3 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/092HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiseres 3], wonende te [woonplaats], 4. [Eiseres 4], wonende te [woonplaats], 5. [Eiseres 5], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.A.A. Duk, t e g e n de vennootschap naar buitenlands recht JAPAN AIRLINES CO. LTD., gevestigd te Tokyo, Japan, tevens kantoorhoudende te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploot van 6 september 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: JAL - gedagvaard voor de kantonrechter te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: A. voor recht te verklaren dat de per 1 augustus 1999 door JAL doorgevoerde eenzijdige wijziging van de reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer zoals neergelegd in appendix F van het Personnel Manual, niet rechtsgeldig is; alsmede, B. JAL te veroordelen om met terugwerkende kracht, vanaf 1 augustus 1999, ten aanzien van de in de dagvaarding genoemde JAL-werknemers, de oude reiskostenvergoedingen voor woon-werkverkeer, zoals neergelegd in de onder A genoemde appendix F van het Personnel Manual, toe te passen en de op grond daarvan nog aan hen verschuldigde bedragen uit te betalen; en JAL voorts te veroordelen tot betaling aan de JAL-werknemers: C. de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van 15% van de per JAL-werknemer geldende hoofdsom, D. vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over bovenstaande bedragen, vanaf de datum van verzuim, 1 augustus 1999, dan wel vanaf de datum van de eerste sommatie, 14 september 1999, dan wel vanaf een door de kantonrechter in goede justitie nader te bepalen datum, tot en met de dag der algehele voldoening, E. alsmede vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 e.v. BW over zowel bovenstaande bedragen als over de wettelijke verhoging vanaf de datum van verzuim, 1 augustus 1999, dan wel vanaf de datum van de eerste sommatie, 14 september 1999, dan wel vanaf een door de kantonrechter in goede justitie nader te bepalen datum, tot en met de dag der algehele voldoening. JAL heeft de vorderingen bestreden. De kantonrechter heeft bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 9 januari 2002 JAL veroordeeld om aan ieder van [eiser] c.s. te betalen het equivalent in euro's van: 1. de onderwerpelijke maandelijkse km-vergoedingen, zulks met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 1999 en zulks verminderd met JAL's eventuele betalingen terzake; 2. ƒ 1.045,-- wegens buitengerechtelijke incasso-kosten; 3. de wettelijke rente over de onder 1 en 2 bedoelde posten vanaf 14 september 1999 tot aan de dag der algehele voldoening; 4. JAL veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eiser] c.s., en 5. het meer of anders gevorderde afgewezen. Tegen dit vonnis heeft JAL hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 15 januari 2004 heeft het hof in het principaal appel het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [eiser] c.s. afgewezen, en in het incidenteel appel het beroep verworpen. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de niet verschenen JAL is verstek verleend. [Eiser] c.s. hebben de zaak doen toelichten door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot vernietiging en verwijzing. 3. Beoordeling van het middel 3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.