19 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/142HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, incidenteel verweerder, advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, incidenteel verzoekster, advocaat: M. Verbraaken-Vooys.
- Het geding in feitelijke instanties Met een op 4 juli 2002 ter griffie van de rechtbank te Utrecht ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht te bepalen dat verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - aan haar met ingang van 4 juli 2002 € 250,-- per maand dient te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van hun beider op 13 juli 1999 geboren kind [het kind], alsmede € 900,-- per maand als bijdrage in haar eigen levensonderhoud. De man heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft bij beschikking van 21 augustus 2002 het verzoek van de vrouw geheel toegewezen. Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij beschikking van 4 september 2003 heeft het hof de beschikking waarvan beroep, voorzover daarbij een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw is bepaald, vernietigd en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de door de man aan de vrouw te betalen uitkering tot haar levensonderhoud met ingang van 4 juli 2002 bepaald op € 85,-- per maand, met ingang van de datum van de beschikking te voldoen, deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en de beschikking waarvan beroep voor het overige bekrachtigd. De beschikking van het hof van 4 september 2003 is aan deze beschikking gehecht.
- Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende het incidentele beroep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. Beide partijen hebben vernietiging van de bestreden beschikking verzocht. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt in zowel het principaal als in het incidenteel beroep tot verwerping van het beroep.
- Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
- Beslissing De Hoge Raad: in het principale en in het incidentele beroep: verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 19 november 2004.