← Nederland

ECLI:NL:HR:2004:AR4322

5 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/002HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n WERKSTICHTING JEUGDBESCHERMING GRONINGEN, gevestigd te Groningen, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen.

  1. Het geding in feitelijke instanties Op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming vestiging Groningen is verzoeker tot cassatie, geboren op [geboortedatum] 1988 (verder te noemen: verzoeker) bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank te Groningen van 9 oktober 2002 voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van verweerster in cassatie (verder te noemen: de stichting). Daarbij verleende de kinderrechter machtiging tot uithuisplaatsing van verzoeker in een gesloten inrichting voor de duur van drie maanden, welke machtiging bij beschikking van 8 januari 2003 met ingang van 9 januari 2003 voor de duur van twee maanden is verlengd. Bij beschikking van 6 maart 2003 heeft de kinderrechter de machtiging voorlopig verlengd voor de duur van één maand. Bij beschikking van 3 april 2003 heeft de kinderrechter de machtiging verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 9 oktober
  2. Op verzoek van de stichting heeft de kinderrechter bij beschikking van 17 september 2003 de termijn van de ondertoezichtstelling en de termijn van de machtiging verlengd voor de duur van een jaar ingaande 9 oktober
  3. Tegen deze beschikking heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep betrof uitsluitend de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting. Bij beschikking van 19 december 2003 heeft het hof verzoeker, ondanks zijn minderjarigheid, ontvankelijk geoordeeld in zijn hoger beroep en de beschikking voor wat betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing vernietigd en, in zoverre opnieuw beslissende, die machtiging verlengd tot 1 mei
  4. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
  5. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De stichting heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijk-verklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep. De advocaat van verzoeker heeft bij brief van 23 september 2004 op die conclusie gereageerd.
  6. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden van 19 december
  7. Hierbij heeft het hof de beschikking van de kinderrechter te Groningen waarvan beroep wat betreft de verlenging van de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing van verzoeker in een gesloten inrichting voor de duur van een jaar met ingang van 9 oktober 2003, vernietigd en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de duur van de aan de stichting verleende machtiging tot uithuisplaatsing van verzoeker in een gesloten inrichting verlengd voor de periode vanaf 9 oktober 2003 tot 1 mei
  8. Nu de termijn van de door het hof verlengde machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting inmiddels is verstreken, heeft verzoeker geen belang bij zijn cassatieberoep, zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
  9. Beslissing De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 5 november 2004.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.