30 november 2004 Strafkamer nr. 00540/04 SG/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 november 2003, nummer 22/000098-02, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Rijnmond" te Krimpen aan den IJssel. 1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 23 november 2001 - de verdachte vrijgesproken van de hem bij inleidende dagvaarding onder 3 en 7 tenlastegelegde feiten en hem voorts ter zake van 1., 2., 5. en 6. "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd", 4 primair "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder A van de Opiumwet gegeven verbod" en 8. "medeplegen van een feit, bedoeld in het derde lid van artikel 10 van de Opiumwet, bevorderen door voorwerpen voorhanden te hebben waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit" veroordeeld tot vier jaren gevangenisstraf, alsmede tot een geldboete van € 75.000,-- subsidiair 360 dagen hechtenis met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven. 2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 3. Beoordeling van het tweede middel 3.1. Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 5 tenlastegelegde feit niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. 3.2. Ten laste van de verdachte heeft het Hof onder 5 bewezenverklaard dat: "hij op tijdstippen in de periode van 1 december 1999 tot en met 9 januari 2000 te Delft tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en vervoerd ongeveer 3000 en 2733 pillen, bevattende telkens hoeveelheden van (een) middel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.