19 april 2005 Strafkamer nr. 02160/04 B SG/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 juni 2004, nummer 09/757284-04, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden beschikking Het Hof heeft in hoger beroep vernietigd een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 2 juni 2004, waarbij de op de voet van art. 66, derde lid, Sv ingediende vordering tot verlenging van de gevangenhouding en de op de voet van art. 67b, eerste lid, Sv ingediende vordering zijn toegewezen. 2. Geding in cassatie 2.1. Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. 2.2. Na de terechtzitting waarop de conclusie is genomen, is bij de Hoge Raad ingekomen een schrijven van de raadsman van de verdachte, mr. R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage. 3. Beoordeling van de middelen 3.1. Het eerste middel klaagt erover dat de beschikking van het Hof onvoldoende met redenen is omkleed. Het tweede middel behelst de klacht dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de beschikking van de Rechtbank tot toewijzing van de vordering ex art. 67b Sv had moeten worden genomen door de meervoudige raadkamer. Het derde middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de beschikking van de Rechtbank tot toewijzing van de vordering tot verlenging van de gevangenhouding ex art. 66, derde lid, Sv had moeten worden genomen door de meervoudige raadkamer. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking. 3.2. De beschikking van het Hof houdt, voorzover voor de beoordeling van de middelen van belang, het volgende in: "Gezien de akte van de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage van 4 juni 2004 waarbij door [verdachte] (...) hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking d.d. 2 juni 2004 van de rechtbank te 's-Gravenhage houdende bevel eerste verlenging van de gevangenhouding en navordering art. 67 b Sv. (...) Overwegende, dat het hof de beschikking van de rechtbank van 2 juni 2004 zal vernietigen gelet op artikel 21 lid 5 Sv. Het hof is van oordeel dat de beschikking door de meervoudige kamer genomen had moeten worden. Beschikkende: Vernietigt de beschikking van 2 juni 2004 waarvan beroep." 3.3. Voor de beoordeling van de middelen zijn onder meer de volgende wettelijke bepalingen van belang, zoals deze luidden ten tijde van de beschikking van het Hof van 24 juni 2004. - Art. 21 Sv: "1. In alle gevallen waarin niet de beslissing door het rechterlijk college op de terechtzitting is voorgeschreven of aldaar ambtshalve wordt genomen, geschiedt de behandeling door de raadkamer. (...) 2. De raadkamer is als volgt samengesteld: a. bij de rechtbanken uit drie leden of, indien het vijfde lid, eerste volzin van toepassing is, uit één lid; (...) 5. Behandeling door een enkelvoudige kamer van de rechtbank kan geschieden indien de zaak van eenvoudige aard is. Behandeling door een enkelvoudige kamer vindt in elk geval plaats, indien de kantonrechter de zaak behandelt en beslist. Behandeling door een meervoudige kamer vindt in elk geval plaats, indien het betreft de behandeling van beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris, alsmede van de vordering van het openbaar ministerie tot gevangenhouding of gevangenneming als bedoeld in artikel 65 en 66a. (...)" - Art. 67b Sv: "1. Indien tijdens de ten uitvoerlegging van de voorlopige hechtenis de officier van justitie overgaat tot vervolging of verdere vervolging ter zake van nog een ander feit dan hetwelk in het bevel tot voorlopige hechtenis is omschreven ofwel uitsluitend voor een met het in dat bevel omschreven feit samenhangend feit en voor dit andere feit voorlopige hechtenis kan worden bevolen kan hij bij de vordering tot gevangenhouding of de verlenging daarvan vorderen dat de voorlopige hechtenis mede onderscheidenlijk alleen voor dat andere feit wordt bevolen. 2. Indien de in het eerste lid bedoelde vordering wordt toegewezen, wordt het andere feit geacht te zijn opgenomen in de omschrijving bedoeld in het tweede lid van artikel 78. (...)" 3.4. 's Hofs oordeel dat de beschikking van de Rechtbank tot toewijzing van de vordering als bedoeld in art. 67b, eerste lid, Sv moet worden vernietigd, berust op de opvatting dat die beschikking, gelet op art. 21, vijfde lid, Sv niet door de enkelvoudige kamer had mogen worden genomen. 3.5.1. De Nota van Wijziging bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Wegenverkeerswet en de Wet op de economische delicten in verband met herziening van de raadkamerprocedure houdt ten aanzien van art. 21 Sv onder meer het volgende in: "Twee groepen beslissingen dienen evenwel altijd meervoudig te worden genomen. Het betreft de beslissing op de vorderingen tot gevangenhouding of gevangenneming (artikel 65, eerste lid WvSv). Het ingrijpende karakter van de toepassing van dit dwangmiddel voor langere duur - meestal dertig dagen - rechtvaardigt dat de beslissing meervoudig wordt genomen. De eerste beslissing omtrent de gevangenhouding is doorgaans van beslissend belang voor de vraag of de voorlopige hechtenis doorloopt tot aan de terechtzitting. Dit geldt niet in alle gevallen waarin een vordering tot verlenging van de gevangenhouding aan de orde is. In de praktijk blijkt dat een aanzienlijk aantal van deze vorderingen als een hamerstuk wordt afgedaan. Het betreft met name de gevallen waarin de ernst van het delict al of niet in combinatie met gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid de grondslag vormt voor de toepassing van de voorlopige hechtenis. Hetzelfde geldt voor verdachten die - mede - op grond van het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats in voorlopige hechtenis worden gehouden. De beoordeling van de verlenging betreft dan veelal de vraag of de grond(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.