en met 1.13 van de conclusie van de Advocaat-Generaal. 3.2 [Eiseres] heeft gevorderd dat [verweerder] wordt veroordeeld tot voldoening van primair een bedrag van ƒ 76.900,-- en subsidiair een bedrag van ƒ 119.160, --. Aan deze vordering heeft zij ten grondslag gelegd dat [verweerder] omstreeks eind mei 1994 en in het begin van 1995 de pensioenverplichting ten laste van [eiseres] ten behoeve van zichzelf heeft verhoogd zonder een daartoe met voldoende meerderheid van stemmen genomen besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van [eiseres] en zonder enig overleg met zijn mede-aandeelhouder. De rechtbank heeft de primaire vordering toegewezen, doch het hof heeft de vordering geheel afgewezen. 3.3 Het middel is gericht tegen rov. 4.3 en 4.4 van het bestreden arrest. Deze overwegingen kunnen als volgt worden samengevat. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.