19 november 2004 Eerste Kamer Nr. C03/222HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:
- [Eiser 1], wonende te [woonplaats],
- [Eiser 2], wonende te [woonplaats],
- [Eiseres 3], gevestigd te [vestigingsplaats],
- [Eiser 4], wonende te [woonplaats],
- [Eiser 5], wonende te [woonplaats],
- [Eiser 6], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n de coöperatieve vereniging ZUIVELCOÖPERATIE CAMPINA MELKUNIE B.A., gevestigd te Zaltbommel, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M. Ynzonides.
- Het verloop van het geding in voorgaande instanties Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen thans verweerster in cassatie - verder te noemen: Campina - en thans eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 9 juni 2000, nr. C98/334, NJ 2000,
- Bij dat arrest heeft de Hoge Raad Campina niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 april 1997, het beroep tegen het arrest van dit hof van 24 juni 1998, voor zover gewezen tussen Campina en [...], verworpen, dit arrest, voor zover gewezen tussen Campina en de zes daarin genoemde verweerders in cassatie sub 1 en 3 tot en met 7, vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof te Arnhem. Campina heeft bij exploot van 11 augustus 2000 [eiser] c.s. opgeroepen voor het gerechtshof te Arnhem. Na memoriewisseling van partijen en pleidooi heeft het hof bij arrest van 22 april 2003, hersteld bij arrest van 24 juni 2003, vernietigd het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 21 januari 1994, voor zover gewezen tussen Campina en [eiser] c.s. en, op de voet van art. 356 (oud) Rv. rechtdoende, de vorderingen van [eiser] c.s. afgewezen, en [eiser] c.s. in de proceskosten van beide instanties veroordeeld, zoals in het dictum van het arrest is vermeld. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
- Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof van 22 april 2003 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Campina heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Campina mede door mr. F. Damsteegt, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
- Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
- Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Campina begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 19 november 2004.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.